scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 열왕기상 10장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 열왕기상

1:1-4 David in His Old Age and Abishag the Shunammite 1:5-10 Adonijah Sets Himself Up as King 1:11-27 The Counsel of Nathan and Bathsheba 1:28-40 David Commands That Solomon Be Made King 1:41-53 Adonijah Flees in Fear and Grasps the Horns of the Altar 2:1-12 David's Last Charge to Solomon 2:13-25 Adonijah Seeks Abishag and Is Put to Death 2:26-35 Abiathar Banished and Joab Executed 2:36-46 The End of Shimei Who Broke His Oath 3:1-3 Solomon Marries Pharaoh's Daughter 3:4-15 Solomon Asks for Wisdom at Gibeon 3:16-28 Solomon's Wise Judgment Between Two Women 4:1-19 Solomon's Officials and Governors 4:20-28 The Prosperity of Solomon's Kingdom 4:29-34 Solomon's Wisdom Renowned Throughout the World 5:1-12 The Agreement with Hiram to Build the Temple 5:13-18 Laborers and Forced Labor for the Temple Work 6:1-10 Solomon Begins to Build the Temple 6:11-13 The Word of the LORD Promising Blessing for Obedience 6:14-38 The Interior of the Temple and the Most Holy Place 7:1-12 The Building of Solomon's Palace 7:13-22 The Two Pillars Made by Hiram the Bronzeworker 7:23-39 The Bronze Sea and the Stands 7:40-51 The Furnishings of the Temple Completed 8:1-11 The Ark Brought into the Temple 8:12-21 Solomon Blesses the LORD Before the People 8:22-53 Solomon's Prayer of Dedication 8:54-61 Blessing and Exhortation to the Assembly 8:62-66 The Dedication Sacrifices and the Feast 9:1-9 The LORD Appears to Solomon Again 9:10-28 The Cities Given to Hiram and Solomon's Works 10:1-13 The Queen of Sheba Visits Solomon 10:14-29 Solomon's Wealth and Splendor 11:1-13 Foreign Wives Turn Solomon's Heart Away 11:14-25 Hadad and Rezon, Adversaries of Solomon 11:26-40 Ahijah's Prophecy to Jeroboam 11:41-43 Solomon Dies and Rehoboam Succeeds Him 12:1-15 Rehoboam's Foolish Answer 12:16-24 The Northern Tribes Forsake Rehoboam 12:25-33 Jeroboam Sets Up Golden Calves 13:1-10 The Man of God's Prophecy Against the Altar at Bethel 13:11-32 Deceived by the Old Prophet and Killed by a Lion 13:33-34 Jeroboam Does Not Turn from His Sin 14:1-18 Ahijah Prophesies the Downfall of Jeroboam's House 14:19-20 The Death of Jeroboam 14:21-31 The Wicked Reign of Rehoboam, King of Judah 15:1-8 The Reign of Abijam, King of Judah 15:9-24 The Reforms and Reign of Asa, King of Judah 15:25-34 Nadab of Israel Falls to Baasha 16:1-7 Jehu Pronounces Judgment on the House of Baasha 16:8-20 The Short Reigns of Elah and Zimri 16:21-28 Omri Makes Samaria the Capital 16:29-34 The Accession of Ahab, Who Did Evil 17:1-7 Elijah and the Drought; Fed by Ravens 17:8-16 The Widow of Zarephath's Endless Provision 17:17-24 Elijah Raises the Widow's Son 18:1-19 Elijah Meets Obadiah and Ahab 18:20-40 The Contest on Mount Carmel and the LORD Answers by Fire 18:41-46 Rain Comes Through Elijah's Prayer 19:1-9 Elijah Flees to Mount Horeb 19:10-18 God Comes in a Still Small Voice 19:19-21 The Call of Elisha 20:1-12 Ben-hadad Besieges Samaria 20:13-21 The First Victory over Aram 20:22-34 The Second Victory at Aphek 20:35-43 Ahab Rebuked for Releasing Ben-hadad 21:1-16 Naboth's Vineyard and Jezebel's Plot 21:17-29 Elijah Pronounces the Ruin of Ahab 22:1-12 Jehoshaphat Allies with Ahab 22:13-28 The Prophecy of Micaiah the True Prophet 22:29-40 Ahab Falls in Battle at Ramoth-gilead 22:41-50 The Reign of Jehoshaphat, King of Judah 22:51-53 The Wickedness of Ahaziah, King of Israel
10:1
대기

En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken.

10:2
대기

En zij kwam te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, met kemelen, dragende specerijen, en zeer veel gouds, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak tot hem al wat in haar hart was.

10:3
대기

En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor den koning, dat hij haar niet verklaarde.

10:4
대기

Als nu de koningin van Scheba zag al de wijsheid van Salomo, en het huis, hetwelk hij gebouwd had,

10:5
대기

En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.

10:6
대기

En zij zeide tot den koning: Het woord is waarheid geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.

10:7
대기

Ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft is mij niet aangezegd; gij hebt met wijsheid en goed overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.

10:8
대기

Welgelukzalig zijn uw mannen, welgelukzalig deze uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, die uw wijsheid horen!

10:9
대기

Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israel te zetten! Omdat de HEERE Israel in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.

10:10
대기

En zij gaf den koning honderd en twintig talenten gouds, en zeer veel specerijen, en kostelijk gesteente; als deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, is er nooit meer in menigte gekomen.

10:11
대기

Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente.

10:12
대기

En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des HEEREN, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag.

10:13
대기

En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde; behalve dat hij haar gaf naar het vermogen van den koning Salomo; zo keerde zij en toog in haar land, zij en haar knechten.

10:14
대기

Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;

10:15
대기

Behalve dat van de kramers was, en van den handel der kruideniers, en van alle koningen van Arabie, en van de geweldigen van dat land.

10:16
대기

Ook maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elke rondas.

10:17
대기

Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; drie pond gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning leide ze in het huis des wouds van Libanon.

10:18
대기

Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met dicht goud.

10:19
대기

Deze troon had zes trappen, en het hoofd van den troon was van achteren rond, en aan beide zijden waren leuningen tot de zitplaats toe, en twee leeuwen stonden bij die leuningen.

10:20
대기

En twaalf leeuwen stonden daar op de zes trappen aan beide zijden, desgelijks is in geen koninkrijken gemaakt geweest.

10:21
대기

Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van Libanon waren van gesloten goud; geen zilver was er aan; want het werd in de dagen van Salomo niet voor enig ding geacht.

10:22
대기

Want de koning had in zee schepen van Tharsis, met de schepen van Hiram; deze schepen van Tharsis kwamen in, eenmaal in drie jaren, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.

10:23
대기

Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde, in rijkdom en in wijsheid.

10:24
대기

En de ganse aarde zocht het aangezicht van Salomo, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.

10:25
대기

En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, en harnas, en specerijen, paarden en muilezelen, elk ding van jaar tot jaar.

10:26
대기

Daartoe vergaderde Salomo wagenen en ruiteren, en hij had duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren, en leide ze in de wagensteden en bij den koning in Jeruzalem.

10:27
대기

En de koning maakte het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.

10:28
대기

En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnen garen, de kooplieden des konings namen het linnen garen voor den prijs.

10:29
대기

En een wagen kwam op, en ging uit van Egypte, voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor honderd en vijftig; en alzo voerden ze die uit door hun hand voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrie.