scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 1 Chronicles 7장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · 1 Chronicles

1:1-4 From Adam to Noah 1:5-7 The Descendants of Japheth 1:8-16 The Descendants of Ham 1:17-27 The Descendants of Shem 1:28-34 The Descendants of Abraham and Ishmael 1:35-54 Esau and the Chiefs of Edom 2:1-2 The Twelve Sons of Israel 2:3-17 The Descendants of Judah and Perez 2:18-24 The Descendants of Hezron and Caleb 2:25-41 The Descendants of Jerahmeel 2:42-55 The Descendants of Caleb and Other Clans 3:1-9 The Sons of David Born in Hebron 3:10-16 The Kings from Solomon to Zedekiah 3:17-24 The Descendants After Jehoiachin in Exile 4:1-10 Other Descendants of Judah and the Prayer of Jabez 4:11-23 Various Clans of the Tribe of Judah 4:24-43 The Descendants of Simeon and Their Territory 5:1-10 The Descendants of Reuben and the Loss of the Birthright 5:11-17 The Descendants of Gad and Their Dwelling 5:18-22 The War and Victory of the Transjordan Tribes 5:23-26 The Half-Tribe of Manasseh, Their Sin and Captivity 6:1-15 The Descendants of Levi and the High Priests 6:16-30 The Descendants of the Three Levite Families 6:31-48 The Temple Musicians 6:49-53 The Descendants of Aaron and Their Duties 6:54-81 The Cities Given to the Levites 7:1-5 The Descendants of Issachar 7:6-12 The Descendants of Benjamin 7:13-19 The Descendants of Naphtali and Manasseh 7:20-29 The Descendants of Ephraim and Their Towns 7:30-40 The Descendants of Asher 8:1-28 The Descendants and Clans of Benjamin 8:29-40 The Genealogy of Gibeon and the House of Saul 9:1-9 Those Who Returned from Exile to Jerusalem 9:10-34 The Priests and Levites in Jerusalem 9:35-44 The Ancestors and Descendants of Saul in Gibeon 10:1-7 The Death of Saul and His Sons 10:8-12 The Philistines' Insult and the Burial by the Men of Jabesh 10:13-14 Saul Dies and the Kingdom Turns to David 11:1-3 All Israel Makes David King 11:4-9 David Captures the Stronghold of Zion in Jerusalem 11:10-25 The Valor of David's Three Mighty Men 11:26-47 The List of David's Mighty Men 12:1-22 The Warriors Who Joined David at Ziklag 12:23-40 The Army That Came to David at Hebron 13:1-8 David's Resolve to Bring Up the Ark of God 13:9-14 The Death of Uzzah and the Blessing of Obed-Edom 14:1-7 David's Palace and Family 14:8-17 David Defeats the Philistines in Two Battles 15:1-24 The Levites Prepare to Bring Up the Ark 15:25-29 The Ark of God Brought to Jerusalem with Joy 16:1-7 The Ark Set in Place and Worship Appointed 16:8-36 David's Psalm of Thanks Entrusted to Asaph 16:37-43 The Service Appointed Before the Tabernacle 17:1-6 David's Desire to Build a Temple 17:7-15 The Davidic Covenant Given Through Nathan 17:16-27 David's Thanksgiving and Prayer 18:1-13 David Conquers the Surrounding Nations 18:14-17 David's Reign and Officials 19:1-5 The Ammonites Disgrace David's Envoys 19:6-19 Joab Defeats the Ammonites and Arameans 20:1-8 The Capture of Rabbah and the Defeat of the Giants 21:1-7 David Sins by Taking a Census 21:8-17 The Plague and David's Repentance 21:18-30 An Altar Built on the Threshing Floor of Ornan 22:1-5 David's Preparations for Building the Temple 22:6-16 David Charges Solomon to Build the Temple 22:17-19 David Commands the Leaders to Help Solomon 23:1-11 The Number and Duties of the Levites 23:12-23 The Duties of the Sons of Kohath and Merari 23:24-32 The New Duties of the Levites Serving the Temple 24:1-19 The Twenty-Four Divisions of the Priests 24:20-31 The List of the Remaining Levites 25:1-8 The Duties of the Temple Musicians 25:9-31 The Casting of Lots for the Twenty-Four Divisions of Singers 26:1-19 The Divisions of the Temple Gatekeepers 26:20-32 The Levites in Charge of the Treasuries and Affairs 27:1-15 The Monthly Divisions of the Army 27:16-24 The Chiefs of the Tribes of Israel 27:25-34 The Officials Over the King's Property 28:1-8 David Assembles the Leaders and Proclaims the Temple 28:9-21 David Gives Solomon the Plans for the Temple 29:1-9 The People's Freewill Offerings for the Temple 29:10-19 David's Prayer of Thanksgiving and Praise 29:20-30 Solomon Enthroned and the Death of David
7:1
待機

De kinderen van Issaschar waren Thola en Pua, Jasib en Simron; vier.

7:2
待機

De kinderen van Thola nu waren Uzzi, en Refaja, en Jeriel, en Jachmai, en Jibsam, en Samuel; hoofden van de huizen hunner vaderen, van Thola, kloeke helden in hun geslachten; hun getal was in de dagen van David twee en twintig duizend en zeshonderd.

7:3
待機

En de kinderen van Uzzi waren Jizrahja; en de kinderen van Jizrahja waren Michael, en Obadja, en Joel, en Jisia; deze vijf waren al te zamen hoofden.

