scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 2 Kings 7장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · 2 Kings

1:1-8 Elijah and the Messengers of King Ahaziah 1:9-16 Two Captains of Fifty Consumed by Fire and the Third Company 1:17-18 The Death of Ahaziah and the Succession of Joram 2:1-12 Elijah Taken Up to Heaven in a Whirlwind 2:13-18 Elisha Receives a Double Portion of Elijah's Spirit 2:19-25 Healing the Water of Jericho and the Boys Who Mocked at Bethel 3:1-12 The Alliance of Three Kings Against Moab 3:13-27 Elisha's Prophecy and Victory Over Moab 4:1-7 The Miracle of the Widow's Jar of Oil 4:8-17 The Shunammite Woman and the Promised Son 4:18-37 Elisha Raises the Dead Son to Life 4:38-44 The Deadly Stew Purified and a Hundred Men Fed 5:1-14 Naaman the Aramean Commander Healed of Leprosy 5:15-19 Naaman's Confession of Faith and Elisha's Refusal 5:20-27 Leprosy Strikes the Greedy Gehazi 6:1-7 The Axe Head That Floated 6:8-23 Elisha Strikes the Aramean Army with Blindness 6:24-33 The Siege of Samaria and the Severe Famine 7:1-2 Elisha's Prophecy of Deliverance from Famine 7:3-11 The Lepers Who Discovered the Deserted Aramean Camp 7:12-20 The Prophecy Fulfilled and the Officer Trampled to Death 8:1-6 The Shunammite Woman's Land Restored 8:7-15 The Prophecy of Hazael's Kingship Over Aram 8:16-24 The Wicked Reign of Jehoram King of Judah 8:25-29 The Accession of Ahaziah King of Judah 9:1-13 The Anointing of Jehu and His Proclamation as King 9:14-29 Jehu Kills Joram and Ahaziah 9:30-37 Jezebel Thrown Down from the Window and Killed 10:1-11 Jehu Destroys Ahab's Seventy Sons 10:12-17 The Slaughter of Ahaziah's Relatives and the House of Ahab 10:18-28 Jehu's Scheme to Massacre the Worshipers of Baal 10:29-36 Jehu's Limitations and the End of His Reign 11:1-3 Jehosheba Hides the Royal Heir and Athaliah's Usurpation 11:4-16 Jehoiada's Coup and the Accession of Joash 11:17-21 Renewal of the Covenant and the Destruction of Baal's Temple 12:1-16 Joash Orders the Repair of the Temple 12:17-21 Hazael's Invasion and the Death of Joash 13:1-9 The Evil of Jehoahaz and the Oppression by Aram 13:10-13 The Reign of Jehoash King of Israel 13:14-21 Elisha's Final Prophecy and His Death 13:22-25 The Cities Recovered from Aram 14:1-7 The Reign of Amaziah King of Judah 14:8-22 The Prideful War with Israel and the Defeat 14:23-29 The Reign of Jeroboam II King of Israel 15:1-7 The Reign of Azariah (Uzziah) King of Judah 15:8-16 The Brief Reigns of Zechariah and Shallum 15:17-22 The Reign of Menahem and the Tribute to Assyria 15:23-31 The Reigns of Pekahiah and Pekah 15:32-38 The Reign of Jotham King of Judah 16:1-9 Ahaz's Idolatry and Reliance on Assyria 16:10-20 Ahaz's Corruption in Copying the Pagan Altar 17:1-6 The Reign of Hoshea and the Fall of Samaria 17:7-23 The Sins That Caused the Fall of the Northern Kingdom 17:24-41 The Syncretism of the Foreign Peoples Resettled in Samaria 18:1-12 Hezekiah's Religious Reform 18:13-37 Sennacherib's Invasion and the Threats of the Rabshakeh 19:1-13 Hezekiah Seeks Help from Isaiah 19:14-34 Hezekiah's Prayer and the Prophecy Against Sennacherib 19:35-37 The Destruction of the Assyrian Army and Sennacherib's End 20:1-11 Hezekiah's Healing and the Extension of His Life 20:12-21 Hezekiah's Pride in Receiving the Babylonian Envoys 21:1-18 Manasseh's Extreme Idolatry and the Prophecy of Judgment 21:19-26 The Wickedness and Death of Amon 22:1-13 The Book of the Law Found During the Temple Repairs 22:14-20 The Prophecy of the Prophetess Huldah 23:1-20 Renewal of the Covenant and Josiah's Religious Reform 23:21-27 The Passover Kept After Long Neglect and the Completion of the Reform 23:28-37 The Death of Josiah and the Deposing of Jehoahaz 24:1-7 Jehoiakim's Rebellion and the Invasion of Babylon 24:8-17 Jehoiachin's Surrender and the First Exile 24:18-20 The Accession and Rebellion of Zedekiah 25:1-7 The Fall of Jerusalem and the Tragedy of Zedekiah 25:8-21 The Destruction of the Temple and the Babylonian Exile 25:22-26 Gedaliah's Governorship and Assassination 25:27-30 Jehoiachin Released from Prison
7:1
待機

Toen zeide Elisa: Hoort het woord des HEEREN; zo zegt de HEERE: Morgen omtrent dezen tijd zal een maat meelbloem verkocht worden voor een sikkel, en twee maten gerst voor een sikkel, in de poort van Samaria.

