scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 역대하 32장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 역대하

1:1-13 Solomon Asks for Wisdom at Gibeon 1:14-17 Solomon's Wealth and Horses 2:1-2 Workers Conscripted to Build the Temple 2:3-10 Solomon Asks Huram for Help 2:11-16 Huram's Reply and the Sending of a Craftsman 2:17-18 The Number of the Foreign Laborers 3:1-7 Solomon Begins Building the Temple 3:8-13 The Most Holy Place and the Two Cherubim 3:14-17 The Curtain and the Two Bronze Pillars 4:1-5 The Bronze Altar and the Sea of Cast Metal 4:6-10 The Basins, the Lampstands, and the Tables 4:11-22 The Temple Furnishings Made by Huram 5:1-10 The Ark Brought to the Temple 5:11-14 The Glory of the LORD Fills the Temple 6:1-11 Solomon Blesses the Assembly 6:12-42 Solomon's Prayer of Dedication 7:1-3 Fire Comes Down and Consumes the Sacrifices 7:4-11 The Dedication of the Temple and the Festival 7:12-22 The LORD Appears to Solomon 8:1-11 Solomon's Building Projects and Cities 8:12-16 Solomon's Sacrifices and Ordering of the Service 8:17-18 Solomon's Maritime Trade 9:1-12 The Queen of Sheba Visits Solomon 9:13-28 Solomon's Riches and Splendor 9:29-31 The Death of Solomon 10:1-19 The Northern Tribes Rebel against Rehoboam 11:1-4 Rehoboam Refrains from War 11:5-17 Rehoboam's Fortified Cities and the Priests 11:18-23 Rehoboam's Family 12:1-12 Shishak King of Egypt Attacks Jerusalem 12:13-16 Rehoboam's Acts and Death 13:1-20 The War between Abijah and Jeroboam 13:21-22 Abijah's Acts and Death 14:1-8 Asa's Reform and Rest 14:9-15 Asa Defeats the Cushites 15:1-19 Azariah's Exhortation and Asa's Religious Reform 16:1-10 Asa Makes a Treaty with Aram 16:11-14 Asa's Illness and Death 17:1-9 Jehoshaphat Teaches the Law 17:10-19 Jehoshaphat's Strength and Army 18:1-27 The Prophet Micaiah Warns Ahab 18:28-34 Ahab Dies at Ramoth-gilead 19:1-3 Jehu Rebukes Jehoshaphat 19:4-11 Jehoshaphat Appoints Judges 20:1-19 Jehoshaphat Prays before the Enemy 20:20-30 The LORD Defeats the Enemy 20:31-37 Jehoshaphat's Acts and Death 21:1-7 Jehoram's Wicked Reign and Murder of His Brothers 21:8-11 The Rebellion of Edom and Libnah 21:12-20 Elijah's Letter and the Death of Jehoram 22:1-9 The Wicked Reign and Death of Ahaziah 22:10-12 Athaliah Kills the Royal Family 23:1-11 Jehoiada Makes Joash King 23:12-15 Athaliah Is Executed 23:16-21 Jehoiada's Covenant and Reform 24:1-14 Joash Repairs the Temple 24:15-22 Joash's Apostasy and the Murder of Zechariah 24:23-27 Joash's Defeat and Death 25:1-13 Amaziah Strikes Down Edom 25:14-24 Amaziah's Idolatry and Pride 25:25-28 The Death of Amaziah 26:1-15 Uzziah's Prosperity 26:16-23 Uzziah's Pride and Leprosy 27:1-9 The Righteous Reign of Jotham 28:1-15 Ahaz's Idolatry and Defeat 28:16-27 Ahaz Asks Assyria for Help 29:1-19 Hezekiah Cleanses the Temple 29:20-36 Temple Worship Restored 30:1-27 Hezekiah Keeps the Passover 31:1-10 Idols Removed and Contributions Brought 31:11-21 The Duties of the Priests and Levites Arranged 32:1-19 Sennacherib Threatens Jerusalem 32:20-23 The LORD Destroys Sennacherib 32:24-33 Hezekiah's Illness, Pride, and Death 33:1-20 Manasseh's Wickedness and Repentance 33:21-25 Amon's Wicked Reign and Death 34:1-13 Josiah's Reform and Removal of Idols 34:14-28 The Book of the Law Is Found 34:29-33 Josiah Renews the Covenant 35:1-19 Josiah Keeps the Passover 35:20-27 Josiah Dies at Megiddo 36:1-8 The Reigns of Jehoahaz and Jehoiakim 36:9-16 The Reigns of Jehoiachin and Zedekiah 36:17-21 The Fall of Jerusalem and the Babylonian Exile 36:22-23 The Decree of Cyrus for the Return
32:1
대기

