scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Job 31장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Job

1:1-5 Job, the Blameless Man of Uz 1:6-12 Satan Accuses Job 1:13-19 Job Loses His Wealth and Children 1:20-22 Job Still Praises God 2:1-8 Satan Strikes Job's Body 2:9-10 Job Does Not Sin with His Lips 2:11-13 The Silence of Job's Three Friends 3:1-10 Job Curses the Day of His Birth 3:11-19 Why Was I Born? 3:20-26 A Lament Longing for Death in Suffering 4:1-11 Eliphaz's First Speech: Who Ever Perished Being Innocent? 4:12-21 A Vision in the Night and the Frailty of Man 5:1-16 The Ruin of the Fool and the Cause of Trouble 5:17-27 Blessed Is the One Whom God Corrects 6:1-13 Job's Reply: My Anguish Is Heavier Than the Sand of the Seas 6:14-23 Friends Like a Dry Streambed 6:24-30 A Plea to Be Shown His Error 7:1-10 The Days of Man's Hard Service 7:11-21 Why Do You Watch Over Me? 8:1-10 Bildad's First Speech: God Does Not Pervert Justice 8:11-22 The Hope of Those Who Forget God Perishes 9:1-13 Job's Reply: How Can a Man Contend with God? 9:14-24 Condemned Though Blameless 9:25-35 There Is No Mediator Between Us 10:1-12 Why Do You Contend with Me? 10:13-22 A Plea for a Little Comfort 11:1-12 Zophar's First Speech: God Exacts Less Than Your Guilt Deserves 11:13-20 Set Your Heart Right and You Will Be Restored 12:1-12 Job's Reply: I Know as Much as You 12:13-25 Wisdom and Power Belong to God 13:1-12 I Will Argue with You Worthless Physicians 13:13-28 I Will Plead My Case Before God 14:1-12 Man Withers Like a Flower 14:13-22 If a Man Dies, Will He Live Again? 15:1-16 Eliphaz's Second Speech: Your Own Mouth Condemns You 15:17-35 The Fate of Torment for the Wicked 16:1-14 Job's Reply: You Are All Miserable Comforters 16:15-22 My Witness Is in Heaven 17:1-16 Broken Hope and Become a Byword 18:1-11 Bildad's Second Speech: The Light of the Wicked Goes Out 18:12-21 The Dwelling of the Wicked Is Laid Waste 19:1-12 Job's Reply: How Long Will You Torment Me? 19:13-22 Forsaken and Alone by All 19:23-29 I Know That My Redeemer Lives 20:1-11 Zophar's Second Speech: The Joy of the Wicked Is Brief 20:12-29 He Will Vomit Up the Riches He Swallowed 21:1-16 Job's Reply: Why Do the Wicked Prosper? 21:17-34 Questions About the Prosperity of the Wicked 22:1-11 Eliphaz's Third Speech: Is Not Your Wickedness Great? 22:12-30 Return to God and You Will Be Restored 23:1-17 Job's Reply: If Only I Could Find God 24:1-25 A Protest That God Does Not Punish the Wicked 25:1-6 Bildad's Third Speech: How Can Man Be Righteous? 26:1-4 Job's Reply: To Whom Are You Speaking? 26:5-14 The Unsearchable Power of God 27:1-10 I Will Hold Fast My Righteousness to the End 27:11-23 The Portion of the Wicked 28:1-19 Where Can Wisdom Be Found? 28:20-28 The Fear of the LORD Is Wisdom 29:1-17 Job Recalls His Former Glory 29:18-25 Those Days of Honor 30:1-15 Now I Am Mocked and Despised 30:16-31 A Cry in the Midst of Suffering 31:1-23 Job's Declaration of Innocence: A Life Free from Sin 31:24-40 A Final Appeal of Innocence 32:1-10 Elihu Appears and Is Angry 32:11-22 Now I Will Speak 33:1-11 Elihu Answers Job 33:12-33 How God Speaks to Man 34:1-15 Elihu's Speech: God Does No Wrong 34:16-37 God Who Rules with Justice 35:1-16 What Profit Is a Man's Righteousness to God? 36:1-16 Elihu's Speech: God Instructs Through Suffering 36:17-33 Behold the Greatness of God 37:1-13 God in the Thunder and the Storm 37:14-24 The Works of the Almighty Are Beyond Understanding 38:1-11 The LORD Answers Out of the Whirlwind 38:12-38 Questions About the Order of Creation 38:39-41 God Who Feeds the Wild Beasts 39:1-12 The Mountain Goat, the Wild Donkey, and the Wild Ox 39:13-30 The Ostrich, the Horse, and the Hawk 40:1-5 Job Lays His Hand on His Mouth 40:6-14 Would You Annul My Justice? 40:15-24 The Majesty of Behemoth 41:1-11 Who Can Subdue Leviathan? 41:12-34 The Terrifying Form of Leviathan 42:1-6 Job Repents and Confesses 42:7-9 Rebuke of the Three Friends 42:10-17 Job's Fortunes Restored Twofold
31:1
待機

Ik heb een verbond gemaakt met mijn ogen; hoe zou ik dan acht gegeven hebben op een maagd?

