scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 사무엘상 17장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 사무엘상

1:1-8 Elkanah's Two Wives and Hannah's Grief 1:9-18 Hannah Prays for a Son and Makes a Vow at the Temple 1:19-28 The Birth of Samuel and His Dedication to the LORD 2:1-11 Hannah's Prayer of Thanksgiving and Song of Praise 2:12-17 The Wickedness of Eli's Two Sons 2:18-26 Samuel Grows Up Before the LORD 2:27-36 The Prophecy of Judgment Against Eli's House 3:1-14 The LORD Calls Samuel 3:15-21 Samuel Established as a Prophet 4:1-11 The Ark of God Captured by the Philistines 4:12-22 The Death of Eli and the Glory Departs 5:1-5 Dagon Falls Before the Ark 5:6-12 The Plague on the Philistine Cities 6:1-12 The Philistines Send the Ark Back 6:13-21 The Ark of God Returns to Beth Shemesh 7:1-6 The Ark at Kiriath Jearim and Israel's Repentance 7:7-14 The Philistines Defeated at Mizpah 7:15-17 Samuel Judges Israel 8:1-9 The People Demand a King 8:10-22 A Warning About the Ways of a King 9:1-14 Saul Sets Out to Find the Lost Donkeys 9:15-27 Samuel Meets Saul 10:1-8 Samuel Anoints Saul 10:9-16 Saul Is Changed and Prophesies 10:17-27 Saul Chosen as King at Mizpah 11:1-11 Saul Rescues Jabesh from the Ammonites 11:12-15 Saul's Kingship Renewed at Gilgal 12:1-5 Samuel's Farewell Address and Testimony of Innocence 12:6-25 Samuel Recounts the LORD's Grace and Exhorts the People 13:1-15 Saul Offers the Burnt Offering Unlawfully 13:16-23 Israel Without Weapons 14:1-15 Jonathan Attacks the Philistine Garrison 14:16-23 Israel Routs the Philistines 14:24-46 Saul's Oath and Jonathan in Danger 14:47-52 Saul's Wars and His Family 15:1-9 The Command to Destroy Amalek and Saul's Disobedience 15:10-23 The LORD Rejects Saul 15:24-35 Saul's Excuses and Samuel's Departure 16:1-13 Samuel Anoints David 16:14-23 The Evil Spirit on Saul and David the Harpist 17:1-11 Goliath's Challenge and the Fear of Israel 17:12-30 David Sent to the Battlefield 17:31-40 David Volunteers to Fight Goliath 17:41-54 David Strikes Down Goliath 17:55-58 David the Victor Before Saul 18:1-5 The Covenant of Jonathan and David 18:6-16 Saul Becomes Jealous of David 18:17-30 David Takes Michal as His Wife 19:1-7 Jonathan Speaks in David's Defense 19:8-17 Michal Helps David Escape 19:18-24 David Flees to Ramah and Saul Prophesies 20:1-23 The Faithful Pledge of David and Jonathan 20:24-42 Saul's Anger and Jonathan's Signal 21:1-9 David Receives the Consecrated Bread at Nob 21:10-15 David Feigns Madness Before the King of Gath 22:1-5 Those Who Gathered to David at the Cave of Adullam 22:6-19 Saul Slaughters the Priests of Nob 22:20-23 Abiathar Escapes to David 23:1-13 David Saves Keilah 23:14-29 David Pursued in the Wilderness and Jonathan's Encouragement 24:1-15 David Spares Saul in the Cave at En Gedi 24:16-22 Saul Acknowledges His Wrong 25:1-13 Nabal's Insolence and David's Anger 25:14-35 The Wise Mediation of Abigail 25:36-44 The Death of Nabal and Abigail Becomes David's Wife 26:1-12 David Again Spares Saul's Life 26:13-25 David's Rebuke and Saul's Remorse 27:1-12 David Takes Refuge in the Land of the Philistines 28:1-14 Saul Seeks Out a Medium 28:15-25 The Spirit of Samuel Pronounces Judgment 29:1-11 The Philistine Commanders Distrust David 30:1-6 The Amalekite Raid on Ziklag 30:7-20 David Pursues the Raiders 30:21 David Divides the Plunder Fairly 31:1-7 Saul and His Sons Die on Mount Gilboa 31:8-13 The Men of Jabesh Recover Saul's Body
17:1
대기

En de Filistijnen verzamelden hun heir ten strijde, en verzamelden zich te Socho, dat in Juda is; en zij legerden zich tussen Socho en tussen Azeka, aan het einde van Dammim.

