scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 로마서 11장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 로마서

1:1-7 Paul's Greeting and His Calling as an Apostle 1:8-15 Thanksgiving and Longing to Visit the Roman Believers 1:16-17 The Righteousness of God Revealed in the Gospel 1:18-23 Humanity's Folly and Idolatry in Forsaking the Creator 1:24-32 Given Over to a Depraved Mind and Its Resulting Sins 2:1-11 God's Righteous Judgment on Those Who Judge Others 2:12-16 The Same Standard for Those With and Without the Law 2:17-24 The Jews' Contradiction: Boasting in the Law but Not Keeping It 2:25-29 True Circumcision of the Heart, Not Outward 3:1-8 The Advantage of the Jews and God's Faithfulness 3:9-20 Jews and Greeks Alike Are All Under Sin 3:21-31 The Righteousness of God Given Freely Through Faith 4:1-12 Abraham Justified by Faith 4:13-25 The Father of Faith, Strengthened by Believing the Promise 5:1-11 Peace and Hope Enjoyed by the Justified 5:12-21 Adam and Christ: The Contrast of Condemnation and Life 6:1-14 Dead to Sin and Alive with Christ 6:15-23 From Slaves of Sin to Slaves of Righteousness 7:1-6 Released from the Law to Serve in the New Way of the Spirit 7:7-13 Clarifying the Relationship Between the Law and Sin 7:14-25 The Inner Conflict Between the Law of the Mind and the Law of Sin 8:1-11 Life Without Condemnation in the Spirit 8:12-17 The Spirit of Adoption Received by God's Children 8:18-27 The Groaning of Creation and the Help of the Spirit 8:28-39 The Unbreakable Love of God and Our Assurance 9:1-5 Paul's Deep Sorrow for His Own People 9:6-13 The Children of Promise According to God's Election 9:14-29 The Potter's Authority and the Sovereignty of His Calling 9:30-33 Christ the Stumbling Stone and the Righteousness of Faith 10:1-13 Salvation: Believing in the Heart and Confessing with the Mouth 10:14-21 Hearing and Believing Require Someone to Preach 11:1-10 The Remnant of Israel Preserved by Grace 11:11-24 The Gentiles Grafted into the Olive Tree 11:25-36 The Salvation of All Israel and God's Unsearchable Wisdom 12:1-8 A Living Sacrifice and the Gifts Received 12:9-21 Sincere Love and Overcoming Evil with Good 13:1-7 Submission to the Governing Authorities 13:8-14 Love Is the Fulfillment of the Law; Put On the Armor of Light 14:1-12 Do Not Judge the One Weak in Faith 14:13-23 Loving Consideration That Does Not Cause a Brother to Stumble 15:1-13 Accepting the Weak and Glorifying God with One Mind 15:14-21 Paul's Priestly Ministry to the Gentiles 15:22-33 Plans to Visit Rome and Spain, and a Request for Prayer 16:1-16 Greetings and Commendation of Fellow Workers 16:17-20 A Warning Against Those Who Cause Divisions 16:21-27 Greetings from Companions and the Final Doxology
11:1
대기

Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israeliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin.

11:2
대기

God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij te voren gekend heeft. Of weet gij niet, wat de Schrift zegt van Elia, hoe hij God aanspreekt tegen Israel, zeggende:

11:3
대기

Heere! zij hebben Uw profeten gedood, en Uw altaren omgeworpen; en ik ben alleen overgebleven en zij zoeken mijn ziel.

11:4
대기

Maar wat zegt tot hem het Goddelijk antwoord? Ik heb Mijzelven nog zeven duizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baal niet gebogen hebben.

11:5
대기

Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade.

11:6
대기

En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer; en indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.

11:7
대기

Wat dan? Hetgeen Israel zoekt, dat heeft het niet verkregen; maar de uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden.

11:8
대기

(Gelijk geschreven is: God heeft hun gegeven een geest des diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen) tot op den huidigen dag.

11:9
대기

En David zegt: Hun tafel worde tot een strik, en tot een val, en tot een aanstoot, en tot een vergelding voor hen.

11:10
대기

Dat hun ogen verduisterd worden, om niet te zien; en verkrom hun rug allen tijd.

11:11
대기

Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken.

11:12
대기

En indien hun val de rijkdom is der wereld, en hun vermindering de rijkdom der heidenen, hoeveel te meer hun volheid!

11:13
대기

Want ik spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der heidenen apostel ben; ik maak mijn bediening heerlijk;

11:14
대기

Of ik enigszins mijn vlees tot jaloersheid verwekken, en enigen uit hen behouden mocht.

11:15
대기

Want indien hun verwerping de verzoening is der wereld, wat zal de aanneming wezen, anders dan het leven uit de doden?

11:16
대기

En indien de eerstelingen heilig zijn, zo is ook het deeg heilig, en indien de wortel heilig is, zo zijn ook de takken heilig.

11:17
대기

En zo enige der takken afgebroken zijn, en gij, een wilde olijfboom zijnde, in derzelver plaats zijt ingeent, en des wortels en der vettigheid des olijfbooms mede deelachtig zijt geworden,

11:18
대기

Zo roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.

11:19
대기

Gij zult dan zeggen: De takken zijn afgebroken, opdat ik zou ingeent worden.

11:20
대기

Het is wel; zij zijn door ongeloof afgebroken, en gij staat door het geloof. Zijt niet hooggevoelende, maar vrees.

11:21
대기

Want is het, dat God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, zie toe, dat Hij ook mogelijk u niet spare.

11:22
대기

Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God; de strengheid wel over degenen, die gevallen zijn, maar de goedertierenheid over u, indien gij in de goedertierenheid blijft; anderszins zult ook gij afgehouwen worden.

11:23
대기

Maar ook zij, indien zij in het ongeloof niet blijven, zullen ingeent worden; want God is machtig om dezelve weder in te enten.

11:24
대기

Want indien gij afgehouwen zijt uit den olijfboom, die van nature wild was, en tegen nature in den goeden olijfboom ingeent; hoeveel te meer zullen deze, die natuurlijke takken zijn, in hun eigen olijfboom geent worden?

11:25
대기

Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt, bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israel gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.

11:26
대기

En alzo zal geheel Israel zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.

11:27
대기

En dit is hun een verbond van Mij, als Ik hun zonden zal wegnemen.

11:28
대기

Zo zijn zij wel vijanden aangaande het Evangelie, om uwentwil, maar aangaande de verkiezing zijn zij beminden, om der vaderen wil;

11:29
대기

Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.

11:30
대기

Want gelijkerwijs ook gijlieden eertijds Gode ongehoorzaam geweest zijt, maar nu barmhartigheid verkregen hebt door dezer ongehoorzaamheid;

11:31
대기

Alzo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geweest, opdat ook zij door uw barmhartigheid zouden barmhartigheid verkrijgen.

11:32
대기

Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn.

11:33
대기

O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!

11:34
대기

Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?

11:35
대기

Of wie heeft Hem eerst gegeven, en het zal hem wedervergolden worden?

11:36
대기

Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.