scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 역대하 28장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 역대하

1:1-13 Solomon Asks for Wisdom at Gibeon 1:14-17 Solomon's Wealth and Horses 2:1-2 Workers Conscripted to Build the Temple 2:3-10 Solomon Asks Huram for Help 2:11-16 Huram's Reply and the Sending of a Craftsman 2:17-18 The Number of the Foreign Laborers 3:1-7 Solomon Begins Building the Temple 3:8-13 The Most Holy Place and the Two Cherubim 3:14-17 The Curtain and the Two Bronze Pillars 4:1-5 The Bronze Altar and the Sea of Cast Metal 4:6-10 The Basins, the Lampstands, and the Tables 4:11-22 The Temple Furnishings Made by Huram 5:1-10 The Ark Brought to the Temple 5:11-14 The Glory of the LORD Fills the Temple 6:1-11 Solomon Blesses the Assembly 6:12-42 Solomon's Prayer of Dedication 7:1-3 Fire Comes Down and Consumes the Sacrifices 7:4-11 The Dedication of the Temple and the Festival 7:12-22 The LORD Appears to Solomon 8:1-11 Solomon's Building Projects and Cities 8:12-16 Solomon's Sacrifices and Ordering of the Service 8:17-18 Solomon's Maritime Trade 9:1-12 The Queen of Sheba Visits Solomon 9:13-28 Solomon's Riches and Splendor 9:29-31 The Death of Solomon 10:1-19 The Northern Tribes Rebel against Rehoboam 11:1-4 Rehoboam Refrains from War 11:5-17 Rehoboam's Fortified Cities and the Priests 11:18-23 Rehoboam's Family 12:1-12 Shishak King of Egypt Attacks Jerusalem 12:13-16 Rehoboam's Acts and Death 13:1-20 The War between Abijah and Jeroboam 13:21-22 Abijah's Acts and Death 14:1-8 Asa's Reform and Rest 14:9-15 Asa Defeats the Cushites 15:1-19 Azariah's Exhortation and Asa's Religious Reform 16:1-10 Asa Makes a Treaty with Aram 16:11-14 Asa's Illness and Death 17:1-9 Jehoshaphat Teaches the Law 17:10-19 Jehoshaphat's Strength and Army 18:1-27 The Prophet Micaiah Warns Ahab 18:28-34 Ahab Dies at Ramoth-gilead 19:1-3 Jehu Rebukes Jehoshaphat 19:4-11 Jehoshaphat Appoints Judges 20:1-19 Jehoshaphat Prays before the Enemy 20:20-30 The LORD Defeats the Enemy 20:31-37 Jehoshaphat's Acts and Death 21:1-7 Jehoram's Wicked Reign and Murder of His Brothers 21:8-11 The Rebellion of Edom and Libnah 21:12-20 Elijah's Letter and the Death of Jehoram 22:1-9 The Wicked Reign and Death of Ahaziah 22:10-12 Athaliah Kills the Royal Family 23:1-11 Jehoiada Makes Joash King 23:12-15 Athaliah Is Executed 23:16-21 Jehoiada's Covenant and Reform 24:1-14 Joash Repairs the Temple 24:15-22 Joash's Apostasy and the Murder of Zechariah 24:23-27 Joash's Defeat and Death 25:1-13 Amaziah Strikes Down Edom 25:14-24 Amaziah's Idolatry and Pride 25:25-28 The Death of Amaziah 26:1-15 Uzziah's Prosperity 26:16-23 Uzziah's Pride and Leprosy 27:1-9 The Righteous Reign of Jotham 28:1-15 Ahaz's Idolatry and Defeat 28:16-27 Ahaz Asks Assyria for Help 29:1-19 Hezekiah Cleanses the Temple 29:20-36 Temple Worship Restored 30:1-27 Hezekiah Keeps the Passover 31:1-10 Idols Removed and Contributions Brought 31:11-21 The Duties of the Priests and Levites Arranged 32:1-19 Sennacherib Threatens Jerusalem 32:20-23 The LORD Destroys Sennacherib 32:24-33 Hezekiah's Illness, Pride, and Death 33:1-20 Manasseh's Wickedness and Repentance 33:21-25 Amon's Wicked Reign and Death 34:1-13 Josiah's Reform and Removal of Idols 34:14-28 The Book of the Law Is Found 34:29-33 Josiah Renews the Covenant 35:1-19 Josiah Keeps the Passover 35:20-27 Josiah Dies at Megiddo 36:1-8 The Reigns of Jehoahaz and Jehoiakim 36:9-16 The Reigns of Jehoiachin and Zedekiah 36:17-21 The Fall of Jerusalem and the Babylonian Exile 36:22-23 The Decree of Cyrus for the Return
28:1
대기

