scripture.how Bible Copywork
EN

Copywork

Dutch 1917 Genesis 6장

Copywork is not a speed-typing drill but time to re-hold the words and flow of Scripture, one verse at a time. Your input is saved temporarily in this browser, and to your account when you are signed in.

KO Korean
ZH Chinese
JA Japanese
HI Hindi
BN Bengali
TA Tamil
TE Telugu
ML Malayalam
FA Persian
MY Burmese
NE Nepali
MR Marathi
KN Kannada
HA Hausa
YO Yoruba
SW Swahili
IG Igbo
ID Indonesian
TSI
PT Portuguese
VI Vietnamese
AR Arabic
AVD
RU Russian
UK Ukrainian
RO Romanian
BTF
IT Italian
FI Finnish
TO Tongan
HR Croatian
SR Serbian
TR Turkish
HU Hungarian
PL Polish
SK Slovak
LA Latin
NL Dutch
CS Czech
FR French
ES Spanish
DE German
ETC Other languages

Practice by section · Genesis

1:1 God Creates the Heavens and the Earth 1:2-5 The First Day: Light Separated from Darkness 1:6-8 The Second Day: The Expanse Made 1:9-13 The Third Day: Land, Sea, and Vegetation 1:14-19 The Fourth Day: The Sun, Moon, and Stars 1:20-23 The Fifth Day: Fish and Birds 1:24-31 The Sixth Day: Animals and Mankind 2:1-3 The Seventh Day: God Rests 2:4-17 Man Placed in the Garden of Eden 2:18-25 The Making of Woman, a Helper 3:1-7 The Serpent's Temptation and the Fall 3:8-19 Judgment Pronounced for Sin 3:20-24 Driven Out of the Garden 4:1-16 Cain Kills Abel 4:17-24 The Descendants of Cain 4:25-26 The Birth of Seth and Enosh 5:1-32 From Adam to Noah 6:1-8 The Wickedness of Mankind 6:9-22 The Command to Build the Ark 7:1-10 Noah Enters the Ark 7:11-24 The Flood Covers the Earth 8:1-14 The Waters Recede 8:15-22 Noah's Sacrifice After the Ark 9:1-17 God's Covenant with Noah 9:18-29 Noah's Failure and His Sons 10:1-32 The Genealogy of Noah's Sons 11:1-9 The Tower of Babel and the Confusion of Languages 11:10-32 From Shem to Terah 12:1-9 God Calls Abram 12:10-20 Abram Goes Down to Egypt 13:1-18 Abram and Lot Separate 14:1-16 Abram Rescues Lot 14:17-24 The Blessing of Melchizedek 15:1-21 God's Covenant with Abram 16:1-16 Hagar and Ishmael 17:1-27 The Covenant of Circumcision and a New Name 18:1-15 The Three Visitors and the Promised Son 18:16-33 Abraham Pleads for Sodom 19:1-29 The Destruction of Sodom and Gomorrah 19:30-38 Lot and His Two Daughters 20:1-18 Abraham and Abimelech 21:1-7 The Birth of Isaac 21:8-21 Hagar and Ishmael Sent Away 21:22-34 The Covenant with Abimelech 22:1-19 Abraham Offers Isaac 22:20-24 The Sons of Nahor 23:1-20 The Death and Burial of Sarah 24:1-27 A Servant Seeks a Bride for Isaac 24:28-67 Rebekah Is Brought Back 25:1-18 Abraham's Final Days and Descendants 25:19-26 The Birth of Esau and Jacob 25:27-34 Esau Sells His Birthright 26:1-11 Isaac Stays in Gerar 26:12-22 Disputes Over the Wells 26:23-35 The Covenant with Abimelech 27:1-29 Jacob Steals the Blessing 27:30-46 Esau's Anger and Jacob's Flight 28:1-22 Jacob's Dream of the Ladder at Bethel 29:1-14 Jacob Meets Rachel 29:15-30 Jacob Gains Two Wives 29:31-35 Jacob's Sons Are Born 30:1-24 More Children Are Born 30:25-43 Jacob's Flocks Increase 31:1-21 Jacob Leaves Laban 31:22-55 The Covenant Between Laban and Jacob 32:1-21 Jacob Prepares to Meet Esau 32:22-32 Jacob Wrestles with God 33:1-20 Jacob and Esau Reconciled 34:1-31 The Defiling of Dinah and Revenge on Shechem 35:1-15 Jacob Returns to Bethel 35:16-29 The Deaths of Rachel and Isaac 36:1-43 The Descendants of Esau and the Chiefs of Edom 37:1-11 Joseph's Dreams and His Brothers' Envy 37:12-36 Joseph Sold into Egypt 38:1-30 Judah and Tamar 39:1-6 Joseph Prospers in Potiphar's House 39:7-23 Joseph Falsely Accused and Imprisoned 40:1-23 Joseph Interprets Dreams in Prison 41:1-36 Joseph Interprets Pharaoh's Dreams 41:37-57 Joseph Becomes Ruler of Egypt 42:1-38 Joseph's Brothers Come to Buy Grain 43:1-34 The Brothers Bring Benjamin Down 44:1-34 The Silver Cup and the Brothers' Test 45:1-28 Joseph Makes Himself Known to His Brothers 46:1-34 Jacob's Family Goes Down to Egypt 47:1-12 Israel Settles in Goshen 47:13-26 Joseph's Policy During the Famine 47:27-31 Jacob's Final Request 48:1-22 Jacob Blesses Ephraim and Manasseh 49:1-28 Jacob Blesses His Sons 49:29-33 The Death and Last Words of Jacob 50:1-14 The Burial of Jacob 50:15-21 Joseph Forgives His Brothers 50:22-26 The Death of Joseph and the Promise
6:1
Waiting

En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden,

6:2
Waiting

Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.

6:3
Waiting

Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.

6:4
Waiting

In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.

6:5
Waiting

En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.

6:6
Waiting

Toen berouwde het den HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.

6:7
Waiting

En de HEERE zeide: Ik zal den mens, dien Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.

6:8
Waiting

Maar Noach vond genade in de ogen des HEEREN.

6:9
Waiting

Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God.

6:10
Waiting

En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.

6:11
Waiting

Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel.

6:12
Waiting

Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.

6:13
Waiting

Daarom zeide God tot Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; want de aarde is door hen vervuld met wrevel; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven.

6:14
Waiting

Maak u een ark van goferhout; met kameren zult gij deze ark maken; en gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek.

6:15
Waiting

En aldus is het, dat gij haar maken zult: driehonderd ellen zij de lengte der ark, vijftig ellen haar breedte, en dertig ellen haar hoogte.

6:16
Waiting

Gij zult een venster aan de ark maken, en zult haar volmaken tot een elle van boven; en de deur der ark zult gij in haar zijde zetten; gij zult ze met onderste, tweede en derde verdiepingen maken.

6:17
Waiting

Want Ik, zie, Ik breng een watervloed over de aarde, om alle vlees, waarin een geest des levens is, van onder den hemel te verderven; al wat op de aarde is, zal den geest geven.

6:18
Waiting

Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij, en uw zonen, en uw huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u.

6:19
Waiting

En gij zult van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk, doen in de ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje zullen zij zijn;

6:20
Waiting

Van het gevogelte naar zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard, twee van elk zullen tot u komen, om die in het leven te behouden.

6:21
Waiting

En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij.

6:22
Waiting

En Noach deed het; naar al wat God hem geboden had, zo deed hij.