scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Luke 19장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Luke

1:1-4 Dedication to Theophilus 1:5-25 The Birth of John the Baptist Foretold 1:26-38 The Birth of Jesus Foretold 1:39-45 Mary Visits Elizabeth 1:46-56 Mary's Song of Praise: The Magnificat 1:57-66 The Birth of John the Baptist 1:67-80 Zechariah's Prophecy 2:1-7 The Birth of Jesus in Bethlehem 2:8-20 The Shepherds and the Angels 2:21-24 Jesus Presented in the Temple 2:25-35 Simeon Holds the Child 2:36-40 The Testimony of the Prophetess Anna 2:41-52 The Boy Jesus in the Temple 3:1-14 John the Baptist Prepares the Way 3:15-17 The Testimony of John the Baptist 3:18-20 John the Baptist Imprisoned 3:21-22 The Baptism of Jesus 3:23-38 The Genealogy of Jesus 4:1-13 The Temptation of Jesus 4:14-30 Jesus Rejected at Nazareth 4:31-37 Jesus Drives Out an Unclean Spirit 4:38-39 Jesus Heals Peter's Mother-in-Law 4:40-44 Jesus Heals Many and Withdraws to Pray 5:1-11 The Miraculous Catch of Fish 5:12-16 Jesus Cleanses a Leper 5:17-26 Jesus Heals a Paralytic 5:27-32 Jesus Calls Levi the Tax Collector 5:33-39 The Question About Fasting and New Wine 6:1-5 Jesus Is Lord of the Sabbath 6:6-11 Jesus Heals a Man with a Withered Hand on the Sabbath 6:12-16 Jesus Chooses the Twelve Apostles 6:17-26 Blessings and Woes on the Plain 6:27-36 Love Your Enemies 6:37-42 Do Not Judge 6:43-45 A Tree Is Known by Its Fruit 6:46-49 The House Built on the Rock 7:1-10 The Faith of the Centurion 7:11-17 Jesus Raises the Widow's Son at Nain 7:18-35 The Question of John the Baptist 7:36-50 A Sinful Woman's Love and Forgiveness 8:1-3 The Women Who Served Jesus 8:4-8 The Parable of the Sower 8:9-15 The Parable of the Sower Explained 8:16-18 A Lamp on a Stand 8:19-21 Jesus' True Family 8:22-25 Jesus Calms the Storm 8:26-39 Jesus Heals a Demon-Possessed Man at Gerasa 8:40-56 Jairus's Daughter and the Woman with the Issue of Blood 9:1-6 Jesus Sends Out the Twelve 9:7-9 Herod Hears About Jesus 9:10-17 Jesus Feeds the Five Thousand 9:18-21 Peter's Confession of Faith 9:22-27 Jesus Foretells His Suffering 9:28-36 The Transfiguration 9:37-43 Jesus Heals a Boy with an Unclean Spirit 9:44-45 Jesus Again Foretells His Death 9:46-50 Who Is the Greatest 9:51-56 A Samaritan Village Rejects Jesus 9:57-62 The Cost of Following Jesus 10:1-12 Jesus Sends Out the Seventy-Two 10:13-16 Woes on Unrepentant Towns 10:17-20 The Return of the Seventy-Two 10:21-24 Jesus Rejoices and Gives Thanks 10:25-37 The Parable of the Good Samaritan 10:38-42 Martha and Mary 11:1-13 Jesus Teaches on Prayer 11:14-23 Jesus and Beelzebul 11:24-28 The Generation That Seeks a Sign 11:29-32 The Sign of Jonah 11:33-36 The Lamp of the Body Is the Eye 11:37-54 Woes to the Pharisees and Lawyers 12:1-12 Beware of the Leaven of the Pharisees 12:13-21 The Parable of the Rich Fool 12:22-34 Do Not Be Anxious About Your Life 12:35-48 Watchful Servants 12:49-53 Jesus Came to Bring Division 12:54-59 Interpreting the Present Time 13:1-5 Repent or Perish 13:6-9 The Parable of the Barren Fig Tree 13:10-17 Jesus Heals a Crippled Woman on the Sabbath 13:18-19 The Parable of the Mustard Seed 13:20-21 The Parable of the Leaven 13:22-30 The Narrow Door 13:31-35 Lament Over Jerusalem 14:1-6 Jesus Heals a Man with Dropsy on the Sabbath 14:7-14 The Lesson of the Lowest Place 14:15-24 The Parable of the Great Banquet 14:25-35 The Cost of Discipleship 15:1-7 The Parable of the Lost Sheep 15:8-10 The Parable of the Lost Coin 15:11-32 The Parable of the Lost Son 16:1-13 The Parable of the Dishonest Manager 16:14-18 The Law and the Kingdom of God 16:19-31 The Rich Man and Lazarus 17:1-4 On Temptations to Sin and Forgiveness 17:5-10 Faith Like a Mustard Seed and the Servant's Duty 17:11-19 Jesus Cleanses Ten Lepers 17:20-37 The Coming of the Kingdom of God 18:1-8 The Parable of the Persistent Widow and the Unjust Judge 18:9-14 The Pharisee and the Tax Collector 18:15-17 Jesus Blesses the Little Children 18:18-30 The Rich Ruler 18:31-34 Jesus Foretells His Death a Third Time 18:35-43 Jesus Heals a Blind Beggar at Jericho 19:1-10 Jesus Calls Zacchaeus the Tax Collector 19:11-27 The Parable of the Ten Minas 19:28-40 The Triumphal Entry into Jerusalem 19:41-44 Jesus Weeps Over Jerusalem 19:45-48 Jesus Cleanses the Temple 20:1-8 The Authority of Jesus Questioned 20:9-19 The Parable of the Tenants 20:20-26 Paying Taxes to Caesar 20:27-40 The Question About the Resurrection 20:41-44 Whose Son Is the Christ 20:45-47 Beware of the Scribes 21:1-4 The Widow's Two Coins 21:5-36 The Olivet Discourse: Signs of the End 22:1-6 Judas Plots to Betray Jesus 22:7-13 Preparation of the Passover 22:14-20 The Institution of the Lord's Supper 22:21-23 Jesus Foretells His Betrayal 22:24-30 The Dispute About Who Is the Greatest 22:31-34 Jesus Foretells Peter's Denial 22:35-38 Purse, Bag, and Sword 22:39-46 Jesus Prays on the Mount of Olives 22:47-53 The Betrayal and Arrest of Jesus 22:54-62 Peter Denies Jesus 22:63-71 Jesus Before the Council 23:1-25 Jesus Before Pilate 23:26-43 The Crucifixion 23:44-49 The Death of Jesus 23:50-56 The Burial of Jesus 24:1-12 The Resurrection 24:13-35 On the Road to Emmaus 24:36-49 Jesus Appears to His Disciples 24:50-53 The Ascension
19:1
待機

