scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 2 Chronicles 35장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · 2 Chronicles

1:1-13 Solomon Asks for Wisdom at Gibeon 1:14-17 Solomon's Wealth and Horses 2:1-2 Workers Conscripted to Build the Temple 2:3-10 Solomon Asks Huram for Help 2:11-16 Huram's Reply and the Sending of a Craftsman 2:17-18 The Number of the Foreign Laborers 3:1-7 Solomon Begins Building the Temple 3:8-13 The Most Holy Place and the Two Cherubim 3:14-17 The Curtain and the Two Bronze Pillars 4:1-5 The Bronze Altar and the Sea of Cast Metal 4:6-10 The Basins, the Lampstands, and the Tables 4:11-22 The Temple Furnishings Made by Huram 5:1-10 The Ark Brought to the Temple 5:11-14 The Glory of the LORD Fills the Temple 6:1-11 Solomon Blesses the Assembly 6:12-42 Solomon's Prayer of Dedication 7:1-3 Fire Comes Down and Consumes the Sacrifices 7:4-11 The Dedication of the Temple and the Festival 7:12-22 The LORD Appears to Solomon 8:1-11 Solomon's Building Projects and Cities 8:12-16 Solomon's Sacrifices and Ordering of the Service 8:17-18 Solomon's Maritime Trade 9:1-12 The Queen of Sheba Visits Solomon 9:13-28 Solomon's Riches and Splendor 9:29-31 The Death of Solomon 10:1-19 The Northern Tribes Rebel against Rehoboam 11:1-4 Rehoboam Refrains from War 11:5-17 Rehoboam's Fortified Cities and the Priests 11:18-23 Rehoboam's Family 12:1-12 Shishak King of Egypt Attacks Jerusalem 12:13-16 Rehoboam's Acts and Death 13:1-20 The War between Abijah and Jeroboam 13:21-22 Abijah's Acts and Death 14:1-8 Asa's Reform and Rest 14:9-15 Asa Defeats the Cushites 15:1-19 Azariah's Exhortation and Asa's Religious Reform 16:1-10 Asa Makes a Treaty with Aram 16:11-14 Asa's Illness and Death 17:1-9 Jehoshaphat Teaches the Law 17:10-19 Jehoshaphat's Strength and Army 18:1-27 The Prophet Micaiah Warns Ahab 18:28-34 Ahab Dies at Ramoth-gilead 19:1-3 Jehu Rebukes Jehoshaphat 19:4-11 Jehoshaphat Appoints Judges 20:1-19 Jehoshaphat Prays before the Enemy 20:20-30 The LORD Defeats the Enemy 20:31-37 Jehoshaphat's Acts and Death 21:1-7 Jehoram's Wicked Reign and Murder of His Brothers 21:8-11 The Rebellion of Edom and Libnah 21:12-20 Elijah's Letter and the Death of Jehoram 22:1-9 The Wicked Reign and Death of Ahaziah 22:10-12 Athaliah Kills the Royal Family 23:1-11 Jehoiada Makes Joash King 23:12-15 Athaliah Is Executed 23:16-21 Jehoiada's Covenant and Reform 24:1-14 Joash Repairs the Temple 24:15-22 Joash's Apostasy and the Murder of Zechariah 24:23-27 Joash's Defeat and Death 25:1-13 Amaziah Strikes Down Edom 25:14-24 Amaziah's Idolatry and Pride 25:25-28 The Death of Amaziah 26:1-15 Uzziah's Prosperity 26:16-23 Uzziah's Pride and Leprosy 27:1-9 The Righteous Reign of Jotham 28:1-15 Ahaz's Idolatry and Defeat 28:16-27 Ahaz Asks Assyria for Help 29:1-19 Hezekiah Cleanses the Temple 29:20-36 Temple Worship Restored 30:1-27 Hezekiah Keeps the Passover 31:1-10 Idols Removed and Contributions Brought 31:11-21 The Duties of the Priests and Levites Arranged 32:1-19 Sennacherib Threatens Jerusalem 32:20-23 The LORD Destroys Sennacherib 32:24-33 Hezekiah's Illness, Pride, and Death 33:1-20 Manasseh's Wickedness and Repentance 33:21-25 Amon's Wicked Reign and Death 34:1-13 Josiah's Reform and Removal of Idols 34:14-28 The Book of the Law Is Found 34:29-33 Josiah Renews the Covenant 35:1-19 Josiah Keeps the Passover 35:20-27 Josiah Dies at Megiddo 36:1-8 The Reigns of Jehoahaz and Jehoiakim 36:9-16 The Reigns of Jehoiachin and Zedekiah 36:17-21 The Fall of Jerusalem and the Babylonian Exile 36:22-23 The Decree of Cyrus for the Return
35:1
待機

Daarna hield Josia het pascha den HEERE te Jeruzalem; en zij slachtten het pascha op den veertienden der eerste maand.

35:2
待機

En hij stelde de priesters op hun wachten; en hij sterkte hen tot den dienst van het huis des HEEREN.

