scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Isaiah 66장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Isaiah

1:1-9 A Rebuke of Judah and Jerusalem for Their Rebellion 1:10-17 Vain Sacrifices and Empty Worship Condemned 1:18-20 The LORD's Call to Repentance 1:21-31 The Faithful City Fallen and the Promise of Refining 2:1 Prologue: The Glory of the LORD's Mountain in the Last Days 2:2-4 The Mountain of the LORD 2:5-22 The Day of the LORD against the Proud 3:1-15 The LORD Removes Leaders and Provisions from Jerusalem and Judah 3:16-26 Judgment on the Proud Daughters of Zion 4:1-6 The Cleansing of the Remnant and the Restoration of Zion 5:1-7 The Song of the Vineyard and the Fruitless People 5:8-23 Six Woes Pronounced on Evildoers 5:24-30 The LORD's Wrath and the Invasion of a Distant Nation 6:1-13 The Vision of the LORD's Glory and the Prophet's Call 7:1-9 The Word to Ahaz: Do Not Fear 7:10-16 The Prophecy of the Sign of Immanuel 7:17-25 The Warning of Desolation by Assyria 8:1-10 The Sign of Maher-shalal-hash-baz 8:11-22 Fear and Trust in the LORD 9:1-7 For to Us a Child Is Born and His Reign 9:8-21 The LORD's Wrath Again on the Proud Northern Kingdom 10:1-19 Unjust Decrees and Woe to Assyria 10:20-34 The Remnant of Jacob Returns 11:1-9 The Righteous King from the Stump of Jesse 11:10-16 The Gathering of the Scattered People 12:1-6 A Song of Thanksgiving for the Day of Salvation 13:1-22 The Warning of the Day of the LORD against Babylon 14:1-23 The Restoration of Jacob and Taunt against the King of Babylon 14:24-32 A Warning against Assyria and Philistia 15:1-9 A Lament over the Destruction of Moab 16:1-14 Moab's Refuge and Judgment on Her Pride 17:1-11 A Warning against Damascus and Ephraim 17:12-14 The Tumult and Destruction of the Plundering Nations 18:1-7 A Warning against the Land of Cush and an Offering 19:1-17 Confusion and Desolation Come upon Egypt 19:18-25 In That Day Egypt and Assyria Are Blessed 20:1-6 A Sign of Nakedness: The Captivity of Egypt and Cush 21:1-10 The Vision of Fallen Babylon 21:11-17 A Warning against Dumah and Arabia 22:1-14 A Rebuke of Jerusalem, the Valley of Vision 22:15-25 The Deposing of Shebna and the Promotion of Eliakim 23:1-18 A Warning of the Fall and Restoration of Tyre 24:1-13 The Judgment of Desolation upon the Whole Earth 24:14-23 Praise and Dread in the Midst of Judgment 25:1-12 A Song of Thanksgiving to the LORD Who Saves 26:1-21 A Song of Trust to Be Sung in the Land of Judah 27:1-13 The LORD Punishes Leviathan and Keeps His Vineyard 28:1-13 Woe to the Proud Crown of Ephraim 28:14-29 The Sure Cornerstone Laid in Zion 29:1-14 Affliction and Deliverance for Ariel, Jerusalem 29:15-24 The Promise of Restoration: Darkness Turned to Light 30:1-17 A Rebuke of the Rebellious Children Who Trust in Egypt 30:18-33 Grace Shown to Those Who Wait 31:1-9 Do Not Rely on Egypt but Return to the LORD 32:1-20 A King Who Reigns in Righteousness and the Fruit of Righteousness 33:1-24 Woe to the Destroyer and the Exaltation of the LORD 34:1-17 The Judgment of Wrath upon the Nations and Edom 35:1-10 The Holy Way for the Redeemed to Walk 36:1-22 Sennacherib's Invasion and the Threat of the Rabshakeh 37:1-20 Hezekiah's Prayer and Isaiah's Answer 37:21-38 The Defeat of the Assyrian Army and the Death of Sennacherib 38:1-22 Hezekiah's Illness and the Extension of His Life 39:1-8 The Babylonian Envoys and the Prophecy of Exile 40:1-11 The Cry of Comfort and the Everlasting LORD 40:12-31 The Incomparable Creator God 41:1-20 The One Raised from the East and the Comfort of Fear Not 41:21-29 A Challenge to the Powerlessness and Vanity of Idols 42:1-17 The LORD's Chosen Servant and a New Song 42:18-25 Israel, the Blind and Deaf Servant 43:1-21 Fear Not, for I Have Redeemed You 43:22-28 The Promise of Grace That Blots Out Transgressions 44:1-20 The Spirit Poured on the Chosen Servant and the Folly of Idols 44:21-28 The LORD Redeems Israel and Calls Cyrus 45:1-13 Salvation through Cyrus and the Sovereignty of the Creator 45:14-25 Turn to the LORD Alone and Be Saved 46:1-13 Babylon's Idols Fall but God Sustains 47:1-15 The Fall of the Proud Virgin Babylon 48:1-22 Former Things and New Things for Stubborn Israel 49:1-13 The Servant of the LORD as a Light to the Nations 49:14-26 Zion Not Forgotten: Her Restoration and Children 50:1-11 The Obedient Servant and a Call to Trust in the LORD 51:1-16 Comfort for Those Who Pursue Righteousness 51:17-23 Jerusalem Awakened as the Cup of Wrath Is Removed 52:1-12 Awake, O Zion: The News of Salvation 52:13-15 Prologue: The Exaltation of the LORD's Servant Who Will Prosper 53:1-12 The Suffering Servant Pierced and Despised 54:1-17 The Song of Zion, the Barren Woman 55:1-13 An Invitation of Abundant Grace to the Thirsty 56:1-8 Salvation Opened to Foreigners and Eunuchs 56:9-12 A Rebuke of Greedy Watchmen and Idolatry 57:1-13 The Wickedness of Those Who Serve Idols 57:14-21 Peace Granted to the Contrite 58:1-14 True Fasting and the Blessing of Keeping the Sabbath 59:1-15 Sin Has Separated God from His People 59:16-21 The LORD Comes as Redeemer 60:1-22 The Glory of the LORD Shines on Zion 61:1-11 The Good News Proclaimed by the Anointed One 62:1-12 Zion's New Name and the Unceasing Watchmen 63:1-6 The Warrior Who Treads Edom and Returns 63:7-19 A Plea Remembering the LORD's Former Mercies 64:1-12 A Prayer That God Would Rend the Heavens and Come Down 65:1-16 The Rebellious People and the Blessing for the Chosen 65:17-25 The Promise of New Heavens and a New Earth 66:1-6 True Worshipers and the Poor in Spirit 66:7-24 The Comfort of Jerusalem and Glory and Judgment upon All Nations
66:1
待機