En Jezus, ingekomen zijnde, ging door Jericho.

19:2
待機

En zie, er was een man, met name geheten Zacheus; en deze was een overste der tollenaren, en hij was rijk;

19:3
待機

En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was.

19:4
待機

En vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgeboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg voorbijgaan.

19:5
待機

En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheus! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.

19:6
待機

En hij haastte zich en kwam af, en ontving Hem met blijdschap.

19:7
待機

En allen, die het zagen, murmureerden, zeggende: Hij is tot een zondigen man ingegaan, om te herbergen.

19:8
待機

En Zacheus stond, en zeide tot den Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik den armen; en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder.

19:9
待機

En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is.

19:10
待機

Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.

19:11
待機

En als zij dat hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis; omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden.

19:12
待機

Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een ver gelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.

19:13
待機

En geroepen hebbende zijn tien dienstknechten, gaf hij hun tien ponden, en zeide tot hen: Doet handeling, totdat ik kome.

19:14
待機

En zijn burgers haatten hem, en zonden hem gezanten na, zeggende: Wij willen niet, dat deze over ons koning zij.

19:15
待機

En het geschiedde, toen hij wederkwam, als hij het koninkrijk ontvangen had, dat hij zeide, dat die dienstknechten tot hem zouden geroepen worden, wien hij het geld gegeven had; opdat hij weten mocht, wat een iegelijk met handelen gewonnen had.

19:16
待機

En de eerste kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft tien ponden daartoe gewonnen.

