scripture.how Bible Copywork
EN

Copywork

Dutch 1917 Amos 5장

Copywork is not a speed-typing drill but time to re-hold the words and flow of Scripture, one verse at a time. Your input is saved temporarily in this browser, and to your account when you are signed in.

KO Korean
ZH Chinese
JA Japanese
HI Hindi
BN Bengali
TA Tamil
TE Telugu
ML Malayalam
FA Persian
MY Burmese
NE Nepali
MR Marathi
KN Kannada
HA Hausa
YO Yoruba
SW Swahili
IG Igbo
ID Indonesian
TSI
PT Portuguese
VI Vietnamese
AR Arabic
AVD
RU Russian
UK Ukrainian
RO Romanian
BTF
IT Italian
FI Finnish
TO Tongan
HR Croatian
SR Serbian
TR Turkish
HU Hungarian
PL Polish
SK Slovak
LA Latin
NL Dutch
CS Czech
FR French
ES Spanish
DE German
ETC Other languages

Practice by section · Amos

1:1-2 The Title and the Lion's Roar of the LORD 1:3-5 Judgment Oracle Against Damascus 1:6-8 Judgment Oracle Against Gaza and the Philistines 1:9-10 Judgment Oracle Against Tyre 1:11-12 Judgment Oracle Against Edom 1:13-15 Judgment Oracle Against the Ammonites 2:1-3 Judgment Oracle Against Moab 2:4-5 Judgment Oracle Against Judah 2:6-12 Israel's Sin and Forsaking of Grace 2:13-16 Inescapable Punishment Coming Upon Israel 3:1-2 Responsibility Demanded of the Chosen People 3:3-8 The Inevitability of Prophecy and the Prophet's Cry 3:9-12 Indictment of Samaria's Oppression and Plunder 3:13-15 The Destruction of the Altars of Bethel and the Luxurious Houses 4:1-3 Rebuke Against the Cows of Bashan 4:4-5 Satire on Vain Sacrifices and Empty Worship 4:6-11 A People Who Did Not Return Though Disasters Were Sent 4:12-13 Prepare to Meet Your God 5:1-3 A Lament for Israel 5:4-9 Seek Me and Live 5:10-13 Rebuke Against Those Who Trample Justice 5:14-15 Exhortation to Seek Good and Establish Justice 5:16-20 Wailing and Darkness on the Day of the LORD 5:21-27 God Demands True Justice and Righteousness 6:1-7 Woe to Those at Ease 6:8-14 Declaration of the Destruction of Proud Israel 7:1-3 The Vision of the Locusts and Intercession 7:4-6 The Vision of the Fire and Intercession 7:7-9 The Vision of the Plumb Line 7:10-17 Amos and Amaziah 8:1-3 The Vision of the Basket of Summer Fruit and the Coming of the End 8:4-6 The Sin of Those Who Devour the Poor 8:7-10 The Day the Land Trembles and Turns to Mourning 8:11-14 The Coming Day of Famine for the Word 9:1-4 The Lord Beside the Altar and Inescapable Judgment 9:5-6 The Sovereignty and Power of the LORD of Hosts 9:7-10 Destroying the Sinful Kingdom Yet Not Utterly Destroying 9:11-12 Raising Up the Fallen Tent of David 9:13-15 The Promise of Restoration and Eternal Settlement
5:1
Waiting

Hoort dit woord, dat Ik over ulieden ophef, een klaaglied, o huis Israels!

5:2
Waiting

De jonkvrouw Israels is gevallen, zij zal niet weder opstaan; zij is verlaten op haar land, er is niemand, die haar opricht.

5:3
Waiting

Want zo zegt de Heere HEERE: De stad, die uitgaat met duizend, zal honderd overhouden, en die uitgaat met honderd, zal tien overhouden, in het huis Israels.

5:4
Waiting

Want zo zegt de HEERE tot het huis Israels: Zoekt Mij, en leeft.

