scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 잠언 10장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 잠언

1:1-7 The Purpose of Proverbs and the Beginning of Wisdom 1:8-19 Do Not Follow the Enticement of Sinners 1:20-33 Wisdom Calls Aloud in the Streets 2:1-22 The Benefits of Seeking Wisdom 3:1-12 Trust in the Lord and Honor Him 3:13-26 Blessed Is the One Who Finds Wisdom 3:27-35 The Right Conduct Toward Your Neighbor 4:1-13 A Father's Instruction in Wisdom 4:14-19 The Path of the Righteous and the Way of the Wicked 4:20-27 Guard Your Heart and Walk in the Right Path 5:1-14 A Warning Against the Adulterous Woman 5:15-23 Rejoice in the Wife of Your Youth 6:1-19 Warnings Against Surety and Laziness 6:20-35 The Deadly Consequences of Adultery 7:1-27 The Foolish Young Man Seduced by the Adulteress 8:1-21 The Call of Wisdom and Its Value 8:22-36 Wisdom Present from the Beginning 9:1-12 Wisdom's Invitation to the Feast 9:13-18 The Invitation of Folly 10:1-32 The Proverbs of Solomon: The Righteous and the Wicked Contrasted 11:1-31 The Security That Integrity and Justice Bring 12:1-28 The Value of Diligence and Truthful Speech 13:1-25 Prosperity for the One Who Heeds Instruction 14:1-35 The Life of the Wise and the Foolish 15:1-33 A Gentle Answer and the Watchful Eyes of the Lord 16:1-33 Man's Plans and the Sovereignty of the Lord 17:1-28 Avoid Strife and Pursue Harmony 18:1-24 The Power of Words and the Wisdom of Friendship 19:1-29 Poverty, Wealth, and a Life of Integrity 20:1-30 Honest Scales and Fair Dealing 21:1-31 The Lord Who Weighs the Heart 22:1-16 A Good Name and the Training of Children 22:17-29 Sayings of the Wise: Pay Attention and Listen 23:1-18 An Exhortation Against Greed and Toward Restraint 23:19-35 Gladden Your Parents and Beware of Wine 24:1-22 A House Built by Wisdom and the Restoration of the Righteous 24:23-34 Fairness in Judgment and the Field of the Sluggard 25:1-28 More Proverbs of Solomon Collected by Hezekiah's Officials 26:1-28 Warnings Against the Fool and the Sluggard 27:1-27 A True Friend and a Warning Against Self-Praise 28:1-28 The Righteous Who Keep the Law and the Fate of the Wicked 29:1-27 The Blessing of a Ruler Who Governs with Justice 30:1-33 The Sayings of Agur 31:1-9 The Instruction King Lemuel Received from His Mother 31:10-31 A Song in Praise of the Virtuous Woman
10:1
대기

De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid.

10:2
대기

Schatten der goddeloosheid doen geen nut; maar de gerechtigheid redt van den dood.

10:3
대기

De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren; maar de have der goddelozen stoot Hij weg.

10:4
대기

Die met een bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand der vlijtigen maakt rijk.

10:5
대기

Die in den zomer vergadert, is een verstandig zoon; maar die in den oogst vast slaapt, is een zoon die beschaamd maakt.

10:6
대기

Zegeningen zijn op het hoofd des rechtvaardigen; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.

10:7
대기

De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn; maar de naam der goddelozen zal verrotten.

10:8
대기

Die wijs van hart is, neemt de geboden aan; maar die dwaas is van lippen, zal omgeworpen worden.

10:9
대기

Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.

10:10
대기

Die met het oog wenkt, richt smart aan; en een dwaas van lippen zal omgeworpen worden.

10:11
대기

De mond des rechtvaardigen is een springader des levens; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.

10:12
대기

Haat verwekt krakelen; maar de liefde dekt alle overtredingen toe.

10:13
대기

In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede.

10:14
대기

De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.

10:15
대기

Des rijken goed is een stad zijner sterkte; de armoede der geringen is hun verstoring.

10:16
대기

Het werk des rechtvaardigen is ten leven; de inkomst des goddelozen is ter zonde.

10:17
대기

Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.

10:18
대기

Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.

10:19
대기

In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen weerhoudt, is kloek verstandig.

10:20
대기

De tong des rechtvaardigen is uitgelezen zilver; het hart der goddelozen is weinig waard.

10:21
대기

De lippen des rechtvaardigen voeden er velen; maar de dwazen sterven door gebrek van verstand.

10:22
대기

De zegen des HEEREN, die maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij.

10:23
대기

Het is voor den zot als spel schandelijkheid te doen; maar voor een man van verstand, wijsheid te plegen.

10:24
대기

De vreze des goddelozen, die zal hem overkomen; maar de begeerte der rechtvaardigen zal God geven.

10:25
대기

Gelijk een wervelwind voorbijgaat, alzo is de goddeloze niet meer; maar de rechtvaardige is een eeuwige grondvest.

10:26
대기

Gelijk edik den tanden, en gelijk rook den ogen is, zo is de luie dengenen, die hem uitzenden.

10:27
대기

De vreze des HEEREN vermeerdert de dagen; maar de jaren der goddelozen worden verkort.

10:28
대기

De hoop der rechtvaardigen is blijdschap; maar de verwachting der goddelozen zal vergaan.

10:29
대기

De weg des HEEREN is voor den oprechte sterkte; maar voor de werkers der ongerechtigheid verstoring.

10:30
대기

De rechtvaardige zal in eeuwigheid niet bewogen worden; maar de goddelozen zullen de aarde niet bewonen.

10:31
대기

De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.

10:32
대기

De lippen des rechtvaardigen weten wat welgevallig is; maar de mond der goddelozen enkel verkeerdheid.