scripture.how Bible Copywork
EN

Copywork

Dutch 1917 Joshua 4장

Copywork is not a speed-typing drill but time to re-hold the words and flow of Scripture, one verse at a time. Your input is saved temporarily in this browser, and to your account when you are signed in.

KO Korean
ZH Chinese
JA Japanese
HI Hindi
BN Bengali
TA Tamil
TE Telugu
ML Malayalam
FA Persian
MY Burmese
NE Nepali
MR Marathi
KN Kannada
HA Hausa
YO Yoruba
SW Swahili
IG Igbo
ID Indonesian
TSI
PT Portuguese
VI Vietnamese
AR Arabic
AVD
RU Russian
UK Ukrainian
RO Romanian
BTF
IT Italian
FI Finnish
TO Tongan
HR Croatian
SR Serbian
TR Turkish
HU Hungarian
PL Polish
SK Slovak
LA Latin
NL Dutch
CS Czech
FR French
ES Spanish
DE German
ETC Other languages

Practice by section · Joshua

1:1-9 The LORD Commands Joshua 1:10-11 Orders to Prepare to Cross the Jordan 1:12-18 The Promise of Reuben, Gad, and the Half-Tribe of Manasseh 2:1-7 Rahab Hides the Spies 2:8-21 The Oath of Rahab and the Spies 2:22-24 The Spies Return and Report 3:1-6 The People Come to the Jordan River 3:7-13 Instructions for Crossing the Jordan 3:14-17 Crossing the Jordan on Dry Ground 4:1-14 Twelve Memorial Stones Set Up 4:15-18 The Priests Come Up from the Jordan 4:19-24 The Meaning of the Twelve Stones at Gilgal 5:1-9 Circumcision Renewed at Gilgal 5:10-12 The First Passover in Canaan 5:13-15 The Commander of the LORD's Army 6:1-7 The Command to March Around Jericho 6:8-19 Marching Around the City for Seven Days 6:20-25 The Fall of Jericho 6:26-27 The Curse on Jericho and Joshua's Fame 7:1-5 Achan's Sin and the Defeat at Ai 7:6-15 Joshua's Lament and the LORD's Answer 7:16-21 Achan's Sin Is Exposed 7:22-26 Achan Punished in the Valley of Achor 8:1-13 The Ambush Plan to Attack Ai 8:14-29 The Capture of Ai 8:30-35 The Altar on Mount Ebal and the Reading of the Law 9:1-15 The Deception of the Gibeonites 9:16-27 The Gibeonites Made Servants 10:1-11 Five Kings Attack Gibeon 10:12-15 The Sun and Moon Stand Still 10:16-27 The Five Kings Hidden in the Cave at Makkedah 10:28-43 The Conquest of the Southern Cities 11:1-15 The Northern Coalition Defeated at the Waters of Merom 11:16-23 The Whole Land Joshua Conquered 12:1-6 Kings Defeated East of the Jordan 12:7-24 Kings Defeated West of the Jordan 13:1-7 The Land Yet to Be Conquered 13:8-33 The Inheritance of the Tribes East of the Jordan 14:1-5 The Division of the Land of Canaan Begins 14:6-15 Caleb Receives Hebron as His Inheritance 15:1-12 The Boundaries of the Tribe of Judah 15:13-19 The Story of Caleb, Othniel, and Achsah 15:20-63 The List of the Cities of Judah 16:1-4 The Borders of the Descendants of Ephraim and Manasseh 16:5-10 The Inheritance of the Tribe of Ephraim 17:1-13 The Inheritance of the Half-Tribe of Manasseh 17:14-18 The People of Joseph Ask for More Land 18:1-10 The Tent of Meeting Set Up at Shiloh and the Land Surveyed 18:11-28 The Borders and Cities of the Tribe of Benjamin 19:1-9 The Inheritance of the Tribe of Simeon 19:10-16 The Inheritance of the Tribe of Zebulun 19:17-23 The Inheritance of the Tribe of Issachar 19:24-31 The Inheritance of the Tribe of Asher 19:32-39 The Inheritance of the Tribe of Naphtali 19:40-48 The Inheritance of the Tribe of Dan 19:49-51 The Inheritance Given to Joshua 20:1-9 The Cities of Refuge Appointed 21:1-8 Cities Requested for the Levites 21:9-42 The Cities Allotted to the Levites 21:43-45 All the LORD's Promises Fulfilled 22:1-9 The Eastern Tribes Sent Home 22:10-20 The Misunderstanding over the Altar by the Jordan 22:21-34 The Reason for Building the Altar Explained 23:1-16 Joshua's Final Exhortation 24:1-28 The Covenant Renewed at Shechem 24:29-33 The Deaths of Joshua and Eleazar
4:1
Waiting

Het geschiedde nu, toen al het volk geeindigd had over de Jordaan te trekken, dat de HEERE tot Jozua sprak, zeggende:

4:2
Waiting

Neemt gijlieden u twaalf mannen uit het volk, uit elken stam een man.

