scripture.how Bible Copywork
EN

Copywork

Dutch 1917 2 Kings 2장

Copywork is not a speed-typing drill but time to re-hold the words and flow of Scripture, one verse at a time. Your input is saved temporarily in this browser, and to your account when you are signed in.

KO Korean
ZH Chinese
JA Japanese
HI Hindi
BN Bengali
TA Tamil
TE Telugu
ML Malayalam
FA Persian
MY Burmese
NE Nepali
MR Marathi
KN Kannada
HA Hausa
YO Yoruba
SW Swahili
IG Igbo
ID Indonesian
TSI
PT Portuguese
VI Vietnamese
AR Arabic
AVD
RU Russian
UK Ukrainian
RO Romanian
BTF
IT Italian
FI Finnish
TO Tongan
HR Croatian
SR Serbian
TR Turkish
HU Hungarian
PL Polish
SK Slovak
LA Latin
NL Dutch
CS Czech
FR French
ES Spanish
DE German
ETC Other languages

Practice by section · 2 Kings

1:1-8 Elijah and the Messengers of King Ahaziah 1:9-16 Two Captains of Fifty Consumed by Fire and the Third Company 1:17-18 The Death of Ahaziah and the Succession of Joram 2:1-12 Elijah Taken Up to Heaven in a Whirlwind 2:13-18 Elisha Receives a Double Portion of Elijah's Spirit 2:19-25 Healing the Water of Jericho and the Boys Who Mocked at Bethel 3:1-12 The Alliance of Three Kings Against Moab 3:13-27 Elisha's Prophecy and Victory Over Moab 4:1-7 The Miracle of the Widow's Jar of Oil 4:8-17 The Shunammite Woman and the Promised Son 4:18-37 Elisha Raises the Dead Son to Life 4:38-44 The Deadly Stew Purified and a Hundred Men Fed 5:1-14 Naaman the Aramean Commander Healed of Leprosy 5:15-19 Naaman's Confession of Faith and Elisha's Refusal 5:20-27 Leprosy Strikes the Greedy Gehazi 6:1-7 The Axe Head That Floated 6:8-23 Elisha Strikes the Aramean Army with Blindness 6:24-33 The Siege of Samaria and the Severe Famine 7:1-2 Elisha's Prophecy of Deliverance from Famine 7:3-11 The Lepers Who Discovered the Deserted Aramean Camp 7:12-20 The Prophecy Fulfilled and the Officer Trampled to Death 8:1-6 The Shunammite Woman's Land Restored 8:7-15 The Prophecy of Hazael's Kingship Over Aram 8:16-24 The Wicked Reign of Jehoram King of Judah 8:25-29 The Accession of Ahaziah King of Judah 9:1-13 The Anointing of Jehu and His Proclamation as King 9:14-29 Jehu Kills Joram and Ahaziah 9:30-37 Jezebel Thrown Down from the Window and Killed 10:1-11 Jehu Destroys Ahab's Seventy Sons 10:12-17 The Slaughter of Ahaziah's Relatives and the House of Ahab 10:18-28 Jehu's Scheme to Massacre the Worshipers of Baal 10:29-36 Jehu's Limitations and the End of His Reign 11:1-3 Jehosheba Hides the Royal Heir and Athaliah's Usurpation 11:4-16 Jehoiada's Coup and the Accession of Joash 11:17-21 Renewal of the Covenant and the Destruction of Baal's Temple 12:1-16 Joash Orders the Repair of the Temple 12:17-21 Hazael's Invasion and the Death of Joash 13:1-9 The Evil of Jehoahaz and the Oppression by Aram 13:10-13 The Reign of Jehoash King of Israel 13:14-21 Elisha's Final Prophecy and His Death 13:22-25 The Cities Recovered from Aram 14:1-7 The Reign of Amaziah King of Judah 14:8-22 The Prideful War with Israel and the Defeat 14:23-29 The Reign of Jeroboam II King of Israel 15:1-7 The Reign of Azariah (Uzziah) King of Judah 15:8-16 The Brief Reigns of Zechariah and Shallum 15:17-22 The Reign of Menahem and the Tribute to Assyria 15:23-31 The Reigns of Pekahiah and Pekah 15:32-38 The Reign of Jotham King of Judah 16:1-9 Ahaz's Idolatry and Reliance on Assyria 16:10-20 Ahaz's Corruption in Copying the Pagan Altar 17:1-6 The Reign of Hoshea and the Fall of Samaria 17:7-23 The Sins That Caused the Fall of the Northern Kingdom 17:24-41 The Syncretism of the Foreign Peoples Resettled in Samaria 18:1-12 Hezekiah's Religious Reform 18:13-37 Sennacherib's Invasion and the Threats of the Rabshakeh 19:1-13 Hezekiah Seeks Help from Isaiah 19:14-34 Hezekiah's Prayer and the Prophecy Against Sennacherib 19:35-37 The Destruction of the Assyrian Army and Sennacherib's End 20:1-11 Hezekiah's Healing and the Extension of His Life 20:12-21 Hezekiah's Pride in Receiving the Babylonian Envoys 21:1-18 Manasseh's Extreme Idolatry and the Prophecy of Judgment 21:19-26 The Wickedness and Death of Amon 22:1-13 The Book of the Law Found During the Temple Repairs 22:14-20 The Prophecy of the Prophetess Huldah 23:1-20 Renewal of the Covenant and Josiah's Religious Reform 23:21-27 The Passover Kept After Long Neglect and the Completion of the Reform 23:28-37 The Death of Josiah and the Deposing of Jehoahaz 24:1-7 Jehoiakim's Rebellion and the Invasion of Babylon 24:8-17 Jehoiachin's Surrender and the First Exile 24:18-20 The Accession and Rebellion of Zedekiah 25:1-7 The Fall of Jerusalem and the Tragedy of Zedekiah 25:8-21 The Destruction of the Temple and the Babylonian Exile 25:22-26 Gedaliah's Governorship and Assassination 25:27-30 Jehoiachin Released from Prison
2:1
Waiting

Het geschiedde nu, als de HEERE Elia met een onweder ten hemel opnemen zou, dat Elia met Elisa ging van Gilgal.

2:2
Waiting

En Elia zeide tot Elisa: Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar Beth-El gezonden. Maar Elisa zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! Alzo gingen zij af naar Beth-El.

2:3
Waiting

Toen gingen de zonen der profeten, die te Beth-El waren, tot Elisa uit, en zeiden tot hem: Weet gij, dat de HEERE heden uw heer van uw hoofd wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil.

2:4
Waiting

En Elia zeide tot hem: Elisa, blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar Jericho gezonden. Maar hij zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! Alzo kwamen zij te Jericho.

2:5
Waiting

Toen traden de zonen der profeten, die te Jericho waren, naar Elisa toe, en zeiden tot hem: Weet gij, dat de HEERE heden uw heer van uw hoofd wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil.

2:6
Waiting

En Elia zeide tot hem: Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! En zij beiden gingen henen.

2:7
Waiting

En vijftig mannen van de zonen der profeten gingen henen, en stonden tegenover van verre; en die beiden stonden aan de Jordaan.

2:8
Waiting

Toen nam Elia zijn mantel, en wond hem samen, en sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld; en zij beiden gingen er door op het droge.

2:9
Waiting

Het geschiedde nu, als zij overgekomen waren, dat Elia zeide tot Elisa: Begeer wat ik u doen zal, eer ik van bij u weggenomen worde. En Elisa zeide: Dat toch twee delen van uw geest op mij zijn!

2:10
Waiting

En hij zeide: Gij hebt een harde zaak begeerd; indien gij mij zult zien, als ik van bij u weggenomen worde, het zal u alzo geschieden; doch zo niet, het zal niet geschieden.

2:11
Waiting

En het gebeurde, als zij voortgingen, gaande en sprekende, ziet, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elia met een onweder ten hemel.

2:12
Waiting

En Elisa zag het, en hij riep: Mijn vader, mijn vader, wagen Israels en zijn ruiteren! En hij zag hem niet meer; en hij vatte zijn klederen en scheurde ze in twee stukken.

2:13
Waiting

Hij hief ook Elia's mantel op, die van hem afgevallen was, en keerde weder, en stond aan den oever van de Jordaan.

2:14
Waiting

En hij nam den mantel van Elia, die van hem afgevallen was, en sloeg het water, en zeide: Waar is de HEERE, de God van Elia? Ja, Dezelve? En hij sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld, en Elisa ging er door.

2:15
Waiting

Als nu de kinderen der profeten, die tegenover te Jericho waren, hem zagen, zo zeiden zij: De geest van Elia rust op Elisa; en zij kwamen hem tegemoet, en bogen zich voor hem neder ter aarde.

2:16
Waiting

En zij zeiden tot hem: Zie nu, er zijn bij uw knechten vijftig dappere mannen; laat hen toch heengaan, en uw heer zoeken, of niet misschien de Geest des HEEREN hem opgenomen, en op een der bergen, of in een der dalen hem geworpen heeft. Doch hij zeide: Zendt niet.

2:17
Waiting

Maar zij hielden bij hem aan tot schamens toe; en hij zeide: Zendt. En zij zonden vijftig mannen, die drie dagen zochten, doch hem niet vonden.

2:18
Waiting

Toen kwamen zij weder tot hem, daar hij te Jericho gebleven was; en hij zeide tot hen: Heb ik tot ulieden niet gezegd: Gaat niet?

2:19
Waiting

En de mannen der stad zeiden tot Elisa: Zie toch, de woning dezer stad is goed, gelijk als mijn heer ziet; maar het water is kwaad, en het land onvruchtbaar.

2:20
Waiting

En hij zeide: Brengt mij een nieuwe schaal, en legt er zout in. En zij brachten ze tot hem.

2:21
Waiting

Toen ging hij uit tot de waterwel, en wierp het zout daarin, en zeide: Zo zegt de HEERE: Ik heb dit water gezond gemaakt, er zal geen dood noch onvruchtbaarheid meer van worden.

2:22
Waiting

Alzo werd dat water gezond, tot op dezen dag, naar het woord van Elisa, dat hij gesproken had.

2:23
Waiting

En hij ging van daar op naar Beth-El. Als hij nu den weg opging, zo kwamen kleine jongens uit de stad; die bespotten hem, en zeiden tot hem: Kaalkop, ga op, kaalkop, ga op!

2:24
Waiting

En hij keerde zich achterom, en hij zag ze, en vloekte hen, in den Naam des HEEREN. Toen kwamen twee beren uit het woud, en verscheurden van dezelve twee en veertig kinderen.

2:25
Waiting

En hij ging van daar naar den berg Karmel; en van daar keerde hij weder naar Samaria.