scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 레위기 25장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 레위기

1:1-9 Laws for Burnt Offerings 1:10-13 Burnt Offering from the Flock 1:14-17 Burnt Offering of Birds 2:1-3 Laws for the Grain Offering 2:4-10 Baked and Cooked Grain Offerings 2:11-13 Regulations on Yeast and Salt 2:14-16 Grain Offering of Firstfruits 3:1-5 Fellowship Offering from the Herd 3:6-11 Fellowship Offering from the Flock 3:12-17 Fellowship Offering of a Goat 4:1-12 Sin Offering for the Priest 4:13-21 Sin Offering for the Whole Congregation 4:22-26 Sin Offering for a Leader 4:27-35 Sin Offering for a Common Person 5:1-6 Sin Offerings for Various Cases 5:7-13 Sin Offering for the Poor 5:14-19 Guilt Offering for Holy Things 6:1-7 Guilt Offering for Wronging a Neighbor 6:8-13 Regulations for the Burnt Offering 6:14-18 Regulations for the Grain Offering 6:19-23 Grain Offering for the Priests' Ordination 6:24-30 Regulations for the Sin Offering 7:1-10 Regulations for the Guilt Offering 7:11-21 Regulations for the Fellowship Offering 7:22-27 Eating Neither Fat nor Blood 7:28-38 The Priests' Portion 8:1-13 The Ordination of Aaron and His Sons 8:14-30 The Ordination Sacrifices 8:31-36 The Seven Days of Ordination 9:1-14 Aaron Offers the First Sacrifices 9:15-24 Sacrifices and Blessing for the People 10:1-7 The Death of Nadab and Abihu 10:8-11 Rules for the Priests 10:12-20 Eating the Offerings 11:1-8 Clean and Unclean Animals 11:9-12 Regulations on Creatures in the Water 11:13-23 Unclean Birds 11:24-40 Uncleanness from Carcasses 11:41-47 Regulations on Creatures That Crawl 12:1-8 Purification After Childbirth 13:1-17 Laws for Diagnosing Skin Diseases 13:18-28 Diagnosis of Boils and Burns 13:29-44 Diseases of the Head and Beard 13:45-46 Conduct of the Leper 13:47-59 Regulations for Mildew in Clothing 14:1-9 Cleansing of the Healed 14:10-20 Sacrifices for Cleansing 14:21-32 Cleansing Offering for the Poor 14:33-53 Regulations for Mildew in a House 14:54-57 Conclusion of the Laws on Skin Diseases 15:1-18 Uncleanness from a Man's Discharge 15:19-30 Uncleanness from a Woman's Discharge 15:31-33 Conclusion of the Laws on Discharges 16:1-10 Preparation for the Day of Atonement 16:11-19 The High Priest's Sin Offering 16:20-28 The Goat for Azazel 16:29-34 The Everlasting Statute of the Day of Atonement 17:1-9 The Place for Slaughtering Sacrifices 17:10-16 The Command Against Eating Blood 18:1-5 Do Not Follow the Practices of the Nations 18:6-18 Forbidden Sexual Relations 18:19-30 Prohibitions Against Detestable Acts 19:1-18 Laws for a Holy People 19:19-37 Various Laws 20:1-8 Punishment for Molech Worship and Mediums 20:9-21 Sins Punishable by Death 20:22-27 Live as a People Set Apart 21:1-9 The Holy Conduct of the Priests 21:10-15 Rules for the High Priest 21:16-24 Restrictions for Those with Defects 22:1-16 Rules for Eating Holy Things 22:17-33 Offer Unblemished Sacrifices 23:1-3 The Sabbath 23:4-8 The Passover and Unleavened Bread 23:9-14 The Feast of Firstfruits 23:15-22 The Feast of Weeks 23:23-25 The Feast of Trumpets 23:26-32 The Day of Atonement 23:33-44 The Feast of Tabernacles 24:1-9 The Lamps and the Bread of the Presence 24:10-16 The Blasphemer of the LORD's Name 24:17-23 The Law of Equal Retribution 25:1-7 The Sabbath Year 25:8-22 The Proclamation of the Year of Jubilee 25:23-34 Laws for Redeeming Land 25:35-46 Laws for Helping the Poor Among You 25:47-55 Laws for Redeeming Those Sold into Slavery 26:1-13 Blessings for Obedience 26:14-39 Punishment for Disobedience 26:40-46 Repentance and the Restoration of the Covenant 27:1-8 The Value of Persons Under a Vow 27:9-25 The Value of Vowed Animals and Houses 27:26-34 Laws for Things Devoted to the LORD
25:1
대기

Verder sprak de HEERE tot Mozes, aan den berg Sinai, zeggende:

25:2
대기

Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij zult gekomen zijn in dat land, dat Ik u geve, dan zal dat land rusten, een sabbat den HEERE.

