scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 역대하 34장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 역대하

1:1-13 Solomon Asks for Wisdom at Gibeon 1:14-17 Solomon's Wealth and Horses 2:1-2 Workers Conscripted to Build the Temple 2:3-10 Solomon Asks Huram for Help 2:11-16 Huram's Reply and the Sending of a Craftsman 2:17-18 The Number of the Foreign Laborers 3:1-7 Solomon Begins Building the Temple 3:8-13 The Most Holy Place and the Two Cherubim 3:14-17 The Curtain and the Two Bronze Pillars 4:1-5 The Bronze Altar and the Sea of Cast Metal 4:6-10 The Basins, the Lampstands, and the Tables 4:11-22 The Temple Furnishings Made by Huram 5:1-10 The Ark Brought to the Temple 5:11-14 The Glory of the LORD Fills the Temple 6:1-11 Solomon Blesses the Assembly 6:12-42 Solomon's Prayer of Dedication 7:1-3 Fire Comes Down and Consumes the Sacrifices 7:4-11 The Dedication of the Temple and the Festival 7:12-22 The LORD Appears to Solomon 8:1-11 Solomon's Building Projects and Cities 8:12-16 Solomon's Sacrifices and Ordering of the Service 8:17-18 Solomon's Maritime Trade 9:1-12 The Queen of Sheba Visits Solomon 9:13-28 Solomon's Riches and Splendor 9:29-31 The Death of Solomon 10:1-19 The Northern Tribes Rebel against Rehoboam 11:1-4 Rehoboam Refrains from War 11:5-17 Rehoboam's Fortified Cities and the Priests 11:18-23 Rehoboam's Family 12:1-12 Shishak King of Egypt Attacks Jerusalem 12:13-16 Rehoboam's Acts and Death 13:1-20 The War between Abijah and Jeroboam 13:21-22 Abijah's Acts and Death 14:1-8 Asa's Reform and Rest 14:9-15 Asa Defeats the Cushites 15:1-19 Azariah's Exhortation and Asa's Religious Reform 16:1-10 Asa Makes a Treaty with Aram 16:11-14 Asa's Illness and Death 17:1-9 Jehoshaphat Teaches the Law 17:10-19 Jehoshaphat's Strength and Army 18:1-27 The Prophet Micaiah Warns Ahab 18:28-34 Ahab Dies at Ramoth-gilead 19:1-3 Jehu Rebukes Jehoshaphat 19:4-11 Jehoshaphat Appoints Judges 20:1-19 Jehoshaphat Prays before the Enemy 20:20-30 The LORD Defeats the Enemy 20:31-37 Jehoshaphat's Acts and Death 21:1-7 Jehoram's Wicked Reign and Murder of His Brothers 21:8-11 The Rebellion of Edom and Libnah 21:12-20 Elijah's Letter and the Death of Jehoram 22:1-9 The Wicked Reign and Death of Ahaziah 22:10-12 Athaliah Kills the Royal Family 23:1-11 Jehoiada Makes Joash King 23:12-15 Athaliah Is Executed 23:16-21 Jehoiada's Covenant and Reform 24:1-14 Joash Repairs the Temple 24:15-22 Joash's Apostasy and the Murder of Zechariah 24:23-27 Joash's Defeat and Death 25:1-13 Amaziah Strikes Down Edom 25:14-24 Amaziah's Idolatry and Pride 25:25-28 The Death of Amaziah 26:1-15 Uzziah's Prosperity 26:16-23 Uzziah's Pride and Leprosy 27:1-9 The Righteous Reign of Jotham 28:1-15 Ahaz's Idolatry and Defeat 28:16-27 Ahaz Asks Assyria for Help 29:1-19 Hezekiah Cleanses the Temple 29:20-36 Temple Worship Restored 30:1-27 Hezekiah Keeps the Passover 31:1-10 Idols Removed and Contributions Brought 31:11-21 The Duties of the Priests and Levites Arranged 32:1-19 Sennacherib Threatens Jerusalem 32:20-23 The LORD Destroys Sennacherib 32:24-33 Hezekiah's Illness, Pride, and Death 33:1-20 Manasseh's Wickedness and Repentance 33:21-25 Amon's Wicked Reign and Death 34:1-13 Josiah's Reform and Removal of Idols 34:14-28 The Book of the Law Is Found 34:29-33 Josiah Renews the Covenant 35:1-19 Josiah Keeps the Passover 35:20-27 Josiah Dies at Megiddo 36:1-8 The Reigns of Jehoahaz and Jehoiakim 36:9-16 The Reigns of Jehoiachin and Zedekiah 36:17-21 The Fall of Jerusalem and the Babylonian Exile 36:22-23 The Decree of Cyrus for the Return
34:1
대기

Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde een en dertig jaren te Jeruzalem.

34:2
대기

En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, en wandelde in de wegen van zijn vader David, en week niet af ter rechter hand, noch ter linkerhand.

34:3
대기

Want in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij den God zijns vaders Davids te zoeken; en in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jeruzalem van de hoogten en de bossen, en de gesneden en de gegoten beelden te reinigen.

34:4
대기

En men brak voor zijn aangezicht af de altaren der Baals; en de zonnebeelden, die omhoog boven dezelve waren, hieuw hij af; de bossen ook, en de gesneden en gegoten beelden verbrak, en vergruisde, en strooide hij op de graven dergenen, die hun geofferd hadden.

34:5
대기

En de beenderen der priesteren verbrandde hij op hun altaren; en hij reinigde Juda en Jeruzalem.

