scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Numbers 5장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Numbers

1:1-16 The Command to Take a Census in the Wilderness of Sinai 1:17-46 The Number of Fighting Men by Tribe 1:47-54 The Levites Set Apart for the Tabernacle 2:1-16 The Camp Arrangement on the East and South 2:17-34 The Order of March Around the Tent of Meeting 3:1-13 The Sons of Aaron and the Levites Appointed 3:14-39 The Levites Numbered by Clan 3:40-51 The Levites and the Redemption of the Firstborn 4:1-20 The Duties of the Kohathites Carrying the Holy Things 4:21-33 The Duties of the Gershonites and Merarites 4:34-49 The Number of Levites by Clan for Service 5:1-4 Sending the Unclean Outside the Camp 5:5-10 The Law of Restitution for Wrongdoing 5:11-31 The Grain Offering of Jealousy and the Test for Adultery 6:1-21 The Vow and Law of the Nazirite 6:22-27 The Priestly Blessing 7:1-11 The Offerings of the Leaders at the Dedication 7:12-83 The Offerings of the Twelve Tribal Leaders 7:84-89 The Total of the Dedication Offerings and the Voice 8:1-4 Setting Up the Seven Lamps of the Lampstand 8:5-22 The Cleansing and Presentation of the Levites 8:23-26 The Term of Service for the Levites 9:1-14 The Second Passover and the Law for the Unclean 9:15-23 The Cloud and Fire Guiding the March 10:1-10 Making the Silver Trumpets for Signaling 10:11-28 The First March from the Wilderness of Sinai 10:29-36 Asking Hobab to Be a Guide 11:1-3 Judgment by Fire at Taberah 11:4-15 The People Complain Craving Meat 11:16-30 The Spirit Shared with the Seventy Elders 11:31-35 The Quail and the Plague at Kibroth-hattaavah 12:1-9 Miriam and Aaron Oppose Moses 12:10-16 Miriam Struck with Leprosy and Restored 13:1-24 Spies Sent to Explore the Land of Canaan 13:25-33 The Conflicting Report of the Spies 14:1-19 The People Rebel and Moses Intercedes 14:20-38 The Sentence of Forty Years in the Wilderness 14:39-45 A Reckless Advance and Defeat 15:1-16 Grain and Drink Offerings to Accompany Sacrifices 15:17-21 The Offering of the Firstfruits of the Dough 15:22-31 Atonement for Unintentional Sins 15:32-36 The Execution of the Sabbath-Breaker 15:37-41 The Command to Make Tassels with Blue Cords 16:1-22 The Rebellion of Korah and His Company 16:23-35 Judgment as the Earth Splits and Swallows Them 16:36-40 The Censers Hammered into a Covering for the Altar 16:41-50 The Plague upon the Murmuring Congregation 17:1-13 Aaron's Staff That Budded 18:1-7 The Duties and Responsibilities of Priests and Levites 18:8-20 The Portion Belonging to the Priests 18:21-32 The Tithe of the Levites and Their Tithe 19:1-10 Preparing the Ashes of the Red Heifer 19:11-22 Uncleanness from the Dead and the Water of Purification 20:1-13 The Death of Miriam and the Waters of Meribah 20:14-21 Edom Refuses Passage 20:22-29 The Death of Aaron on Mount Hor 21:1-3 The Defeat of the King of Arad 21:4-9 The Bronze Serpent Lifted Up to Save the People 21:10-20 The Journey Toward the Border of Moab 21:21-35 The Conquest of Sihon and Og 22:1-20 Balak Summons Balaam 22:21-35 The Speaking Donkey and the Angel of the LORD 22:36-41 The Meeting of Balak and Balaam 23:1-26 Balaam's First and Second Oracles 23:27-30 Moving to Another Place to Prophesy 24:1-14 The Third Oracle Blessing Israel 24:15-25 The Final Oracle of the Star and the Scepter 25:1-18 The Sin of Baal of Peor and the Zeal of Phinehas 26:1-51 A Second Census on the Plains of Moab 26:52-56 The Principle for Dividing the Inheritance 26:57-65 The Census of the Tribe of Levi 27:1-11 The Inheritance Plea of Zelophehad's Daughters 27:12-23 Joshua Appointed as Successor 28:1-15 The Daily and Sabbath Regular Offerings 28:16-31 The Offerings for Passover and the Feast of Weeks 29:1-11 The Offerings for the Feast of Trumpets and the Day of Atonement 29:12-40 The Offerings for the Seven Days of the Feast of Tabernacles 30:1-16 Regulations on the Binding Force of Vows 31:1-24 The War of Vengeance Against Midian 31:25-54 The Rules for Dividing the Spoils 32:1-27 The Request of the Tribes of Reuben and Gad 32:28-42 The Allotment of Land East of the Jordan 33:1-49 The Record of the Journey from Egypt to Moab 33:50-56 The Command to Drive Out the Inhabitants of Canaan 34:1-15 The Boundaries of the Land of Canaan 34:16-29 The Leaders Who Will Divide the Inheritance 35:1-8 The Towns and Pasturelands of the Levites 35:9-34 The Law Concerning the Cities of Refuge 36:1-13 The Marriage Rules for Women Who Inherit
5:1
待機

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

5:2
待機

Gebied den kinderen Israels, dat zij uit het leger wegzenden alle melaatsen, en alle vloeienden, en allen, die onrein zijn van een dode.

