scripture.how Bible Copywork
EN

Copywork

Dutch 1917 1 Samuel 3장

Copywork is not a speed-typing drill but time to re-hold the words and flow of Scripture, one verse at a time. Your input is saved temporarily in this browser, and to your account when you are signed in.

KO Korean
ZH Chinese
JA Japanese
HI Hindi
BN Bengali
TA Tamil
TE Telugu
ML Malayalam
FA Persian
MY Burmese
NE Nepali
MR Marathi
KN Kannada
HA Hausa
YO Yoruba
SW Swahili
IG Igbo
ID Indonesian
TSI
PT Portuguese
VI Vietnamese
AR Arabic
AVD
RU Russian
UK Ukrainian
RO Romanian
BTF
IT Italian
FI Finnish
TO Tongan
HR Croatian
SR Serbian
TR Turkish
HU Hungarian
PL Polish
SK Slovak
LA Latin
NL Dutch
CS Czech
FR French
ES Spanish
DE German
ETC Other languages

Practice by section · 1 Samuel

1:1-8 Elkanah's Two Wives and Hannah's Grief 1:9-18 Hannah Prays for a Son and Makes a Vow at the Temple 1:19-28 The Birth of Samuel and His Dedication to the LORD 2:1-11 Hannah's Prayer of Thanksgiving and Song of Praise 2:12-17 The Wickedness of Eli's Two Sons 2:18-26 Samuel Grows Up Before the LORD 2:27-36 The Prophecy of Judgment Against Eli's House 3:1-14 The LORD Calls Samuel 3:15-21 Samuel Established as a Prophet 4:1-11 The Ark of God Captured by the Philistines 4:12-22 The Death of Eli and the Glory Departs 5:1-5 Dagon Falls Before the Ark 5:6-12 The Plague on the Philistine Cities 6:1-12 The Philistines Send the Ark Back 6:13-21 The Ark of God Returns to Beth Shemesh 7:1-6 The Ark at Kiriath Jearim and Israel's Repentance 7:7-14 The Philistines Defeated at Mizpah 7:15-17 Samuel Judges Israel 8:1-9 The People Demand a King 8:10-22 A Warning About the Ways of a King 9:1-14 Saul Sets Out to Find the Lost Donkeys 9:15-27 Samuel Meets Saul 10:1-8 Samuel Anoints Saul 10:9-16 Saul Is Changed and Prophesies 10:17-27 Saul Chosen as King at Mizpah 11:1-11 Saul Rescues Jabesh from the Ammonites 11:12-15 Saul's Kingship Renewed at Gilgal 12:1-5 Samuel's Farewell Address and Testimony of Innocence 12:6-25 Samuel Recounts the LORD's Grace and Exhorts the People 13:1-15 Saul Offers the Burnt Offering Unlawfully 13:16-23 Israel Without Weapons 14:1-15 Jonathan Attacks the Philistine Garrison 14:16-23 Israel Routs the Philistines 14:24-46 Saul's Oath and Jonathan in Danger 14:47-52 Saul's Wars and His Family 15:1-9 The Command to Destroy Amalek and Saul's Disobedience 15:10-23 The LORD Rejects Saul 15:24-35 Saul's Excuses and Samuel's Departure 16:1-13 Samuel Anoints David 16:14-23 The Evil Spirit on Saul and David the Harpist 17:1-11 Goliath's Challenge and the Fear of Israel 17:12-30 David Sent to the Battlefield 17:31-40 David Volunteers to Fight Goliath 17:41-54 David Strikes Down Goliath 17:55-58 David the Victor Before Saul 18:1-5 The Covenant of Jonathan and David 18:6-16 Saul Becomes Jealous of David 18:17-30 David Takes Michal as His Wife 19:1-7 Jonathan Speaks in David's Defense 19:8-17 Michal Helps David Escape 19:18-24 David Flees to Ramah and Saul Prophesies 20:1-23 The Faithful Pledge of David and Jonathan 20:24-42 Saul's Anger and Jonathan's Signal 21:1-9 David Receives the Consecrated Bread at Nob 21:10-15 David Feigns Madness Before the King of Gath 22:1-5 Those Who Gathered to David at the Cave of Adullam 22:6-19 Saul Slaughters the Priests of Nob 22:20-23 Abiathar Escapes to David 23:1-13 David Saves Keilah 23:14-29 David Pursued in the Wilderness and Jonathan's Encouragement 24:1-15 David Spares Saul in the Cave at En Gedi 24:16-22 Saul Acknowledges His Wrong 25:1-13 Nabal's Insolence and David's Anger 25:14-35 The Wise Mediation of Abigail 25:36-44 The Death of Nabal and Abigail Becomes David's Wife 26:1-12 David Again Spares Saul's Life 26:13-25 David's Rebuke and Saul's Remorse 27:1-12 David Takes Refuge in the Land of the Philistines 28:1-14 Saul Seeks Out a Medium 28:15-25 The Spirit of Samuel Pronounces Judgment 29:1-11 The Philistine Commanders Distrust David 30:1-6 The Amalekite Raid on Ziklag 30:7-20 David Pursues the Raiders 30:21 David Divides the Plunder Fairly 31:1-7 Saul and His Sons Die on Mount Gilboa 31:8-13 The Men of Jabesh Recover Saul's Body
3:1
Waiting