17:2
대기

Doch Saul en de mannen van Israel verzamelden zich, en legerden zich in het eikendal; en stelden de slagorde tegen de Filistijnen aan.

17:3
대기

De Filistijnen nu stonden aan een berg aan gene, en de Israelieten stonden aan een berg aan deze zijde; en de vallei was tussen hen.

17:4
대기

Toen ging er een kampvechter uit, uit het leger der Filistijnen; zijn naam was Goliath, van Gath; zijn hoogte was zes ellen en een span.

17:5
대기

En hij had een koperen helm op zijn hoofd, en hij had een schubachtig pantsier aan; en het gewicht van het pantsier was vijf duizend sikkelen kopers;

17:6
대기

En een koperen scheenharnas boven zijn voeten, en een koperen schild tussen zijn schouders;

17:7
대기

En de schacht zijner spies was als een weversboom, en het lemmer zijner spies was van zeshonderd sikkelen ijzers; en de schilddrager ging voor zijn aangezicht.

17:8
대기

Deze nu stond, en riep tot de slagorden van Israel, en zeide tot hen: Waarom zoudt gijlieden uittrekken, om de slagorde te stellen? Ben ik niet een Filistijn, en gijlieden knechten van Saul? Kiest een man onder u, die tot mij afkome.

17:9
대기

Indien hij tegen mij strijden en mij verslaan kan, zo zullen wij ulieden tot knechten zijn; maar indien ik hem overwin en hem sla, zo zult gij ons tot knechten zijn, en ons dienen.

17:10
대기

Verder zeide de Filistijn: Ik heb heden de slagorden van Israel gehoond, zeggende: Geeft mij een man, dat wij te zamen strijden!

17:11
대기

Toen Saul en het ganse Israel deze woorden van den Filistijn hoorden, zo ontzetten zij zich, en vreesden zeer.

17:12
대기

David nu was de zoon van den Efrathischen man van Bethlehem-Juda, wiens naam was Isai, en die acht zonen had, en in de dagen van Saul was hij een man, oud, afgaande onder de mannen.

17:13
대기

En de drie grootste zonen van Isai gingen heen; zij volgden Saul na in den krijg. De namen nu zijner drie zonen, die in den krijg gingen, waren: Eliab, de eerstgeborene, en zijn tweede Abinadab, en de derde Samma.

17:14
대기

En David was de kleinste; en de drie grootsten waren Saul nagevolgd.

17:15
대기

Doch David ging henen, en kwam weder van Saul, om zijns vaders schapen te weiden te Bethlehem.

17:16
대기

De Filistijn nu trad toe, des morgens vroeg en des avonds. Alzo stelde hij zich daar veertig dagen lang.

17:17
대기

En Isai zeide tot zijn zoon David: Neem toch voor uw broeders een efa van dit geroost koren, en deze tien broden, en breng ze terloops in het leger tot uw broederen.

17:18
대기

Maar breng deze tien melkkazen aan de oversten over duizend; en gij zult uw broederen bezoeken, of het hun welga, en gij zult van hen pand medenemen.

17:19
대기

Saul nu, en zij, en alle mannen van Israel waren bij het eikendal met de Filistijnen strijdende.

17:20
대기

Toen maakte zich David des morgens vroeg op, en hij liet de schapen bij den hoeder, en hij nam het op, en ging henen, gelijk als Isai hem bevolen had; en hij kwam aan den wagenburg, als het heir in slagorde uittoog, en men ten strijde riep.

