scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Joshua 24장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Joshua

1:1-9 The LORD Commands Joshua 1:10-11 Orders to Prepare to Cross the Jordan 1:12-18 The Promise of Reuben, Gad, and the Half-Tribe of Manasseh 2:1-7 Rahab Hides the Spies 2:8-21 The Oath of Rahab and the Spies 2:22-24 The Spies Return and Report 3:1-6 The People Come to the Jordan River 3:7-13 Instructions for Crossing the Jordan 3:14-17 Crossing the Jordan on Dry Ground 4:1-14 Twelve Memorial Stones Set Up 4:15-18 The Priests Come Up from the Jordan 4:19-24 The Meaning of the Twelve Stones at Gilgal 5:1-9 Circumcision Renewed at Gilgal 5:10-12 The First Passover in Canaan 5:13-15 The Commander of the LORD's Army 6:1-7 The Command to March Around Jericho 6:8-19 Marching Around the City for Seven Days 6:20-25 The Fall of Jericho 6:26-27 The Curse on Jericho and Joshua's Fame 7:1-5 Achan's Sin and the Defeat at Ai 7:6-15 Joshua's Lament and the LORD's Answer 7:16-21 Achan's Sin Is Exposed 7:22-26 Achan Punished in the Valley of Achor 8:1-13 The Ambush Plan to Attack Ai 8:14-29 The Capture of Ai 8:30-35 The Altar on Mount Ebal and the Reading of the Law 9:1-15 The Deception of the Gibeonites 9:16-27 The Gibeonites Made Servants 10:1-11 Five Kings Attack Gibeon 10:12-15 The Sun and Moon Stand Still 10:16-27 The Five Kings Hidden in the Cave at Makkedah 10:28-43 The Conquest of the Southern Cities 11:1-15 The Northern Coalition Defeated at the Waters of Merom 11:16-23 The Whole Land Joshua Conquered 12:1-6 Kings Defeated East of the Jordan 12:7-24 Kings Defeated West of the Jordan 13:1-7 The Land Yet to Be Conquered 13:8-33 The Inheritance of the Tribes East of the Jordan 14:1-5 The Division of the Land of Canaan Begins 14:6-15 Caleb Receives Hebron as His Inheritance 15:1-12 The Boundaries of the Tribe of Judah 15:13-19 The Story of Caleb, Othniel, and Achsah 15:20-63 The List of the Cities of Judah 16:1-4 The Borders of the Descendants of Ephraim and Manasseh 16:5-10 The Inheritance of the Tribe of Ephraim 17:1-13 The Inheritance of the Half-Tribe of Manasseh 17:14-18 The People of Joseph Ask for More Land 18:1-10 The Tent of Meeting Set Up at Shiloh and the Land Surveyed 18:11-28 The Borders and Cities of the Tribe of Benjamin 19:1-9 The Inheritance of the Tribe of Simeon 19:10-16 The Inheritance of the Tribe of Zebulun 19:17-23 The Inheritance of the Tribe of Issachar 19:24-31 The Inheritance of the Tribe of Asher 19:32-39 The Inheritance of the Tribe of Naphtali 19:40-48 The Inheritance of the Tribe of Dan 19:49-51 The Inheritance Given to Joshua 20:1-9 The Cities of Refuge Appointed 21:1-8 Cities Requested for the Levites 21:9-42 The Cities Allotted to the Levites 21:43-45 All the LORD's Promises Fulfilled 22:1-9 The Eastern Tribes Sent Home 22:10-20 The Misunderstanding over the Altar by the Jordan 22:21-34 The Reason for Building the Altar Explained 23:1-16 Joshua's Final Exhortation 24:1-28 The Covenant Renewed at Shechem 24:29-33 The Deaths of Joshua and Eleazar
24:1
待機

Daarna verzamelde Jozua al de stammen van Israel te Sichem, en hij riep de oudsten van Israel, en deszelfs hoofden, en deszelfs richters, en deszelfs ambtlieden; en zij stelden zich voor het aangezicht van God.

24:2
待機

Toen zeide Jozua tot het ganse volk: Alzo zegt de HEERE, de God Israels: Over gene zijde der rivier hebben uw vaders van ouds gewoond, namelijk Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend.

24:3
待機

Toen nam Ik uw vader Abraham van gene zijde der rivier, en deed hem wandelen door het ganse land Kanaan; Ik vermeerderde ook zijn zaad en gaf hem Izak.

24:4
待機

En aan Izak gaf Ik Jakob en Ezau; en Ik gaf aan Ezau het gebergte Seir, om dat erfelijk te bezitten; maar Jakob en zijn kinderen togen af in Egypte.

24:5
待機

Toen zond Ik Mozes en Aaron, en Ik plaagde Egypte, gelijk als Ik in deszelfs midden gedaan heb; en daarna leidde Ik u daaruit.

24:6
待機

Als Ik uw vaders uit Egypte gevoerd had, zo kwaamt gij aan de zee, en de Egyptenaars jaagden uw vaderen na met wagens en met ruiters, tot de Schelfzee.

24:7
待機

Zij nu riepen tot den HEERE, en Hij stelde een duisternis tussen u en tussen de Egyptenaars, en Hij bracht de zee over hen, en bedekte hen; en uw ogen hebben gezien, wat Ik in Egypte gedaan heb. Daarna hebt gij vele dagen in de woestijn gewoond.