7:4
待機

En met hen naar hun geslachten, naar hun vaderlijke huizen, waren de hopen des krijgsheirs zes en dertig duizend; want zij hadden vele vrouwen en kinderen.

7:5
待機

En hun broeders, in alle huisgezinnen van Issaschar, kloeke helden, waren zeven en tachtig duizend, al dezelve in geslachtsregisters gesteld zijnde.

7:6
待機

De kinderen van Benjamin waren Bela, en Becher, en Jediael; drie.

7:7
待機

En de kinderen van Bela waren Ezbon, en Uzzi, en Uzziel, en Jerimoth, en Iri; vijf hoofden in de huizen der vaderen, kloeke helden; die, in geslachtsregisters gesteld zijnde, waren twee en twintig duizend en vier en dertig.

7:8
待機

De kinderen van Becher nu waren Zemira, en Joas, en Eliezer, en Eljoenai, en Omri, en Jeremoth, en Abija, en Anathoth, en Alemeth; deze allen waren kinderen van Becher.

7:9
待機

Dezen nu in geslachtsregisters gesteld zijnde, naar hun geslachten, hoofden der huizen hunner vaderen, kloeke helden, waren twintig duizend en tweehonderd.

7:10
待機

De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

7:11
待機

Alle dezen waren kinderen van Jediael, tot hoofden der vaderen, kloeke helden, zeventien duizend en tweehonderd, uitgaande in het heir ten strijde.

7:12
待機

Daartoe Suppim en Huppim waren kinderen van Ir, en Husim, kinderen van Aher.

7:13
待機

De kinderen van Nafthali waren Jahziel, en Guni, en Jezer, en Sallum, kinderen van Bilha.

7:14
待機

De kinderen van Manasse waren Asriel, welken de vrouw van Gilead baarde; doch zijn bijwijf, de Syrische, baarde Machir, den vader van Gilead.

7:15
待機

Machir nu nam tot een vrouw de zuster van Huppim en Suppim, en haar naam was Maacha; en de naam des tweeden was Zelafead. Zelafead nu had dochters.

7:16
待機

En Maacha, de huisvrouw van Machir, baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Peres, en de naams zijns broeders was Seres, en zijn zonen waren Ulam en Rekem.

7:17
待機

De kinderen van Ulam nu waren Bedan; deze zijn de kinderen van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse.

7:18
待機

Belangende nu zijn zuster Molecheth, zij baarde Ishod, en Abiezer, en Mahela.

7:19
待機

De kinderen van Semida nu waren Ahjan, en Sechem, en Likhi, en Aniam.

7:20
待機

En de kinderen van Efraim waren Suthelah; en zijn zoon was Bered; en zijn zoon Tahath; en zijn zoon Elada; en zijn zoon Tahath;

7:21
待機

En zijn zoon was Zabad; en zijn zoon Suthelah, en Ezer, en Elad. En de mannen van Gath, die in het land geboren waren, doodden hen, omdat zij afgekomen waren om hun vee te nemen.

7:22
待機

Daarom droeg Efraim, hun vader, vele dagen leed; en zijn broeders kwamen om hem te troosten.

7:23
待機

Daarna ging hij in tot zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Beria, omdat zij in ellende was in zijn huis.

7:24
待機

Zijn dochter nu was Seera, die bouwde het lage en het hoge Beth-horon, en Uzzen-Seera.

7:25
待機

En Refah was zijn zoon, en Resef; en zijn zoon was Telah; en zijn zoon Tahan;

7:26
待機

Zijn zoon was Ladan; zijn zoon Ammihud; zijn zoon Elisama;

7:27
待機

Zijn zoon was Non; zijn zoon Jozua.

7:28
待機

En hun bezitting en hun woning was Beth-El, en haar onderhorige plaatsen; en tegen het oosten Naaran, en tegen het westen Gezer en haar onderhorige plaatsen; en Sichem en haar onderhorige plaatsen, tot Gaza toe, en haar onderhorige plaatsen.

7:29
待機

En aan de zijden der kinderen van Manasse was Beth-Sean en haar onderhorige plaatsen, Thaanach en haar onderhorige plaatsen, Megiddo en haar onderhorige plaatsen, Dor en haar onderhorige plaatsen. In deze hebben de kinderen van Jozef, den zoon van Israel, gewoond.

7:30
待機

De kinderen van Aser waren Jimna, en Jisva, en Jisvi, en Beria, en Sera, hunlieder zuster.

7:31
待機

De kinderen van Beria nu waren Heber en Malchiel; hij is de vader van Birzavith.

7:32
待機

En Heber gewon Jaflet, en Somer, en Hotham, en Sua, hunlieder zuster.

7:33
待機

De kinderen van Jaflet nu waren Pasach, en Bimhal, en Asvath; dit waren de kinderen van Jaflet.

7:34
待機

En de zonen van Semer waren Ahi en Rohega, Jehubba en Aram.

7:35
待機

En de kinderen van zijn broeder Helem waren Zofah, en Jimna, en Seles, en Amal.

7:36
待機

De kinderen van Zofah waren Suah, en Harnefer, en Sual, en Beri, en Jimra,

7:37
待機

Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

7:38
待機

De kinderen van Jether nu waren Jefunne, en Pispa, en Ara.

7:39
待機

En de kinderen van Ulla waren Arah, en Hanniel, en Rizja.

7:40
待機

Deze allen waren kinderen van Aser, hoofden der vaderlijke huizen, uitgelezene kloeke helden, hoofden der vorsten; en zij werden in geslachtsregisters geteld ten heire in den krijg; hun getal was zes en twintig duizend mannen.