17:21
대기

En de Israelieten en Filistijnen stelden slagorde tegen slagorde.

17:22
대기

David nu liet de vaten van zich, onder de hand van den bewaarder der vaten, en hij liep ter slagorde; en hij kwam en vraagde zijn broederen naar hun welstand.

17:23
대기

Toen hij met hen sprak, ziet, zo kwam de kampvechter op; zijn naam was Goliath, de Filistijn van Gath, uit het heir der Filistijnen, en hij sprak achtereenvolgens die woorden; en David hoorde ze.

17:24
대기

Doch alle mannen in Israel, als zij dien man zagen, zo vluchtten zij voor zijn aangezicht, en zij vreesden zeer.

17:25
대기

En de mannen Israels zeiden: Hebt gijlieden dien man wel gezien, die opgekomen is? Want hij is opgekomen, om Israel te honen; en het zal geschieden, dat de koning dien man, die hem slaat, met groten rijkdom verrijken zal, en hij zal hem zijn dochter geven, en hij zal zijns vaders huis vrijmaken in Israel.

17:26
대기

Toen zeide David tot de mannen, die bij hem stonden, zeggende: Wat zal men dien man doen, die dezen Filistijn slaat, en den smaad van Israel wendt? Want wie is deze onbesneden Filistijn, dat hij de slagorden van den levenden God zou honen?

17:27
대기

Wederom zeide hem het volk achtervolgens dat woord, zeggende: Alzo zal men den man doen, die hem slaat.

17:28
대기

Als Eliab, zijn grootste broeder, hem tot die mannen hoorde spreken, zo ontstak de toorn van Eliab tegen David, en hij zeide: Waarom zijt gij nu afgekomen, en onder wien hebt gij de weinige schapen in de woestijn gelaten? Ik ken uw vermetelheid, en de boosheid uws harten wel; want gij zijt afgekomen, opdat gij den strijd zaagt.

17:29
대기

Toen zeide David: Wat heb ik nu gedaan? Is er geen oorzaak?

17:30
대기

En hij wendde zich af van dien naar een anderen toe, en hij zeide achtereenvolgens dat woord; en het volk gaf hem weder antwoord, achtervolgens de eerste woorden.

17:31
대기

Toen die woorden gehoord werden, die David gesproken had, en in de tegenwoordigheid van Saul verkondigd werden, zo liet hij hem halen.

17:32
대기

En David zeide tot Saul: Aan geen mens ontvalle het hart, om zijnentwil. Uw knecht zal heengaan en hij zal met dezen Filistijn strijden.

17:33
대기

Maar Saul zeide tot David: Gij zult niet kunnen heengaan tot dezen Filistijn, om met hem te strijden; want gij zijt een jongeling, en hij is een krijgsman van zijn jeugd af.

17:34
대기

Toen zeide David tot Saul: Uw knecht weidde de schapen zijns vaders, en er kwam een leeuw en een beer, en nam een schaap van de kudde weg.

17:35
대기

En ik ging uit hem na, en ik sloeg hem, en redde het uit zijn mond; toen hij tegen mij opstond, zo vatte ik hem bij zijn baard, en sloeg hem, en doodde hem.

17:36
대기

Uw knecht heeft zo den leeuw als den beer geslagen; alzo zal deze onbesneden Filistijn zijn, gelijk een van die, omdat hij de slagorden van den levenden God gehoond heeft.

17:37
대기

Verder zeide David: De HEERE, Die mij van de hand des leeuws gered heeft, en uit de hand des beers, Die zal mij redden uit de hand van dezen Filistijn. Toen zeide Saul tot David: Ga heen, en de HEERE zij met u!

17:38
대기

En Saul kleedde David met zijn klederen, en zette een koperen helm op zijn hoofd, en kleedde hem met een pantsier.

17:39
대기

En David gordde zijn zwaard aan over zijn klederen, en wilde gaan; want hij had het nooit verzocht. Toen zeide David tot Saul: Ik kan in deze niet gaan, want ik heb het nooit verzocht; en David leide ze van zich.

