scripture.how Bible Copywork
EN

Copywork

Dutch 1917 Isaiah 30장

Copywork is not a speed-typing drill but time to re-hold the words and flow of Scripture, one verse at a time. Your input is saved temporarily in this browser, and to your account when you are signed in.

KO Korean
ZH Chinese
JA Japanese
HI Hindi
BN Bengali
TA Tamil
TE Telugu
ML Malayalam
FA Persian
MY Burmese
NE Nepali
MR Marathi
KN Kannada
HA Hausa
YO Yoruba
SW Swahili
IG Igbo
ID Indonesian
TSI
PT Portuguese
VI Vietnamese
AR Arabic
AVD
RU Russian
UK Ukrainian
RO Romanian
BTF
IT Italian
FI Finnish
TO Tongan
HR Croatian
SR Serbian
TR Turkish
HU Hungarian
PL Polish
SK Slovak
LA Latin
NL Dutch
CS Czech
FR French
ES Spanish
DE German
ETC Other languages

Practice by section · Isaiah

1:1-9 A Rebuke of Judah and Jerusalem for Their Rebellion 1:10-17 Vain Sacrifices and Empty Worship Condemned 1:18-20 The LORD's Call to Repentance 1:21-31 The Faithful City Fallen and the Promise of Refining 2:1 Prologue: The Glory of the LORD's Mountain in the Last Days 2:2-4 The Mountain of the LORD 2:5-22 The Day of the LORD against the Proud 3:1-15 The LORD Removes Leaders and Provisions from Jerusalem and Judah 3:16-26 Judgment on the Proud Daughters of Zion 4:1-6 The Cleansing of the Remnant and the Restoration of Zion 5:1-7 The Song of the Vineyard and the Fruitless People 5:8-23 Six Woes Pronounced on Evildoers 5:24-30 The LORD's Wrath and the Invasion of a Distant Nation 6:1-13 The Vision of the LORD's Glory and the Prophet's Call 7:1-9 The Word to Ahaz: Do Not Fear 7:10-16 The Prophecy of the Sign of Immanuel 7:17-25 The Warning of Desolation by Assyria 8:1-10 The Sign of Maher-shalal-hash-baz 8:11-22 Fear and Trust in the LORD 9:1-7 For to Us a Child Is Born and His Reign 9:8-21 The LORD's Wrath Again on the Proud Northern Kingdom 10:1-19 Unjust Decrees and Woe to Assyria 10:20-34 The Remnant of Jacob Returns 11:1-9 The Righteous King from the Stump of Jesse 11:10-16 The Gathering of the Scattered People 12:1-6 A Song of Thanksgiving for the Day of Salvation 13:1-22 The Warning of the Day of the LORD against Babylon 14:1-23 The Restoration of Jacob and Taunt against the King of Babylon 14:24-32 A Warning against Assyria and Philistia 15:1-9 A Lament over the Destruction of Moab 16:1-14 Moab's Refuge and Judgment on Her Pride 17:1-11 A Warning against Damascus and Ephraim 17:12-14 The Tumult and Destruction of the Plundering Nations 18:1-7 A Warning against the Land of Cush and an Offering 19:1-17 Confusion and Desolation Come upon Egypt 19:18-25 In That Day Egypt and Assyria Are Blessed 20:1-6 A Sign of Nakedness: The Captivity of Egypt and Cush 21:1-10 The Vision of Fallen Babylon 21:11-17 A Warning against Dumah and Arabia 22:1-14 A Rebuke of Jerusalem, the Valley of Vision 22:15-25 The Deposing of Shebna and the Promotion of Eliakim 23:1-18 A Warning of the Fall and Restoration of Tyre 24:1-13 The Judgment of Desolation upon the Whole Earth 24:14-23 Praise and Dread in the Midst of Judgment 25:1-12 A Song of Thanksgiving to the LORD Who Saves 26:1-21 A Song of Trust to Be Sung in the Land of Judah 27:1-13 The LORD Punishes Leviathan and Keeps His Vineyard 28:1-13 Woe to the Proud Crown of Ephraim 28:14-29 The Sure Cornerstone Laid in Zion 29:1-14 Affliction and Deliverance for Ariel, Jerusalem 29:15-24 The Promise of Restoration: Darkness Turned to Light 30:1-17 A Rebuke of the Rebellious Children Who Trust in Egypt 30:18-33 Grace Shown to Those Who Wait 31:1-9 Do Not Rely on Egypt but Return to the LORD 32:1-20 A King Who Reigns in Righteousness and the Fruit of Righteousness 33:1-24 Woe to the Destroyer and the Exaltation of the LORD 34:1-17 The Judgment of Wrath upon the Nations and Edom 35:1-10 The Holy Way for the Redeemed to Walk 36:1-22 Sennacherib's Invasion and the Threat of the Rabshakeh 37:1-20 Hezekiah's Prayer and Isaiah's Answer 37:21-38 The Defeat of the Assyrian Army and the Death of Sennacherib 38:1-22 Hezekiah's Illness and the Extension of His Life 39:1-8 The Babylonian Envoys and the Prophecy of Exile 40:1-11 The Cry of Comfort and the Everlasting LORD 40:12-31 The Incomparable Creator God 41:1-20 The One Raised from the East and the Comfort of Fear Not 41:21-29 A Challenge to the Powerlessness and Vanity of Idols 42:1-17 The LORD's Chosen Servant and a New Song 42:18-25 Israel, the Blind and Deaf Servant 43:1-21 Fear Not, for I Have Redeemed You 43:22-28 The Promise of Grace That Blots Out Transgressions 44:1-20 The Spirit Poured on the Chosen Servant and the Folly of Idols 44:21-28 The LORD Redeems Israel and Calls Cyrus 45:1-13 Salvation through Cyrus and the Sovereignty of the Creator 45:14-25 Turn to the LORD Alone and Be Saved 46:1-13 Babylon's Idols Fall but God Sustains 47:1-15 The Fall of the Proud Virgin Babylon 48:1-22 Former Things and New Things for Stubborn Israel 49:1-13 The Servant of the LORD as a Light to the Nations 49:14-26 Zion Not Forgotten: Her Restoration and Children 50:1-11 The Obedient Servant and a Call to Trust in the LORD 51:1-16 Comfort for Those Who Pursue Righteousness 51:17-23 Jerusalem Awakened as the Cup of Wrath Is Removed 52:1-12 Awake, O Zion: The News of Salvation 52:13-15 Prologue: The Exaltation of the LORD's Servant Who Will Prosper 53:1-12 The Suffering Servant Pierced and Despised 54:1-17 The Song of Zion, the Barren Woman 55:1-13 An Invitation of Abundant Grace to the Thirsty 56:1-8 Salvation Opened to Foreigners and Eunuchs 56:9-12 A Rebuke of Greedy Watchmen and Idolatry 57:1-13 The Wickedness of Those Who Serve Idols 57:14-21 Peace Granted to the Contrite 58:1-14 True Fasting and the Blessing of Keeping the Sabbath 59:1-15 Sin Has Separated God from His People 59:16-21 The LORD Comes as Redeemer 60:1-22 The Glory of the LORD Shines on Zion 61:1-11 The Good News Proclaimed by the Anointed One 62:1-12 Zion's New Name and the Unceasing Watchmen 63:1-6 The Warrior Who Treads Edom and Returns 63:7-19 A Plea Remembering the LORD's Former Mercies 64:1-12 A Prayer That God Would Rend the Heavens and Come Down 65:1-16 The Rebellious People and the Blessing for the Chosen 65:17-25 The Promise of New Heavens and a New Earth 66:1-6 True Worshipers and the Poor in Spirit 66:7-24 The Comfort of Jerusalem and Glory and Judgment upon All Nations
30:1
Waiting

Wee den kinderen, die afvallen, spreekt de HEERE, om een raadslag te maken, maar niet uit Mij, en om zich met een bedekking te bedekken, maar niet uit Mijn Geest, om zonde tot zonde te doen;

30:2
Waiting

Die gaan, om af te trekken in Egypte, en vragen Mijn mond niet; om zich te sterken met de macht van Farao, en om hun toevlucht te nemen onder de schaduw van Egypte.

30:3
Waiting

Want de sterkte van Farao zal ulieden tot schaamte zijn, en die toevlucht onder de schaduw van Egypte tot schande.

30:4
Waiting

Wanneer zijn vorsten zullen geweest zijn tot Zoan, en zijn gezanten zullen gekomen zijn tot nabij Chanes;

30:5
Waiting

Hij zal hen allen beschaamd maken door een volk, dat hun geen nut kan doen, noch tot hulp, noch tot voordeel, maar tot schande en ook tot smaadheid zijn zal.

30:6
Waiting

De last der beesten, van het zuiden, naar het land des angstes, en der benauwdheid, van waar de sterke leeuw en de oude leeuw is, de basilisk en de vurige vliegende draak; hun goederen zullen zij voeren op den rug der veulens, en hun schatten op de bulten der kemelen, tot het volk, dat hun geen nut zal doen.

30:7
Waiting

Want Egypte zal ijdellijk en te vergeefs helpen; daarom heb Ik hierover geroepen; Stilzitten zal hun sterkte zijn.

30:8
Waiting

Nu dan, ga henen, schrijf voor hen op een tafel, en teken het in een boek, opdat het blijve tot den laatsten dag, voor altoos, tot in eeuwigheid.

30:9
Waiting

Want het is een wederspannig volk; het zijn leugenachtige kinderen; kinderen, die des HEEREN wet niet horen willen.

30:10
Waiting

Die daar zeggen tot de zieners: Ziet niet; en tot de schouwers: Schouwt ons niet, wat recht is; spreekt tot ons zachte dingen, schouwt ons bedriegerijen.

30:11
Waiting

Wijkt af van den weg, maakt u van de baan; laat den Heilige Israels van ons ophouden!

