scripture.how Bible Copywork
EN

Copywork

Dutch 1917 1 Chronicles 16장

Copywork is not a speed-typing drill but time to re-hold the words and flow of Scripture, one verse at a time. Your input is saved temporarily in this browser, and to your account when you are signed in.

KO Korean
ZH Chinese
JA Japanese
HI Hindi
BN Bengali
TA Tamil
TE Telugu
ML Malayalam
FA Persian
MY Burmese
NE Nepali
MR Marathi
KN Kannada
HA Hausa
YO Yoruba
SW Swahili
IG Igbo
ID Indonesian
TSI
PT Portuguese
VI Vietnamese
AR Arabic
AVD
RU Russian
UK Ukrainian
RO Romanian
BTF
IT Italian
FI Finnish
TO Tongan
HR Croatian
SR Serbian
TR Turkish
HU Hungarian
PL Polish
SK Slovak
LA Latin
NL Dutch
CS Czech
FR French
ES Spanish
DE German
ETC Other languages

Practice by section · 1 Chronicles

1:1-4 From Adam to Noah 1:5-7 The Descendants of Japheth 1:8-16 The Descendants of Ham 1:17-27 The Descendants of Shem 1:28-34 The Descendants of Abraham and Ishmael 1:35-54 Esau and the Chiefs of Edom 2:1-2 The Twelve Sons of Israel 2:3-17 The Descendants of Judah and Perez 2:18-24 The Descendants of Hezron and Caleb 2:25-41 The Descendants of Jerahmeel 2:42-55 The Descendants of Caleb and Other Clans 3:1-9 The Sons of David Born in Hebron 3:10-16 The Kings from Solomon to Zedekiah 3:17-24 The Descendants After Jehoiachin in Exile 4:1-10 Other Descendants of Judah and the Prayer of Jabez 4:11-23 Various Clans of the Tribe of Judah 4:24-43 The Descendants of Simeon and Their Territory 5:1-10 The Descendants of Reuben and the Loss of the Birthright 5:11-17 The Descendants of Gad and Their Dwelling 5:18-22 The War and Victory of the Transjordan Tribes 5:23-26 The Half-Tribe of Manasseh, Their Sin and Captivity 6:1-15 The Descendants of Levi and the High Priests 6:16-30 The Descendants of the Three Levite Families 6:31-48 The Temple Musicians 6:49-53 The Descendants of Aaron and Their Duties 6:54-81 The Cities Given to the Levites 7:1-5 The Descendants of Issachar 7:6-12 The Descendants of Benjamin 7:13-19 The Descendants of Naphtali and Manasseh 7:20-29 The Descendants of Ephraim and Their Towns 7:30-40 The Descendants of Asher 8:1-28 The Descendants and Clans of Benjamin 8:29-40 The Genealogy of Gibeon and the House of Saul 9:1-9 Those Who Returned from Exile to Jerusalem 9:10-34 The Priests and Levites in Jerusalem 9:35-44 The Ancestors and Descendants of Saul in Gibeon 10:1-7 The Death of Saul and His Sons 10:8-12 The Philistines' Insult and the Burial by the Men of Jabesh 10:13-14 Saul Dies and the Kingdom Turns to David 11:1-3 All Israel Makes David King 11:4-9 David Captures the Stronghold of Zion in Jerusalem 11:10-25 The Valor of David's Three Mighty Men 11:26-47 The List of David's Mighty Men 12:1-22 The Warriors Who Joined David at Ziklag 12:23-40 The Army That Came to David at Hebron 13:1-8 David's Resolve to Bring Up the Ark of God 13:9-14 The Death of Uzzah and the Blessing of Obed-Edom 14:1-7 David's Palace and Family 14:8-17 David Defeats the Philistines in Two Battles 15:1-24 The Levites Prepare to Bring Up the Ark 15:25-29 The Ark of God Brought to Jerusalem with Joy 16:1-7 The Ark Set in Place and Worship Appointed 16:8-36 David's Psalm of Thanks Entrusted to Asaph 16:37-43 The Service Appointed Before the Tabernacle 17:1-6 David's Desire to Build a Temple 17:7-15 The Davidic Covenant Given Through Nathan 17:16-27 David's Thanksgiving and Prayer 18:1-13 David Conquers the Surrounding Nations 18:14-17 David's Reign and Officials 19:1-5 The Ammonites Disgrace David's Envoys 19:6-19 Joab Defeats the Ammonites and Arameans 20:1-8 The Capture of Rabbah and the Defeat of the Giants 21:1-7 David Sins by Taking a Census 21:8-17 The Plague and David's Repentance 21:18-30 An Altar Built on the Threshing Floor of Ornan 22:1-5 David's Preparations for Building the Temple 22:6-16 David Charges Solomon to Build the Temple 22:17-19 David Commands the Leaders to Help Solomon 23:1-11 The Number and Duties of the Levites 23:12-23 The Duties of the Sons of Kohath and Merari 23:24-32 The New Duties of the Levites Serving the Temple 24:1-19 The Twenty-Four Divisions of the Priests 24:20-31 The List of the Remaining Levites 25:1-8 The Duties of the Temple Musicians 25:9-31 The Casting of Lots for the Twenty-Four Divisions of Singers 26:1-19 The Divisions of the Temple Gatekeepers 26:20-32 The Levites in Charge of the Treasuries and Affairs 27:1-15 The Monthly Divisions of the Army 27:16-24 The Chiefs of the Tribes of Israel 27:25-34 The Officials Over the King's Property 28:1-8 David Assembles the Leaders and Proclaims the Temple 28:9-21 David Gives Solomon the Plans for the Temple 29:1-9 The People's Freewill Offerings for the Temple 29:10-19 David's Prayer of Thanksgiving and Praise 29:20-30 Solomon Enthroned and the Death of David
16:1
Waiting