17:40
대기

En hij nam zijn staf in zijn hand, en hij koos zich vijf gladde stenen uit de beek, en leide ze in de herderstas, die hij had, te weten in den zak, en zijn slinger was in zijn hand; alzo naderde hij tot den Filistijn.

17:41
대기

De Filistijn ging ook heen, gaande en naderende tot David, en zijn schilddrager ging voor zijn aangezicht.

17:42
대기

Toen de Filistijn opzag, en David zag, zo verachtte hij hem; want hij was een jongeling, roodachtig, mitsgaders schoon van aanzien.

17:43
대기

De Filistijn nu zeide tot David: Ben ik een hond, dat gij tot mij komt met stokken? En de Filistijn vloekte David bij zijn goden.

17:44
대기

Daarna zeide de Filistijn tot David: Kom tot mij, zo zal ik uw vlees aan de vogelen des hemels geven, en aan de dieren des velds.

17:45
대기

David daarentegen zeide tot den Filistijn: Gij komt tot mij met een zwaard, en met een spies, en met een schild; maar ik kom tot u in den Naam van den HEERE der heirscharen, den God der slagorden van Israel, Dien gij gehoond hebt.

17:46
대기

Te dezen dage zal de HEERE u besluiten in mijn hand, en ik zal u slaan, en ik zal uw hoofd van u wegnemen, en ik zal de dode lichamen van der Filistijnen leger dezen dag aan de vogelen des hemels, en aan de beesten des velds geven; en de ganse aarde zal weten, dat Israel een God heeft.

17:47
대기

En deze ganse vergadering zal weten, dat de HEERE niet door het zwaard, noch door de spies verlost; want de krijg is des HEEREN, Die zal ulieden in onze hand geven.

17:48
대기

En het geschiedde, toen de Filistijn zich opmaakte, en heenging, en David tegemoet naderde, zo haastte David, en liep naar de slagorde toe, den Filistijn tegemoet.

17:49
대기

En David stak zijn hand in de tas, en hij nam een steen daaruit, en hij slingerde, en trof den Filistijn in zijn voorhoofd; zodat de steen zonk in zijn voorhoofd, en hij viel op zijn aangezicht ter aarde.

17:50
대기

Alzo overweldigde David den Filistijn met een slinger en met een steen; en hij versloeg den Filistijn, en doodde hem; doch David had geen zwaard in de hand.

17:51
대기

Daarom liep David, en stond op den Filistijn, en nam zijn zwaard, en hij trok het uit zijn schede, en hij doodde hem, en hij hieuw hem het hoofd daarmede af. Toen de Filistijnen zagen, dat hun geweldigste dood was, zo vluchtten zij.

17:52
대기

Toen maakten zich de mannen van Israel en van Juda op, en juichten, en vervolgden de Filistijnen, tot daar men komt aan de vallei, en tot aan de poorten van Ekron; en de verwonden der Filistijnen vielen op den weg van Saaraim, en tot aan Gath, en tot aan Ekron.

17:53
대기

Daarna keerden de kinderen Israels om, van het hittig najagen der Filistijnen, en zij beroofden hun legers.

17:54
대기

Daarna nam David het hoofd van den Filistijn, en bracht het naar Jeruzalem; maar zijn wapenen leide hij in zijn tent.

17:55
대기

Toen Saul David zag uitgaan den Filistijn tegemoet, zeide hij tot Abner, den krijgsoverste: Wiens zoon is deze jongeling, Abner? En Abner zeide: Zo waarachtig als uw ziel leeft, o koning! ik weet het niet.

17:56
대기

De koning nu zeide: Vraag gij het, wiens zoon deze jongeling is.

17:57
대기

Als David wederkeerde van het slaan des Filistijns, zo nam hem Abner, en hij bracht hem voor het aangezicht van Saul, en het hoofd van den Filistijn was in zijn hand.

17:58
대기

En Saul zeide tot hem: Wiens zoon zijt gij, jongeling? En David zeide: Ik ben een zoon van uw knecht Isai, den Bethlehemiet.