scripture.how Bible Copywork
EN

Copywork

Dutch 1917 Matthew 25장

Copywork is not a speed-typing drill but time to re-hold the words and flow of Scripture, one verse at a time. Your input is saved temporarily in this browser, and to your account when you are signed in.

KO Korean
ZH Chinese
JA Japanese
HI Hindi
BN Bengali
TA Tamil
TE Telugu
ML Malayalam
FA Persian
MY Burmese
NE Nepali
MR Marathi
KN Kannada
HA Hausa
YO Yoruba
SW Swahili
IG Igbo
ID Indonesian
TSI
PT Portuguese
VI Vietnamese
AR Arabic
AVD
RU Russian
UK Ukrainian
RO Romanian
BTF
IT Italian
FI Finnish
TO Tongan
HR Croatian
SR Serbian
TR Turkish
HU Hungarian
PL Polish
SK Slovak
LA Latin
NL Dutch
CS Czech
FR French
ES Spanish
DE German
ETC Other languages

Practice by section · Matthew

1:1-17 The Genealogy of Jesus Christ 1:18-25 The Birth of Jesus 2:1-12 The Visit of the Magi 2:13-15 The Escape to Egypt 2:16-18 The Massacre of the Infants in Bethlehem 2:19-23 The Return from Egypt to Nazareth 3:1-12 The Witness of John the Baptist 3:13-17 The Baptism of Jesus 4:1-11 The Temptation in the Wilderness 4:12-17 Jesus Begins to Preach in Galilee 4:18-22 Jesus Calls Four Fishermen 4:23-25 Jesus Teaches and Heals 5:1-12 The Beatitudes 5:13-16 Salt and Light 5:17-20 The Fulfillment of the Law 5:21-26 Anger and Reconciliation 5:27-30 You Shall Not Commit Adultery 5:31-32 Teaching on Divorce 5:33-37 You Shall Not Swear Oaths 5:38-42 Do Not Repay Evil 5:43-48 Love Your Enemies 6:1-4 Give to the Needy in Secret 6:5-15 Teaching on Prayer 6:16-18 Teaching on Fasting 6:19-24 Store Up Treasures in Heaven 6:25-34 Do Not Be Anxious 7:1-6 Do Not Judge Others 7:7-12 Ask, Seek, Knock 7:13-14 Enter Through the Narrow Gate 7:15-23 A Tree and Its Fruit 7:24-29 The House Built on the Rock 8:1-4 Jesus Cleanses a Leper 8:5-13 The Faith of the Centurion 8:14-15 Jesus Heals Peter's Mother-in-Law 8:16-17 Jesus Heals Many 8:18-22 The Cost of Following Jesus 8:23-27 Jesus Calms the Storm 8:28-34 The Gadarene Demoniacs 9:1-8 Jesus Heals a Paralytic 9:9-13 Jesus Calls Matthew the Tax Collector 9:14-17 A Question About Fasting 9:18-26 Jairus's Daughter and the Bleeding Woman 9:27-31 Jesus Heals Two Blind Men 9:32-34 Jesus Heals a Man Unable to Speak 9:35-38 The Workers Are Few 10:1-15 Jesus Sends Out the Twelve Apostles 10:16-25 Coming Persecutions Foretold 10:26-33 Fear Him Who Is to Be Feared 10:34-39 Not Peace, but a Sword 10:40-42 Rewards for Receiving a Disciple 11:2-19 The Question from John the Baptist 11:20-24 Woe to the Unrepentant Cities 11:25-30 Come to Me, All Who Labor 12:1-8 Jesus Passes Through the Grainfields on the Sabbath 12:9-14 Jesus Heals a Man with a Withered Hand on the Sabbath 12:15-21 God's Chosen Servant 12:22-32 Jesus and Beelzebul 12:33-37 A Tree and Its Fruit 12:38-42 The Sign of Jonah 12:43-45 The Return of an Unclean Spirit 12:46-50 Who Are Jesus' True Family 13:1-9 The Parable of the Sower 13:10-17 The Purpose of the Parables 13:18-23 The Parable of the Sower Explained 13:24-30 The Parable of the Weeds 13:31-32 The Parable of