4:3
Waiting

En gebiedt hun, zeggende: Neemt voor ulieden op, van hier uit het midden van de Jordaan, uit de standplaats van de voeten der priesteren, en bereidt twaalf stenen, en brengt ze met ulieden over, en stelt ze in het nachtleger, waar gij dezen nacht zult vernachten.

4:4
Waiting

Jozua dan riep die twaalf mannen, die hij had doen bestellen van de kinderen Israels, uit elken stam een man.

4:5
Waiting

En Jozua zeide tot hen: Gaat over voor de ark des HEEREN, uws Gods, midden in de Jordaan; en heft u een ieder een steen op zijn schouder, naar het getal der stammen van de kinderen Israels;

4:6
Waiting

Opdat dit een teken zij onder ulieden; wanneer uw kinderen morgen vragen zullen, zeggende: Wat zijn u deze stenen?

4:7
Waiting

Zo zult gij tot hen zeggen: Omdat de wateren van de Jordaan zijn afgesneden geweest voor de ark des verbonds des HEEREN; als zij toog door de Jordaan, werden de wateren van de Jordaan afgesneden; zo zullen deze stenen den kinderen Israels ter gedachtenis zijn tot in eeuwigheid.

4:8
Waiting

De kinderen Israels nu deden alzo, gelijk als Jozua geboden had; en zij namen twaalf stenen op midden uit de Jordaan, gelijk als de HEERE tot Jozua gesproken had, naar het getal der stammen van de kinderen Israels en zij brachten ze met zich over naar het nachtleger, en stelden ze aldaar.

4:9
Waiting

Jozua richtte ook twaalf stenen op, midden in de Jordaan, ter standplaats van de voeten der priesteren, die de ark des verbonds droegen; en zij zijn daar tot op dezen dag.

4:10
Waiting

De priesters nu, die de ark droegen, stonden midden in de Jordaan, totdat alle ding volbracht was, hetwelk de HEERE Jozua geboden had het volk aan te zeggen, naar al wat Mozes Jozua geboden had. En het volk haastte, en het trok over.

4:11
Waiting

En het geschiedde, als al het volk geeindigd had over te gaan, toen ging de ark des HEEREN over, en de priesters voor het aangezicht des volks.

4:12
Waiting

En de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, mitsgaders de halve stam van Manasse, trokken gewapend voor het aangezicht der kinderen Israels, gelijk als Mozes tot hen gesproken had.

4:13
Waiting

Omtrent veertig duizend toegeruste krijgsmannen trokken er voor het aangezicht des HEEREN ten strijde, naar de vlakke velden van Jericho.

4:14
Waiting

Te dienzelven dage maakte de HEERE Jozua groot voor de ogen van het ganse Israel; en zij vreesden hem, gelijk als zij Mozes gevreesd hadden, al de dagen zijns levens.

4:15
Waiting

De HEERE dan sprak tot Jozua, zeggende:

4:16
Waiting

Gebied den priesteren, die de ark der getuigenis dragen, dat zij uit de Jordaan opklimmen.

4:17
Waiting

Toen gebood Jozua den priesteren, zeggende: Klimt op uit den Jordaan.

4:18
Waiting

En het geschiedde, toen de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, uit het midden van de Jordaan opgeklommen waren, en de voetzolen der priesteren afgetrokken waren tot op het droge; zo keerden de wateren van de Jordaan weder in hun plaats, en gingen als gisteren en eergisteren aan al haar oevers.

4:19
Waiting

Het volk nu was den tienden der eerste maand uit de Jordaan opgeklommen; en zij legerden zich te Gilgal, aan het oosteinde van Jericho.

4:20
Waiting

En Jozua richtte die twaalf stenen te Gilgal op, die zij uit de Jordaan genomen hadden.

4:21
Waiting

En hij sprak tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer uw kinderen morgen hun vaderen vragen zullen, zeggende: Wat zijn deze stenen?

4:22
Waiting

Zo zult gij het uw kinderen te kennen geven, zeggende: Op het droge is Israel door deze Jordaan gegaan.

4:23
Waiting

Want de HEERE, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezichten doen uitdrogen, totdat gijlieden er waart doorgegaan; gelijk als de HEERE, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht heeft doen uitdrogen, totdat wij daardoor gegaan waren;

4:24
Waiting

Opdat alle volken der aarde de hand des HEEREN kennen zouden, dat zij sterk is; opdat gijlieden den HEERE, uw God, vrezet te allen dage.