24:8
待機

Toen bracht Ik u in het land der Amorieten, die over gene zijde van de Jordaan woonden, die streden tegen u; maar Ik gaf hen in uw hand, en gij bezat hun land erfelijk, en Ik verdelgde hen voor ulieder aangezicht.

24:9
待機

Ook maakte zich Balak op, de zoon van Zippor, de koning der Moabieten, en hij streed tegen Israel; en hij zond heen, en deed Bileam, den zoon van Beor, roepen, opdat hij u vervloeken zou.

24:10
待機

Maar Ik wilde Bileam niet horen; dies zegende hij u gestadig, en Ik verloste u uit zijn hand.

24:11
待機

Toen gij over de Jordaan getrokken waart, en te Jericho kwaamt, zo krijgden de burgers van Jericho tegen u, de Amorieten, en de Ferezieten, en de Kanaanieten, en de Hethieten, en de Girgazieten, de Hevieten en de Jebusieten; doch Ik gaf hen in ulieder hand.

24:12
待機

En Ik zond horzelen voor u heen; die dreven hen weg van ulieder aangezicht, gelijk de beide koningen der Amorieten, niet door uw zwaard, noch door uw boog.

24:13
待機

Dus heb Ik u een land gegeven, waaraan gij niet gearbeid hebt, en steden, die gij niet gebouwd hebt, en gij woont in dezelve; gij eet van de wijngaarden en olijfbomen, die gij niet geplant hebt.

24:14
待機

En nu, vreest den HEERE, en dient Hem in oprechtheid en in waarheid; en doet weg de goden, die uw vaders gediend hebben, aan gene zijde der rivier, en in Egypte; en dient den HEERE.

24:15
待機

Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!

24:16
待機

Toen antwoordde het volk en zeide: Het zij verre van ons, dat wij den HEERE verlaten zouden, om andere goden te dienen.

24:17
待機

Want de HEERE is onze God; Hij is het, Die ons en onze vaderen uit het land van Egypte, uit het diensthuis heeft opgebracht, en Die deze grote tekenen voor onze ogen gedaan heeft, en ons bewaard heeft op al den weg, door welken wij getogen zijn, en onder alle volken, door welker midden wij getrokken zijn.

24:18
待機

En de HEERE heeft voor ons aangezicht uitgestoten al die volken, zelfs den Amoriet, inwoner des lands. Wij zullen ook den HEERE dienen, want Hij is onze God.

24:19
待機

Toen zeide Jozua tot het volk: Gij zult den HEERE niet kunnen dienen, want Hij is een heilig God; Hij is een ijverig God; Hij zal uw overtredingen en uw zonden niet vergeven.

24:20
待機

Indien gij den HEERE verlaten en vreemde goden dienen zult, zo zal Hij Zich omkeren, en Hij zal u kwaad doen, en Hij zal u verdoen, naar dat Hij u goed gedaan zal hebben.

24:21
待機

Toen zeide het volk tot Jozua: Neen, maar wij zullen den HEERE dienen.

24:22
待機

Jozua nu zeide tot het volk: Gij zijt getuigen over uzelven, dat gij u den HEERE verkoren hebt, om Hem te dienen. En zij zeiden: Wij zijn getuigen.

24:23
待機

En nu, doet de vreemde goden weg, die in het midden van u zijn, en neigt uw harten tot den HEERE, den God van Israel.

24:24
待機

En het volk zeide tot Jozua: Wij zullen den HEERE, onzen God, dienen, en wij zullen Zijner stem gehoorzamen.

24:25
待機

Alzo maakte Jozua op dienzelven dag een verbond met het volk; en hij stelde het hun tot een inzetting en recht te Sichem.

24:26
待機

En Jozua schreef deze woorden in het wetboek Gods; en hij nam een groten steen, en hij richtte dien daar op onder den eik, die bij het heiligdom des HEEREN was.

24:27
待機

En Jozua zeide tot het ganse volk: Ziet, deze steen zal ons tot een getuigenis zijn; want hij heeft gehoord al de redenen des HEEREN, die Hij tot ons gesproken heeft; ja, hij zal tot een getuigenis tegen ulieden zijn, opdat gij uw God niet liegt.

24:28
待機

Toen zond Jozua het volk weg, een ieder naar zijn erfdeel.

24:29
待機

En het geschiedde na deze dingen, dat Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEEREN, stierf, oud zijnde honderd en tien jaren.

24:30
待機

En zij begroeven hem in de landpale zijns erfdeels, te Timnath-Serah, welke is op een berg van Efraim, aan het noorden van den berg Gaas.

24:31
待機

Israel nu diende den HEERE al de dagen van Jozua, en al de dagen van de oudsten, die lang na Jozua leefden, en die al het werk des HEEREN wisten, hetwelk Hij aan Israel gedaan had.

24:32
待機

Zij begroeven ook de beenderen van Jozef, die de kinderen Israels uit Egypte opgebracht hadden, te Sichem, in dat stuk velds, hetwelk Jakob gekocht had van de kinderen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds, want zij waren aan de kinderen van Jozef ter erfenis geworden.

24:33
待機

Ook stierf Eleazar, de zoon van Aaron; en zij begroeven hem op den heuvel van Pinehas, zijn zoon, die hem gegeven was geweest op het gebergte van Efraim.