Toen zij de ark Gods inbrachten, zo stelden zij ze in het midden der tent, welke David voor haar gespannen had; en zij offerden brandofferen en dankofferen voor het aangezicht Gods.

16:2
Waiting

Als David het brandoffer en de dankofferen geeindigd had te offeren, zo zegende hij het volk in den Naam des HEEREN.

16:3
Waiting

En hij deelde een iegelijk in Israel, van den man tot de vrouw, een iegelijk een bol broods, en een schoon stuk vlees, en een fles wijn.

16:4
Waiting

En hij stelde voor de ark des HEEREN sommigen uit de Levieten tot dienaars, en dat, om den HEERE, den God Israels, te vermelden, en te loven, en te prijzen.

16:5
Waiting

Asaf was het hoofd, en Zecharja de tweede na hem; Jeiel, en Semiramoth, en Jehiel, en Mattithja, en Eliab, en Benaja, en Obed-Edom, en Jeiel, met instrumenten der luiten en met harpen; en Asaf liet zich horen met cimbalen;

16:6
Waiting

Maar Benaja en Jahaziel, de priesters, steeds met trompetten voor de ark des verbonds van God.

16:7
Waiting

Te dienzelven dage gaf David ten eerste dezen psalm, om den HEERE te loven, door den dienst van Asaf, en zijn broederen.

16:8
Waiting

Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.

16:9
Waiting

Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken.

16:10
Waiting

Roemt u in den Naam Zijner heiligheid; dat zich het hart dergenen, die den HEERE zoeken, verblijde.

16:11
Waiting

Vraagt naar den HEERE en Zijn sterkte, zoekt Zijn aangezicht geduriglijk.

16:12
Waiting

Gedenkt Zijner wonderwerken, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en de oordelen Zijns monds;

16:13
Waiting

Gij, zaad van Israel, Zijn dienaar, gij, kinderen van Jakob, Zijn uitverkorenen!

