scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 사무엘상 30장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 사무엘상

1:1-8 Elkanah's Two Wives and Hannah's Grief 1:9-18 Hannah Prays for a Son and Makes a Vow at the Temple 1:19-28 The Birth of Samuel and His Dedication to the LORD 2:1-11 Hannah's Prayer of Thanksgiving and Song of Praise 2:12-17 The Wickedness of Eli's Two Sons 2:18-26 Samuel Grows Up Before the LORD 2:27-36 The Prophecy of Judgment Against Eli's House 3:1-14 The LORD Calls Samuel 3:15-21 Samuel Established as a Prophet 4:1-11 The Ark of God Captured by the Philistines 4:12-22 The Death of Eli and the Glory Departs 5:1-5 Dagon Falls Before the Ark 5:6-12 The Plague on the Philistine Cities 6:1-12 The Philistines Send the Ark Back 6:13-21 The Ark of God Returns to Beth Shemesh 7:1-6 The Ark at Kiriath Jearim and Israel's Repentance 7:7-14 The Philistines Defeated at Mizpah 7:15-17 Samuel Judges Israel 8:1-9 The People Demand a King 8:10-22 A Warning About the Ways of a King 9:1-14 Saul Sets Out to Find the Lost Donkeys 9:15-27 Samuel Meets Saul 10:1-8 Samuel Anoints Saul 10:9-16 Saul Is Changed and Prophesies 10:17-27 Saul Chosen as King at Mizpah 11:1-11 Saul Rescues Jabesh from the Ammonites 11:12-15 Saul's Kingship Renewed at Gilgal 12:1-5 Samuel's Farewell Address and Testimony of Innocence 12:6-25 Samuel Recounts the LORD's Grace and Exhorts the People 13:1-15 Saul Offers the Burnt Offering Unlawfully 13:16-23 Israel Without Weapons 14:1-15 Jonathan Attacks the Philistine Garrison 14:16-23 Israel Routs the Philistines 14:24-46 Saul's Oath and Jonathan in Danger 14:47-52 Saul's Wars and His Family 15:1-9 The Command to Destroy Amalek and Saul's Disobedience 15:10-23 The LORD Rejects Saul 15:24-35 Saul's Excuses and Samuel's Departure 16:1-13 Samuel Anoints David 16:14-23 The Evil Spirit on Saul and David the Harpist 17:1-11 Goliath's Challenge and the Fear of Israel 17:12-30 David Sent to the Battlefield 17:31-40 David Volunteers to Fight Goliath 17:41-54 David Strikes Down Goliath 17:55-58 David the Victor Before Saul 18:1-5 The Covenant of Jonathan and David 18:6-16 Saul Becomes Jealous of David 18:17-30 David Takes Michal as His Wife 19:1-7 Jonathan Speaks in David's Defense 19:8-17 Michal Helps David Escape 19:18-24 David Flees to Ramah and Saul Prophesies 20:1-23 The Faithful Pledge of David and Jonathan 20:24-42 Saul's Anger and Jonathan's Signal 21:1-9 David Receives the Consecrated Bread at Nob 21:10-15 David Feigns Madness Before the King of Gath 22:1-5 Those Who Gathered to David at the Cave of Adullam 22:6-19 Saul Slaughters the Priests of Nob 22:20-23 Abiathar Escapes to David 23:1-13 David Saves Keilah 23:14-29 David Pursued in the Wilderness and Jonathan's Encouragement 24:1-15 David Spares Saul in the Cave at En Gedi 24:16-22 Saul Acknowledges His Wrong 25:1-13 Nabal's Insolence and David's Anger 25:14-35 The Wise Mediation of Abigail 25:36-44 The Death of Nabal and Abigail Becomes David's Wife 26:1-12 David Again Spares Saul's Life 26:13-25 David's Rebuke and Saul's Remorse 27:1-12 David Takes Refuge in the Land of the Philistines 28:1-14 Saul Seeks Out a Medium 28:15-25 The Spirit of Samuel Pronounces Judgment 29:1-11 The Philistine Commanders Distrust David 30:1-6 The Amalekite Raid on Ziklag 30:7-20 David Pursues the Raiders 30:21 David Divides the Plunder Fairly 31:1-7 Saul and His Sons Die on Mount Gilboa 31:8-13 The Men of Jabesh Recover Saul's Body
30:1
대기

Het geschiedde nu, als David en zijn mannen den derden dag te Ziklag kwamen, dat de Amalekieten in het zuiden en te Ziklag ingevallen waren, en Ziklag geslagen, en dezelve met vuur verbrand hadden;

30:2
대기

En dat zij de vrouwen, die daarin waren, gevankelijk weggevoerd hadden; doch zij hadden niemand doodgeslagen, van den kleinste tot den grootste, maar hadden ze weggevoerd en waren huns weegs gegaan.

30:3
대기

En David en zijn mannen kwamen aan de stad, en ziet, zij was met vuur verbrand; en hun vrouwen, en hun zonen en hun dochteren waren gevankelijk weggevoerd.

30:4
대기

Toen hief David en het volk, dat bij hem was, hun stem op, en weenden, tot dat er geen kracht meer in hen was om te wenen.

30:5
대기

Davids beide vrouwen waren ook gevankelijk weggevoerd, Ahinoam, de Jizreelietische, en Abigail, de huisvrouw van Nabal, den Karmeliet.

30:6
대기

En David werd zeer bang, want het volk sprak van hem te stenigen; want de zielen van het ganse volk waren verbitterd, een iegelijk over zijn zonen en over zijn dochteren; doch David sterkte zich in den HEERE, zijn God.

30:7
대기

En David zeide tot den priester Abjathar, den zoon van Achimelech: Breng mij toch den efod hier. En Abjathar bracht den efod tot David.

30:8
대기

Toen vraagde David den HEERE, zeggende: Zal ik deze bende achternajagen? Zal ik ze achterhalen? En Hij zeide tot hem: Jaag na, want gij zult gewisselijk achterhalen, en gij zult gewisselijk verlossen.

30:9
대기

David dan ging heen, hij en de zes honderd mannen, die bij hem waren; en als zij kwamen aan de beek Besor, zo bleven de overigen staan.

30:10
대기

En David vervolgde hen, hij en die vierhonderd mannen; en tweehonderd mannen bleven staan, die zo moede waren, dat zij over de beek Besor niet konden gaan.

30:11
대기

En zij vonden een Egyptischen man op het veld, en zij brachten hem tot David; en zij gaven hem brood, en hij at, en zij gaven hem water te drinken.

30:12
대기

Zij gaven hem ook een stuk van een klomp vijgen, en twee stukken rozijnen; en hij at, en zijn geest kwam weder in hem; want hij had in drie dagen en drie nachten geen brood gegeten, noch water gedronken.

30:13
대기

Daarna zeide David tot hem: Wiens zijt gij? En van waar zijt gij? Toen zeide de Egyptische jongen: Ik ben de knecht van een Amalekietischen man, en mijn heer heeft mij verlaten, omdat ik voor drie dagen krank geworden ben.

30:14
대기

Wij waren ingevallen tegen het zuiden van de Cherethieten, en op hetgeen van Juda is, en tegen het zuiden van Kaleb; en wij hebben Ziklag met vuur verbrand.

30:15
대기

Toen zeide David tot hem: Zoudt gij mij wel henen afleiden tot deze bende? Hij dan zeide: Zweer mij bij God, dat gij mij niet zult doden, en dat gij mij niet zult overleveren in de hand mijns heren! Zo zal ik u tot deze bende afleiden.

30:16
대기

En hij leidde hem af, en ziet, zij lagen verstrooid over de ganse aarde, etende, en drinkende, en dansende, om al den groten buit, dien zij genomen hadden uit het land der Filistijnen, en uit het land van Juda.

30:17
대기

En David sloeg hen van de schemering tot aan den avond van hunlieder anderen dag; en er ontkwam niet een man van hen, behalve vierhonderd jonge mannen, die op kemelen reden en vloden.

30:18
대기

Alzo redde David al wat de Amalekieten genomen hadden; ook redde David zijn twee vrouwen.

30:19
대기

En onder hen werd niet gemist van den kleinste tot aan den grootste, en tot aan de zonen en dochteren; en van den buit, ook tot alles, wat zij van hen genomen hadden; David bracht het altemaal weder.

30:20
대기

David nam ook al de schapen en de runderen; zij dreven ze voor datzelve vee heen, en zeiden: Dit is Davids buit.

30:21
대기

Als David tot de tweehonderd mannen kwam, die zo moede waren geweest, dat zij David niet hadden kunnen navolgen, en die zij aan de beek Besor hadden laten blijven, die gingen David tegemoet, en het volk, dat bij hem was, tegemoet; en David trad tot het volk, en hij vraagde hen naar den welstand.

30:22
대기

Toen antwoordde een ieder boos en Belials man onder de mannen, die met David getogen waren, en zij zeiden: Omdat zij met ons niet getogen zijn, zullen wij hun van den buit, dien wij gered hebben, niet geven, maar aan een iegelijk zijn vrouw en zijn kinderen; laat hen die heenleiden, en weggaan.

30:23
대기

Maar David zeide: Alzo zult gij niet doen, mijn broeders, met hetgeen ons de HEERE gegeven heeft, en Hij heeft ons bewaard, en heeft de bende, die tegen ons kwam, in onze hand gegeven.

30:24
대기

Wie zou toch ulieden in deze zaak horen? Want gelijk het deel dergenen is, die in den strijd mede afgetogen zijn, alzo zal ook het deel dergenen zijn, die bij het gereedschap gebleven zijn; zij zullen gelijkelijk delen.

30:25
대기

En dit is van dien dag af en voortaan alzo geweest; want hij heeft het tot een inzetting en tot een recht gesteld in Israel, tot op dezen dag.

30:26
대기

Als nu David te Ziklag kwam, zo zond hij tot de oudsten van Juda, zijn vrienden, van den buit, zeggende: Ziet, daar is een zegen voor ulieden, van den buit der vijanden des HEEREN.

30:27
대기

Namelijk tot die te Beth-El, en tot die te Ramoth tegen het zuiden, en tot die te Jather,

30:28
대기

En tot die te Aroer, en tot die te Sifmoth, en tot die te Esthemoa,

30:29
대기

En tot die te Rachel, en tot die, welke in de steden der Jerahmeelieten waren, en tot die, welke in de steden der Kenieten waren,

30:30
대기

En tot die te Horma, en tot die te Chor-Asan, en tot die te Atach,

30:31
대기

En tot die te Hebron, en tot al de plaatsen, waar David gewandeld had, hij en zijn mannen.