34:6
대기

Daartoe in de steden van Manasse, en Efraim, en Simeon, ja, tot Nafthali toe, in haar woeste plaatsen rondom,

34:7
대기

Brak hij ook de altaren af en de bossen, en de gesneden beelden stampte hij, die vergruizende, en al de zonnebeelden hieuw hij af in het ganse land van Israel; daarna keerde hij weder naar Jeruzalem.

34:8
대기

In het achttiende jaar nu zijner regering, als hij het land en het huis gereinigd had, zond hij Safan, den zoon van Azalia, en Maaseja, den overste der stad, en Joha, den zoon van Joahaz, den kanselier, om het huis des HEEREN, zijns Gods, te verbeteren.

34:9
대기

En zij kwamen tot Hilkia, den hogepriester, en zij gaven het geld, dat ten huize Gods gebracht was, hetwelk de Levieten, die den dorpel bewaarden, vergaderd hadden uit de hand van Manasse en Efraim, en uit het ganse overblijfsel van Israel, en uit gans Juda en Benjamin, en te Jeruzalem wedergekomen waren;

34:10
대기

Zij nu gaven het in de hand der verzorgers van het werk, die besteld waren over het huis des HEEREN, en deze gaven dat dengenen, die het werk deden, die arbeidden aan het huis des HEEREN, om het huis te vermaken en te verbeteren.

34:11
대기

Want zij gaven het den werkmeesters en den bouwlieden, om gehouwen stenen te kopen, en hout tot de samenvoegingen, en om de huizen te zolderen, die de koningen van Juda verdorven hadden.

34:12
대기

En die mannen handelden trouwelijk in dit werk; en de bestelden over dezelve waren Jahath en Obadja, Levieten van de kinderen van Merari, mitsgaders Zacharia en Mesullam, van de kinderen der Kahathieten, om het werk voort te drijven; en die Levieten waren allen verstandig op instrumenten van muziek.

34:13
대기

Zij waren ook over de lastdragers, en de voortdrijvers van allen, die in enig werk arbeidden; want uit de Levieten waren schrijvers, en ambtlieden, en poortiers.

34:14
대기

En als zij het geld uitnamen, dat in het huis des HEEREN gebracht was, vond de priester Hilkia het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes.

34:15
대기

En Hilkia antwoordde en zeide tot Safan, den schrijver: Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEEREN. En Hilkia gaf Safan dat boek.

34:16
대기

En Safan droeg dat boek tot den koning; daarbenevens bracht hij nog den koning bescheid weder, zeggende: Al wat in de hand uwer knechten gegeven is, dat doen zij;

34:17
대기

En zij hebben het geld samengestort, dat in het huis des HEEREN gevonden is, en hebben het gegeven in de hand der bestelden, en in de hand dergenen, die het werk maakten.

34:18
대기

Voorts gaf Safan, de schrijver, den koning te kennen, zeggende: Hilkia, de priester, heeft mij een boek gegeven. En Safan las daarin voor het aangezicht des konings.

34:19
대기

Het geschiedde nu, als de koning de woorden der wet hoorde, dat hij zijn klederen scheurde.

34:20
대기

En de koning gebood Hilkia, en Ahikam, den zoon van Safan, en Abdon, den zoon van Micha, en Safan, den schrijver, en Asaja, den knecht des konings, zeggende:

34:21
대기

Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is.

34:22
대기

Toen ging Hilkia henen, en die des konings waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tokhath, den zoon van Hasra, den klederbewaarder. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel; en zij spraken zulks tot haar.

34:23
대기

En zij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Zegt den man, die ulieden tot mij gezonden heeft:

34:24
대기

Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats en over haar inwoners brengen; al de vloeken, die geschreven zijn in het boek, dat men voor het aangezicht des konings van Juda gelezen heeft.

34:25
대기

Daarom dat zij Mij verlaten, en anderen goden gerookt hebben, opdat zij Mij tot toorn verwekten met alle werken hunner handen; zo zal Mijn grimmigheid uitgegoten worden tegen deze plaats, en niet uitgeblust worden.

34:26
대기

Maar tot den koning van Juda, die ulieden gezonden heeft, om den HEERE te vragen, tot hem zult gij alzo zeggen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Aangaande de woorden, die gij hebt gehoord;

34:27
대기

Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht Gods vernederd hebt, als gij Zijn woorden hoordet tegen deze plaats en tegen haar inwoners, en hebt u vernederd voor Mijn aangezicht, en uw klederen gescheurd, en geweend voor Mijn aangezicht, zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE.

34:28
대기

Zie, Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al dat kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats en over haar inwoners brengen zal. En zij brachten den koning dit antwoord weder.

34:29
대기

Toen zond de koning henen, en verzamelde alle oudsten van Juda en Jeruzalem.

34:30
대기

En de koning ging op in het huis des HEEREN, en al de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem, mitsgaders de priesters en de Levieten, en al het volk, van den grote tot den kleine toe; en men las voor hun oren al de woorden van het boek des verbonds, dat in het huis des HEEREN gevonden was.

34:31
대기

En de koning stond in zijn standplaats, en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht, om den HEERE na te wandelen, en om Zijn geboden, en Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel, te onderhouden, doende de woorden des verbonds, die in datzelve boek geschreven zijn.

34:32
대기

En hij deed allen, die te Jeruzalem en in Benjamin gevonden werden, staan; en de inwoners van Jeruzalem deden naar het verbond van God, den God hunner vaderen.

34:33
대기

Josia dan deed alle gruwelen weg uit alle landen, die der kinderen Israels waren, en maakte allen, die in Israel gevonden werden, te dienen; te dienen den HEERE, hun God; al zijn dagen weken zij niet af van den HEERE, den God hunner vaderen, na te volgen.