19:17
待機

En hij zeide tot hem: Wel, gij goede dienstknecht, dewijl gij in het minste getrouw zijt geweest, zo heb macht over tien steden.

19:18
待機

En de tweede kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft vijf ponden gewonnen.

19:19
待機

En hij zeide ook tot dezen: En gij, wees over vijf steden.

19:20
待機

En een ander kwam, zeggende: Heer, zie hier uw pond, hetwelk ik in een zweetdoek weggelegd had;

19:21
待機

Want ik vreesde u, omdat gij een straf mens zijt; gij neemt weg, wat gij niet gelegd hebt, en gij maait, wat gij niet gezaaid hebt.

19:22
待機

Maar hij zeide tot hem: Uit uw mond zal ik u oordelen, gij boze dienstknecht! Gij wist, dat ik een straf mens ben, nemende weg, wat ik niet gelegd heb, en maaiende, wat ik niet gezaaid heb.

19:23
待機

Waarom hebt gij dan mijn geld niet in de bank gegeven, en ik, komende, had hetzelve met woeker mogen eisen?

19:24
待機

En hij zeide tot degenen, die bij hem stonden: Neemt dat pond van hem weg, en geeft het dien, die de tien ponden heeft.

19:25
待機

En zij zeiden tot hem: Heer, hij heeft tien ponden.

19:26
待機

Want ik zeg u, dat een iegelijk, die heeft, zal gegeven worden; maar van degene, die niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft.

19:27
待機

Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zoude zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood.

19:28
待機

En dit gezegd hebbende, reisde Hij voor hen heen, en ging op naar Jeruzalem.

19:29
待機

En het geschiedde, als Hij nabij Beth-fage en Bethanie gekomen was, aan den berg, genaamd den Olijfberg, dat Hij twee van Zijn discipelen uitzond,

19:30
待機

Zeggende: Gaat henen in dat vlek, dat tegenover is; in hetwelk inkomende, zult gij een veulen gebonden vinden, waarop geen mens ooit heeft gezeten; ontbindt hetzelve, en brengt het.

19:31
待機

En indien iemand u vraagt: Waarom ontbindt gij dat, zo zult gij alzo tot hem zeggen: Omdat het de Heere van node heeft.

19:32
待機

En die uitgezonden waren, heengegaan zijnde, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had.

19:33
待機

En als zij het veulen ontbonden, zeiden de heren van hetzelve tot hen: Waarom ontbindt gij het veulen?

19:34
待機

En zij zeiden: De Heere heeft het van node.

19:35
待機

En zij brachten hetzelve tot Jezus. En hun klederen op het veulen geworpen hebbende, zetten zij Jezus daarop.

19:36
待機

En als Hij voort reisde, spreidden zij hun klederen onder Hem op den weg.

19:37
待機

En als Hij nu genaakte aan den afgang des Olijfbergs, begon al de menigte der discipelen zich te verblijden, en God te loven met grote stemme, vanwege al de krachtige daden, die zij gezien hadden;

19:38
待機

Zeggende: Gezegend is de Koning, Die daar komt in den Naam des Heeren! Vrede zij in den hemel, en heerlijkheid in de hoogste plaatsen!

19:39
待機

En sommigen der Farizeen uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen.

19:40
待機

En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zeg ulieden, dat, zo deze zwijgen, de stenen haast roepen zullen.

19:41
待機

En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar,

19:42
待機

Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.

19:43
待機

Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een begraving rondom u zullen opwerpen, en zullen u omsingelen, en u van alle zijden benauwen;

19:44
待機

En zullen u tot den grond nederwerpen, en uw kinderen in u; en zij zullen in u den enen steen op den anderen steen niet laten; daarom dat gij den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt.

19:45
待機

En gegaan zijnde in den tempel, begon Hij uit te drijven degenen, die daarin verkochten en kochten,

19:46
待機

Zeggende tot hen: Er is geschreven: Mijn huis is een huis des gebeds; maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.

19:47
待機

En Hij leerde dagelijks in den tempel; en de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de oversten des volks zochten Hem te doden.

19:48
待機

En zij vonden niet, wat zij doen zouden; want al het volk hing Hem aan, en hoorde Hem.