scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 역대상 21장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 역대상

1:1-4 From Adam to Noah 1:5-7 The Descendants of Japheth 1:8-16 The Descendants of Ham 1:17-27 The Descendants of Shem 1:28-34 The Descendants of Abraham and Ishmael 1:35-54 Esau and the Chiefs of Edom 2:1-2 The Twelve Sons of Israel 2:3-17 The Descendants of Judah and Perez 2:18-24 The Descendants of Hezron and Caleb 2:25-41 The Descendants of Jerahmeel 2:42-55 The Descendants of Caleb and Other Clans 3:1-9 The Sons of David Born in Hebron 3:10-16 The Kings from Solomon to Zedekiah 3:17-24 The Descendants After Jehoiachin in Exile 4:1-10 Other Descendants of Judah and the Prayer of Jabez 4:11-23 Various Clans of the Tribe of Judah 4:24-43 The Descendants of Simeon and Their Territory 5:1-10 The Descendants of Reuben and the Loss of the Birthright 5:11-17 The Descendants of Gad and Their Dwelling 5:18-22 The War and Victory of the Transjordan Tribes 5:23-26 The Half-Tribe of Manasseh, Their Sin and Captivity 6:1-15 The Descendants of Levi and the High Priests 6:16-30 The Descendants of the Three Levite Families 6:31-48 The Temple Musicians 6:49-53 The Descendants of Aaron and Their Duties 6:54-81 The Cities Given to the Levites 7:1-5 The Descendants of Issachar 7:6-12 The Descendants of Benjamin 7:13-19 The Descendants of Naphtali and Manasseh 7:20-29 The Descendants of Ephraim and Their Towns 7:30-40 The Descendants of Asher 8:1-28 The Descendants and Clans of Benjamin 8:29-40 The Genealogy of Gibeon and the House of Saul 9:1-9 Those Who Returned from Exile to Jerusalem 9:10-34 The Priests and Levites in Jerusalem 9:35-44 The Ancestors and Descendants of Saul in Gibeon 10:1-7 The Death of Saul and His Sons 10:8-12 The Philistines' Insult and the Burial by the Men of Jabesh 10:13-14 Saul Dies and the Kingdom Turns to David 11:1-3 All Israel Makes David King 11:4-9 David Captures the Stronghold of Zion in Jerusalem 11:10-25 The Valor of David's Three Mighty Men 11:26-47 The List of David's Mighty Men 12:1-22 The Warriors Who Joined David at Ziklag 12:23-40 The Army That Came to David at Hebron 13:1-8 David's Resolve to Bring Up the Ark of God 13:9-14 The Death of Uzzah and the Blessing of Obed-Edom 14:1-7 David's Palace and Family 14:8-17 David Defeats the Philistines in Two Battles 15:1-24 The Levites Prepare to Bring Up the Ark 15:25-29 The Ark of God Brought to Jerusalem with Joy 16:1-7 The Ark Set in Place and Worship Appointed 16:8-36 David's Psalm of Thanks Entrusted to Asaph 16:37-43 The Service Appointed Before the Tabernacle 17:1-6 David's Desire to Build a Temple 17:7-15 The Davidic Covenant Given Through Nathan 17:16-27 David's Thanksgiving and Prayer 18:1-13 David Conquers the Surrounding Nations 18:14-17 David's Reign and Officials 19:1-5 The Ammonites Disgrace David's Envoys 19:6-19 Joab Defeats the Ammonites and Arameans 20:1-8 The Capture of Rabbah and the Defeat of the Giants 21:1-7 David Sins by Taking a Census 21:8-17 The Plague and David's Repentance 21:18-30 An Altar Built on the Threshing Floor of Ornan 22:1-5 David's Preparations for Building the Temple 22:6-16 David Charges Solomon to Build the Temple 22:17-19 David Commands the Leaders to Help Solomon 23:1-11 The Number and Duties of the Levites 23:12-23 The Duties of the Sons of Kohath and Merari 23:24-32 The New Duties of the Levites Serving the Temple 24:1-19 The Twenty-Four Divisions of the Priests 24:20-31 The List of the Remaining Levites 25:1-8 The Duties of the Temple Musicians 25:9-31 The Casting of Lots for the Twenty-Four Divisions of Singers 26:1-19 The Divisions of the Temple Gatekeepers 26:20-32 The Levites in Charge of the Treasuries and Affairs 27:1-15 The Monthly Divisions of the Army 27:16-24 The Chiefs of the Tribes of Israel 27:25-34 The Officials Over the King's Property 28:1-8 David Assembles the Leaders and Proclaims the Temple 28:9-21 David Gives Solomon the Plans for the Temple 29:1-9 The People's Freewill Offerings for the Temple 29:10-19 David's Prayer of Thanksgiving and Praise 29:20-30 Solomon Enthroned and the Death of David
21:1
대기

Toen stond de satan op tegen Israel, en hij porde David aan, dat hij Israel telde.

21:2
대기

En David zeide tot Joab en tot de oversten des volks: Gaat heen, telt Israel van Ber-seba tot Dan toe, en brengt hen tot mij, dat ik hun getal wete.

21:3
대기

Toen zeide Joab: De HEERE doe tot Zijn volk, gelijk zij nu zijn, honderdmaal meer; zijn zij niet allen, o mijn heer koning, mijn heer tot knechten? Waarom verzoekt mijn heer dit? Waarom zou het Israel tot schuld worden?