Na deze geschiedenissen en derzelver bevestiging, kwam Sanherib, de koning van Assyrie, en toog in Juda, en legerde zich tegen de vaste steden, en dacht ze tot zich af te scheuren.

32:2
대기

Jehizkia nu ziende, dat Sanherib kwam, en zijn aangezicht was tot den krijg tegen Jeruzalem;

32:3
대기

Zo hield hij raad met zijn vorsten en zijn helden, om de fonteinwateren te stoppen, die buiten de stad waren; en zij hielpen hem.

32:4
대기

Want veel volks werd vergaderd, dat al de fonteinen stopte, mitsgaders de beek, die door het midden des lands henenvloeide, zeggende: Waarom zouden de koningen van Assyrie komen, en veel waters vinden?

32:5
대기

Zo versterkte hij zich, en bouwde den gehelen muur op, die gebroken was, dien hij optrok tot aan de torens, met een anderen muur daarbuiten, en hij versterkte Millo in de stad Davids; en hij maakte geweer en schilden in menigte.

32:6
대기

En hij stelde krijgsoversten over het volk, en hij vergaderde hen tot zich in de straat der stadspoort, en sprak naar hun hart, zeggende:

32:7
대기

Zijt sterk, en hebt een goeden moed, vreest niet, en ontzet u niet, voor het aangezicht des konings van Assyrie, noch voor het aangezicht der ganse menigte, die met hem is; want met ons is er meer, dan met hem.

32:8
대기

Met hem is een vleselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, den koning van Juda.

32:9
대기

Na dezen zond Sanherib, de koning van Assyrie, zijn knechten naar Jeruzalem, (doch hij zelf was voor Lachis, en al zijn heerschappij met hem) tot Jehizkia, den koning van Juda, en tot het ganse Juda, dat te Jeruzalem was, zeggende:

32:10
대기

Zo zegt Sanherib, de koning van Assyrie: Waarom vertrouwt gij, dat gij te Jeruzalem blijft in de vesting?

32:11
대기

Ruit u Jehizkia niet op, dat hij u overgeve, om door honger en door dorst te sterven, zeggende: De HEERE, onze God, zal ons uit de hand des konings van Assyrie redden?

32:12
대기

Heeft niet dezelfde Jehizkia Zijn hoogten en Zijn altaren weggenomen, en tot Juda en tot Jeruzalem gesproken, zeggende: Voor het enige altaar zult gij u nederbuigen, en daarop roken?

32:13
대기

Weet gij niet, wat ik gedaan heb, en mijn vaderen aan alle volken der landen? Hebben de goden van de natien dier landen hun land enigszins kunnen redden uit mijn hand?

32:14
대기

Wie is er onder alle goden derzelver natien, dewelke mijn vaders verbannen hebben, die zijn volk heeft kunnen redden uit mijn hand, dat uw God u uit mijn hand zou kunnen redden?

32:15
대기

Nu dan, dat Jehizkia ulieden niet bedriege, en dat hij u op zulk een wijze niet opruie, en gelooft hem niet; want geen god van enige natie en koninkrijk heeft zijn volk uit mijn hand en mijner vaderen hand kunnen redden; hoeveel te min zal uw God u uit mijn hand kunnen redden?

32:16
대기

Daartoe spraken zijn knechten nog meer tegen God, den HEERE, en tegen Zijn knecht Jehizkia.

32:17
대기

Ook schreef hij brieven, om den HEERE den God Israels, te honen en om tegen Hem te spreken, zeggende: Gelijk de goden van de natien der landen, die hun volk uit mijn hand niet gered hebben, alzo zal de God van Jehizkia Zijn volk uit mijn hand niet redden.

32:18
대기

En zij riepen met luider stem, in het Joods, tegen het volk van Jeruzalem, dat op den muur was, om die bevreesd te maken en die te beroeren, opdat zij de stad mochten innemen.

32:19
대기

En zij spraken van den God van Jeruzalem, als van de goden der volkeren der aarde, een werk van mensenhanden.

32:20
대기

Maar de koning Jehizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden daartegen, en zij riepen naar den hemel.

32:21
대기

En de HEERE zond een engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger des konings van Assyrie verdelgde. Zo is hij met schaamte des aangezichts in zijn land wedergekeerd; en als hij in het huis zijns gods ingegaan was, zo velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren.

32:22
대기

Alzo verloste de HEERE Jehizkia en de inwoners van Jeruzalem, uit de hand van Sanherib, den koning van Assyrie, en uit de hand van allen; en Hij geleidde hen rondom heen.

32:23
대기

En velen brachten geschenken tot den HEERE te Jeruzalem, en kostelijkheden tot Jehizkia, den koning van Juda, zodat hij daarna voor de ogen van alle heidenen verheven werd.

32:24
대기

In die dagen werd Jehizkia krank tot stervens toe, en hij bad tot den HEERE, Die sprak tot hem, en Hij gaf hem een wonderteken.

32:25
대기

Maar Jehizkia deed gene vergelding, naar de weldaad aan hem geschied, dewijl zijn hart verheven werd; daarom werd over hem, en over Juda en Jeruzalem, een grote toornigheid.

32:26
대기

Doch Jehizkia verootmoedigde zich om de verheffing zijns harten, hij en de inwoners van Jeruzalem, zodat de grote toornigheid des HEEREN over hen niet kwam in de dagen van Jehizkia.

32:27
대기

Jehizkia nu had zeer veel rijkdom en eer; en hij maakte zich schatkameren voor zilver en voor goud, en voor kostelijk gesteente, en voor specerijen, en voor schilden, en voor alle begeerlijk gereedschap;

32:28
대기

Ook schathuizen voor de inkomsten van koren, en most, en olie; en stallen voor allerlei beesten, en kooien voor de kudden.

32:29
대기

Daartoe had hij zich steden gemaakt, mitsgaders bezitting van schapen en runderen in menigte; want God gaf hem zeer grote have.

32:30
대기

Doch Jehizkia stopte ook den opperuitgang der wateren van Gihon, en leidde ze recht af beneden naar het westen der stad Davids; want Jehizkia had voorspoed in al zijn werk.

32:31
대기

Maar het is alzo, als de gezanten der vorsten van Babel, die tot hem gezonden hadden, om te vragen naar dat wonderteken, dat in het land geschied was, bij hem waren, verliet hem God, om hem te verzoeken, om te weten al wat in zijn hart was.

32:32
대기

Het overige nu der geschiedenissen van Jehizkia, en zijn goeddadigheden, ziet, die zijn geschreven in het gezicht van den profeet Jesaja, den zoon van Amoz, en in het boek der koningen van Juda en Israel.

32:33
대기

En Jehizkia ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in het hoogste van de graven der zonen van David; daartoe deden gans Juda en de inwoners van Jeruzalem hem eer aan in zijn dood; en zijn zoon Manasse werd koning in zijn plaats.