scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Leviticus 20장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Leviticus

1:1-9 Laws for Burnt Offerings 1:10-13 Burnt Offering from the Flock 1:14-17 Burnt Offering of Birds 2:1-3 Laws for the Grain Offering 2:4-10 Baked and Cooked Grain Offerings 2:11-13 Regulations on Yeast and Salt 2:14-16 Grain Offering of Firstfruits 3:1-5 Fellowship Offering from the Herd 3:6-11 Fellowship Offering from the Flock 3:12-17 Fellowship Offering of a Goat 4:1-12 Sin Offering for the Priest 4:13-21 Sin Offering for the Whole Congregation 4:22-26 Sin Offering for a Leader 4:27-35 Sin Offering for a Common Person 5:1-6 Sin Offerings for Various Cases 5:7-13 Sin Offering for the Poor 5:14-19 Guilt Offering for Holy Things 6:1-7 Guilt Offering for Wronging a Neighbor 6:8-13 Regulations for the Burnt Offering 6:14-18 Regulations for the Grain Offering 6:19-23 Grain Offering for the Priests' Ordination 6:24-30 Regulations for the Sin Offering 7:1-10 Regulations for the Guilt Offering 7:11-21 Regulations for the Fellowship Offering 7:22-27 Eating Neither Fat nor Blood 7:28-38 The Priests' Portion 8:1-13 The Ordination of Aaron and His Sons 8:14-30 The Ordination Sacrifices 8:31-36 The Seven Days of Ordination 9:1-14 Aaron Offers the First Sacrifices 9:15-24 Sacrifices and Blessing for the People 10:1-7 The Death of Nadab and Abihu 10:8-11 Rules for the Priests 10:12-20 Eating the Offerings 11:1-8 Clean and Unclean Animals 11:9-12 Regulations on Creatures in the Water 11:13-23 Unclean Birds 11:24-40 Uncleanness from Carcasses 11:41-47 Regulations on Creatures That Crawl 12:1-8 Purification After Childbirth 13:1-17 Laws for Diagnosing Skin Diseases 13:18-28 Diagnosis of Boils and Burns 13:29-44 Diseases of the Head and Beard 13:45-46 Conduct of the Leper 13:47-59 Regulations for Mildew in Clothing 14:1-9 Cleansing of the Healed 14:10-20 Sacrifices for Cleansing 14:21-32 Cleansing Offering for the Poor 14:33-53 Regulations for Mildew in a House 14:54-57 Conclusion of the Laws on Skin Diseases 15:1-18 Uncleanness from a Man's Discharge 15:19-30 Uncleanness from a Woman's Discharge 15:31-33 Conclusion of the Laws on Discharges 16:1-10 Preparation for the Day of Atonement 16:11-19 The High Priest's Sin Offering 16:20-28 The Goat for Azazel 16:29-34 The Everlasting Statute of the Day of Atonement 17:1-9 The Place for Slaughtering Sacrifices 17:10-16 The Command Against Eating Blood 18:1-5 Do Not Follow the Practices of the Nations 18:6-18 Forbidden Sexual Relations 18:19-30 Prohibitions Against Detestable Acts 19:1-18 Laws for a Holy People 19:19-37 Various Laws 20:1-8 Punishment for Molech Worship and Mediums 20:9-21 Sins Punishable by Death 20:22-27 Live as a People Set Apart 21:1-9 The Holy Conduct of the Priests 21:10-15 Rules for the High Priest 21:16-24 Restrictions for Those with Defects 22:1-16 Rules for Eating Holy Things 22:17-33 Offer Unblemished Sacrifices 23:1-3 The Sabbath 23:4-8 The Passover and Unleavened Bread 23:9-14 The Feast of Firstfruits 23:15-22 The Feast of Weeks 23:23-25 The Feast of Trumpets 23:26-32 The Day of Atonement 23:33-44 The Feast of Tabernacles 24:1-9 The Lamps and the Bread of the Presence 24:10-16 The Blasphemer of the LORD's Name 24:17-23 The Law of Equal Retribution 25:1-7 The Sabbath Year 25:8-22 The Proclamation of the Year of Jubilee 25:23-34 Laws for Redeeming Land 25:35-46 Laws for Helping the Poor Among You 25:47-55 Laws for Redeeming Those Sold into Slavery 26:1-13 Blessings for Obedience 26:14-39 Punishment for Disobedience 26:40-46 Repentance and the Restoration of the Covenant 27:1-8 The Value of Persons Under a Vow 27:9-25 The Value of Vowed Animals and Houses 27:26-34 Laws for Things Devoted to the LORD
20:1
待機

Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

20:2
待機

Gij zult ook tot de kinderen Israels zeggen: Een ieder uit de kinderen Israels, of uit de vreemdelingen, die in Israel als vreemdelingen verkeren, die van zijn zaad den Molech gegeven zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; het volk des lands zal hem met stenen stenigen.

20:3
待機

En Ik zal Mijn aangezicht tegen dien man zetten, en zal hem uit het midden zijns volks uitroeien; want hij heeft van zijn zaad den Molech gegeven, opdat hij Mijn heiligdom ontreinigen, en Mijn heiligen Naam ontheiligen zou.

