scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 사무엘하 16장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 사무엘하

1:1-16 David Hears of Saul's Death 1:17-27 David's Lament for Saul and Jonathan 2:1-7 David Anointed King of Judah 2:8-11 Ish-bosheth Made King of Israel 2:12-32 The Battle at the Pool of Gibeon and the Death of Asahel 3:1-5 The Long War Between the Houses of David and Saul 3:6-21 Abner Goes Over to David 3:22-30 Joab Kills Abner 3:31-39 David Mourns the Death of Abner 4:1-8 Ish-bosheth Is Murdered 4:9-12 David Executes the Murderers 5:1-5 David Made King of All Israel 5:6-16 Jerusalem Captured as the City of David 5:17-25 David Defeats the Philistines Twice 6:1-11 Uzzah Dies While Moving the Ark 6:12-23 David Dances as the Ark Enters Jerusalem 7:1-17 God Forbids the Temple but Promises a House 7:18-29 David's Prayer in Response to the Covenant 8:1-18 David's Conquests and Reign 9:1-13 David Shows Kindness to Mephibosheth 10:1-19 The War Against the Ammonites and Arameans 11:1-13 David Sins with Bathsheba 11:14-27 Uriah Sent to His Death 12:1-14 Nathan's Rebuke and David's Repentance 12:15-25 The Death of the Child and the Birth of Solomon 12:26-31 The Capture of Rabbah 13:1-22 Amnon Violates Tamar 13:23-39 Absalom Kills Amnon and Flees 14:1-20 Joab Sends the Woman of Tekoa 14:21-33 Absalom Returns to Jerusalem 15:1-12 Absalom Steals the People's Hearts and Rebels 15:13-37 David Flees from Jerusalem 16:1-14 David Meets Ziba and Shimei 16:15-23 Ahithophel's Counsel and Absalom's Deeds 17:1-14 Hushai Defeats Ahithophel's Counsel 17:15-29 Warning Brought to David and His Escape 18:1-18 Absalom's Army Is Defeated 18:19-33 David Is Told of Absalom's Death 19:1-8 Joab Rebukes David's Grief 19:9-30 David Returns to Jerusalem 19:31-43 Farewell to Barzillai and Strife Among the Tribes 20:1-13 The Rebellion of Sheba 20:14-26 The End of Sheba and David's Officials 21:1-14 Famine and the Gibeonites' Revenge 21:15-22 Battles with the Philistine Giants 22:1-51 David's Song of Thanksgiving 23:1-7 The Last Words of David 23:8-39 David's Mighty Men 24:1-17 David's Census and Its Punishment 24:18-25 David Builds an Altar at the Threshing Floor of Araunah
16:1
대기

Als nu David een weinig van de hoogte was voortgegaan, ziet, toen ontmoette hem Ziba, Mefiboseths jongen, met een paar gezadelde ezelen, en daarop tweehonderd broden, met honderd stukken rozijnen, en honderd stukken zomervruchten, en een lederen zak wijns.

16:2
대기

En de koning zeide tot Ziba: Wat zult gij daarmede? En Ziba zeide: De ezels zijn voor het huis des konings, om op te rijden en het brood en de zomervruchten, om te eten voor de jongens; en de wijn, opdat de moeden in de woestijn drinken.

16:3
대기

Toen zeide de koning: Waar is dan de zoon uws heren? En Ziba zeide tot den koning: Zie, hij blijft te Jeruzalem, want hij zeide: Heden zal mij het huis Israels mijns vaders koninkrijk wedergeven.

16:4
대기

Zo zeide de koning tot Ziba: Zie, het zal het uwe zijn alles wat Mefiboseth heeft. En Ziba zeide: Ik buig mij neder, laat mij genade vinden in uw ogen, mijn heer koning!

16:5
대기

Als nu de koning David tot aan Bahurim kwam, ziet, toen kwam van daar een man uit, van het geslacht van het huis van Saul, wiens naam was Simei, de zoon van Gera; hij ging steeds voort, en vloekte.

16:6
대기

En hij wierp David met stenen, mitsgaders alle knechten van den koning David, hoewel al het volk en al de helden aan zijn rechter- en aan zijn linkerhand waren.

16:7
대기

Aldus nu zeide Simei in zijn vloeken: Ga uit, ga uit, gij, man des bloeds, en gij, Belials man!

16:8
대기

De HEERE heeft op u doen wederkomen al het bloed van Sauls huis, in wiens plaats gij geregeerd hebt; nu heeft de HEERE het koninkrijk gegeven in de hand van Absalom, uw zoon; zie nu, gij zijt in uw ongeluk, omdat gij een man des bloeds zijt.

16:9
대기

Toen zeide Abisai, de zoon van Zeruja, tot den koning: Waarom zou deze dode hond mijn heer den koning vloeken? Laat mij toch overgaan en zijn kop wegnemen.

16:10
대기

Maar de koning zeide: Wat heb ik met u te doen, gij zonen van Zeruja? Ja, laat hem vloeken; want de HEERE toch heeft tot hem gezegd: Vloek David; wie zou dan zeggen: Waarom hebt gij alzo gedaan?

16:11
대기

Voorts zeide David tot Abisai en tot al zijn knechten: Ziet, mijn zoon, die van mijn lijf is voortgekomen, zoekt mijn ziel; hoeveel te meer dan nu deze zoon van Jemini? Laat hem geworden, dat hij vloeke, want de HEERE heeft het hem gezegd.

16:12
대기

Misschien zal de HEERE mijn ellende aanzien; en de HEERE zal mij goed vergelden voor zijn vloek, te dezen dage.

16:13
대기

Alzo ging David met zijn lieden op den weg; en Simei ging al voort langs de zijde des bergs tegen hem over, en vloekte, en wierp met stenen van tegenover hem, en stoof met stof.

16:14
대기

En de koning kwam in, en al het volk, dat met hem was, moede zijnde; en hij verkwikte zich aldaar.

16:15
대기

Absalom nu en al het volk, de mannen van Israel, kwamen te Jeruzalem, en Achitofel met hem.

16:16
대기

En het geschiedde, als Husai, de Archiet, Davids vriend, tot Absalom kwam, dat Husai tot Absalom zeide: De koning leve, de koning leve!

16:17
대기

Maar Absalom zeide tot Husai: Is dit uw weldadigheid aan uw vriend? Waarom zijt gij niet met uw vriend getogen?

16:18
대기

En Husai zeide tot Absalom: Neen, maar welken de HEERE verkiest, en al dit volk, en alle mannen van Israel, diens zal ik zijn, en bij hem zal ik blijven.

16:19
대기

En ten andere, wien zou ik dienen? Zou het niet zijn voor het aangezicht zijns zoons? Gelijk als ik voor het aangezicht uws vaders gediend heb, alzo zal ik voor uw aangezicht zijn.

16:20
대기

Toen zeide Absalom tot Achitofel: Geeft onder ulieden raad, wat zullen wij doen?

16:21
대기

En Achitofel zeide tot Absalom: Ga in tot de bijwijven uws vaders, die hij gelaten heeft om het huis te bewaren; zo zal gans Israel horen, dat gij bij uw vader stinkende zijt geworden, en de handen van allen, die met u zijn, zullen gesterkt worden.

16:22
대기

Zo spanden zij Absalom een tent op het dak; en Absalom ging in tot de bijwijven zijns vaders, voor de ogen van het ganse Israel.

16:23
대기

En in die dagen was Achitofels raad, dien hij raadde, als of men naar Gods woord gevraagd had; alzo was alle raad van Achitofel, zo bij David als bij Absalom.