scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 레위기 14장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 레위기

1:1-9 Laws for Burnt Offerings 1:10-13 Burnt Offering from the Flock 1:14-17 Burnt Offering of Birds 2:1-3 Laws for the Grain Offering 2:4-10 Baked and Cooked Grain Offerings 2:11-13 Regulations on Yeast and Salt 2:14-16 Grain Offering of Firstfruits 3:1-5 Fellowship Offering from the Herd 3:6-11 Fellowship Offering from the Flock 3:12-17 Fellowship Offering of a Goat 4:1-12 Sin Offering for the Priest 4:13-21 Sin Offering for the Whole Congregation 4:22-26 Sin Offering for a Leader 4:27-35 Sin Offering for a Common Person 5:1-6 Sin Offerings for Various Cases 5:7-13 Sin Offering for the Poor 5:14-19 Guilt Offering for Holy Things 6:1-7 Guilt Offering for Wronging a Neighbor 6:8-13 Regulations for the Burnt Offering 6:14-18 Regulations for the Grain Offering 6:19-23 Grain Offering for the Priests' Ordination 6:24-30 Regulations for the Sin Offering 7:1-10 Regulations for the Guilt Offering 7:11-21 Regulations for the Fellowship Offering 7:22-27 Eating Neither Fat nor Blood 7:28-38 The Priests' Portion 8:1-13 The Ordination of Aaron and His Sons 8:14-30 The Ordination Sacrifices 8:31-36 The Seven Days of Ordination 9:1-14 Aaron Offers the First Sacrifices 9:15-24 Sacrifices and Blessing for the People 10:1-7 The Death of Nadab and Abihu 10:8-11 Rules for the Priests 10:12-20 Eating the Offerings 11:1-8 Clean and Unclean Animals 11:9-12 Regulations on Creatures in the Water 11:13-23 Unclean Birds 11:24-40 Uncleanness from Carcasses 11:41-47 Regulations on Creatures That Crawl 12:1-8 Purification After Childbirth 13:1-17 Laws for Diagnosing Skin Diseases 13:18-28 Diagnosis of Boils and Burns 13:29-44 Diseases of the Head and Beard 13:45-46 Conduct of the Leper 13:47-59 Regulations for Mildew in Clothing 14:1-9 Cleansing of the Healed 14:10-20 Sacrifices for Cleansing 14:21-32 Cleansing Offering for the Poor 14:33-53 Regulations for Mildew in a House 14:54-57 Conclusion of the Laws on Skin Diseases 15:1-18 Uncleanness from a Man's Discharge 15:19-30 Uncleanness from a Woman's Discharge 15:31-33 Conclusion of the Laws on Discharges 16:1-10 Preparation for the Day of Atonement 16:11-19 The High Priest's Sin Offering 16:20-28 The Goat for Azazel 16:29-34 The Everlasting Statute of the Day of Atonement 17:1-9 The Place for Slaughtering Sacrifices 17:10-16 The Command Against Eating Blood 18:1-5 Do Not Follow the Practices of the Nations 18:6-18 Forbidden Sexual Relations 18:19-30 Prohibitions Against Detestable Acts 19:1-18 Laws for a Holy People 19:19-37 Various Laws 20:1-8 Punishment for Molech Worship and Mediums 20:9-21 Sins Punishable by Death 20:22-27 Live as a People Set Apart 21:1-9 The Holy Conduct of the Priests 21:10-15 Rules for the High Priest 21:16-24 Restrictions for Those with Defects 22:1-16 Rules for Eating Holy Things 22:17-33 Offer Unblemished Sacrifices 23:1-3 The Sabbath 23:4-8 The Passover and Unleavened Bread 23:9-14 The Feast of Firstfruits 23:15-22 The Feast of Weeks 23:23-25 The Feast of Trumpets 23:26-32 The Day of Atonement 23:33-44 The Feast of Tabernacles 24:1-9 The Lamps and the Bread of the Presence 24:10-16 The Blasphemer of the LORD's Name 24:17-23 The Law of Equal Retribution 25:1-7 The Sabbath Year 25:8-22 The Proclamation of the Year of Jubilee 25:23-34 Laws for Redeeming Land 25:35-46 Laws for Helping the Poor Among You 25:47-55 Laws for Redeeming Those Sold into Slavery 26:1-13 Blessings for Obedience 26:14-39 Punishment for Disobedience 26:40-46 Repentance and the Restoration of the Covenant 27:1-8 The Value of Persons Under a Vow 27:9-25 The Value of Vowed Animals and Houses 27:26-34 Laws for Things Devoted to the LORD
14:1
대기

Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

14:2
대기

Dit zal de wet des melaatsen zijn, ten dage zijner reiniging: dat hij tot den priester zal gebracht worden.

14:3
대기

En de priester zal buiten het leger gaan; als de priester merken zal, dat, ziet, die plaag der melaatsheid van den melaatse genezen is;

14:4
대기

Zo zal de priester gebieden, dat men voor hem, die te reinigen zal zijn, twee levende reine vogelen neme, mitsgaders cederenhout, en scharlaken, en hysop.