En de jongeling Samuel diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.

3:2
Waiting

En het geschiedde te dien dage, als Eli op zijn plaats nederlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon),

3:3
Waiting

En Samuel zich ook nedergelegd had, eer de lampe Gods uitgedaan werd, in den tempel des HEEREN, waar de ark Gods was,

3:4
Waiting

Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik.

3:5
Waiting

En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leg u neder. En hij ging heen en leide zich neder.

3:6
Waiting

Toen riep de HEERE Samuel wederom; en Samuel stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder.

3:7
Waiting

Doch Samuel kende den HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard.

3:8
Waiting

Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derden maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep.

3:9
Waiting

Daarom zeide Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuel heen en leide zich aan zijn plaats.

3:10
Waiting

Toen kwam de HEERE, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel! En Samuel zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.

3:11
Waiting

En de HEERE zeide tot Samuel: Zie, Ik doe een ding in Israel, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken.

3:12
Waiting

Te dienzelven dage zal Ik verwekken over Eli alles, wat Ik tegen zijn huis gesproken heb; Ik zal het beginnen en voleinden.

3:13
Waiting

Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik zijn huis rechten zal tot in eeuwigheid, om der ongerechtigheids wil, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.

3:14
Waiting

Daarom dan heb Ik het huis van Eli gezworen: Zo de ongerechtigheid van het huis van Eli tot in eeuwigheid zal verzoend worden door slachtoffer of door spijsoffer!

3:15
Waiting

Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.

3:16
Waiting

Toen riep Eli Samuel, en zeide: Mijn zoon Samuel! Hij dan zeide: Zie, hier ben ik.

3:17
Waiting

En hij zeide: Wat is het woord, dat Hij tot u gesproken heeft? Verberg het toch niet voor mij; God doe u zo, en zo doe Hij daartoe, indien gij een woord voor mij verbergt van al de woorden, die Hij tot u gesproken heeft!

3:18
Waiting

Toen gaf hem Samuel te kennen al die woorden, en verborg ze voor hem niet. En hij zeide: Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!

3:19
Waiting

Samuel nu werd groot; en de HEERE was met hem, en liet niet een van al Zijn woorden op de aarde vallen.

3:20
Waiting

En gans Israel, van Dan tot Ber-seba toe, bekende, dat Samuel bevestigd was tot een profeet des HEEREN.

3:21
Waiting

En de HEERE voer voort te verschijnen te Silo; want de HEERE openbaarde Zich aan Samuel te Silo, door het woord des HEEREN.