scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Judges 4장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Judges

1:1-21 Judah and Simeon Conquer After the Death of Joshua 1:22-36 The Canaanites the House of Joseph and Other Tribes Failed to Drive Out 2:1-5 The Angel of the LORD Rebukes at Bochim 2:6-15 The People Forsake the LORD After Joshua's Generation 2:16-23 The Raising of Judges and the Recurring Cycle of Apostasy 3:1-6 The Nations Left to Test Israel 3:7-11 Othniel, the First Judge, Delivers Israel 3:12-30 Ehud Kills Eglon, King of Moab 3:31 Shamgar Strikes the Philistines with an Oxgoad 4:1-10 Deborah the Prophetess Summons Barak 4:11-24 The Defeat of Sisera's Army and His Death at Jael's Hand 5:1-18 The Song of Deborah and Barak 5:19-31 The Ruin of the Enemy and the Praise of Jael 6:1-24 Midian's Oppression and the Angel Who Calls Gideon 6:25-32 Gideon Tears Down the Altar of Baal and Is Called Jerubbaal 6:33-40 Gideon Asks for a Sign with the Fleece 7:1-8 The Army Reduced to Three Hundred Men 7:9-15 Gideon Reassured by the Dream in the Enemy Camp 7:16-25 Gideon Defeats Midian with Trumpets and Jars 8:1-21 Ephraim's Complaint and the Pursuit of Midian's Two Kings 8:22-35 Gideon Refuses Kingship and the Snare of the Ephod 9:1-21 Abimelech Kills His Brothers and Becomes King 9:22-49 The Revolt of Shechem and Abimelech's Vengeance 9:50-57 Abimelech Killed by a Millstone at Thebez 10:1-5 Tola and Jair, the Judges 10:6-18 Ammon's Oppression and Israel's Cry for Help 11:1-11 Jephthah, the Outcast, Called to Be Leader 11:12-28 Negotiations with the King of Ammon and the Dispute over Territory 11:29-40 Jephthah's Vow and the Sacrifice of His Daughter 12:1-7 The Quarrel with Ephraim and the Shibboleth Incident 12:8-15 Ibzan, Elon, and Abdon, the Judges 13:1-25 The Angel of the LORD Foretells Samson's Birth 14:1-9 Samson Desires a Woman of Timnah and Tears a Lion 14:10-20 The Riddle at the Wedding Feast and Its Betrayal 15:1-8 Samson Burns the Philistine Grain with Foxes and Torches 15:9-20 Samson Strikes a Thousand Men with the Jawbone of a Donkey 16:1-3 Samson Carries Off the Gates of Gaza 16:4-22 Delilah's Enticement and the Secret of His Strength Revealed 16:23-31 Samson's Death as He Pulls Down the Temple of Dagon 17:1-13 Micah's Idol and His Private Priest 18:1-10 The Tribe of Dan Spies Out a Place to Settle 18:11-31 The Danites Seize Micah's Idol and Priest 19:1-30 The Levite and His Concubine, the Wickedness of Gibeah 20:1-17 Israel Resolves to War Against Benjamin 20:18-48 The Battle at Gibeah and the Defeat of the Tribe of Benjamin 21:1-25 Wives Provided for Benjamin on the Brink of Extinction
4:1
待機

Maar de kinderen Israels voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, als Ehud gestorven was.

4:2
待機

Zo verkocht hen de HEERE in de hand van Jabin, koning der Kanaanieten, die te Hazor regeerde; en zijn krijgsoverste was Sisera; dezelve nu woonde in Haroseth der heidenen.

4:3
待機

Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE; want hij had negenhonderd ijzeren wagenen, en hij had de kinderen Israels met geweld onderdrukt, twintig jaren.

4:4
待機

Debora nu, een vrouw, die een profetesse was, de huisvrouw van Lappidoth, deze richtte te dier tijd Israel.

4:5
待機

En zij woonde onder den palmboom van Debora, tussen Rama en tussen Beth-El, op het gebergte van Efraim; en de kinderen Israels gingen op tot haar ten gerichte.

4:6
待機

En zij zond heen en riep Barak, den zoon van Abinoam, van Kedes-Nafthali; en zij zeide tot hem: Heeft de HEERE, de God Israels, niet geboden: Ga heen en trek op den berg Thabor, en neem met u tien duizend man, van de kinderen van Nafthali, en van de kinderen van Zebulon?

