scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 2 Samuel 20장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · 2 Samuel

1:1-16 David Hears of Saul's Death 1:17-27 David's Lament for Saul and Jonathan 2:1-7 David Anointed King of Judah 2:8-11 Ish-bosheth Made King of Israel 2:12-32 The Battle at the Pool of Gibeon and the Death of Asahel 3:1-5 The Long War Between the Houses of David and Saul 3:6-21 Abner Goes Over to David 3:22-30 Joab Kills Abner 3:31-39 David Mourns the Death of Abner 4:1-8 Ish-bosheth Is Murdered 4:9-12 David Executes the Murderers 5:1-5 David Made King of All Israel 5:6-16 Jerusalem Captured as the City of David 5:17-25 David Defeats the Philistines Twice 6:1-11 Uzzah Dies While Moving the Ark 6:12-23 David Dances as the Ark Enters Jerusalem 7:1-17 God Forbids the Temple but Promises a House 7:18-29 David's Prayer in Response to the Covenant 8:1-18 David's Conquests and Reign 9:1-13 David Shows Kindness to Mephibosheth 10:1-19 The War Against the Ammonites and Arameans 11:1-13 David Sins with Bathsheba 11:14-27 Uriah Sent to His Death 12:1-14 Nathan's Rebuke and David's Repentance 12:15-25 The Death of the Child and the Birth of Solomon 12:26-31 The Capture of Rabbah 13:1-22 Amnon Violates Tamar 13:23-39 Absalom Kills Amnon and Flees 14:1-20 Joab Sends the Woman of Tekoa 14:21-33 Absalom Returns to Jerusalem 15:1-12 Absalom Steals the People's Hearts and Rebels 15:13-37 David Flees from Jerusalem 16:1-14 David Meets Ziba and Shimei 16:15-23 Ahithophel's Counsel and Absalom's Deeds 17:1-14 Hushai Defeats Ahithophel's Counsel 17:15-29 Warning Brought to David and His Escape 18:1-18 Absalom's Army Is Defeated 18:19-33 David Is Told of Absalom's Death 19:1-8 Joab Rebukes David's Grief 19:9-30 David Returns to Jerusalem 19:31-43 Farewell to Barzillai and Strife Among the Tribes 20:1-13 The Rebellion of Sheba 20:14-26 The End of Sheba and David's Officials 21:1-14 Famine and the Gibeonites' Revenge 21:15-22 Battles with the Philistine Giants 22:1-51 David's Song of Thanksgiving 23:1-7 The Last Words of David 23:8-39 David's Mighty Men 24:1-17 David's Census and Its Punishment 24:18-25 David Builds an Altar at the Threshing Floor of Araunah
20:1
待機

Toen was daar bij geval een Belials man, wiens naam was Seba, een zoon van Bichri, een man van Jemini; die blies met de bazuin, en zeide: Wij hebben geen deel aan David, en wij hebben geen erfenis aan den zoon van Isai, een iegelijk naar zijn tenten, o Israel!

20:2
待機

Toen toog alle man van Israel op van achter David, Seba, den zoon van Bichri, achterna; maar de mannen van Juda kleefden hun koning aan, van de Jordaan af tot aan Jeruzalem.

20:3
待機

Toen nu David in zijn huis te Jeruzalem kwam, nam de koning de tien vrouwen, zijn bijwijven, die hij gelaten had, om het huis te bewaren, en deed ze in een huis van bewaring, en onderhield ze, maar ging tot haar niet in. En zij waren opgesloten tot op den dag van haarlieder dood, levende als weduwen.

20:4
待機

Voorts zeide de koning tot Amasa: Roep mij de mannen van Juda te zamen, tegen den derden dag; en gij, stel u dan hier.

20:5
待機

En Amasa ging heen, om Juda bijeen te roepen; maar hij bleef achter, boven den gezetten tijd, dien hij hem gezet had.

20:6
待機

Toen zeide David tot Abisai: Nu zal ons Seba, de zoon van Bichri, meer kwaads doen, dan Absalom; neem gij de knechten uws heren, en jaag hem achterna, opdat hij niet misschien vaste steden voor zich vinde, en zich aan onze ogen onttrekke.