14:5
대기

De priester zal ook gebieden, dat men den ene vogel slachte, in een aarden vat, over levend water.

14:6
대기

Dien levenden vogel zal hij nemen, en het cederhout, en het scharlaken, en den hysop; en zal die, en den levenden vogel dopen in het bloed des vogels, die boven het levende water geslacht is.

14:7
대기

En hij zal over hem, die van de melaatsheid te reinigen is, zevenmaal sprengen; daarna zal hij hem rein verklaren, en den levenden vogel in het open veld vliegen laten.

14:8
대기

Die nu te reinigen is, zal zijn klederen wassen, en al zijn haar afscheren, en zich in het water afwassen, zo zal hij rein zijn; daarna zal hij in het leger komen, maar zal buiten zijn tent zeven dagen blijven.

14:9
대기

En op den zevenden dag zal het geschieden, dat hij al zijn haar zal afscheren, zijn hoofd, en zijn baard, en de wenkbrauwen zijner ogen; ja, al zijn haar zal hij afscheren, en al zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden, zo zal hij rein zijn.

14:10
대기

En op den achtsten dag zal hij twee volkomen lammeren, en een eenjarig volkomen schaap nemen, mitsgaders drie tienden meelbloem ten spijsoffer, met olie gemengd, en een log olie.

14:11
대기

De priester nu, die de reiniging doet, zal den man, die te reinigen is, en die dingen, stellen voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst.

14:12
대기

En de priester zal dat ene lam nemen, en hetzelve offeren tot een schuldoffer met den log olie; en zal die ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN bewegen.

14:13
대기

Daarna zal hij dat lam slachten in de plaats, waar men het zondoffer en het brandoffer slacht, in de heilige plaats; want het schuldoffer, gelijk het zondoffer, is voor den priester; het is een heiligheid der heiligheden.

14:14
대기

En de priester zal van het bloed des schuldoffers nemen, hetwelk de priester doen zal op het lapje van het rechteroor desgenen, die te reinigen is, en op den duim zijner rechterhand, en op den groten teen zijns rechtervoets.

14:15
대기

De priester zal ook uit den log der olie nemen, en zal ze op des priesters linkerhand gieten.

14:16
대기

Dan zal de priester zijn rechtervinger indopen, nemende van die olie, die in zijn linkerhand is, en zal met zijn vinger van die olie zevenmaal sprengen, voor het aangezicht des HEEREN.

14:17
대기

En van het overige van die olie, die in zijn hand zal zijn, zal de priester doen op het lapje van het rechteroor desgenen, die te reinigen is, en op den duim zijner rechterhand, en op den groten teen zijns rechtervoets, boven op het bloed des schuldoffers.

14:18
대기

Dat nog overgebleven zal zijn van die olie, die in de hand des priesters geweest is, zal hij doen op het hoofd desgenen, die te reinigen is; zo zal de priester over hem verzoening doen voor het aangezicht des HEEREN.

14:19
대기

De priester zal ook het zondoffer bereiden, en voor hem, die van zijn onreinigheid te reinigen is, verzoening doen; en daarna zal hij het brandoffer slachten.

14:20
대기

En de priester zal dat brandoffer en dat spijsoffer op het altaar offeren; zo zal de priester de verzoening voor hem doen, en hij zal rein zijn.

14:21
대기

Maar indien hij arm is, en zijn hand dat niet bereikt, zo zal hij een lam ten schuldoffer, ter beweging nemen, om voor hem verzoening te doen; daartoe een tiende meelbloem, met olie gemengd, ten spijsoffer, en een log olie;

14:22
대기

Mitsgaders twee tortelduiven, of twee jonge duiven, die zijn hand bereiken zal, welker ene ten zondoffer, en een ten brandoffer zijn zal.

14:23
대기

En hij zal die, op den achtsten dag zijner reiniging, tot den priester brengen, aan de deur van de tent der samenkomst, voor het aangezicht des HEEREN.

14:24
대기

En de priester zal het lam des schuldoffers, en den log der olie nemen; en de priester zal die ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN bewegen.

14:25
대기

Daarna zal hij het lam des schuldoffers slachten, en de priester zal van het bloed des schuldoffers nemen, en doen op het rechteroorlapje desgenen, die te reinigen is, en op den duim zijner rechterhand, en op den groten teen zijns rechtervoets.

14:26
대기

Ook zal de priester van die olie op des priesters linkerhand gieten.

14:27
대기

Daarna zal de priester met zijn rechtervinger van die olie, die op zijn linkerhand is, sprengen, zevenmaal, voor het aangezicht des HEEREN.

14:28
대기

En de priester zal van de olie, die op zijn hand is, doen aan het lapje van het rechteroor desgenen, die te reinigen is, en aan den duim zijner rechterhand, en aan den groten teen zijns rechtervoets, op de plaats van het bloed des schuldoffers.