16:14
Waiting

Hij is de HEERE, onze God; Zijn oordelen zijn over de gehele aarde.

16:15
Waiting

Gedenkt tot in der eeuwigheid Zijns verbonds, des woords, dat Hij ingesteld heeft tot in het duizendste geslacht;

16:16
Waiting

Des verbonds, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijns eeds aan Izak;

16:17
Waiting

Welken Hij ook aan Jakob heeft gesteld tot een inzetting, aan Israel tot een eeuwig verbond;

16:18
Waiting

Zeggende: Ik zal u het land Kanaan geven, een snoer van ulieder erfdeel;

16:19
Waiting

Als gij weinige mensen in getal waart; ja, weinigen en vreemdelingen daarin.

16:20
Waiting

En zij wandelden van volk tot volk, en van het ene koninkrijk tot een ander volk.

16:21
Waiting

Hij liet niemand toe hen te onderdrukken; ook bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende:

16:22
Waiting

Tast Mijn gezalfden niet aan, en doet Mijn profeten geen kwaad.

16:23
Waiting

Zingt den HEERE, gij, ganse aarde, boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

16:24
Waiting

Vertelt Zijn eer onder de heidenen, Zijn wonderwerken onder alle volken.

16:25
Waiting

Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen, en Hij is vreselijk boven alle goden.

16:26
Waiting

Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.

16:27
Waiting

Majesteit en heerlijkheid zijn voor Zijn aangezicht, sterkte en vrolijkheid zijn in Zijn plaats.

16:28
Waiting

Geeft den HEERE, gij, geslachten der volken, geeft den HEERE eer en sterkte.

16:29
Waiting

Geeft den HEERE de eer Zijns Naams, brengt offer, en komt voor Zijn aangezicht; aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms.

16:30
Waiting

Schrikt voor Zijn aangezicht, gij, gehele aarde! Ook zal de wereld bevestigd worden, dat zij niet bewogen worde.

16:31
Waiting

Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde verheuge zich, en dat men onder de heidenen zegge: De HEERE regeert.

16:32
Waiting

Dat de zee bruise met haar volheid, dat het veld huppele van vreugde, met al wat daarin is.

16:33
Waiting

Dan zullen de bomen des wouds juichen voor het aangezicht des HEEREN, omdat Hij komt, om de aarde te richten.

16:34
Waiting

Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

16:35
Waiting

En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen.

16:36
Waiting

Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En al het volk zeide: Amen! en het loofde den HEERE.

16:37
Waiting

Alzo liet hij daar, voor de ark des verbonds des HEEREN, Asaf en zijn broederen, om geduriglijk te dienen voor de ark, naardat op elken dag besteld was.

16:38
Waiting

Obed-Edom nu, met hunlieder broederen, waren acht en zestig; en hij stelde Obed-Edom, den zoon van Jeduthun, en Hosa, tot poortiers;

16:39
Waiting

En den priester Zadok, en zijn broederen, de priesters, voor den tabernakel des HEEREN op de hoogte, welke te Gibeon is;

16:40
Waiting

Om den HEERE de brandofferen geduriglijk te offeren op het brandofferaltaar, des morgens en des avonds; en zulks naar alles, wat er geschreven staat in de wet des HEEREN, die Hij Israel geboden had.

16:41
Waiting

En met hen Heman en Jeduthun, en de overige uitgelezenen, die met namen uitgedrukt zijn om den HEERE te loven; want Zijn goedertierenheid is tot in der eeuwigheid.

16:42
Waiting

Met hen dan waren Heman en Jeduthun, met trompetten en cimbalen voor degenen, die zich lieten horen, en met instrumenten der muziek Gods; maar de zonen van Jeduthun waren aan de poort.

16:43
Waiting

Alzo toog het ganse volk henen, een iegelijk in zijn huis; en David keerde zich, om zijn huis te gaan zegenen.