20:7
待機

Toen togen uit, hem achterna, de mannen van Joab, en de Krethi, en de Plethi, en al de helden. Dezen togen uit van Jeruzalem, om Seba, den zoon van Bichri, achterna te jagen.

20:8
待機

Als zij nu waren bij den groten steen, die bij Gibeon is, zo kwam Amasa voor hun aangezicht. En Joab was omgord over zijn kleed, dat hij aan had, en daarop was een gordel, daar het zwaard aan vastgemaakt was op zijn lenden in zijn schede; en als hij voortging, zo viel het uit.

20:9
待機

En Joab zeide tot Amasa: Is het wel met u, mijn broeder? En Joab vatte met de rechterhand den baard van Amasa, om hem te kussen.

20:10
待機

En Amasa hoedde zich niet voor het zwaard, dat in Joabs hand was; zo sloeg hij hem daarmede aan de vijfde rib, en hij stortte zijn ingewand ter aarde uit, en hij sloeg hem niet ten tweeden male, en hij stierf. Toen jaagden Joab en zijn broeder Abisai, Seba, den zoon van Bichri, achterna.

20:11
待機

Maar een man, van Joabs jongens, bleef bij hem staan, en hij zeide: Wie is er, die lust heeft aan Joab, en wie is er, die voor David is, die volge Joab na!

20:12
待機

Amasa nu lag in het bloed gewenteld, midden op de straat. Als die man zag, dat al het volk staan bleef, zo deed hij Amasa weg van de straat in het veld, en wierp een kleed op hem, dewijl hij zag, dat al wie bij hem kwam, bleef staan.

20:13
待機

Toen hij nu van de straat weggenomen was, toog alle man voort, Joab na, om Seba, den zoon van Bichri, achterna te jagen.

20:14
待機

En hij toog heen door alle stammen van Israel, naar Abel, te weten, Beth-Maacha, en het ganse Berim; en zij verzamelden zich, en kwamen hem ook na.

20:15
待機

En zij kwamen en belegerden hem in Abel Beth-Maacha, en zij wierpen een wal op tegen de stad, dat hij aan den buitenmuur stond; en al het volk, dat met Joab was, verdorven den muur, om dien neder te vellen.

20:16
待機

Toen riep een wijze vrouw uit de stad: Hoort, hoort, zegt toch tot Joab: Nader tot hiertoe, dat ik tot u spreke.

20:17
待機

Toen hij nu tot haar naderde, zeide de vrouw: Zijt gij Joab? En hij zeide: Ik ben het; en zij zeide tot hem: Hoor de woorden uwer dienstmaagd; en hij zeide: Ik hoor.

20:18
待機

Toen sprak zij, zeggende: In voortijden spraken zij gemeenlijk, zeggende: Zij zullen zonder twijfel te Abel vragen; en alzo volbrachten zij het.

20:19
待機

Ik ben een van de vreedzamen, van de getrouwen in Israel, en gij zoekt te doden een stad, die een moeder is in Israel; waarom zoudt gij het erfdeel des HEEREN verslinden?

20:20
待機

Toen antwoordde Joab, en zeide: Het zij verre, het zij verre van mij, dat ik zou verslinden, en dat ik zou verderven!

20:21
待機

De zaak is niet alzo; maar een man van het gebergte van Efraim, wiens naam is Seba, de zoon van Bichri, heeft zijn hand opgeheven tegen den koning, tegen David; lever hem alleen, zo zal ik van deze stad aftrekken. Toen zeide de vrouw tot Joab: Zie, zijn hoofd zal tot u over den muur geworpen worden.

20:22
待機

En de vrouw kwam in tot al het volk, met haar wijsheid; en zij hieuwen Seba, den zoon van Bichri, het hoofd af, en wierpen het tot Joab. Toen blies hij met de bazuin, en zij verstrooiden zich van de stad, een iegelijk naar zijn tenten; en Joab keerde weder naar Jeruzalem tot den koning.

20:23
待機

Joab nu was over het ganse heir van Israel; en Benaja, de zoon van Jojada, over de Krethi en over de Plethi;

20:24
待機

En Adoram was over de schatting; en Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier;

20:25
待機

En Seja was schrijver; en Zadok en Abjathar waren priesters.

20:26
待機

En ook was Ira, de Jairiet, Davids opperofficier.