Alzo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten; waar zou dat huis zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwen, en waar is de plaats Mijner rust?

66:2
待機

Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.

66:3
待機

Wie een os slacht, slaat een man; wie een lam offert, breekt een hond den hals; wie spijsoffer offert, is als die zwijnenbloed offert; wie wierook brandt ten gedenkoffer, is als die een afgod zegent. Dezen verkiezen ook hun wegen, en hun ziel heeft lust aan hun verfoeiselen.

66:4
待機

Ik zal ook verkiezen het loon hunner handelingen, en hun vreze zal Ik over hen doen komen, omdat Ik geroepen heb, en niemand antwoordde, Ik gesproken heb en zij niet hoorden, maar deden dat kwaad is in Mijn ogen, en verkoren hetgeen waartoe Ik geen lust had.

66:5
待機

Hoort des HEEREN woord, gij, die voor Zijn woord beeft! Uw broeders, die u haten, die u verre afzonderen, om Mijns Naams wil, zeggen: Dat de HEERE heerlijk worde! Doch Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.

66:6
待機

Er zal een stem van een groot rumoer uit de stad zijn, een stem uit den tempel, de stem des HEEREN, Die Zijn vijanden de verdiensten vergeldt.

66:7
待機

Eer zij barensnood had, heeft zij gebaard, eer haar smart overkwam, zo is zij van een knechtje verlost.

66:8
待機

Wie heeft ooit zulks gehoord? Wie heeft dergelijks gezien? Zou een land kunnen geboren worden op een enigen dag? Zou een volk kunnen geboren worden op een enige reize? Maar Sion heeft weeen gekregen, en zij heeft haar zonen gebaard.

66:9
待機

Zou Ik de baarmoeder openbreken, en niet genereren? zegt de HEERE; zou Ik, Die genereer, voortaan toesluiten? zegt uw God.

66:10
待機

Verblijdt u met Jeruzalem, en verheugt u over haar, al haar liefhebbers! Weest vrolijk over haar met vreugde, gij allen, die over haar zijt treurig geweest!

66:11
待機

Opdat gij moogt zuigen, en verzadigd worden van de borsten harer vertroostingen; opdat gij moogt uitzuigen, en u verlusten met den glans harer heerlijkheid.

66:12
待機

Want alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal den vrede over haar uitstrekken als een rivier, en de heerlijkheid der heidenen als een overlopende beek; dan zult gijlieden zuigen; gij zult op de zijden gedragen worden, en op de knieen zeer vriendelijk getroeteld worden.

66:13
待機

Als een, dien zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten; ja, gij zult te Jeruzalem getroost worden.

66:14
待機

En gij zult het zien, en uw hart zal vrolijk zijn, en uw beenderen zullen groenen als het tedere gras; dan zal de hand des HEEREN bekend worden aan Zijn knechten, en Hij zal Zijn vijanden gram worden.

66:15
待機

Want ziet, de HEERE zal met vuur komen, en Zijn wagenen als een wervelwind; om met grimmigheid Zijn toorn hiertoe te wenden, en Zijn schelding met vuurvlammen.

66:16
待機

Want met vuur, en met Zijn zwaard zal de HEERE in het recht treden met alle vlees; en de verslagenen des HEEREN zullen vermenigvuldigd zijn.

66:17
待機

Die zichzelven heiligen, en zichzelven reinigen in de hoven, achter een in het midden derzelve, die zwijnenvlees eten, en verfoeisel, en muizen; te zamen zullen zij verteerd worden, spreekt de HEERE.

66:18
待機

Hun werken en hun gedachten! Het komt, dat Ik vergaderen zal alle heidenen en tongen, en zij zullen komen, en zij zullen Mijn heerlijkheid zien.

66:19
待機

En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen naar Tarsis, Pul, en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.

66:20
待機

En zij zullen al uw broeders uit alle heidenen den HEERE ten spijsoffer brengen, op paarden, en op wagenen, en op rosbaren, en op muildieren, en op snelle lopers, naar Mijn heiligen berg toe, naar Jeruzalem, zegt de HEERE, gelijk als de kinderen Israels het spijsoffer in een rein vat brengen ten huize des HEEREN.

66:21
待機

En ook zal Ik uit dezelve enigen tot priesters en tot Levieten nemen, zegt de HEERE.

66:22
待機

Want gelijk als die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen staan, spreekt de HEERE, alzo zal ook ulieder zaad en ulieder naam staan.

66:23
待機

En het zal geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere, en van den enen sabbat tot den anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.

66:24
待機

En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen.