scripture.how Bible Copywork
EN

Copywork

Dutch 1917 2 Samuel 22장

Copywork is not a speed-typing drill but time to re-hold the words and flow of Scripture, one verse at a time. Your input is saved temporarily in this browser, and to your account when you are signed in.

KO Korean
ZH Chinese
JA Japanese
HI Hindi
BN Bengali
TA Tamil
TE Telugu
ML Malayalam
FA Persian
MY Burmese
NE Nepali
MR Marathi
KN Kannada
HA Hausa
YO Yoruba
SW Swahili
IG Igbo
ID Indonesian
TSI
PT Portuguese
VI Vietnamese
AR Arabic
AVD
RU Russian
UK Ukrainian
RO Romanian
BTF
IT Italian
FI Finnish
TO Tongan
HR Croatian
SR Serbian
TR Turkish
HU Hungarian
PL Polish
SK Slovak
LA Latin
NL Dutch
CS Czech
FR French
ES Spanish
DE German
ETC Other languages

Practice by section · 2 Samuel

1:1-16 David Hears of Saul's Death 1:17-27 David's Lament for Saul and Jonathan 2:1-7 David Anointed King of Judah 2:8-11 Ish-bosheth Made King of Israel 2:12-32 The Battle at the Pool of Gibeon and the Death of Asahel 3:1-5 The Long War Between the Houses of David and Saul 3:6-21 Abner Goes Over to David 3:22-30 Joab Kills Abner 3:31-39 David Mourns the Death of Abner 4:1-8 Ish-bosheth Is Murdered 4:9-12 David Executes the Murderers 5:1-5 David Made King of All Israel 5:6-16 Jerusalem Captured as the City of David 5:17-25 David Defeats the Philistines Twice 6:1-11 Uzzah Dies While Moving the Ark 6:12-23 David Dances as the Ark Enters Jerusalem 7:1-17 God Forbids the Temple but Promises a House 7:18-29 David's Prayer in Response to the Covenant 8:1-18 David's Conquests and Reign 9:1-13 David Shows Kindness to Mephibosheth 10:1-19 The War Against the Ammonites and Arameans 11:1-13 David Sins with Bathsheba 11:14-27 Uriah Sent to His Death 12:1-14 Nathan's Rebuke and David's Repentance 12:15-25 The Death of the Child and the Birth of Solomon 12:26-31 The Capture of Rabbah 13:1-22 Amnon Violates Tamar 13:23-39 Absalom Kills Amnon and Flees 14:1-20 Joab Sends the Woman of Tekoa 14:21-33 Absalom Returns to Jerusalem 15:1-12 Absalom Steals the People's Hearts and Rebels 15:13-37 David Flees from Jerusalem 16:1-14 David Meets Ziba and Shimei 16:15-23 Ahithophel's Counsel and Absalom's Deeds 17:1-14 Hushai Defeats Ahithophel's Counsel 17:15-29 Warning Brought to David and His Escape 18:1-18 Absalom's Army Is Defeated 18:19-33 David Is Told of Absalom's Death 19:1-8 Joab Rebukes David's Grief 19:9-30 David Returns to Jerusalem 19:31-43 Farewell to Barzillai and Strife Among the Tribes 20:1-13 The Rebellion of Sheba 20:14-26 The End of Sheba and David's Officials 21:1-14 Famine and the Gibeonites' Revenge 21:15-22 Battles with the Philistine Giants 22:1-51 David's Song of Thanksgiving 23:1-7 The Last Words of David 23:8-39 David's Mighty Men 24:1-17 David's Census and Its Punishment 24:18-25 David Builds an Altar at the Threshing Floor of Araunah
22:1
Waiting

En David sprak de woorden dezes lieds tot den HEERE, ten dage als de HEERE hem verlost had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul.

22:2
Waiting

Hij zeide dan: De HEERE is mij mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper.

22:3
Waiting

God is mijn Rots, ik zal op Hem betrouwen; mijn Schild en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek en mijn Toevlucht, mijn Verlosser! Van geweld hebt Gij mij verlost!

22:4
Waiting

Ik riep den HEERE aan, Die te prijzen is, en ik werd verlost van mijn vijanden.

22:5
Waiting

Want baren des doods hadden mij omvangen; beken Belials verschrikten mij.

22:6
Waiting

Banden der hel omringden mij; strikken des doods bejegenden mij.

22:7
Waiting

Als mij bange was, riep ik den HEERE aan, en riep tot mijn God; en Hij hoorde mijn stem uit Zijn paleis, en mijn geroep kwam in Zijn oren.

22:8
Waiting

Toen daverde en beefde de aarde; de fondamenten des hemels beroerden zich, en daverden, omdat Hij ontstoken was.

22:9
Waiting

Rook ging op van Zijn neus, en een vuur uit Zijn mond verteerde; kolen werden daarvan aangestoken.

22:10
Waiting

En Hij boog den hemel, en daalde neder; en donkerheid was onder Zijn voeten.

22:11
Waiting

En Hij voer op een cherub, en vloog, en werd gezien op de vleugelen des winds.

22:12
Waiting

En Hij zette duisternis rondom Zich tot tenten, een samenbinding der wateren, wolken des hemels.