7:2
待機

Maar een hoofdman, op wiens hand de koning leunde, antwoordde den man Gods, en zeide: Zie, zo de HEERE vensteren in den hemel maakte, zou die zaak kunnen geschieden? En hij zeide: Zie, gij zult het met uw ogen zien, doch daarvan niet eten.

7:3
待機

Er waren nu vier melaatse mannen voor de deur der poort; die zeiden, de een tot den ander: Wat blijven wij hier, totdat wij sterven?

7:4
待機

Indien wij zeggen: Laat ons in de stad komen, zo is de honger in de stad, en wij zullen daar sterven, en indien wij hier blijven, wij zullen ook sterven; nu dan, komt, en laat ons in het leger der Syriers vallen; indien zij ons laten leven, wij zullen leven; en indien zij ons doden, wij zullen maar sterven.

7:5
待機

En zij stonden op in de schemering, om in het leger der Syriers te komen. Toen zij aan het uiterste van het leger der Syriers kwamen, ziet, toen was er niemand.

7:6
待機

Want de HEERE had het heir der Syriers doen horen een geluid van wagenen, en een geluid van paarden, het geluid ener grote heirkracht; zodat zij zeiden de een tot den ander: Zie, de koning van Israel heeft tegen ons gehuurd de koningen der Hethieten, en de koningen der Egyptenaren, om tegen ons te komen.

7:7
待機

Derhalve hadden zij zich opgemaakt, en waren in de schemering gevloden, en hadden hun tenten gelaten, en hun paarden, en hun ezelen, het leger gelijk als het was; en waren gevloden om huns levens wil.

7:8
待機

Als nu deze melaatsen aan het uiterste des legers kwamen, zo gingen zij in een tent, en aten en dronken, en namen van daar zilver, en goud, en klederen, en gingen henen, en verborgen het; daarna keerden zij weder, en kwamen in een andere tent, namen van daar ook, en gingen henen, en verborgen het.

7:9
待機

Toen zeiden zij, de een tot den ander: Wij doen niet recht; deze dag is een dag van goede boodschap, en wij zwijgen stil. Indien wij vertoeven tot den lichten morgen, zo zal ons de ongerechtigheid vinden; daarom nu, komt, laat ons gaan, en dit aan het huis des konings boodschappen.

7:10
待機

Zo kwamen zij, en riepen tot den poortier der stad, en boodschapten hun, zeggende: Wij zijn gekomen tot het leger der Syriers, en ziet, niemand was daar, noch eens mensen stem; maar paarden aangebonden, en ezels aangebonden, en tenten, gelijk als zij waren.

7:11
待機

En hij riep de poortiers; en zij deden de boodschap binnen in het huis des konings.

7:12
待機

En de koning stond op in den nacht, en zeide tot zijn knechten: Ik zal u nu te kennen geven, wat de Syriers ons gedaan hebben; zij weten, dat wij hongerig zijn; daarom zijn zij uit het leger gegaan, om zich in het veld te versteken, zeggende: Als zij uit de stad gegaan zullen zijn, dan zullen wij hen levend grijpen, en wij zullen in de stad komen.

7:13
待機

Toen antwoordde een van zijn knechten, en zeide: Dat men toch neme vijf van de overige paarden, die hierbinnen overgebleven zijn (zie, zij zijn als de gehele menigte der Israelieten, die hierbinnen overgebleven zijn; zie, zij zijn als de gehele menigte der Israelieten, die vergaan zijn), laat ons die zenden, en zien.

7:14
待機

Zij namen dan twee wagenpaarden. En de koning zond het leger der Syriers achterna, zeggende: Gaat henen, en ziet.

7:15
待機

En zij volgden hen na tot de Jordaan toe; en ziet, de ganse weg was vol van klederen en gereedschap, die de Syriers in hun verhaasten weggeworpen hadden. De boden nu keerden weder, en boodschapten het den koning.

7:16
待機

Toen ging het volk uit, en beroofde het leger der Syriers; en een maat meelbloem werd verkocht voor een sikkel, en twee maten gerst voor een sikkel, naar het woord des HEEREN.

7:17
待機

De koning nu had den hoofdman, op wiens hand hij leunde, over die poort gesteld; en het volk vertrad hem in de poort, dat hij stierf, gelijk de man Gods gesproken had, die het sprak, als de koning tot hem afgekomen was.

7:18
待機

Want het was geschied, gelijk de man Gods gesproken had tot den koning, zeggende: Morgen omtrent dezen tijd zullen twee maten gerst voor een sikkel, en een maat meelbloem voor een sikkel verkocht worden, in de poort van Samaria.

7:19
待機

En die hoofdman had den man Gods geantwoord en gezegd: Zie, zo de HEERE vensteren in den hemel maakte, zou het ook naar dit woord geschieden kunnen? En hij had gezegd: Zie, gij zult het met uw ogen zien, doch daarvan niet eten.

7:20
待機

Even alzo geschiedde hem, want het volk vertrad hem in de poort, dat hij stierf.