4:7
待機

En Ik zal aan de beek Kison tot u trekken Sisera, den krijgsoverste van Jabin, met zijn wagenen en zijn menigte; en Ik zal hem in uw hand geven?

4:8
待機

Toen zeide Barak tot haar: Indien gij met mij trekken zult, zo zal ik heen trekken; maar indien gij niet met mij zult trekken, zo zal ik niet trekken.

4:9
待機

En zij zeide: Ik zal zekerlijk met u trekken, behalve dat de eer de uwe niet zal zijn op dezen weg, dien gij wandelt; want de HEERE zal Sisera verkopen in de hand ener vrouw. Alzo maakte Debora zich op, en toog met Barak naar Kedes.

4:10
待機

Toen riep Barak Zebulon en Nafthali bijeen te Kedes, en hij toog op, op zijn voeten, met tien duizend man; ook toog Debora met hem op.

4:11
待機

Heber nu, de Keniet, had zich afgezonderd van Kain, uit de kinderen van Hobab, Mozes' schoonvader; en hij had zijn tenten opgeslagen tot aan den eik in Zaanaim, die bij Kedes is.

4:12
待機

Toen boodschapten zij Sisera, dat Barak, de zoon van Abinoam, op den berg Thabor getogen was.

4:13
待機

Zo riep Sisera al zijn wagenen bijeen, negenhonderd ijzeren wagenen, en al het volk, dat met hem was, van Haroseth der heidenen tot de beek Kison.

4:14
待機

Debora dan zeide tot Barak: Maak u op; want dit is de dag, in welken de HEERE Sisera in uw hand gegeven heeft; is de HEERE niet voor uw aangezicht henen uitgetogen? Zo trok Barak van den berg Thabor af, en tien duizend man achter hem.

4:15
待機

En de HEERE versloeg Sisera, met al zijn wagenen, en het ganse heirleger, door de scherpte des zwaards, voor het aangezicht van Barak; dat Sisera van den wagen afklom, en vluchtte op zijn voeten.

4:16
待機

En Barak jaagde ze na, achter de wagenen en achter het heirleger, tot aan Haroseth der heidenen. En het ganse heirleger van Sisera viel door de scherpte des zwaards, dat er niet overbleef tot een toe.

4:17
待機

Maar Sisera vluchtte op zijn voeten naar de tent van Jael, de huisvrouw van Heber, den Keniet; want er was vrede tussen Jabin, den koning van Hazor, en tussen het huis van Heber, den Keniet.

4:18
待機

Jael nu ging uit, Sisera tegemoet, en zeide tot hem: Wijk in, mijn heer, wijk in tot mij, vrees niet! En hij week tot haar in de tent, en zij bedekte hem met een deken.

4:19
待機

Daarna zeide hij tot haar: Geef mij toch een weinig waters te drinken, want mij dorst. Toen opende zij een melkfles, en gaf hem te drinken, en dekte hem toe.

4:20
待機

Ook zeide hij tot haar: Sta in de deur der tent; en het zij, zo iemand zal komen, en u vragen, en zeggen: Is hier iemand? dat gij zegt: Niemand.

4:21
待機

Daarna nam Jael, de huisvrouw van Heber, een nagel der tent, en greep een hamer in haar hand, en ging stilletjes tot hem in, en dreef den nagel in den slaap zijns hoofds, dat hij in de aarde vast werd; hij nu was met een diepen slaap bevangen en vermoeid, en stierf.

4:22
待機

En ziet, Barak vervolgde Sisera; en Jael ging uit hem tegemoet, en zeide tot hem: Kom, en ik zal u den man wijzen, dien gij zoekt. Zo kwam hij tot haar in, en ziet, Sisera lag dood, en de nagel was in den slaap zijns hoofds.

4:23
待機

Alzo heeft God te dien dage Jabin, den koning van Kanaan, te ondergebracht, voor het aangezicht der kinderen Israels.

4:24
待機

En de hand der kinderen Israels ging steeds voort, en werd hard over Jabin, den koning van Kanaan, totdat zij Jabin, den koning van Kanaan, hadden uitgeroeid.