35:3
待機

En hij zeide tot de Levieten, die gans Israel onderwezen, die den HEERE heilig waren: Zet de heilige ark in het huis, hetwelk Salomo, de zoon van David, de koning van Israel, gebouwd heeft; gij hebt geen last op de schouderen; dient nu den HEERE, uw God, en Zijn volk Israel;

35:4
待機

En bereidt u naar de huizen uwer vaderen, naar uw verdelingen, naar het voorschrift van David, den koning van Israel, en naar de beschrijving van zijn zoon Salomo;

35:5
待機

En staat in het heiligdom, naar de onderscheiding der vaderlijke huizen, voor uw broederen, het volk, en naar de afdeling van de vaderlijke huizen der Levieten;

35:6
待機

En slacht het pascha, en heiligt u, en bereidt dat voor uw broederen, doende naar het woord des HEEREN, door de hand van Mozes.

35:7
待機

En Josia gaf voor het volk, van klein vee, lammeren en jonge geitenbokken, die alle tot paasofferen, naar al hetgeen er gevonden werd, in getal dertig duizend; maar van runderen drie duizend; dit was van des konings have.

35:8
待機

Ook gaven zijn vorsten tot een vrijwillig offer voor het volk, voor de priesteren, en voor de Levieten; Hilkia, en Zacharia, en Jehiel, de oversten van het huis Gods, gaven den priesteren tot paasofferen, twee duizend en zeshonderd klein vee, en driehonderd runderen.

35:9
待機

Daartoe Chonanja, en Semaja, en Nethaneel, zijn broeders, mitsgaders Hasabja, en Jeiel, en Jozabad, de oversten der Levieten, gaven den Levieten tot paasofferen, vijf duizend klein vee en vijfhonderd runderen.

35:10
待機

Alzo werd de dienst toebereid; en de priesteren stonden in hun standplaats, en de Levieten in hun verdelingen, naar het gebod des konings.

35:11
待機

Daarna slachtte men het pascha, en de priesters sprengden het bloed uit hun handen, en de Levieten trokken de huiden af.

35:12
待機

En zij namen het brandoffer daar af, opdat zij die naar de verdelingen der vaderlijke huizen, aan het volk geven mochten, om den HEERE te offeren, gelijk geschreven is in het boek van Mozes; en alzo met de runderen.

35:13
待機

En zij kookten het pascha bij het vuur, naar het recht; maar de andere heilige dingen kookten zij in potten, en in ketels, en in pannen; en zij deelden het haastelijk onder al het volk.

35:14
待機

Daarna bereidden zij ook voor zichzelven en voor de priesteren; want de priesters, de zonen van Aaron, waren tot aan den nacht in het offeren der brandofferen en des vets; daarom bereidden de Levieten voor zichzelven, en voor de priesteren, de zonen van Aaron.

35:15
待機

En de zangers, de zonen van Asaf, waren in hun standplaats, naar het gebod van David, en Asaf, en Heman, en Jeduthun, den ziener des konings, mitsgaders de poortiers aan elke poort; zij behoefden niet te wijken van hun dienst, overmits hun broeders, de Levieten, voor hen bereidden.

35:16
待機

Alzo werd de ganse dienst des HEEREN op denzelfden dag beschikt, om pascha te houden, en brandofferen op het altaar des HEEREN te offeren, naar het gebod van den koning Josia.

35:17
待機

En de kinderen Israels, die er gevonden werden, hielden het pascha ter zelfder tijd, en het feest der ongezuurde broden, zeven dagen.

35:18
待機

Daar was ook geen pascha als dat in Israel gehouden, van de dagen van Samuel, den profeet, af; en geen koningen van Israel hadden zulk een pascha gehouden, gelijk dat Josia hield met de priesters en de Levieten, en gans Juda en Israel, dat er gevonden werd, en de inwoners van Jeruzalem.

35:19
待機

In het achttiende jaar van het koninkrijk van Josia, werd dit pascha gehouden.

35:20
待機

Na dit alles, toen Josia het huis toebereid had, toog Necho, de koning van Egypte, op, om te krijgen tegen Karchemis, aan den Frath; en Josia toog uit hem tegemoet.

35:21
待機

Toen zond hij boden tot hem, zeggende: Wat heb ik met u te doen, gij, koning van Juda? Wat u aangaat, ik ben heden tegen u niet, maar tegen een huis, dat oorlog voert tegen mij; en God heeft gezegd, dat ik mij haasten zou; houd u af van God, Die met mij is, opdat Hij u niet verderve.

35:22
待機

Doch Josia keerde zijn aangezicht niet van hem; maar hij verstelde zich, om tegen hem te strijden, en hoorde niet naar de woorden van Necho uit den mond van God; maar hij kwam om te strijden in het dal Megiddo.

35:23
待機

En de schutters schoten den koning Josia. Toen zeide de koning tot zijn knechten: Voert mij weg, want ik ben zeer gewond.

35:24
待機

En zijn knechten namen hem weg van den wagen, en voerden hem op den tweeden wagen, dien hij had, en brachten hem te Jeruzalem; en hij stierf, en werd begraven in de graven zijner vaderen; en gans Juda en Jeruzalem bedreven rouw over Josia.

35:25
待機

En Jeremia maakte een klaaglied over Josia; desgelijks alle zangers en zangeressen spraken in hun klaagliederen van Josia, tot op dezen dag; want zij gaven ze tot een inzetting in Israel; en ziet, zij zijn geschreven in de klaagliederen.

35:26
待機

Het overige nu der geschiedenissen van Josia, en zijn goeddadigheden, naar dat geschreven is in de wet des HEEREN;

35:27
待機

Zijn geschiedenissen dan, de eerste en de laatste, ziet, die zijn geschreven in het boek der koningen van Israel en van Juda.