14:29
대기

En het overgeblevene van de olie, die in de hand des priesters is, zal hij doen op het hoofd desgenen, die te reinigen is, om de verzoening voor hem te doen, voor het aangezicht des HEEREN.

14:30
대기

Daarna zal hij de ene van de tortelduiven, of van de jonge duiven bereiden, van hetgeen zijn hand bereikt zal hebben.

14:31
대기

Van hetgeen zijn hand bereikt zal hebben, zal het een ten zondoffer, en het een ten brandoffer zijn, boven het spijsoffer; zo zal de priester voor hem, die te reinigen is, verzoening doen voor het aangezicht des HEEREN.

14:32
대기

Dit is de wet desgenen, in wien de plaag der melaatsheid zal zijn, wiens hand in zijn reiniging dat niet bereikt zal hebben.

14:33
대기

Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:

14:34
대기

Als gij zult gekomen zijn in het land van Kanaan, hetwelk Ik u tot bezitting geven zal, en Ik de plaag der melaatsheid aan een huis van dat land uwer bezitting zal gegeven hebben;

14:35
대기

Zo zal hij, van wien dat huis is, komen, en den priester te kennen geven, zeggende: Het schijnt mij, alsof er een plaag in het huis ware.

14:36
대기

En de priester zal gebieden, dat zij dat huis ruimen, aleer de priester komt, om die plaag te bezien, opdat niet al wat in dat huis is, onrein worde; en daarna zal de priester komen, om dat huis te bezien.

14:37
대기

Als hij die plaag bezien zal, dat, ziet, die plaag aan de wanden van dat huis zijn groenachtige of roodachtige kuiltjes, en hun aanzien lager is dan die wand;

14:38
대기

De priester zal uit dat huis uitgaan, aan de deur van het huis, en hij zal dat huis zeven dagen doen toesluiten.

14:39
대기

Daarna zal de priester op den zevenden dag wederkeren; indien hij merken zal, dat, ziet, die plaag aan de wanden van dat huis uitgespreid is;

14:40
대기

Zo zal de priester gebieden, dat zij de stenen, in welke die plaag is, uitbreken, en dezelve tot buiten de stad werpen, aan een onreine plaats;

14:41
대기

En dat huis zal hij rondom van binnen doen schrabben, en zij zullen het stof, dat zij afgeschrabd hebben, tot buiten de stad aan een onreine plaats uitstorten.

14:42
대기

Daarna zullen zij andere stenen nemen, en in de plaats van gene stenen brengen; en men zal ander leem nemen, en dat huis bestrijken.

14:43
대기

Maar indien die plaag wederkeert, en in dat huis uitbot, nadat men de stenen uitgebroken heeft, en na het afschrabben van het huis, en nadat het zal bestreken zijn;

14:44
대기

Zo zal de priester komen; als hij nu zal merken, dat, ziet, die plaag aan dat huis uitgespreid is, het is een knagende melaatsheid in dat huis, het is onrein.

14:45
대기

Daarom zal men dat huis, zijn stenen, en zijn hout even afbreken, mitsgaders al het leem van het huis, en men zal het tot buiten de stad uitvoeren, aan een onreine plaats.

14:46
대기

En die in dat huis gaat te enigen dage, als men hetzelve zal toegesloten hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.

14:47
대기

Die ook in dat huis te slapen ligt, zal zijn klederen wassen; insgelijks, die in dat huis eet, zal zijn klederen wassen.

14:48
대기

Maar als de priester zal weder ingegaan zijn, en zal merken, dat, ziet, die plaag aan dat huis niet uitgespreid is, nadat het huis zal bestreken zijn; zo zal de priester dat huis rein verklaren, dewijl die plaag genezen is.

14:49
대기

Daarna zal hij, om dat huis te ontzondigen, twee vogeltjes nemen, mitsgaders cederenhout, en scharlaken, en hysop.

14:50
대기

En hij zal den enen vogel slachten in een aarden vat, over levend water.

14:51
대기

Dan zal hij dat cederenhout, en dien hysop, en het scharlaken, en den levenden vogel nemen, en zal die in het bloed des geslachten vogels en in het levende water dopen; en hij zal dat huis zevenmaal besprengen.

14:52
대기

Zo zal hij dat huis ontzondigen met het bloed des vogels, en met dat levend water, en met den levenden vogel, en met dat cederenhout, en met den hysop, en met het scharlaken.

14:53
대기

Den levenden vogel nu zal hij tot buiten de stad, in het open veld, laten vliegen; zo zal hij over het huis verzoening doen, en het zal rein zijn.

14:54
대기

Dit is de wet voor alle plage der melaatsheid, en voor schurftheid;

14:55
대기

En voor melaatsheid der klederen, en der huizen;

14:56
대기

Mitsgaders voor gezwel, en voor gezweer, en voor blaren;

14:57
대기

Om te leren, op welken dag iets onrein, en op welken dag iets rein is. Dit is de wet der melaatsheid.