20:4
待機

En indien het volk des lands hun ogen enigszins verbergen zal van dien man, als hij van zijn zaad den Molech zal gegeven hebben, dat het hem niet dode;

20:5
待機

Zo zal Ik Mijn aangezicht tegen dien man en tegen zijn huisgezin zetten, en Ik zal hem, en al degenen, die hem nahoereren, om den Molech na te hoereren, uit het midden huns volks uitroeien.

20:6
待機

Wanneer er een ziel is, die zich tot de waarzeggers en tot de duivelskunstenaars zal gekeerd hebben, om die na te hoereren, zo zal Ik Mijn aangezicht tegen die ziel zetten, en zal ze uit het midden haars volks uitroeien.

20:7
待機

Daarom heiligt u, en weest heilig; want Ik ben de HEERE, uw God!

20:8
待機

En onderhoudt Mijn inzettingen, en doet dezelve; Ik ben de HEERE, die u heilige.

20:9
待機

Als er iemand is, die zijn vader of zijn moeder zal gevloekt hebben, die zal zekerlijk gedood worden; hij heeft zijn vader of zijn moeder gevloekt; zijn bloed is op hem!

20:10
待機

Een man ook, die met iemands huisvrouw overspel zal gedaan hebben, dewijl hij met zijns naasten vrouw overspel gedaan heeft, zal zekerlijk gedood worden, de overspeler en de overspeelster.

20:11
待機

En een man, die bij zijns vaders huisvrouw zal gelegen hebben, heeft zijns vaders schaamte ontdekt; zij beiden zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!

20:12
待機

Insgelijks, als de man bij de vrouw zijns zoons zal gelegen hebben, zij zullen beiden zekerlijk gedood worden; zij hebben een gruwelijke vermenging gedaan; hun bloed is op hen!

20:13
待機

Wanneer ook een man bij een manspersoon zal gelegen hebben, met vrouwelijke bijligging, zij hebben beiden een gruwel gedaan; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!

20:14
待機

En wanneer een man een vrouw en haar moeder zal genomen hebben, het is een schandelijke daad; men zal hem, en diezelve met vuur verbranden, opdat geen schandelijke daad in het midden van u zij.

20:15
待機

Daartoe als een man bij enig vee zal gelegen hebben, hij zal zekerlijk gedood worden; ook zult gijlieden het beest doden.

20:16
待機

Alzo wanneer een vrouw tot enig beest genaderd zal zijn, om daarmede te doen te hebben, zo zult gij die vrouw en dat beest doden; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!

20:17
待機

En als een man zijn zuster, de dochter zijns vaders, of de dochter zijner moeder, zal genomen hebben, en hij haar schaamte gezien, en zij zijn schaamte zal gezien hebben, het is een schandvlek; daarom zullen zij voor de ogen van de kinderen huns volks uitgeroeid worden; hij heeft de schaamte zijner zuster ontdekt, hij zal zijn ongerechtigheid dragen.

20:18
待機

En als een man bij een vrouw, die haar krankheid heeft, zal gelegen en haar schaamte ontdekt, haar fontein ontbloot, en zij zelve de fontein haars bloeds ontdekt zal hebben, zo zullen zij beiden uit het midden huns volks uitgeroeid worden.

20:19
待機

Daartoe zult gij de schaamte van de zuster uwer moeder, en van de zuster uws vaders niet ontdekken; dewijl hij zijn nabestaande ontbloot heeft, zullen zij hun ongerechtigheid dragen.

20:20
待機

Als ook een man bij zijn moei zal gelegen hebben, hij heeft de schaamte zijns ooms ontdekt; zij zullen hun zonde dragen; zonder kinderen zullen zij sterven.

20:21
待機

En wanneer een man zijns broeders huisvrouw zal genomen hebben, het is onreinigheid; hij heeft de schaamte zijns broeders ontdekt; zij zullen zonder kinderen zijn.

20:22
待機

Onderhoudt dan al Mijn inzettingen en al Mijn rechten, en doet dezelve; opdat u dat land, waarheen Ik u brenge, om daarin te wonen, niet uitspuwe.

20:23
待機

En wandelt niet in de inzettingen des volks, hetwelk Ik voor uw aangezicht uitwerp; want al deze dingen hebben zij gedaan; daarom ben Ik op hen verdrietig geworden.

20:24
待機

En Ik heb u gezegd: Gij zult hun land erfelijk bezitten, en Ik zal u dat geven, opdat gij hetzelve erfelijk bezit, een land vloeiende van melk en honig; Ik ben de HEERE, uw God, Die u van de volken afgezonderd heb!

20:25
待機

Daarom zult gij onderscheid maken tussen reine en onreine beesten, en tussen het onreine en reine gevogelte; en gij zult uw zielen niet verfoeilijk maken aan de beesten en aan het gevogelte, en aan al wat op den aardbodem kruipt, hetwelk Ik voor u afgezonderd heb, opdat gij het onrein houdt.

20:26
待機

En gij zult Mij heilig zijn, want Ik, de HEERE, ben heilig; en Ik heb u van de volken afgezonderd, opdat gij Mijns zoudt zijn.

20:27
待機

Als nu een man en vrouw in zich een waarzeggenden geest zal hebben, of een duivelskunstenaar zal zijn, zij zullen zekerlijk gedood worden; men zal hen met stenen stenigen; hun bloed is op hen.