22:13
Waiting

Van den glans voor Hem henen werden kolen des vuurs aangestoken.

22:14
Waiting

De HEERE donderde van den hemel, en de Allerhoogste gaf Zijn stem.

22:15
Waiting

En Hij zond pijlen uit en verstrooide ze; bliksemen en verschrikte ze.

22:16
Waiting

En de diepe kolken der zee werden gezien, de gronden der wereld werden ontdekt, door het schelden des HEEREN, van het geblaas des winds van Zijn neus.

22:17
Waiting

Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren.

22:18
Waiting

Hij verloste mij van mijn sterken vijand, van mijn haters, omdat zij machtiger waren dan ik.

22:19
Waiting

Zij hadden mij bejegend ten dage mijns ongevals; maar de HEERE was mij een Steunsel.

22:20
Waiting

En Hij voerde mij uit in de ruimte, en rukte mij uit, want Hij had lust aan mij.

22:21
Waiting

De HEERE vergold mij naar mijn gerechtigheid; Hij gaf mij weder naar de reinigheid mijner handen.

22:22
Waiting

Want ik heb des HEEREN wegen gehouden, en ben van mijn God niet goddelooslijk afgegaan.

22:23
Waiting

Want al Zijn rechten waren voor mij, en Zijn inzettingen, daarvan week ik niet af.

22:24
Waiting

Maar ik was oprecht voor Hem; en ik wachtte mij voor mijn ongerechtigheid.

22:25
Waiting

Zo gaf mij de HEERE weder naar mijn gerechtigheid, naar mijn reinigheid, voor Zijn ogen.

22:26
Waiting

Bij den goedertierene houdt Gij U goedertieren; bij den oprechten held houdt Gij U oprecht.

22:27
Waiting

Bij den reine houdt Gij U rein; maar bij den verkeerde houdt Gij U verdraaid.

22:28
Waiting

En Gij verlost het bedrukte volk; maar Uw ogen zijn tegen de hogen, Gij zult hen vernederen.

22:29
Waiting

Want Gij zijt mijn Lamp, o HEERE, en de HEERE doet mijn duisternis opklaren.

22:30
Waiting

Want met U loop ik door een bende; met mijn God spring ik over een muur.

22:31
Waiting

Gods weg is volmaakt; de rede des HEEREN is doorlouterd; Hij is een Schild allen, die op Hem betrouwen.

22:32
Waiting

Want wie is God, behalve de HEERE, en wie is een rotssteen, behalve onze God?

22:33
Waiting

God is mijn Sterkte en Kracht; en Hij heeft mijn weg volkomen geopend.

22:34
Waiting

Hij maakt mijn voeten gelijk als der hinden, en stelt mij op mijn hoogten.

22:35
Waiting

Hij leert mijn handen ten strijde, zodat een stalen boog met mijn armen verbroken is.

22:36
Waiting

Ook hebt Gij mij gegeven het schild Uws heils, en door Uw verootmoedigen hebt Gij mij groot gemaakt.

22:37
Waiting

Gij hebt mijn voetstap ruim gemaakt onder mij; en mijn enkelen hebben niet gewankeld.

22:38
Waiting

Ik vervolgde mijn vijanden, en verdelgde hen, en keerde niet weder, totdat ik ze verdaan had.

22:39
Waiting

En ik verteerde hen, en doorstak ze, dat zij niet weder opstonden; maar zij vielen onder mijn voeten.

22:40
Waiting

Want Gij omgorddet mij met kracht ten strijde; Gij deedt onder mij nederbukken, die tegen mij opstonden.

22:41
Waiting

En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, mijner haters, en ik vernielde hen.

22:42
Waiting

Zij zagen uit, maar er was geen verlosser; naar den HEERE, maar Hij antwoordde hun niet.

22:43
Waiting

Toen vergruisde ik hen als stof der aarde; ik stampte ze, ik breidde hen uit als slijk der straten.

22:44
Waiting

Ook hebt Gij mij uitgeholpen van de twisten mijns volks, Gij hebt mij bewaard tot een hoofd der heidenen; het volk, dat ik niet kende, heeft mij gediend.

22:45
Waiting

Vreemden hebben zich mij geveinsdelijk onderworpen; zo haast als hun oor van mij hoorde, hebben zij mij gehoorzaamd.

22:46
Waiting

Vreemden zijn vervallen, en hebben zich aangegord uit hun sloten.

22:47
Waiting

De HEERE leeft, en geloofd zij mijn Rotssteen; en verhoogd zij God, de Rotssteen mijns heils!

22:48
Waiting

De God, Die mij volkomene wraak geeft, en de volken onder mij nederwerpt;

22:49
Waiting

En Die mij uitvoert van mijn vijanden; en Gij verhoogt mij boven degenen, die tegen mij opstaan; Gij redt mij van den man alles gewelds.

22:50
Waiting

Daarom zal ik U, o HEERE, loven onder de heidenen, en Uw Naam zal ik psalmzingen.

22:51
Waiting

Hij is een Toren der verlossingen Zijns konings, en Hij doet goedertierenheid aan Zijn gezalfde, aan David en aan zijn zaad, tot in eeuwigheid.