scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Isaiah 28장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Isaiah

1:1-9 A Rebuke of Judah and Jerusalem for Their Rebellion 1:10-17 Vain Sacrifices and Empty Worship Condemned 1:18-20 The LORD's Call to Repentance 1:21-31 The Faithful City Fallen and the Promise of Refining 2:1 Prologue: The Glory of the LORD's Mountain in the Last Days 2:2-4 The Mountain of the LORD 2:5-22 The Day of the LORD against the Proud 3:1-15 The LORD Removes Leaders and Provisions from Jerusalem and Judah 3:16-26 Judgment on the Proud Daughters of Zion 4:1-6 The Cleansing of the Remnant and the Restoration of Zion 5:1-7 The Song of the Vineyard and the Fruitless People 5:8-23 Six Woes Pronounced on Evildoers 5:24-30 The LORD's Wrath and the Invasion of a Distant Nation 6:1-13 The Vision of the LORD's Glory and the Prophet's Call 7:1-9 The Word to Ahaz: Do Not Fear 7:10-16 The Prophecy of the Sign of Immanuel 7:17-25 The Warning of Desolation by Assyria 8:1-10 The Sign of Maher-shalal-hash-baz 8:11-22 Fear and Trust in the LORD 9:1-7 For to Us a Child Is Born and His Reign 9:8-21 The LORD's Wrath Again on the Proud Northern Kingdom 10:1-19 Unjust Decrees and Woe to Assyria 10:20-34 The Remnant of Jacob Returns 11:1-9 The Righteous King from the Stump of Jesse 11:10-16 The Gathering of the Scattered People 12:1-6 A Song of Thanksgiving for the Day of Salvation 13:1-22 The Warning of the Day of the LORD against Babylon 14:1-23 The Restoration of Jacob and Taunt against the King of Babylon 14:24-32 A Warning against Assyria and Philistia 15:1-9 A Lament over the Destruction of Moab 16:1-14 Moab's Refuge and Judgment on Her Pride 17:1-11 A Warning against Damascus and Ephraim 17:12-14 The Tumult and Destruction of the Plundering Nations 18:1-7 A Warning against the Land of Cush and an Offering 19:1-17 Confusion and Desolation Come upon Egypt 19:18-25 In That Day Egypt and Assyria Are Blessed 20:1-6 A Sign of Nakedness: The Captivity of Egypt and Cush 21:1-10 The Vision of Fallen Babylon 21:11-17 A Warning against Dumah and Arabia 22:1-14 A Rebuke of Jerusalem, the Valley of Vision 22:15-25 The Deposing of Shebna and the Promotion of Eliakim 23:1-18 A Warning of the Fall and Restoration of Tyre 24:1-13 The Judgment of Desolation upon the Whole Earth 24:14-23 Praise and Dread in the Midst of Judgment 25:1-12 A Song of Thanksgiving to the LORD Who Saves 26:1-21 A Song of Trust to Be Sung in the Land of Judah 27:1-13 The LORD Punishes Leviathan and Keeps His Vineyard 28:1-13 Woe to the Proud Crown of Ephraim 28:14-29 The Sure Cornerstone Laid in Zion 29:1-14 Affliction and Deliverance for Ariel, Jerusalem 29:15-24 The Promise of Restoration: Darkness Turned to Light 30:1-17 A Rebuke of the Rebellious Children Who Trust in Egypt 30:18-33 Grace Shown