scripture.how Bible Copywork
EN

Copywork

Dutch 1917 Numbers 3장

Copywork is not a speed-typing drill but time to re-hold the words and flow of Scripture, one verse at a time. Your input is saved temporarily in this browser, and to your account when you are signed in.

KO Korean
ZH Chinese
JA Japanese
HI Hindi
BN Bengali
TA Tamil
TE Telugu
ML Malayalam
FA Persian
MY Burmese
NE Nepali
MR Marathi
KN Kannada
HA Hausa
YO Yoruba
SW Swahili
IG Igbo
ID Indonesian
TSI
PT Portuguese
VI Vietnamese
AR Arabic
AVD
RU Russian
UK Ukrainian
RO Romanian
BTF
IT Italian
FI Finnish
TO Tongan
HR Croatian
SR Serbian
TR Turkish
HU Hungarian
PL Polish
SK Slovak
LA Latin
NL Dutch
CS Czech
FR French
ES Spanish
DE German
ETC Other languages

Practice by section · Numbers

1:1-16 The Command to Take a Census in the Wilderness of Sinai 1:17-46 The Number of Fighting Men by Tribe 1:47-54 The Levites Set Apart for the Tabernacle 2:1-16 The Camp Arrangement on the East and South 2:17-34 The Order of March Around the Tent of Meeting 3:1-13 The Sons of Aaron and the Levites Appointed 3:14-39 The Levites Numbered by Clan 3:40-51 The Levites and the Redemption of the Firstborn 4:1-20 The Duties of the Kohathites Carrying the Holy Things 4:21-33 The Duties of the Gershonites and Merarites 4:34-49 The Number of Levites by Clan for Service 5:1-4 Sending the Unclean Outside the Camp 5:5-10 The Law of Restitution for Wrongdoing 5:11-31 The Grain Offering of Jealousy and the Test for Adultery 6:1-21 The Vow and Law of the Nazirite 6:22-27 The Priestly Blessing 7:1-11 The Offerings of the Leaders at the Dedication 7:12-83 The Offerings of the Twelve Tribal Leaders 7:84-89 The Total of the Dedication Offerings and the Voice 8:1-4 Setting Up the Seven Lamps of the Lampstand 8:5-22 The Cleansing and Presentation of the Levites 8:23-26 The Term of Service for the Levites 9:1-14 The Second Passover and the Law for the Unclean 9:15-23 The Cloud and Fire Guiding the March 10:1-10 Making the Silver Trumpets for Signaling 10:11-28 The First March from the Wilderness of Sinai 10:29-36 Asking Hobab to Be a Guide 11:1-3 Judgment by Fire at Taberah 11:4-15 The People Complain Craving Meat 11:16-30 The Spirit Shared with the Seventy Elders 11:31-35 The Quail and the Plague at Kibroth-hattaavah 12:1-9 Miriam and Aaron Oppose Moses 12:10-16 Miriam Struck with Leprosy and Restored 13:1-24 Spies Sent to Explore the Land of Canaan 13:25-33 The Conflicting Report of the Spies 14:1-19 The People Rebel and Moses Intercedes 14:20-38 The Sentence of Forty Years in the Wilderness 14:39-45 A Reckless Advance and Defeat 15:1-16 Grain and Drink Offerings to Accompany Sacrifices 15:17-21 The Offering of the Firstfruits of the Dough 15:22-31 Atonement for Unintentional Sins 15:32-36 The Execution of the Sabbath-Breaker 15:37-41 The Command to Make Tassels with Blue Cords 16:1-22 The Rebellion of Korah and His Company 16:23-35 Judgment as the Earth Splits and Swallows Them 16:36-40 The Censers Hammered into a Covering for the Altar 16:41-50 The Plague upon the Murmuring Congregation 17:1-13 Aaron's Staff That Budded 18:1-7 The Duties and Responsibilities of Priests and Levites 18:8-20 The Portion Belonging to the Priests 18:21-32 The Tithe of the Levites and Their Tithe 19:1-10 Preparing the Ashes of the Red Heifer 19:11-22 Uncleanness from the Dead and the Water of Purification 20:1-13 The Death of Miriam and the Waters of Meribah 20:14-21 Edom Refuses Passage 20:22-29 The Death of Aaron on Mount Hor 21:1-3 The Defeat of the King of Arad 21:4-9 The Bronze Serpent Lifted Up to Save the People 21:10-20 The Journey Toward the Border of Moab 21:21-35 The Conquest of Sihon and Og 22:1-20 Balak Summons Balaam 22:21-35 The Speaking Donkey and the Angel of the LORD 22:36-41 The Meeting of Balak and Balaam 23:1-26 Balaam's First and Second Oracles 23:27-30 Moving to Another Place to Prophesy 24:1-14 The Third Oracle Blessing Israel 24:15-25 The Final Oracle of the Star and the Scepter 25:1-18 The Sin of Baal of Peor and the Zeal of Phinehas 26:1-51 A Second Census on the Plains of Moab 26:52-56 The Principle for Dividing the Inheritance 26:57-65 The Census of the Tribe of Levi 27:1-11 The Inheritance Plea of Zelophehad's Daughters 27:12-23 Joshua Appointed as Successor 28:1-15 The Daily and Sabbath Regular Offerings 28:16-31 The Offerings for Passover and the Feast of Weeks 29:1-11 The Offerings for the Feast of Trumpets and the Day of Atonement 29:12-40 The Offerings for the Seven Days of the Feast of Tabernacles 30:1-16 Regulations on the Binding Force of Vows 31:1-24 The War of Vengeance Against Midian 31:25-54 The Rules for Dividing the Spoils 32:1-27 The Request of the Tribes of Reuben and Gad 32:28-42 The Allotment of Land East of the Jordan 33:1-49 The Record of the Journey from Egypt to Moab 33:50-56 The Command to Drive Out the Inhabitants of Canaan 34:1-15 The Boundaries of the Land of Canaan 34:16-29 The Leaders Who Will Divide the Inheritance 35:1-8 The Towns and Pasturelands of the Levites 35:9-34 The Law Concerning the Cities of Refuge 36:1-13 The Marriage Rules for Women Who Inherit
3:1
Waiting

Dit nu zijn de geboorten van Aaron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinai.

