Aleph. Ik ben de man, die ellende gezien heeft door de roede Zijner verbolgenheid.
Copywork input for chapter 3 verse 1
Your input is saved to this browser automatically.
Aleph. Hij heeft mij geleid en gevoerd in de duisternis, en niet in het licht.
Copywork input for chapter 3 verse 2
Your input is saved to this browser automatically.
Aleph. Hij heeft Zich immers tegen mij gewend, Hij heeft Zijn hand den gansen dag veranderd.
Copywork input for chapter 3 verse 3
Your input is saved to this browser automatically.
Beth. Hij heeft mijn vlees en mijn huid oud gemaakt, Hij heeft mijn beenderen gebroken.
Copywork input for chapter 3 verse 4
Your input is saved to this browser automatically.
Beth. Hij heeft tegen mij gebouwd, en Hij heeft mij met galle en moeite omringd.
Copywork input for chapter 3 verse 5
Your input is saved to this browser automatically.
Beth. Hij heeft mij gezet in duistere plaatsen, als degenen, die over lang dood zijn.
Copywork input for chapter 3 verse 6
Your input is saved to this browser automatically.
Gimel. Hij heeft mij toegemuurd, dat ik er niet uit gaan kan; Hij heeft mijn koperen boeien verzwaard.
Copywork input for chapter 3 verse 7
Your input is saved to this browser automatically.
Gimel. Ook wanneer ik roep en schreeuw, sluit Hij de oren voor mijn gebed.
Copywork input for chapter 3 verse 8
Your input is saved to this browser automatically.
Gimel. Hij heeft mij wegen toegemuurd met uitgehouwen stenen, Hij heeft mijn paden verkeerd.
Copywork input for chapter 3 verse 9
Your input is saved to this browser automatically.
Daleth. Hij is mij een loerende beer, een leeuw in verborgen plaatsen.
Copywork input for chapter 3 verse 10
Your input is saved to this browser automatically.
Daleth. Hij heeft mijn wegen afgewend; en Hij heeft mij in stukken gebroken; Hij heeft mij woest gemaakt.
Copywork input for chapter 3 verse 11
Your input is saved to this browser automatically.
Daleth. Hij heeft Zijn boog gespannen, en Hij heeft mij den pijl als ten doel gesteld.
Copywork input for chapter 3 verse 12
Your input is saved to this browser automatically.
He. Hij heeft Zijn pijlen in mijn nieren doen ingaan.
Copywork input for chapter 3 verse 13
Your input is saved to this browser automatically.
He. Ik ben al mijn volk tot belaching geworden, hun snarenspel den gansen dag.
Copywork input for chapter 3 verse 14
Your input is saved to this browser automatically.
He. Hij heeft mij met bitterheden verzadigd, Hij heeft mij met alsem dronken gemaakt.
Copywork input for chapter 3 verse 15
Your input is saved to this browser automatically.
Vau. Hij heeft mijn tanden met zandsteentjes verbrijzeld, Hij heeft mij in de as nedergedrukt.
Copywork input for chapter 3 verse 16
Your input is saved to this browser automatically.
Vau. En Gij hebt mijn ziel verre van den vrede verstoten, ik heb het goede vergeten.
Copywork input for chapter 3 verse 17
Your input is saved to this browser automatically.
Vau. Toen zeide ik: Mijn sterkte is vergaan, en mijn hoop van den HEERE.
Copywork input for chapter 3 verse 18
Your input is saved to this browser automatically.
Zain. Gedenk aan mijn ellende en aan mijn ballingschap, aan den alsem en galle.
Copywork input for chapter 3 verse 19
Your input is saved to this browser automatically.
Zain. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan, en zij bukt zich neder in mij.
Copywork input for chapter 3 verse 20
Your input is saved to this browser automatically.
Zain. Dit zal ik mij ter harte nemen, daarom zal ik hopen;
Copywork input for chapter 3 verse 21
Your input is saved to this browser automatically.
Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben;
Copywork input for chapter 3 verse 22
Your input is saved to this browser automatically.
Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.
Copywork input for chapter 3 verse 23
Your input is saved to this browser automatically.
Cheth. De HEERE is mijn Deel, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen.
Copywork input for chapter 3 verse 24
Your input is saved to this browser automatically.
Teth. De HEERE is goed dengenen, die Hem verwachten, der ziele, die Hem zoekt.
Copywork input for chapter 3 verse 25
Your input is saved to this browser automatically.
Teth. Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des HEEREN.
Copywork input for chapter 3 verse 26
Your input is saved to this browser automatically.
Teth. Het is goed voor een man, dat hij het juk in zijn jeugd draagt.
Copywork input for chapter 3 verse 27
Your input is saved to this browser automatically.
Jod. Hij zitte eenzaam, en zwijge stil, omdat Hij het hem opgelegd heeft.
Copywork input for chapter 3 verse 28
Your input is saved to this browser automatically.
Jod. Hij steke zijn mond in het stof, zeggende: Misschien is er verwachting.
Copywork input for chapter 3 verse 29
Your input is saved to this browser automatically.
Jod. Hij geve zijn wang dien, die hem slaat, hij worde zat van smaad.
Copywork input for chapter 3 verse 30
Your input is saved to this browser automatically.
Caph. Want de Heere zal niet verstoten in eeuwigheid.
Copywork input for chapter 3 verse 31
Your input is saved to this browser automatically.
Caph. Maar als Hij bedroefd heeft, zo zal Hij Zich ontfermen, naar de grootheid Zijner goedertierenheden.
Copywork input for chapter 3 verse 32
Your input is saved to this browser automatically.
Caph. Want Hij plaagt of bedroeft des mensen kinderen niet van harte.
Copywork input for chapter 3 verse 33
Your input is saved to this browser automatically.
Lamed. Dat men al de gevangenen der aarde onder Zijn voeten verbrijzelt;
Copywork input for chapter 3 verse 34
Your input is saved to this browser automatically.
Lamed. Dat men het recht eens mans buigt voor het aangezicht des Allerhoogsten;
Copywork input for chapter 3 verse 35
Your input is saved to this browser automatically.
Lamed. Dat men een mens verongelijkt in zijn twistzaak; zou het de Heere niet zien?
Copywork input for chapter 3 verse 36
Your input is saved to this browser automatically.
Mem. Wie zegt wat, hetwelk geschiedt, zo het de Heere niet beveelt?
Copywork input for chapter 3 verse 37
Your input is saved to this browser automatically.
Mem. Gaat niet uit den mond des Allerhoogsten het kwade en het goede?
Copywork input for chapter 3 verse 38
Your input is saved to this browser automatically.
Mem. Wat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonden.
Copywork input for chapter 3 verse 39
Your input is saved to this browser automatically.
Nun. Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot den HEERE.
Copywork input for chapter 3 verse 40
Your input is saved to this browser automatically.
Nun. Laat ons onze harten opheffen, mitsgaders de handen, tot God in den hemel, zeggende:
Copywork input for chapter 3 verse 41
Your input is saved to this browser automatically.
Nun. Wij hebben overtreden, en wij zijn wederspannig geweest, daarom hebt Gij niet gespaard.
Copywork input for chapter 3 verse 42
Your input is saved to this browser automatically.
Samech. Gij hebt ons met toorn bedekt, en Gij hebt ons vervolgd; Gij hebt ons gedood. Gij hebt niet verschoond.
Copywork input for chapter 3 verse 43
Your input is saved to this browser automatically.
Samech. Gij hebt U met een wolk bedekt, zodat er geen gebed doorkwam.
Copywork input for chapter 3 verse 44
Your input is saved to this browser automatically.
Samech. Gij hebt ons tot een uitvaagsel en wegwerpsel gesteld, in het midden der volken.