to Those Who Wait 31:1-9 Do Not Rely on Egypt but Return to the LORD 32:1-20 A King Who Reigns in Righteousness and the Fruit of Righteousness 33:1-24 Woe to the Destroyer and the Exaltation of the LORD 34:1-17 The Judgment of Wrath upon the Nations and Edom 35:1-10 The Holy Way for the Redeemed to Walk 36:1-22 Sennacherib's Invasion and the Threat of the Rabshakeh 37:1-20 Hezekiah's Prayer and Isaiah's Answer 37:21-38 The Defeat of the Assyrian Army and the Death of Sennacherib 38:1-22 Hezekiah's Illness and the Extension of His Life 39:1-8 The Babylonian Envoys and the Prophecy of Exile 40:1-11 The Cry of Comfort and the Everlasting LORD 40:12-31 The Incomparable Creator God 41:1-20 The One Raised from the East and the Comfort of Fear Not 41:21-29 A Challenge to the Powerlessness and Vanity of Idols 42:1-17 The LORD's Chosen Servant and a New Song 42:18-25 Israel, the Blind and Deaf Servant 43:1-21 Fear Not, for I Have Redeemed You 43:22-28 The Promise of Grace That Blots Out Transgressions 44:1-20 The Spirit Poured on the Chosen Servant and the Folly of Idols 44:21-28 The LORD Redeems Israel and Calls Cyrus 45:1-13 Salvation through Cyrus and the Sovereignty of the Creator 45:14-25 Turn to the LORD Alone and Be Saved 46:1-13 Babylon's Idols Fall but God Sustains 47:1-15 The Fall of the Proud Virgin Babylon 48:1-22 Former Things and New Things for Stubborn Israel 49:1-13 The Servant of the LORD as a Light to the Nations 49:14-26 Zion Not Forgotten: Her Restoration and Children 50:1-11 The Obedient Servant and a Call to Trust in the LORD 51:1-16 Comfort for Those Who Pursue Righteousness 51:17-23 Jerusalem Awakened as the Cup of Wrath Is Removed 52:1-12 Awake, O Zion: The News of Salvation 52:13-15 Prologue: The Exaltation of the LORD's Servant Who Will Prosper 53:1-12 The Suffering Servant Pierced and Despised 54:1-17 The Song of Zion, the Barren Woman 55:1-13 An Invitation of Abundant Grace to the Thirsty 56:1-8 Salvation Opened to Foreigners and Eunuchs 56:9-12 A Rebuke of Greedy Watchmen and Idolatry 57:1-13 The Wickedness of Those Who Serve Idols 57:14-21 Peace Granted to the Contrite 58:1-14 True Fasting and the Blessing of Keeping the Sabbath 59:1-15 Sin Has Separated God from His People 59:16-21 The LORD Comes as Redeemer 60:1-22 The Glory of the LORD Shines on Zion 61:1-11 The Good News Proclaimed by the Anointed One 62:1-12 Zion's New Name and the Unceasing Watchmen 63:1-6 The Warrior Who Treads Edom and Returns 63:7-19 A Plea Remembering the LORD's Former Mercies 64:1-12 A Prayer That God Would Rend the Heavens and Come Down 65:1-16 The Rebellious People and the Blessing for the Chosen 65:17-25 The Promise of New Heavens and a New Earth 66:1-6 True Worshipers and the Poor in Spirit 66:7-24 The Comfort of Jerusalem and Glory and Judgment upon All Nations
28:1
待機

