scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Zechariah 8장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Zechariah

1:1-6 A Call to Return to the LORD 1:7-17 The Vision of the Man Among the Myrtle Trees 1:18-21 The Vision of Four Horns and Four Craftsmen 2:1-5 The Vision of a Man with a Measuring Line 2:6-13 A Song of Restoration for the Daughter of Zion 3:1-5 The Cleansing of Joshua the High Priest 3:6-10 The Promise of the Servant Called the Branch 4:1-14 The Vision of the Gold Lampstand and Two Olive Trees 5:1-4 The Vision of the Flying Scroll 5:5-11 The Vision of the Woman in the Basket 6:1-8 The Vision of the Four Chariots 6:9-15 The Crown for Joshua and the Branch 7:1-7 A Question About Fasting 7:8-14 The Disobedience of the Ancestors Who Rejected True Obedience 8:1-8 The LORD's Zeal to Restore Jerusalem 8:9-17 Encouragement for Those Rebuilding the Temple 8:18-23 Fasting Will Become Joyful Feasts 9:1-10 Judgment on the Nations and the King of Zion 9:11-17 The Deliverance and Victory of the Captives 10:1-5 Ask the LORD for Rain 10:6-12 The Restoration and Return of Judah and Joseph 11:1-3 Judgment on the Shepherds Who Destroy the Flock 11:4-14 The Parable of the Good Shepherd Sold for Thirty Pieces of Silver 11:15-17 Woe to the Worthless Shepherd 12:1-9 The Downfall of the Nations Surrounding Jerusalem 12:10-14 The People Mourn for the One They Pierced 13:1-6 A Fountain to Cleanse from Sin and the Removal of False Prophets 13:7-9 The Shepherd Struck and the Sheep Scattered 14:1-8 The Day of the LORD and the Nations' Attack on Jerusalem 14:9-15 The LORD Will Be King over All the Earth 14:16-21 The Holy Day When the Remnant of Nations Worships the King
8:1
待機

Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:

8:2
待機

Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.

8:3
待機

Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid.

8:4
待機

Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen.

8:5
待機

En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten.

8:6
待機

Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.

8:7
待機

Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon.

8:8
待機

En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.

8:9
待機

Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden.

8:10
待機

Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste.

8:11
待機

Maar nu zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.

8:12
待機

Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven.

8:13
待機

En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels! geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn.

8:14
待機

Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb ulieden kwaad te doen, toen Mij uw vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd.

8:15
待機

Alzo denk Ik wederom in deze dagen goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet!

8:16
待機

Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten.

8:17
待機

En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.

8:18
待機

Wederom geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:

8:19
待機

Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.

8:20
待機

Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog zal het geschieden, dat de volken, en de inwoners van vele steden komen zullen;

8:21
待機

En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.

8:22
待機

Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht des HEEREN te smeken.

8:23
待機

Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.