Achaz was twintig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David;

28:2
대기

Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israel; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baals.

28:3
대기

Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.

28:4
대기

Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte.

28:5
대기

Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrie, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israel, die hem sloeg met een groten slag.

28:6
대기

Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden.

28:7
대기

En Zichri, een geweldig man van Efraim, sloeg Maaseja, den zoon des konings, dood, en Azrikam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning.

28:8
대기

En de kinderen Israels voerden van hun broederen gevankelijk weg tweehonderd duizend, vrouwen, zonen en dochteren, en plunderden ook veel roofs van hen; en zij brachten den roof te Samaria.

28:9
대기

Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt.

28:10
대기

Daartoe denkt gij nu de kinderen van Juda en Jeruzalem u tot slaven en slavinnen te onderwerpen; zijt gij het niet alleenlijk? Bij ulieden zijn schulden tegen den HEERE, uw God.

28:11
대기

Nu dan, hoort mij, en brengt de gevangenen weder, die gij van uw broederen gevankelijk weggevoerd hebt; want de hitte van des HEEREN toorn is over u.

28:12
대기

Toen maakten zich mannen op van de hoofden der kinderen van Efraim, Azaria, de zoon van Johanan, Berechja, de zoon van Mesillemoth en Jehizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Hadlai, tegen degenen, die uit het heir kwamen.

28:13
대기

En zij zeiden tot hen: Gij zult deze gevangenen hier niet inbrengen, tot een schuld over ons tegen den HEERE; denkt gijlieden toe te doen tot onze zonden en tot onze schulden, hoewel wij vele schulden hebben, en de hitte des toorns over Israel is?

28:14
대기

Toen lieten de toegerusten de gevangenen en den roof voor het aangezicht der oversten en der ganse gemeente.

28:15
대기

De mannen nu, die met namen uitgedrukt zijn, maakten zich op, en grepen de gevangenen, en kleedden van den roof al hun naakten; en zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen, en zalfden hen, en voerden ze op ezelen, allen die zwak waren, en brachten hen te Jericho, de Palmstad, bij hun broederen; daarna keerden zij weder naar Samaria.

28:16
대기

Ter zelfder tijd zond de koning Achaz tot de koningen van Assyrie, dat zij hem helpen zouden.

28:17
대기

Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd.

28:18
대기

Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.

28:19
대기

Want de HEERE vernederde Juda, om der wille van Achaz, den koning Israels; want hij had Juda afgetrokken, dat het gans zeer overtrad tegen den HEERE.

28:20
대기

En Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrie, kwam tot hem; doch hij benauwde hem, en sterkte hem niet.

28:21
대기

Want Achaz nam een deel van het huis des HEEREN, en van het huis des konings en der vorsten, hetwelk hij den koning van Assyrie gaf; maar hij hielp hem niet.

28:22
대기

Ja, ter tijd, als men hem benauwde, zo maakte hij des overtredens tegen den HEERE nog meer; dit was de koning Achaz.

28:23
대기

Want hij offerde den goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrie hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israel.

28:24
대기

En Achaz verzamelde de vaten van het huis Gods, en hieuw de vaten van het huis Gods in stukken, en sloot de deuren van het huis des HEEREN toe; daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken te Jeruzalem.

28:25
대기

Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn.

28:26
대기

Het overige nu der geschiedenissen, en al zijn wegen, de eerste en de laatste, ziet, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Juda en Israel.

28:27
대기

En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad te Jeruzalem; maar zij brachten hem niet in de graven der koningen van Israel; en zijn zoon Jehizkia werd koning in zijn plaats.