3:2
Waiting

En dit zijn de namen der zonen van Aaron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar.

3:3
Waiting

Dit zijn de namen der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen.

3:4
Waiting

Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinai brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aaron.

3:5
Waiting

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

3:6
Waiting

Doe den stam van Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van den priester Aaron, opdat zij hem dienen;

3:7
Waiting

En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen;

3:8
Waiting

En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israels waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen.

3:9
Waiting

Gij zult dan, aan Aaron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israels.

3:10
Waiting

Maar Aaron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.

3:11
Waiting

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

3:12
Waiting

En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israels genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent, uit de kinderen Israels; en de Levieten zullen Mijne zijn.

3:13
Waiting

Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israel, van de mensen tot de beesten; zij zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!

3:14
Waiting

En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, zeggende:

3:15
Waiting

Tel de zonen van Levi naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten, al wat mannelijk is, van een maand oud en daarboven, die zult gij tellen.

3:16
Waiting

En Mozes telde hen naar het bevel des HEEREN, gelijk als hem geboden was.

3:17
Waiting

Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

3:18
Waiting

En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.

3:19
Waiting

En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

3:20
Waiting

En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.

3:21
Waiting

Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.

3:22
Waiting

Hun getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven; hun getelden waren zeven duizend en vijfhonderd.

3:23
Waiting

De geslachten der Gersonieten zullen zich legeren achter den tabernakel, westwaarts.

3:24
Waiting

De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.

3:25
Waiting

En de wacht der zonen van Gerson in de tent der samenkomst zal zijn de tabernakel en de tent, haar deksel, en het deksel aan de deur van de tent der samenkomst;

3:26
Waiting

En de behangselen des voorhofs, en het deksel van de deur des voorhofs, welke bij den tabernakel en bij het altaar rondom zijn; mitsgaders de zelen, tot zijn gansen dienst.

3:27
Waiting

En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kohathieten.

3:28
Waiting

In getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren acht duizend en zeshonderd, waarnemende de wacht des heiligdoms.

3:29
Waiting

De geslachten der zonen van Kohath zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.

3:30
Waiting

De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kohathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.

3:31
Waiting

Hun wacht nu zal zijn de ark, en de tafel, en de kandelaar, en de altaren en het gereedschap des heiligdoms, met hetwelk zij dienst doen, en het deksel, en al wat tot zijn dienst behoort.

3:32
Waiting

De overste nu der oversten van Levi zal zijn Eleazar, de zoon van Aaron, den priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht des heiligdoms waarnemen.

3:33
Waiting

Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.

3:34
Waiting

En hun getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren zes duizend en tweehonderd.

3:35
Waiting

De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts.

3:36
Waiting

En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;

3:37
Waiting

En de pilaren des voorhofs rondom, en hun voeten, en hun pennen, en hun zelen.

3:38
Waiting

Die nu zich legeren zullen voor den tabernakel oostwaarts, voor de tent der samenkomst, tegen den opgang, zullen zijn Mozes, en Aaron met zijn zonen, waarnemende de wacht des heiligdoms, voor de wacht der kinderen Israels; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.

3:39
Waiting

Alle getelden der Levieten, welke Mozes en Aaron, op het bevel des HEEREN, naar hun geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren twee en twintig duizend.

3:40
Waiting

En de HEERE zeide tot Mozes: Tel alle eerstgeborenen, wat mannelijk is onder de kinderen Israels, van een maand oud en daarboven; en neem het getal hunner namen op.

3:41
Waiting

En gij zult voor Mij de Levieten nemen (Ik ben de HEERE!), in plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van alle eerstgeborenen onder de beesten der kinderen Israels.

3:42
Waiting

Mozes dan telde, gelijk als de HEERE hem geboden had, alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels.

3:43
Waiting

En alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal der namen, van een maand oud en daarboven, naar hun getelden, waren twee en twintig duizend tweehonderd en drie en zeventig.

3:44
Waiting

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

3:45
Waiting

Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van hun beesten; want de Levieten zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!

3:46
Waiting

Aangaande de tweehonderd drie en zeventig, die gelost zullen worden, die overschieten, boven de Levieten, van de eerstgeborenen van de kinderen Israels;

3:47
Waiting

Gij zult voor elk hoofd vijf sikkels nemen; naar den sikkel des heiligdoms zult gij ze nemen; die sikkel is twintig gera.

3:48
Waiting

En gij zult dat geld aan Aaron en zijn zonen geven, het geld der gelosten die onder hen overschieten.

3:49
Waiting

Toen nam Mozes dat losgeld van degenen, die overschoten boven de gelosten door de Levieten.

3:50
Waiting

Van de eerstgeborenen van de kinderen Israels nam hij dat geld, duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.

3:51
Waiting

En Mozes gaf dat geld der gelosten aan Aaron en aan zijn zonen, naar het bevel des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.