scripture.how Bible Copywork
EN

Copywork

Dutch 1917 Romans 7장

Copywork is not a speed-typing drill but time to re-hold the words and flow of Scripture, one verse at a time. Your input is saved temporarily in this browser, and to your account when you are signed in.

KO Korean
ZH Chinese
JA Japanese
HI Hindi
BN Bengali
TA Tamil
TE Telugu
ML Malayalam
FA Persian
MY Burmese
NE Nepali
MR Marathi
KN Kannada
HA Hausa
YO Yoruba
SW Swahili
IG Igbo
ID Indonesian
TSI
PT Portuguese
VI Vietnamese
AR Arabic
AVD
RU Russian
UK Ukrainian
RO Romanian
BTF
IT Italian
FI Finnish
TO Tongan
HR Croatian
SR Serbian
TR Turkish
HU Hungarian
PL Polish
SK Slovak
LA Latin
NL Dutch
CS Czech
FR French
ES Spanish
DE German
ETC Other languages

Practice by section · Romans

1:1-7 Paul's Greeting and His Calling as an Apostle 1:8-15 Thanksgiving and Longing to Visit the Roman Believers 1:16-17 The Righteousness of God Revealed in the Gospel 1:18-23 Humanity's Folly and Idolatry in Forsaking the Creator 1:24-32 Given Over to a Depraved Mind and Its Resulting Sins 2:1-11 God's Righteous Judgment on Those Who Judge Others 2:12-16 The Same Standard for Those With and Without the Law 2:17-24 The Jews' Contradiction: Boasting in the Law but Not Keeping It 2:25-29 True Circumcision of the Heart, Not Outward 3:1-8 The Advantage of the Jews and God's Faithfulness 3:9-20 Jews and Greeks Alike Are All Under Sin 3:21-31 The Righteousness of God Given Freely Through Faith 4:1-12 Abraham Justified by Faith 4:13-25 The Father of Faith, Strengthened by Believing the Promise 5:1-11 Peace and Hope Enjoyed by the Justified 5:12-21 Adam and Christ: The Contrast of Condemnation and Life 6:1-14 Dead to Sin and Alive with Christ 6:15-23 From Slaves of Sin to Slaves of Righteousness 7:1-6 Released from the Law to Serve in the New Way of the Spirit 7:7-13 Clarifying the Relationship Between the Law and Sin 7:14-25 The Inner Conflict Between the Law of the Mind and the Law of Sin 8:1-11 Life Without Condemnation in the Spirit 8:12-17 The Spirit of Adoption Received by God's Children 8:18-27 The Groaning of Creation and the Help of the Spirit 8:28-39 The Unbreakable Love of God and Our Assurance 9:1-5 Paul's Deep Sorrow for His Own People 9:6-13 The Children of Promise According to God's Election 9:14-29 The Potter's Authority and the Sovereignty of His Calling 9:30-33 Christ the Stumbling Stone and the Righteousness of Faith 10:1-13 Salvation: Believing in the Heart and Confessing with the Mouth 10:14-21 Hearing and Believing Require Someone to Preach 11:1-10 The Remnant of Israel Preserved by Grace 11:11-24 The Gentiles Grafted into the Olive Tree 11:25-36 The Salvation of All Israel and God's Unsearchable Wisdom 12:1-8 A Living Sacrifice and the Gifts Received 12:9-21 Sincere Love and Overcoming Evil with Good 13:1-7 Submission to the Governing Authorities 13:8-14 Love Is the Fulfillment of the Law; Put On the Armor of Light 14:1-12 Do Not Judge the One Weak in Faith 14:13-23 Loving Consideration That Does Not Cause a Brother to Stumble 15:1-13 Accepting the Weak and Glorifying God with One Mind 15:14-21 Paul's Priestly Ministry to the Gentiles 15:22-33 Plans to Visit Rome and Spain, and a Request for Prayer 16:1-16 Greetings and Commendation of Fellow Workers 16:17-20 A Warning Against Those Who Cause Divisions 16:21-27 Greetings from Companions and the Final Doxology
7:1
Waiting

Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot degenen, die de wet verstaan) dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft?

7:2
Waiting

Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den levenden man verbonden door de wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet des mans.

7:3
Waiting

Daarom dan, indien zij eens anderen mans wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de wet, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij eens anderen mans wordt.

7:4
Waiting

Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.

7:5
Waiting

Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om den dood vruchten te dragen.

7:6
Waiting

Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.

7:7
Waiting

Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren.

7:8
Waiting

Maar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht; want zonder de wet is de zonde dood.

7:9
Waiting

En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven.

7:10
Waiting

En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden.

7:11
Waiting

Want de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft mij verleid, en door hetzelve gedood.

7:12
Waiting

Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.

7:13
Waiting

Is dan het goede mij de dood geworden? Dat zij verre. Maar de zonde is mij de dood geworden; opdat zij zou openbaar worden zonde te zijn; werkende mij door het goede den dood; opdat de zonde boven mate wierd zondigende door het gebod.

7:14
Waiting

Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.

7:15
Waiting

Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik.

7:16
Waiting

En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is.

7:17
Waiting

Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont.

7:18
Waiting

Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet.

7:19
Waiting

Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.

7:20
Waiting

Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont.

7:21
Waiting

Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt.

7:22
Waiting

Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens;

7:23
Waiting

Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is.

7:24
Waiting

Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?

7:25
Waiting

Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. (7:26) Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde.