scripture.how Bible Copywork
EN

Copywork

Dutch 1917 Lamentations 3장

Copywork is not a speed-typing drill but time to re-hold the words and flow of Scripture, one verse at a time. Your input is saved temporarily in this browser, and to your account when you are signed in.

KO Korean
ZH Chinese
JA Japanese
HI Hindi
BN Bengali
TA Tamil
TE Telugu
ML Malayalam
FA Persian
MY Burmese
NE Nepali
MR Marathi
KN Kannada
HA Hausa
YO Yoruba
SW Swahili
IG Igbo
ID Indonesian
TSI
PT Portuguese
VI Vietnamese
AR Arabic
AVD
RU Russian
UK Ukrainian
RO Romanian
BTF
IT Italian
FI Finnish
TO Tongan
HR Croatian
SR Serbian
TR Turkish
HU Hungarian
PL Polish
SK Slovak
LA Latin
NL Dutch
CS Czech
FR French
ES Spanish
DE German
ETC Other languages
3:1
Waiting

Aleph. Ik ben de man, die ellende gezien heeft door de roede Zijner verbolgenheid.

3:2
Waiting

Aleph. Hij heeft mij geleid en gevoerd in de duisternis, en niet in het licht.

3:3
Waiting

Aleph. Hij heeft Zich immers tegen mij gewend, Hij heeft Zijn hand den gansen dag veranderd.

3:4
Waiting

Beth. Hij heeft mijn vlees en mijn huid oud gemaakt, Hij heeft mijn beenderen gebroken.

3:5
Waiting

Beth. Hij heeft tegen mij gebouwd, en Hij heeft mij met galle en moeite omringd.

3:6
Waiting

Beth. Hij heeft mij gezet in duistere plaatsen, als degenen, die over lang dood zijn.

3:7
Waiting

Gimel. Hij heeft mij toegemuurd, dat ik er niet uit gaan kan; Hij heeft mijn koperen boeien verzwaard.

3:8
Waiting

Gimel. Ook wanneer ik roep en schreeuw, sluit Hij de oren voor mijn gebed.

3:9
Waiting

Gimel. Hij heeft mij wegen toegemuurd met uitgehouwen stenen, Hij heeft mijn paden verkeerd.

3:10
Waiting

Daleth. Hij is mij een loerende beer, een leeuw in verborgen plaatsen.

3:11
Waiting

Daleth. Hij heeft mijn wegen afgewend; en Hij heeft mij in stukken gebroken; Hij heeft mij woest gemaakt.

3:12
Waiting

Daleth. Hij heeft Zijn boog gespannen, en Hij heeft mij den pijl als ten doel gesteld.

3:13
Waiting

He. Hij heeft Zijn pijlen in mijn nieren doen ingaan.

3:14
Waiting

He. Ik ben al mijn volk tot belaching geworden, hun snarenspel den gansen dag.

3:15
Waiting

He. Hij heeft mij met bitterheden verzadigd, Hij heeft mij met alsem dronken gemaakt.

3:16
Waiting

Vau. Hij heeft mijn tanden met zandsteentjes verbrijzeld, Hij heeft mij in de as nedergedrukt.

3:17
Waiting

Vau. En Gij hebt mijn ziel verre van den vrede verstoten, ik heb het goede vergeten.

3:18
Waiting

Vau. Toen zeide ik: Mijn sterkte is vergaan, en mijn hoop van den HEERE.

3:19
Waiting

Zain. Gedenk aan mijn ellende en aan mijn ballingschap, aan den alsem en galle.

3:20
Waiting

Zain. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan, en zij bukt zich neder in mij.

3:21
Waiting

Zain. Dit zal ik mij ter harte nemen, daarom zal ik hopen;

3:22
Waiting

Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben;

3:23
Waiting

Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.

3:24
Waiting

Cheth. De HEERE is mijn Deel, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen.

3:25
Waiting

Teth. De HEERE is goed dengenen, die Hem verwachten, der ziele, die Hem zoekt.

3:26
Waiting

Teth. Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des HEEREN.

3:27
Waiting

Teth. Het is goed voor een man, dat hij het juk in zijn jeugd draagt.

3:28
Waiting

Jod. Hij zitte eenzaam, en zwijge stil, omdat Hij het hem opgelegd heeft.

3:29
Waiting

Jod. Hij steke zijn mond in het stof, zeggende: Misschien is er verwachting.