Copywork input for chapter 3 verse 45
Your input is saved to this browser automatically.
Pe. Al onze vijanden hebben hun mond tegen ons opgesperd.
Copywork input for chapter 3 verse 46
Your input is saved to this browser automatically.
Pe. De vreze en de kuil zijn over ons gekomen, de verwoesting en de verbreking.
Copywork input for chapter 3 verse 47
Your input is saved to this browser automatically.
Pe. Met waterbeken loopt mijn oog neder, vanwege de breuk der dochter mijns volks.
Copywork input for chapter 3 verse 48
Your input is saved to this browser automatically.
Ain. Mijn oog vliet, en kan niet ophouden, omdat er geen rust is;
Copywork input for chapter 3 verse 49
Your input is saved to this browser automatically.
Ain. Totdat het de HEERE van den hemel aanschouwe, en het zie.
Copywork input for chapter 3 verse 50
Your input is saved to this browser automatically.
Ain. Mijn oog doet mijn ziele moeite aan, vanwege al de dochteren mijner stad.
Copywork input for chapter 3 verse 51
Your input is saved to this browser automatically.
Tsade. Die mijn vijanden zijn zonder oorzaak, hebben mij als een vogeltje dapperlijk gejaagd.
Copywork input for chapter 3 verse 52
Your input is saved to this browser automatically.
Tsade. Zij hebben mijn leven in een kuil uitgeroeid, en zij hebben een steen op mij geworpen.
Copywork input for chapter 3 verse 53
Your input is saved to this browser automatically.
Tsade. De wateren zwommen over mijn hoofd; ik zeide: Ik ben afgesneden!
Copywork input for chapter 3 verse 54
Your input is saved to this browser automatically.
Koph. HEERE! Ik heb Uw Naam aangeroepen uit den ondersten kuil.
Copywork input for chapter 3 verse 55
Your input is saved to this browser automatically.
Koph. Gij hebt mijn stem gehoord, verberg Uw oor niet voor mijn zuchten, voor mijn roepen.
Copywork input for chapter 3 verse 56
Your input is saved to this browser automatically.
Koph. Gij hebt U genaderd ten dage, als ik U aanriep; Gij hebt gezegd: Vrees niet!
Copywork input for chapter 3 verse 57
Your input is saved to this browser automatically.
Resch. HEERE! Gij hebt de twistzaken mijner ziel getwist, Gij hebt mijn leven verlost.
Copywork input for chapter 3 verse 58
Your input is saved to this browser automatically.
Resch. HEERE! Gij hebt gezien de verkeerdheid, die men mij aangedaan heeft, oordeel mijn rechtzaak.
Copywork input for chapter 3 verse 59
Your input is saved to this browser automatically.
Resch. Gij hebt al hun wraak gezien, al hun gedachten tegen mij.
Copywork input for chapter 3 verse 60
Your input is saved to this browser automatically.
Schin. HEERE! Gij hebt hun smaden gehoord, en al hun gedachten tegen mij;
Copywork input for chapter 3 verse 61
Your input is saved to this browser automatically.
Schin. De lippen dergenen, die tegen mij opstaan, en hun dichten tegen mij den gansen dag.
Copywork input for chapter 3 verse 62
Your input is saved to this browser automatically.
Schin. Aanschouw hun zitten en opstaan; ik ben hun snarenspel.
Copywork input for chapter 3 verse 63
Your input is saved to this browser automatically.
Thau. HEERE! geef hun weder die vergelding, naar het werk hunner handen.
Copywork input for chapter 3 verse 64
Your input is saved to this browser automatically.
Thau. Geef hun een deksel des harten; Uw vloek zij over hen!
Copywork input for chapter 3 verse 65
Your input is saved to this browser automatically.
Thau. Vervolg ze met toorn, en verdelg ze van onder den hemel des HEEREN.
Copywork input for chapter 3 verse 66
Your input is saved to this browser automatically.