5:5
Waiting

Maar zoekt Beth-El niet, en komt niet te Gilgal, en gaat niet over naar Ber-Seba; want Gilgal zal voorzeker gevankelijk worden weggevoerd, en Beth-El zal worden tot niet.

5:6
Waiting

Zoekt den HEERE, en leeft; opdat Hij niet doorbreke in het huis van Jozef als een vuur, dat vertere, zodat er niemand zij, die het blusse in Beth-El;

5:7
Waiting

Die het recht in alsem verkeren, en de gerechtigheid ter aarde doen liggen.

5:8
Waiting

Die het Zevengesternte en den Orion maakt, en de doodsschaduw in den morgenstond verandert, en den dag als den nacht verduistert; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem, HEERE is Zijn Naam.

5:9
Waiting

Die Zich verkwikt door verwoesting over een sterke; zodat de verwoesting komt over een vesting.

5:10
Waiting

Zij haten in de poort dengene, die bestraft, en hebben een gruwel van dien, die oprechtelijk spreekt.

5:11
Waiting

Daarom, omdat gij den arme vertreedt en een last koren van hem neemt, zo hebt gij wel huizen gebouwd van gehouwen steen, maar gij zult daarin niet wonen; gij hebt gewenste wijngaarden geplant, maar gij zult derzelver wijn niet drinken.

5:12
Waiting

Want Ik weet, dat uw overtredingen menigvuldig, en uw zonden machtig vele zijn; zij benauwen den rechtvaardige, nemen zoengeld, en verstoten de nooddruftigen in de poort.

5:13
Waiting

Daarom zal de verstandige te dier tijd zwijgen, want het zal een boze tijd zijn.

5:14
Waiting

Zoekt het goede, en niet het boze, opdat gij leeft; en alzo zal de HEERE, de God der heirscharen, met ulieden zijn, gelijk als gij zegt.

5:15
Waiting

Haat het boze, en hebt lief het goede, en bestelt het recht in de poort, misschien zal de HEERE, de God der heirscharen, aan Jozefs overblijfsel genadig zijn.

5:16
Waiting

Daarom, zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de Heere: Op alle straten zal rouwklage zijn, en in alle wijken zullen zij zeggen: Och! och! en zullen den akkerman roepen tot treuren, en rouwklage zal zijn bij degenen, die verstand van kermen hebben.

5:17
Waiting

Ja, in alle wijngaarden zal rouwklage zijn; want Ik zal door het midden van u doorgaan; zegt de HEERE.

5:18
Waiting

Wee dien, die des HEEREN dag begeren! Waartoe toch zal ulieden de dag des HEEREN zijn? Hij zal duisternis wezen en geen licht.

5:19
Waiting

Als wanneer iemand vlood voor het aangezicht eens leeuws, en hem ontmoette een beer; of dat hij kwam in een huis, en leunde met zijn hand aan den wand, en hem beet een slang.

5:20
Waiting

Zal dan niet des HEEREN dag duisternis zijn, en geen licht? En donkerheid, zodat er geen glans aan zij?

5:21
Waiting

Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbods dagen niet rieken.

5:22
Waiting

Want ofschoon gij Mij brandofferen offert, mitsgaders uw spijsofferen, Ik heb er toch geen welgevallen aan; en het dankoffer van uw vette beesten mag Ik niet aanzien.

5:23
Waiting

Doe het getier uwer liederen van Mij weg; ook mag Ik uwer luiten spel niet horen.

5:24
Waiting

Maar laat het oordeel zich daarhenen wenden als de wateren, en de gerechtigheid als een sterke beek.

5:25
Waiting

Hebt gij Mij veertig jaren in de woestijn slachtofferen en spijsoffer toegebracht, o huis Israels?

5:26
Waiting

Ja, gij droegt de tent van uw Melech, en den Kijun, uw beelden, de ster uws gods, dien gij uzelf hadt gemaakt.

5:27
Waiting

Daarom zal Ik ulieden gevankelijk wegvoeren, ver boven Damaskus henen, zegt de HEERE, Wiens Naam is God der heirscharen.