3:30
Waiting

Jod. Hij geve zijn wang dien, die hem slaat, hij worde zat van smaad.

3:31
Waiting

Caph. Want de Heere zal niet verstoten in eeuwigheid.

3:32
Waiting

Caph. Maar als Hij bedroefd heeft, zo zal Hij Zich ontfermen, naar de grootheid Zijner goedertierenheden.

3:33
Waiting

Caph. Want Hij plaagt of bedroeft des mensen kinderen niet van harte.

3:34
Waiting

Lamed. Dat men al de gevangenen der aarde onder Zijn voeten verbrijzelt;

3:35
Waiting

Lamed. Dat men het recht eens mans buigt voor het aangezicht des Allerhoogsten;

3:36
Waiting

Lamed. Dat men een mens verongelijkt in zijn twistzaak; zou het de Heere niet zien?

3:37
Waiting

Mem. Wie zegt wat, hetwelk geschiedt, zo het de Heere niet beveelt?

3:38
Waiting

Mem. Gaat niet uit den mond des Allerhoogsten het kwade en het goede?

3:39
Waiting

Mem. Wat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonden.

3:40
Waiting

Nun. Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot den HEERE.

3:41
Waiting

Nun. Laat ons onze harten opheffen, mitsgaders de handen, tot God in den hemel, zeggende:

3:42
Waiting

Nun. Wij hebben overtreden, en wij zijn wederspannig geweest, daarom hebt Gij niet gespaard.

3:43
Waiting

Samech. Gij hebt ons met toorn bedekt, en Gij hebt ons vervolgd; Gij hebt ons gedood. Gij hebt niet verschoond.

3:44
Waiting

Samech. Gij hebt U met een wolk bedekt, zodat er geen gebed doorkwam.

3:45
Waiting

Samech. Gij hebt ons tot een uitvaagsel en wegwerpsel gesteld, in het midden der volken.

3:46
Waiting

Pe. Al onze vijanden hebben hun mond tegen ons opgesperd.

3:47
Waiting

Pe. De vreze en de kuil zijn over ons gekomen, de verwoesting en de verbreking.

3:48
Waiting

Pe. Met waterbeken loopt mijn oog neder, vanwege de breuk der dochter mijns volks.

3:49
Waiting

Ain. Mijn oog vliet, en kan niet ophouden, omdat er geen rust is;

3:50
Waiting

Ain. Totdat het de HEERE van den hemel aanschouwe, en het zie.

3:51
Waiting

Ain. Mijn oog doet mijn ziele moeite aan, vanwege al de dochteren mijner stad.

3:52
Waiting

Tsade. Die mijn vijanden zijn zonder oorzaak, hebben mij als een vogeltje dapperlijk gejaagd.

3:53
Waiting

Tsade. Zij hebben mijn leven in een kuil uitgeroeid, en zij hebben een steen op mij geworpen.

3:54
Waiting

Tsade. De wateren zwommen over mijn hoofd; ik zeide: Ik ben afgesneden!

3:55
Waiting

Koph. HEERE! Ik heb Uw Naam aangeroepen uit den ondersten kuil.

3:56
Waiting

Koph. Gij hebt mijn stem gehoord, verberg Uw oor niet voor mijn zuchten, voor mijn roepen.

3:57
Waiting

Koph. Gij hebt U genaderd ten dage, als ik U aanriep; Gij hebt gezegd: Vrees niet!

3:58
Waiting

Resch. HEERE! Gij hebt de twistzaken mijner ziel getwist, Gij hebt mijn leven verlost.

3:59
Waiting

Resch. HEERE! Gij hebt gezien de verkeerdheid, die men mij aangedaan heeft, oordeel mijn rechtzaak.

3:60
Waiting

Resch. Gij hebt al hun wraak gezien, al hun gedachten tegen mij.

3:61
Waiting

Schin. HEERE! Gij hebt hun smaden gehoord, en al hun gedachten tegen mij;

3:62
Waiting

Schin. De lippen dergenen, die tegen mij opstaan, en hun dichten tegen mij den gansen dag.

3:63
Waiting

Schin. Aanschouw hun zitten en opstaan; ik ben hun snarenspel.

3:64
Waiting

Thau. HEERE! geef hun weder die vergelding, naar het werk hunner handen.

3:65
Waiting

Thau. Geef hun een deksel des harten; Uw vloek zij over hen!

3:66
Waiting

Thau. Vervolg ze met toorn, en verdelg ze van onder den hemel des HEEREN.