25:3
대기

Zes jaren zult gij uw akker bezaaien, en zes jaren uw wijngaard besnijden, en de inkomst daarvan inzamelen.

25:4
대기

Doch in het zevende jaar zal voor het land een sabbat der rust zijn, een sabbat den HEERE; uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet besnijden.

25:5
대기

Wat van zelf van uw oogst zal gewassen zijn, zult gij niet inoogsten, en de druiven uwer afzondering zult gij niet afsnijden; het zal een jaar der ruste voor het land zijn.

25:6
대기

En de inkomst van den sabbat des lands zal voor u tot spijze zijn, voor u, en voor uw knecht, en voor uw dienstmaagd, en voor uw dagloner, en voor uw bijwoner, die bij u als vreemdelingen verkeren;

25:7
대기

Mitsgaders voor het vee, en voor het gedierte, dat in uw land is, zal al de inkomst daarvan tot spijze zijn.

25:8
대기

Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn.

25:9
대기

Daarna zult gij in de zevende maand, op den tienden der maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op den verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land.

25:10
대기

En gij zult dat vijftigste jaar heiligen, en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn; en gij zult wederkeren een ieder tot zijn bezittingen, en zult wederkeren een ieder tot zijn geslacht.

25:11
대기

Dit jubeljaar zal u het vijftigste jaar zijn; gij zult niet zaaien, noch inoogsten wat van zelf daarin zal gewassen zijn, noch ook de druiven der afzonderingen in hetzelve afsnijden.

25:12
대기

Want dat is het jubeljaar; het zal u heilig zijn; gij zult uit het veld de inkomst daarvan eten.

25:13
대기

Op dat jubeljaar zult gij ieder wederkeren tot zijn bezitting.

25:14
대기

Daarom, wanneer gij aan uw naaste wat veilbaars verkopen, of uit de hand uws naasten kopen zult, dat niemand de een den ander verdrukke.

25:15
대기

Naar het getal der jaren, van het jubeljaar af, zult gij van uw naaste kopen, en naar het getal van de jaren der inkomsten zal hij het aan u verkopen.

25:16
대기

Naar de veelheid der jaren zult gij zijn koop vermeerderen, en naar de weinigheid der jaren zult gij zijn koop verminderen; want hij verkoopt aan u het getal der inkomsten.

25:17
대기

Dat dan niemand zijn naaste verdrukke; maar vreest voor uw God; want Ik ben de HEERE, uw God!

25:18
대기

En doet Mijn inzettingen, en houdt Mijn rechten, en doet dezelve; zo zult gij zeker wonen in het land.

25:19
대기

En het land zal zijn vrucht geven, en gij zult eten tot verzadiging toe; en gij zult zeker daarin wonen.

25:20
대기

En als gij zoudt zeggen: Wat zullen wij eten in het zevende jaar! Ziet, wij zullen niet zaaien, en onze inkomst niet inzamelen;

25:21
대기

Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen.

25:22
대기

Het achtste jaar nu zult gij zaaien, en zult van de oude inkomst eten, tot het negende jaar toe; totdat zijn inkomst ingekomen is, zult gij het oude eten.

25:23
대기

Het land ook zal niet voor altoos verkocht worden; want het land is het Mijne, dewijl gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt.

25:24
대기

Daarom zult gij, in het ganse land uwer bezitting, lossing voor het land toelaten.

25:25
대기

Wanneer uw broeder zal verarmd zijn, en iets van zijn bezitting verkocht zal hebben, zo zal zijn losser, die hem nabestaande is, komen, en zal het verkochte zijns broeders lossen.

25:26
대기

En wanneer iemand geen losser zal hebben, maar zijn hand bekomen en hij gevonden zal hebben, zoveel genoeg is tot zijn lossing;

25:27
대기

Dan zal hij de jaren zijner verkoping rekenen, en het overschot zal hij den man, wien hij het verkocht had, weder uitkeren; en hij zal weder tot zijn bezitting komen.

25:28
대기

Maar indien zijn hand niet gevonden heeft, wat genoeg is, om aan hem weder uit te keren, zo zal zijn verkochte goed zijn in de hand van deszelfs koper tot het jubeljaar toe; maar in het jubeljaar zal het uitgaan, en hij zal tot zijn bezitting wederkeren.

25:29
대기

Insgelijks, wanneer iemand een woonhuis in een bemuurde stad zal verkocht hebben, zo zal zijn lossing zijn, totdat het jaar zijner verkoping volkomen zal zijn; in een vol jaar zal zijn lossing wezen.

25:30
대기

Maar is het, dat het niet gelost wordt, tegen dat hem het gehele jaar zal vervuld zijn, zo zal dat huis, hetwelk in die stad is, die een muur heeft, voor altoos blijven aan hem, die dat gekocht heeft, onder zijn geslachten; het zal in het jubeljaar niet uitgaan.

25:31
대기

Doch de huizen der dorpen, die rondom geen muur hebben, zullen als het veld des lands gerekend worden; daarvoor zal lossing zijn, en zij zullen in het jubeljaar uitgaan.

25:32
대기

Aangaande de steden der Levieten, en de huizen der steden hunner bezitting; de Levieten zullen een eeuwige lossing hebben.

25:33
대기

En als men onder de Levieten lossing zal gedaan hebben, zo zal de koop van het huis en van de stad zijner bezitting in het jubeljaar uitgaan; want de huizen van de steden der Levieten zijn hun bezitting in het midden van de kinderen Israels.

25:34
대기

Doch het veld van de voorstad hunner steden zal niet verkocht worden; want het is een eeuwige bezitting voor hen.

25:35
대기

En als uw broeder zal verarmd zijn, en zijn hand bij u wankelen zal, zo zult gij hem vasthouden, zelfs een vreemdeling en bijwoner, opdat hij bij u leve.

25:36
대기

Gij zult geen woeker noch overwinst van hem nemen; maar gij zult vrezen voor uw God, opdat uw broeder bij u leve.

25:37
대기

Uw geld zult gij hem niet op woeker geven, en gij zult uw spijze niet op overwinst geven.

25:38
대기

Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland gevoerd heb, om u het land Kanaan te geven, opdat Ik u tot een God zij.

25:39
대기

Desgelijks, wanneer uw broeder bij u zal verarmd zijn, en zich aan u verkocht zal hebben, gij zult hem niet doen dienen den dienst van een slaaf;

25:40
대기

Als een dagloner, als een bijwoner zal hij bij u zijn; tot het jubeljaar zal hij bij u dienen.

25:41
대기

Dan zal hij van u uitgaan, hij en zijn kinderen met hem, en hij zal tot zijn geslacht wederkeren, en tot de bezitting zijner vaderen wederkeren.

25:42
대기

Want zij zijn Mijn dienstknechten, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; zij zullen niet verkocht worden, gelijk men een slaaf verkoopt.

25:43
대기

Gij zult geen heerschappij over hem hebben met wreedheid; maar gij zult vrezen voor uw God.

25:44
대기

Aangaande uw slaaf of uw slavin, die gij zult hebben, die zullen van de volken zijn, die rondom u zijn; van die zult gij een slaaf of een slavin kopen.

25:45
대기

Gij zult ze ook kopen van de kinderen der bijwoners, die bij u als vreemdelingen verkeren, uit hen en uit hun geslachten, die bij u zullen zijn, die zij in uw land zullen gewonnen hebben; en zij zullen u tot een bezitting zijn.

25:46
대기

En gij zult u tot bezitters over hen stellen voor uw kinderen na u, opdat zij de bezitting erven; gij zult hen in eeuwigheid doen dienen; maar over uw broeders, de kinderen Israels, een iegelijk over zijn broeder, gij zult over hem geen heerschappij hebben met wreedheid.

25:47
대기

En wanneer de hand eens vreemdelings en bijwoners, die bij u is, wat bekomen zal hebben, en uw broeder, die bij hem is, verarmd zal zijn, dat hij zich aan den vreemdeling, den bijwoner, die bij u is, of aan den stam van het geslacht des vreemdelings zal verkocht hebben;

25:48
대기

Nadat hij zich zal verkocht hebben, zal er lossing voor hem zijn; een van zijn broeders zal hem lossen;

25:49
대기

Of zijn oom, of de zoon zijns ooms, zal hem lossen, of die uit de naasten zijns vleses van zijn geslacht is, zal hem lossen; of heeft zijn hand wat bekomen, dat hij zichzelven losse.

25:50
대기

En hij zal met zijn koper rekenen van dat jaar af, dat hij zich aan hem verkocht heeft tot het jubeljaar toe; alzo dat het geld zijner verkoping zal zijn naar het getal van de jaren, naar de dagen eens dagloners zal het met hem zijn.

25:51
대기

Indien nog vele van die jaren zijn, naar die zal hij tot zijn lossing van het geld, waarover hij gekocht is, wedergeven.

25:52
대기

En indien er nog weinige van die jaren overgebleven zijn, tot aan het jubeljaar, zo zal hij met hem rekenen; naar zijn jaren zal hij zijn lossing wedergeven.

25:53
대기

Als een dagloner zal hij van jaar tot jaar bij hem zijn; men zal over hem geen heerschappij hebben met wreedheid voor uw ogen.

25:54
대기

En is het, dat hij hierdoor niet gelost wordt, zo zal hij in het jubeljaar uitgaan, hij en zijn kinderen met hem.

25:55
대기

Want de kinderen Israels zijn Mij tot dienstknechten; Mijn dienstknechten zijn zij, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!