5:3
待機

Van den man tot de vrouw toe zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden; opdat zij niet verontreinigen hun legers, in welker midden Ik wone.

5:4
待機

En de kinderen Israels deden alzo, en zonden hen tot buiten het leger; gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had, alzo deden de kinderen Israels.

5:5
待機

Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

5:6
待機

Spreek tot de kinderen Israels: Wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen den HEERE, zo is diezelve ziel schuldig.

5:7
待機

En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weder uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en derzelfder vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het dien geven, aan wien hij zich verschuldigd heeft.

5:8
待機

Maar zo die man geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weder uit te keren, zal die schuld, welken den HEERE weder uitgekeerd wordt, des priesters zijn; behalve den ram der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal.

5:9
待機

Desgelijks zal alle heffing van alle geheiligde dingen der kinderen Israels, welke zij tot den priester brengen, zijne zijn.

5:10
待機

En een ieders geheiligde dingen zullen zijne zijn; wat iemand den priester zal gegeven hebben, zal zijne zijn.

5:11
待機

Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

5:12
待機

Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer van iemand zijn huisvrouw zal afgeweken zijn, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben;

5:13
待機

Dat een man bij haar door bijligging des zaads zal gelegen hebben, en het voor de ogen haars mans zal verborgen zijn, en zij zich verheeld zal hebben, zijnde nochtans onrein geworden; en geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is;

5:14
待機

En de ijvergeest over hem gekomen is, dat hij ijvert over zijn huisvrouw, dewijl zij onrein geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomen is, dat hij over zijn huisvrouw ijvert, hoewel zij niet onrein geworden is;

5:15
待機

Dan zal die man zijn huisvrouw tot den priester brengen, en zal haar offerande voor haar medebrengen, een tiende deel van een efa gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, dewijl het een spijsoffer der ijveringen is, een spijsoffer der gedachtenis, dat de ongerechtigheid in gedachtenis brengt.

5:16
待機

En de priester zal haar doen naderen; hij zal haar stellen voor het aangezicht des HEEREN.

5:17
待機

En de priester zal heilig water in een aarden vat nemen; en van het stof, hetwelk op den vloer des tabernakels is, zal de priester nemen, en in het water doen.

5:18
待機

Daarna zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek medebrengt.

5:19
待機

En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt!

5:20
待機

Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man:

5:21
待機

(Dan zal de priester die vrouw met den eed der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggen:) De HEERE zette u tot een vloek, en tot een eed, in het midden uws volks, mits dat de HEERE uw heup vervallende, en uw buik zwellende make;

5:22
待機

Dat ditzelve water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om den buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen!

5:23
待機

Daarna zal de priester deze zelfde vloeken op een cedeltje schrijven, en hij zal het met het bitter water uitdoen.

5:24
待機

En hij zal die vrouw dat bitter water, hetwelk de vervloeking medebrengt, te drinken geven, dat het water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in haar tot bitterheden inga.

5:25
待機

En de priester zal uit de hand van die vrouw het spijsoffer der ijveringen nemen, en hij zal datzelve spijsoffer voor het aangezicht des HEEREN bewegen, en zal dat op het altaar offeren.

5:26
待機

De priester zal ook van dat spijsoffer, deszelfs gedenkoffer, een handvol grijpen, en zal het op het altaar aansteken; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven.

5:27
待機

Als hij haar nu dat water zal te drinken gegeven hebben, het zal geschieden, indien zij onrein geworden is, en tegen haar man door overtreding zal overtreden hebben, dat het water, hetwelk vervloeking medebrengt, tot bitterheid in haar ingaan zal, en haar buik zwellen, en haar heup vervallen zal; en die vrouw zal in het midden van haar volk tot een vloek zijn.

5:28
待機

Doch indien de vrouw niet onrein geworden is, maar rein is, zo zal zij vrij zijn, en zal met zaad bezadigd worden.

5:29
待機

Dit is de wet der ijveringen, als een vrouw, onder haar man zijnde, zal afgeweken en onrein geworden zijn;

5:30
待機

Of als over en man die ijvergeest zal gekomen zijn, en hij over zijn huisvrouw zal geijverd hebben, dat hij de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stelle, en de priester aan haar deze ganse wet volbrenge.

5:31
待機

En de man zal van de ongerechtigheid onschuldig zijn; maar diezelve vrouw zal haar ongerechtigheid dragen.