scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Daniel 1장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Daniel

1:1-16 Daniel and His Three Friends Refuse the King's Food 1:17-21 Four Young Men Given Wisdom Stand Before the King 2:1-13 Nebuchadnezzar's Forgotten Dream and the Wise Men's Distress 2:14-23 Daniel Prays for the Mystery and Receives an Answer 2:24-35 Daniel Reveals the Dream Before the King 2:36-45 The Dream of the Great Statue and the Eternal Kingdom 2:46-49 The King Exalts Daniel and Promotes His Three Friends 3:1-7 The Golden Image Is Set Up and Worship Is Commanded 3:8-18 The Three Friends Accused and Their Confession Before the King 3:19-27 The Three Friends Delivered from the Fiery Furnace 3:28-30 Nebuchadnezzar Praises Their God 4:1-18 Nebuchadnezzar Has a Terrifying Dream 4:19-27 Daniel Interprets the Dream of the Great Tree 4:28-33 The Proud King Is Driven Away Like a Beast 4:34-37 The King's Restoration and Praise When His Reason Returns 5:1-12 Belshazzar's Feast and the Writing on the Wall 5:13-28 Daniel Rebukes the King and Interprets the Writing 5:29-31 The Death of Belshazzar and the Fall of the Kingdom 6:1-9 Daniel Exalted Under Darius and the Plot Against Him 6:10-17 Daniel Prays Faithfully and Is Accused 6:18-24 Daniel Delivered from the Lions' Den 6:25-28 Darius's Decree and Daniel's Prosperity 7:1-8 The Vision of the Four Beasts Coming Up from the Sea 7:9-14 The Ancient of Days and One Like a Son of Man 7:15-28 The Interpretation of the Vision and the War of the Little Horn 8:1-14 The Vision of the Ram and the Goat 8:15-27 Gabriel Interprets the Vision 9:1-19 Daniel Confesses the People's Sin and Prays 9:20-27 Gabriel Brings the Prophecy of the Seventy Weeks 10:1-9 A Glorious Vision by the Tigris River 10:10-21 The Messenger Who Raises and Comforts Daniel 11:1-20 The Ceaseless Wars of the Kings of the South and North 11:21-35 The Rise of a Contemptible Man and the Defiling of the Sanctuary 11:36-45 The End of the King Who Exalts Himself 12:1-4 The Tribulation of the End Times and the Promise of Resurrection 12:5-13 The Sealed Words Concerning the End and the Blessed Ones
1:1
待機

In het derde jaar des koninkrijks van Jojakim, den koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, te Jeruzalem, en belegerde haar.

1:2
待機

En de HEERE gaf Jojakim, den koning van Juda, in zijn hand, en een deel der vaten van het huis Gods; en hij bracht ze in het land van Sinear, in het huis zijns gods; en de vaten bracht hij in het schathuis zijns gods.

1:3
待機

En de koning zeide tot Aspenaz, den overste zijner kamerlingen, dat hij voorbrengen zou enigen uit de kinderen Israels, te weten, uit het koninklijk zaad, en uit de prinsen;

1:4
待機

Jongelingen, aan dewelke geen gebrek ware, maar schoon van aangezicht, en vernuftig in alle wijsheid, en ervaren in wetenschap, en kloek van verstand, en in dewelke bekwaamheid ware, om te staan in des konings paleis; en dat men hen onderwees in de boeken en spraak der Chaldeen.

1:5
待機

En de koning verordende hun, wat men ze dag bij dag geven zou van de stukken der spijs des konings, en van den wijn zijns dranks, en dat men hen drie jaren alzo optoog, en dat zij ten einde derzelve zouden staan voor het aangezicht des konings.

1:6
待機

Onder dezelve nu waren uit de kinderen van Juda: Daniel, Hananja, Misael en Azarja.

1:7
待機

En de overste der kamerlingen gaf hun andere namen, en Daniel noemde hij Beltsazar, en Hananja Sadrach, en Misael Mesach, en Azarja Abed-nego.

1:8
待機

Daniel nu nam voor in zijn hart, dat hij zich niet zou ontreinigen met de stukken van de spijs des konings, noch met den wijn zijns dranks; daarom verzocht hij van den overste der kamerlingen, dat hij zich niet mocht ontreinigen.

1:9
待機

En God gaf Daniel genade en barmhartigheid voor het aangezicht van den overste der kamerlingen.

1:10
待機

Want de overste der kamerlingen zeide tot Daniel: Ik vreze mijn heer, den koning, die ulieder spijs, en ulieder drank verordend heeft; want waarom zou hij ulieder aangezichten droeviger zien, dan der jongelingen, die in gelijkheid met ulieden zijn? Alzo zoudt gij mijn hoofd bij den koning schuldig maken.

1:11
待機

Toen zeide Daniel tot Melzar, dien de overste der kamerlingen gesteld had over Daniel, Hananja, Misael en Azarja:

1:12
待機

Beproef toch uw knechten tien dagen lang, en men geve ons van het gezaaide te eten, en water te drinken.

1:13
待機

En men zie voor uw aangezicht onze gedaanten, en de gedaante der jongelingen, die de stukken van de spijs des konings eten; en doe met uw knechten, naar dat gij zien zult.

1:14
待機

Toen hoorde hij hen in deze zaak, en hij beproefde ze tien dagen.

1:15
待機

Ten einde nu der tien dagen, zag men, dat hun gedaanten schoner waren, en zij vetter waren van vlees dan al de jongelingen, die de stukken van de spijze des konings aten.

1:16
待機

Toen geschiedde het, dat Melzar de stukken hunner spijs wegnam, mitsgaders den wijn huns dranks, en hij gaf hun van het gezaaide.

1:17
待機

Aan deze vier jongelingen nu gaf God wetenschap en verstand in alle boeken, en wijsheid; maar Daniel gaf Hij verstand in allerlei gezichten en dromen.

1:18
待機

Ten einde nu der dagen, waarvan de koning gezegd had, dat men hen zou inbrengen, zo bracht ze de overste der kamerlingen in voor het aangezicht van Nebukadnezar,

1:19
待機

En de koning sprak met hen; doch er werd uit hen allen niemand gevonden, gelijk Daniel, Hananja, Misael en Azarja; en zij stonden voor het aangezicht des konings.

1:20
待機

En in alle zaken van verstandige wijsheid, die de koning hun afvroeg, zo vond hij hen tienmaal boven al de tovenaars en sterrekijkers, die in zijn ganse koninkrijk waren.

1:21
待機

En Daniel bleef tot het eerste jaar van den koning Kores toe.