21:4
대기

Doch het woord des konings nam de overhand tegen Joab; derhalve toog Joab uit, en hij doorwandelde gans Israel; daarna kwam hij weder te Jeruzalem.

21:5
대기

En Joab gaf David de som van het getelde volk; en gans Israel was elfhonderd duizend man, die het zwaard uittrokken, en Juda vierhonderd duizend, en zeventig duizend man, die het zwaard uittrokken.

21:6
대기

Doch Levi en Benjamin telde hij onder dezelve niet; want des konings woord was Joab een gruwel.

21:7
대기

En deze zaak was kwaad in de ogen Gods; daarom sloeg Hij Israel.

21:8
대기

Toen zeide David tot God: Ik heb zeer gezondigd, dat ik deze zaak gedaan heb; maar neem toch nu de misdaad Uws knechts weg, want ik heb zeer zottelijk gehandeld.

21:9
대기

De HEERE nu sprak tot Gad, den ziener van David, zeggende:

21:10
대기

Ga heen, en spreek tot David, zeggende: Aldus zegt de HEERE: Drie dingen leg Ik u voor; kies u een uit die, dat Ik u doe.

21:11
대기

En Gad kwam tot David, en zeide tot hem: Zo zegt de HEERE: Neem u uit:

21:12
대기

Of drie jaren honger, of drie maanden verteerd te worden voor het aangezicht uwer wederpartij, en dat het zwaard uwer vijanden u achterhale; of drie dagen het zwaard des HEEREN, dat is, de pestilentie in het land, en een verdervenden engel des HEEREN in al de landpalen van Israel? Zo zie nu toe, wat antwoord ik Dien zal wedergeven, Die mij gezonden heeft.

21:13
대기

Toen zeide David tot Gad: Mij is zeer bange; laat mij toch in de hand des HEEREN vallen; want Zijn barmhartigheden zijn zeer vele, maar laat mij in de hand der mensen niet vallen.

21:14
대기

De HEERE dan gaf pestilentie in Israel; en er vielen van Israel zeventig duizend man.

21:15
대기

En God zond een engel naar Jeruzalem, om die te verderven; en als hij haar verdierf, zag het de HEERE, en het berouwde Hem over dat kwaad; en Hij zeide tot den verdervenden engel: Het is genoeg, trek nu uw hand af. De engel des HEEREN nu stond bij den dorsvloer van Ornan, den Jebusiet.

21:16
대기

Als David zijn ogen ophief, zo zag hij den engel des HEEREN, staande tussen de aarde en tussen den hemel, met zijn uitgetrokken zwaard in zijn hand, uitgestrekt over Jeruzalem; toen viel David, en de oudsten, bedekt met zakken, op hun aangezichten.

21:17
대기

En David zeide tot God: Ben ik het niet, die gezegd heb, dat men het volk tellen zou? Ja, ik zelf ben het, die gezondigd en zeer kwalijk gehandeld heb; maar deze schapen, wat hebben die gedaan? O HEERE, mijn God, dat toch Uw hand tegen mij, en tegen het huis mijns vaders zij, maar niet tegen Uw volk ter plage.

21:18
대기

Toen zeide de engel des HEEREN tot Gad, dat hij David zeggen zou, dat David zou opgaan, om den HEERE een altaar op te richten op den dorsvloer van Ornan, den Jebusiet.

21:19
대기

Zo ging dan David op naar het woord van Gad, dat hij in den Naam des HEEREN gesproken had.

21:20
대기

Toen zich Ornan wendde, zo zag hij den engel; en zijn vier zonen, die bij hem waren, verstaken zich; en Ornan dorste tarwe.

21:21
대기

En David kwam tot Ornan; en Ornan zag toe, en zag David; zo ging hij uit den dorsvloer, en boog zich neder voor David, met het aangezicht ter aarde.

21:22
대기

En David zeide tot Ornan: Geef mij de plaats des dorsvloers, dat ik op dezelve den HEERE een altaar bouwe; geef ze mij voor het volle geld, opdat deze plage opgehouden worde van over het volk.

21:23
대기

Toen zeide Ornan tot David: Neem ze maar henen, en mijn heer de koning doe wat goed is in zijn ogen; zie, ik geef deze runderen tot brandofferen, en deze sleden tot hout, en de tarwe tot spijsoffer; ik geef het al.

21:24
대기

En de koning David zeide tot Ornan: Neen, maar ik zal het zekerlijk kopen voor het volle geld; want ik zal voor den HEERE niet nemen wat uw is, dat ik een brandoffer om niet offere.

21:25
대기

En David gaf aan Ornan voor die plaats zeshonderd gouden sikkelen van gewicht.

21:26
대기

Toen bouwde David aldaar den HEERE een altaar, en hij offerde brandofferen en dankofferen. Als hij den HEERE aanriep, zo antwoordde Hij hem door vuur uit den hemel, op het brandofferaltaar.

21:27
대기

En de HEERE zeide tot den engel, dat hij zijn zwaard weder in zijn schede steken zou.

21:28
대기

Ter zelfder tijd, toen David zag, dat de HEERE hem geantwoord had op den dorsvloer van Ornan, den Jebusiet, zo offerde hij aldaar;

21:29
대기

Want de tabernakel des HEEREN, dien Mozes in de woestijn gemaakt had, en het altaar des brandoffers, was te dier tijd op de hoogte te Gibeon.

21:30
대기

David nu kon niet heengaan voor hetzelve, om God te zoeken; want hij was verschrikt voor het zwaard van den engel des HEEREN.