31:2
待機

Want wat is het deel Gods van boven, of de erve des Almachtigen uit de hoogten?

31:3
待機

Is niet het verderf voor den verkeerde, ja, wat vreemds voor de werkers der ongerechtigheid?

31:4
待機

Ziet Hij niet mijn wegen, en telt Hij niet al mijn treden?

31:5
待機

Zo ik met ijdelheid omgegaan heb, en mijn voet gesneld heeft tot bedriegerij;

31:6
待機

Hij wege mij op, in een rechte weegschaal, en God zal mijn oprechtigheid weten.

31:7
待機

Zo mijn gang uit den weg geweken is, en mijn hart mijn ogen nagevolgd is, en aan mijn handen iets aankleeft;

31:8
待機

Zo moet ik zaaien, maar een ander eten, en mijn spruiten moeten uitgeworteld worden!

31:9
待機

Zo mijn hart verlokt is geweest tot een vrouw, of ik aan mijns naasten deur geloerd heb;

31:10
待機

Zo moet mijn huisvrouw met een ander malen, en anderen zich over haar krommen!

31:11
待機

Want dat is een schandelijke daad, en het is een misdaad bij de rechters.

31:12
待機

Want dat is een vuur, hetwelk tot de verderving toe verteert, en al mijn inkomen uitgeworteld zou hebben.

31:13
待機

Zo ik versmaad heb het recht mijns knechts, of mijner dienstmaagd, als zij geschil hadden met mij;

31:14
待機

(Want wat zou ik doen, als God opstond? En als Hij bezoeking deed, wat zou ik Hem antwoorden?

31:15
待機

Heeft Hij niet, Die mij in den buik maakte, hem ook gemaakt en Een ons in de baarmoeder bereid?)

31:16
待機

Zo ik den armen hun begeerte onthouden heb, of de ogen der weduwe laten versmachten;

31:17
待機

En mijn bete alleen gegeten heb, zodat de wees daarvan niet gegeten heeft;

31:18
待機

(Want van mijn jonkheid af is hij bij mij opgetogen, als bij een vader, en van mijner moeders buik af heb ik haar geleid;)

31:19
待機

Zo ik iemand heb zien omkomen, omdat hij zonder kleding was, en dat de nooddruftige geen deksel had;

31:20
待機

Zo zijn lenden mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen mijner lammeren verwarmd werd;

31:21
待機

Zo ik mijn hand tegen den wees bewogen heb, omdat ik in de poort mijn hulp zag;

31:22
待機

Mijn schouder valle van het schouderbeen, en mijn arm breke van zijn pijp af!

31:23
待機

Want het verderf Gods was bij mij een schrik, en ik vermocht niet vanwege Zijn hoogheid.

31:24
待機

Zo ik het goud tot mijn hoop gezet heb, of tot het fijn goud gezegd heb: Gij zijt mijn vertrouwen;

31:25
待機

Zo ik blijde ben geweest, omdat mijn vermogen groot was, en omdat mijn hand geweldig veel verkregen had;

31:26
待機

Zo ik het licht aangezien heb, wanneer het scheen, of de maan heerlijk voortgaande;

31:27
待機

En mijn hart verlokt is geweest in het verborgen, dat mijn hand mijn mond gekust heeft;

31:28
待機

Dat ware ook een misdaad bij den rechter; want ik zou den God van boven verzaakt hebben.

31:29
待機

Zo ik verblijd ben geweest in de verdrukking mijns haters, en mij opgewekt heb, als het kwaad hem vond;

31:30
待機

(Ook heb ik mijn gehemelte niet toegelaten te zondigen, mits door een vloek zijn ziel te begeren).

31:31
待機

Zo de lieden mijner tent niet hebben gezegd: Och, of wij van zijn vlees hadden, wij zouden niet verzadigd worden;

31:32
待機

De vreemdeling overnachtte niet op de straat; mijn deuren opende ik naar den weg;

31:33
待機

Zo ik, gelijk Adam, mijn overtredingen bedekt heb, door eigenliefde mijn misdaad verbergende!

31:34
待機

Zeker, ik kon wel een grote menigte geweldiglijk onderdrukt hebben; maar de verachtste der huisgezinnen zou mij afgeschrikt hebben; zodat ik gewezen zou hebben, en ter deure niet uitgegaan zijn.

31:35
待機

Och, of ik een hadde, die mij hoorde! Zie, mijn oogmerk is, dat de Almachtige mij antwoorde, en dat mijn tegenpartij een boek schrijve.

31:36
待機

Zou ik het niet op mijn schouder dragen? Ik zou het op mij binden als een kroon.

31:37
待機

Het getal mijner treden zou ik hem aanwijzen; als een vorst zou ik tot hem naderen.

31:38
待機

Zo mijn land tegen mij roept, en zijn voren te zamen wenen;

31:39
待機

Zo ik zijn vermogen gegeten heb zonder geld, en de ziel zijner akkerlieden heb doen hijgen;

31:40
待機

Dat voor tarwe distelen voortkomen, en voor gerst stinkkruid! De woorden van Job hebben een einde.