30:12
Waiting

Daarom, zo zegt de Heilige Israels: Omdat gijlieden dit woord verwerpt, en vertrouwt op onderdrukking en verkeerdheid, en steunt daarop:

30:13
Waiting

Daarom zal ulieden deze misdaad zijn gelijk een vallende scheur, uitwaarts gebogen in een hogen muur, welks breuk haastelijk in een ogenblik komen zal.

30:14
Waiting

Ja, Hij zal ze verbreken, gelijk een pottenbakkerskruik verbroken wordt; in het brijzelen zal Hij niet verschonen; alzo dat van haar verbrijzeling niet een scherf zal gevonden worden, om vuur uit den haard te nemen, of om water te scheppen uit een gracht.

30:15
Waiting

Want alzo zegt de Heere HEERE, de Heilige Israels: Door wederkering en rust zoudt gijlieden behouden worden, in stilheid en in vertrouwen zou uw sterkte zijn; doch gij hebt niet gewild.

30:16
Waiting

En gij zegt: Neen, maar op paarden zullen wij vlieden; daarom zult gij vlieden! En: Op snelle paarden zullen wij rijden; daarom zullen uw vervolgers ook snel zijn!

30:17
Waiting

Een duizend van het schelden van enige, van het schelden van vijf zult gij allen vlieden; totdat gij overgelaten wordt, gelijk een mast op den top van een berg, en als een banier op een heuvel.

30:18
Waiting

En daarom zal de HEERE wachten, opdat Hij u genadig zij, en daarom zal Hij verhoogd worden, opdat Hij Zich over ulieden ontferme, want de HEERE is een God des gerichts; welgelukzalig zijn die allen, die Hem verwachten.

30:19
Waiting

Want het volk zal in Sion wonen, te Jeruzalem; gij zult ganselijk niet wenen; gewisselijk zal Hij u genadig zijn op de stem uws geroeps; zo haast Hij die horen zal, zal Hij u antwoorden.

30:20
Waiting

De Heere zal ulieden wel brood der benauwdheid, en wateren der verdrukking geven; maar uw leraars zullen niet meer als met vleugelen wegvliegen, maar uw ogen zullen uw leraars zien;

30:21
Waiting

En uw oren zullen horen het woord desgenen, die achter u is, zeggende: Dit is de weg, wandelt in denzelven; als gij zoudt afwijken ter rechter- of ter linkerhand.

30:22
Waiting

En gijlieden zult voor onrein houden het deksel uwer zilveren gesneden beelden, en het overtreksel uwer gouden gegoten beelden; gij zult ze wegwerpen gelijk een maanstondig kleed, en tot elk van die zeggen: Henen uit!

30:23
Waiting

Dan zal Hij uw zaad, waarmede gij het land bezaaid hebt, regen geven, en brood van des lands inkomen, en hetzelve zal vet en smoutig zijn; uw vee zal te dien dage in een wijde landouwe weiden.

30:24
Waiting

En de ossen, en ezelveulens, die het land bouwen, zullen zuiver voeder eten, hetwelk verschud is met de werpschoffel en met de wan.

30:25
Waiting

En er zullen op allen hogen berg, en op allen verhevenen heuvel beekjes en watervlieten zijn, in den dag der grote slachting, wanneer de torens vallen zullen.

30:26
Waiting

En het licht der maan zal zijn als het licht der zon, en het licht der zon zal zevenvoudig zijn als het licht van zeven dagen; ten dage als de HEERE de breuk Zijns volks zal verbinden, en de wonde, waarmede het geslagen is, genezen.

30:27
Waiting

Ziet, de Naam des HEEREN komt van verre, Zijn toorn brandt, en de last is zwaar; Zijn lippen zijn vol gramschap, en Zijn tong, als een verterend vuur;

30:28
Waiting

En Zijn adem is als een overlopende beek, die tot aan den hals toe raakt; om de heidenen te schudden met een schudding der ijdelheid, en als een misleidende toom in de kinnebakkens der volken.

30:29
Waiting

Er zal een lofzang bij ulieden zijn, gelijk in den nacht, wanneer het feest geheiligd wordt; en blijdschap des harten, gelijk van een, die met pijpen wandelt, om te komen tot den berg des HEEREN, tot den Rotssteen van Israel.

30:30
Waiting

En de HEERE zal Zijn heerlijke stem doen horen, en de nederlating Zijns arms doen zien, met grimmigheid van toorn, en een vlam van verterend vuur, stralen, en een vloed, en hagelstenen.

30:31
Waiting

Want door de stem des HEEREN zal Assur te morzel geslagen worden, die met de roede sloeg.

30:32
Waiting

En alwaar die gegrondveste staf doorgegaan zal zijn (op welken de HEERE dien zal hebben doen rusten), daar zal men met trommelen en harpen zijn; want met bewegende bestrijdingen zal Hij tegen hen strijden.

30:33
Waiting

Want Tofeth is van gisteren bereid; ja, hij is ook voor den koning bereid; Hij heeft hem diep en wijd gemaakt, het vuur en hout van zijn brandstapel is veel; de adem des HEEREN zal hem aansteken als een zwavelstroom.