Wee de hovaardige kroon der dronkenen van Efraim, welker heerlijk sieraad is een afvallende bloem, die daar is op het hoofd der zeer vette vallei, der geslagenen van den wijn.

28:2
待機

Ziet, de Heere heeft een sterke en machtige, er is gelijk een hagelvloed, een poort des verderfs; gelijk een vloed der sterke wateren; die overvloeien, zal Hij ze ter aarde nederwerpen met de hand.

28:3
待機

De hovaardige kronen der dronkenen van Efraim zullen met voeten vertreden worden.

28:4
待機

En de afvallende bloem zijns heerlijken sieraads, die op het hoofd der zeer vette vallei is, zal zijn gelijk een vroegrijpe vrucht voor den zomer, welke, wanneer ze iemand ziet, terwijl zij nog in zijn hand is, slokt hij ze op.

28:5
待機

Te dien dage zal de HEERE der heirscharen tot een heerlijke Kroon en tot een sierlijken Krans zijn den overgeblevenen Zijns volks;

28:6
待機

En tot een Geest des oordeels dien, die ten oordeel zit, en tot een sterkte dengenen, die den strijd afkeren tot de poort toe.

28:7
待機

En ook dwalen dezen van den wijn, en zij dolen van den sterken drank; de priester en de profeet dwalen van den sterken drank; zij zijn verslonden van den wijn, zij dolen van sterken drank; zij dwalen in het gezicht; zij waggelen in het gericht.

28:8
待機

Want alle tafels zijn vol van uitspuwsel en van drek, zodat er geen plaats schoon is.

28:9
待機

Wien zou Hij dan de kennis leren, en wien zou Hij het gehoorde te verstaan geven? Den gespeenden van de melk, den afgetrokkenen van de borsten?

28:10
待機

Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig.

28:11
待機

Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken;

28:12
待機

Tot dewelken Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft den moeden rust, en dit is de verkwikking; doch zij hebben niet willen horen.

28:13
待機

Zo zal hun het woord des HEEREN zijn; gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.

28:14
待機

Daarom, hoort des HEEREN woord, gij bespotters, gij heersers over dit volk, dat te Jeruzalem is!

28:15
待機

Omdat gijlieden zegt: Wij hebben een verbond met den dood gemaakt, en met de hel hebben wij een voorzichtig verdrag gemaakt; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, zal hij tot ons niet komen; want wij hebben de leugen ons tot een toevlucht gesteld, en onder de valsheid hebben wij ons verborgen.

28:16
待機

Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefden steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten.

28:17
待機

En Ik zal het gericht stellen naar het richtsnoer, en de gerechtigheid naar het paslood; en de hagel zal de toevlucht der leugen wegvagen, en de wateren zullen de schuilplaats overlopen.

28:18
待機

En ulieder verbond met den dood zal te niet worden, en uw voorzichtig verdrag met de hel zal niet bestaan; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, dan zult gijlieden van denzelven vertreden worden.

28:19
待機

Van den tijd af, als hij doortrekt, zal hij ulieden wegnemen, want allen morgen zal hij doortrekken, bij dag en bij nacht; en het zal geschieden, dat het gerucht te verstaan, enkel beroering wezen zal.

28:20
待機

Want het bed zal korter zijn, dan dat men zich daarop uitstrekken kunne; en het deksel zal te smal wezen, als men zich daaronder voegt.

28:21
待機

Want de HEERE zal Zich opmaken, gelijk op den berg Perazim, Hij zal beroerd zijn, gelijk in het dal van Gibeon, om Zijn werk te doen, Zijn werk zal vreemd zijn; en om Zijn daad te doen, Zijn daad zal vreemd zijn!

28:22
待機

Nu dan, drijft den spot niet, opdat uw banden niet vaster gemaakt worden; want ik heb van den Heere HEERE der heirscharen gehoord een verdelging, ja, een, die vast besloten is over het ganse land.

28:23
待機

Neemt ter ore en hoort mijn stem, merkt op en hoort mijn rede!

28:24
待機

Ploegt de ploeger den gehelen dag om te zaaien? Opent en egt hij zijn land den gehelen dag?

28:25
待機

Is het niet alzo? Wanneer hij het bovenste van hetzelve effen gemaakt heeft, dan strooit hij wikken, en spreidt komijn, of hij werpt er van de beste tarwe in, of uitgelezen gerst, of spelt, elk aan zijn plaats.

28:26
待機

En zijn God onderricht hem van de wijze, Hij leert hem.

28:27
待機

Want men dorst de wikken niet met den dorswagen, en men laat het wagenrad niet rondom over het komijn gaan; maar de wikken slaat men uit met een staf, en het komijn met een stok;

28:28
待機

Het brood koren moet verbrijzeld worden, maar hij dorst het niet geduriglijk dorsende; noch hij breekt het met het wiel zijn wagens, noch hij verbrijzelt het met zijn paarden.

28:29
待機

Zulks komt ook voort van den HEERE der heirscharen; Hij is wonderlijk van raad, Hij is groot van daad.