the Mustard Seed 13:33-35 The Parable of the Leaven 13:36-43 The Parable of the Weeds Explained 13:44-46 The Parables of the Hidden Treasure and the Pearl 13:47-52 The Parable of the Net 13:53-58 Jesus Rejected at Nazareth 14:1-12 The Death of John the Baptist 14:13-21 Jesus Feeds the Five Thousand 14:22-33 Jesus Walks on the Water 14:34-36 Jesus Heals the Sick in Gennesaret 15:1-20 What Defiles a Person 15:21-28 The Faith of the Canaanite Woman 15:29-31 Jesus Heals Many 15:32-39 Jesus Feeds the Four Thousand 16:1-4 The Pharisees Demand a Sign 16:5-12 Beware of the Leaven of the Pharisees 16:13-20 Peter's Confession of Faith 16:21-28 Jesus Foretells His Death and Resurrection 17:1-9 The Transfiguration 17:10-13 The Question About Elijah 17:14-21 Jesus Heals a Boy with a Demon 17:22-23 Jesus Again Foretells His Death and Resurrection 17:24-27 Jesus Pays the Temple Tax 18:1-5 The Greatest in the Kingdom of Heaven 18:6-9 Warning Against Causing Others to Stumble 18:10-14 The Parable of the Lost Sheep 18:15-20 If Your Brother Sins Against You 18:21-35 The Parable of the Unforgiving Servant 19:1-12 Teaching on Divorce 19:13-15 Jesus Blesses the Little Children 19:16-30 The Rich Young Man 20:1-16 The Parable of the Workers in the Vineyard 20:17-19 Jesus Foretells His Death and Resurrection a Third Time 20:20-28 The Request of James and John's Mother 20:29-34 Jesus Heals the Blind Men at Jericho 21:1-11 The Triumphal Entry into Jerusalem 21:12-17 Jesus Cleanses the Temple 21:18-22 Jesus Curses the Barren Fig Tree 21:23-27 By What Authority Do You Do These Things 21:28-32 The Parable of the Two Sons 21:33-46 The Parable of the Tenants 22:1-14 The Parable of the Wedding Feast 22:15-22 Paying Taxes to Caesar 22:23-33 The Question About the Resurrection 22:34-40 The Greatest Commandment 22:41-46 Whose Son Is the Christ 23:1-12 Jesus Denounces the Scribes and Pharisees 23:13-36 Woe to the Hypocrites 23:37-39 Lament over Jerusalem 24:1-44 The Olivet Discourse (Signs of the End) 24:45-51 The Faithful and Wicked Servants 25:1-13 The Parable of the Ten Virgins 25:14-30 The Parable of the Talents 25:31-46 The Judgment of the Sheep and the Goats 26:1-5 The Plot to Kill Jesus 26:6-13 Mary Anoints Jesus with Perfume 26:14-16 Judas Agrees to Betray Jesus 26:17-19 Preparing the Passover Meal 26:20-25 Jesus Foretells His Betrayal 26:26-30 The Institution of the Lord's Supper 26:31-35 Jesus Foretells Peter's Denial 26:36-46 Jesus Prays in Gethsemane 26:47-56 The Betrayal and Arrest of Jesus 26:57-68 Jesus Before the Sanhedrin 26:69-75 Peter Denies Jesus 27:1-2 Jesus Delivered to Pilate 27:3-10 Judas Hangs Himself 27:11-26 Jesus Before Pilate 27:27-31 The Soldiers Mock Jesus 27:32-44 The Crucifixion 27:45-56 The Death of Jesus 27:57-61 The Burial of Jesus 27:62-66 The Guard at the Tomb 28:1-10 The Resurrection 28:11-15 The Report of the Guards 28:16-20 The Great Commission
25:1
Waiting

Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet.

25:2
Waiting

En vijf van haar waren wijzen, en vijf waren dwazen.

25:3
Waiting

Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich.

25:4
Waiting

Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen.

25:5
Waiting

Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap.

25:6
Waiting

En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet!

25:7
Waiting

Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen.

25:8
Waiting

En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit.

25:9
Waiting

Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelven.

25:10
Waiting

Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten.

25:11
Waiting

Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open!

25:12
Waiting

En hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet.

25:13
Waiting

Zo waakt dan; want gij weet den dag niet, noch de ure, in dewelke de Zoon des mensen komen zal.

25:14
Waiting

Want het is gelijk een mens, die buiten 's lands reizende, zijn dienstknechten riep, en gaf hun zijn goederen over.

25:15
Waiting

En den ene gaf hij vijf talenten, en den ander twee, en den derden een, een iegelijk naar zijn vermogen, en verreisde terstond.

25:16
Waiting

Die nu de vijf talenten ontvangen had, ging heen, en handelde daarmede, en won andere vijf talenten.

25:17
Waiting

Desgelijks ook die de twee ontvangen had, die won ook andere twee.

25:18
Waiting

Maar die het ene ontvangen had, ging heen en groef in de aarde, en verborg het geld zijns heren.

25:19
Waiting

En na een langen tijd kwam de heer van dezelve dienstknechten, en hield rekening met hen.

25:20
Waiting

En die de vijf talenten ontvangen had, kwam, en bracht tot hem andere vijf talenten, zeggende: Heer, vijf talenten hebt gij mij gegeven; zie, andere vijf talenten heb ik boven dezelve gewonnen.

25:21
Waiting

En zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren.

25:22
Waiting

En die de twee talenten ontvangen had, kwam ook tot hem, en zeide: Heer, twee talenten hebt gij mij gegeven; zie, twee andere talenten heb ik boven dezelve gewonnen.

25:23
Waiting

Zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren.

25:24
Waiting

Maar die het ene talent ontvangen had, kwam ook en zeide: Heer! ik kende u, dat gij een hard mens zijt, maaiende, waar gij niet gezaaid hebt, en vergaderende van daar, waar gij niet gestrooid hebt;

25:25
Waiting

En bevreesd zijnde, ben ik heengegaan, en heb uw talent verborgen in de aarde; zie, gij hebt het uwe.

25:26
Waiting

Maar zijn heer, antwoordende, zeide tot hem: Gij boze en luie dienstknecht! gij wist, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb, en van daar vergader, waar ik niet gestrooid heb.

25:27
Waiting

Zo moest gij dan mijn geld den wisselaren gedaan hebben, en ik, komende, zou het mijne wedergenomen hebben met woeker.

25:28
Waiting

Neemt dan van hem het talent weg, en geeft het dengene, die de tien talenten heeft.

25:29
Waiting

Want een iegelijk die heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van dengene, die niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.

25:30
Waiting

En werpt den onnutten dienstknecht uit in de buitenste duisternis; daar zal wening zijn en knersing der tanden.

25:31
Waiting

En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op den troon Zijner heerlijkheid.

25:32
Waiting

En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt.

25:33
Waiting

En Hij zal de schapen tot Zijn rechter hand zetten, maar de bokken tot Zijn linker hand.

25:34
Waiting

Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter hand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beerft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.

25:35
Waiting

Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd.

25:36
Waiting

Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen.

25:37
Waiting

Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven?

25:38
Waiting

En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed?

25:39
Waiting

En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen?

25:40
Waiting

En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.

25:41
Waiting

Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker hand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is.

25:42
Waiting

Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven;

25:43
Waiting

Ik was een vreemdeling; en gij hebt Mij niet geherbergd; naakt, en gij hebt Mij niet gekleed; krank, en in de gevangenis, en gij hebt Mij niet bezocht.

25:44
Waiting

Dan zullen ook dezen Hem antwoorden, zeggende: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of een vreemdeling, of naakt, of krank, of in de gevangenis, en hebben U niet gediend?

25:45
Waiting

Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt gij het Mij ook niet gedaan.

25:46
Waiting

En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.