scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 여호수아 13장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 여호수아

1:1-9 The LORD Commands Joshua 1:10-11 Orders to Prepare to Cross the Jordan 1:12-18 The Promise of Reuben, Gad, and the Half-Tribe of Manasseh 2:1-7 Rahab Hides the Spies 2:8-21 The Oath of Rahab and the Spies 2:22-24 The Spies Return and Report 3:1-6 The People Come to the Jordan River 3:7-13 Instructions for Crossing the Jordan 3:14-17 Crossing the Jordan on Dry Ground 4:1-14 Twelve Memorial Stones Set Up 4:15-18 The Priests Come Up from the Jordan 4:19-24 The Meaning of the Twelve Stones at Gilgal 5:1-9 Circumcision Renewed at Gilgal 5:10-12 The First Passover in Canaan 5:13-15 The Commander of the LORD's Army 6:1-7 The Command to March Around Jericho 6:8-19 Marching Around the City for Seven Days 6:20-25 The Fall of Jericho 6:26-27 The Curse on Jericho and Joshua's Fame 7:1-5 Achan's Sin and the Defeat at Ai 7:6-15 Joshua's Lament and the LORD's Answer 7:16-21 Achan's Sin Is Exposed 7:22-26 Achan Punished in the Valley of Achor 8:1-13 The Ambush Plan to Attack Ai 8:14-29 The Capture of Ai 8:30-35 The Altar on Mount Ebal and the Reading of the Law 9:1-15 The Deception of the Gibeonites 9:16-27 The Gibeonites Made Servants 10:1-11 Five Kings Attack Gibeon 10:12-15 The Sun and Moon Stand Still 10:16-27 The Five Kings Hidden in the Cave at Makkedah 10:28-43 The Conquest of the Southern Cities 11:1-15 The Northern Coalition Defeated at the Waters of Merom 11:16-23 The Whole Land Joshua Conquered 12:1-6 Kings Defeated East of the Jordan 12:7-24 Kings Defeated West of the Jordan 13:1-7 The Land Yet to Be Conquered 13:8-33 The Inheritance of the Tribes East of the Jordan 14:1-5 The Division of the Land of Canaan Begins 14:6-15 Caleb Receives Hebron as His Inheritance 15:1-12 The Boundaries of the Tribe of Judah 15:13-19 The Story of Caleb, Othniel, and Achsah 15:20-63 The List of the Cities of Judah 16:1-4 The Borders of the Descendants of Ephraim and Manasseh 16:5-10 The Inheritance of the Tribe of Ephraim 17:1-13 The Inheritance of the Half-Tribe of Manasseh 17:14-18 The People of Joseph Ask for More Land 18:1-10 The Tent of Meeting Set Up at Shiloh and the Land Surveyed 18:11-28 The Borders and Cities of the Tribe of Benjamin 19:1-9 The Inheritance of the Tribe of Simeon 19:10-16 The Inheritance of the Tribe of Zebulun 19:17-23 The Inheritance of the Tribe of Issachar 19:24-31 The Inheritance of the Tribe of Asher 19:32-39 The Inheritance of the Tribe of Naphtali 19:40-48 The Inheritance of the Tribe of Dan 19:49-51 The Inheritance Given to Joshua 20:1-9 The Cities of Refuge Appointed 21:1-8 Cities Requested for the Levites 21:9-42 The Cities Allotted to the Levites 21:43-45 All the LORD's Promises Fulfilled 22:1-9 The Eastern Tribes Sent Home 22:10-20 The Misunderstanding over the Altar by the Jordan 22:21-34 The Reason for Building the Altar Explained 23:1-16 Joshua's Final Exhortation 24:1-28 The Covenant Renewed at Shechem 24:29-33 The Deaths of Joshua and Eleazar
13:1
대기

Jozua nu was oud, wel bedaagd; en de HEERE zeide tot hem: Gij zijt oud geworden, welbedaagd, en er is zeer veel lands overgebleven, om dat erfelijk te bezitten.

13:2
대기

Dit is het land, dat overgebleven is; al de grenzen der Filistijnen en het ganse Gesuri.

13:3
대기

Van de Sichor, die voor aan Egypte is, tot aan de landpale van Ekron tegen het noorden, dat den Kanaanieten toegerekend wordt; vijf vorsten der Filistijnen, de Gazatiet en Asdodiet, de Askeloniet, de Gathiet en Ekroniet, en de Avvieten.

13:4
대기

Van het zuiden, het ganse land der Kanaanieten, en Meara, die van de Sidoniers is, tot Afek toe, tot aan de landpale der Amorieten.

13:5
대기

Daartoe het land der Giblieten, en de ganse Libanon tegen den opgang der zon, van Baal-Gad, onder aan den berg Hermon, tot aan den ingang van Hamath.

13:6
대기

Allen, die op het gebergte wonen van den Libanon aan tot Misrefoth-maim toe, al de Sidoniers; Ik zal hen verdrijven van het aangezicht der kinderen Israels; alleenlijk maak, dat het Israel ten erfdeel valle, gelijk als Ik u geboden heb.

13:7
대기

En nu, deel dit land tot een erfdeel aan de negen stammen, en aan den halven stam van Manasse,

13:8
대기

Met denwelken de Rubenieten en Gadieten hun erfenis ontvangen hebben; dewelke Mozes hunlieden gaf aan gene zijde van de Jordaan tegen het oosten, gelijk als Mozes, de knecht des HEEREN, hun gegeven had:

13:9
대기

Van Aroer aan, die aan den oever der beek Arnon is, en de stad, die in het midden der beek is, en al het vlakke land van Medeba tot Dibon toe;

13:10
대기

En al de steden van Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon geregeerd heeft, tot aan de landpale der kinderen Ammons;

13:11
대기

En Gilead, en de landpale der Gezurieten, en der Maachathieten, en den gansen berg Hermon, en gans Bazan, tot Salcha toe;

13:12
대기

Het ganse koninkrijk van Og, in Bazan, die geregeerd heeft te Astharoth, en te Edrei; deze is overig gebleven uit het overblijfsel der reuzen, dewelke Mozes heeft verslagen, en heeft ze verdreven.

13:13
대기

Doch de kinderen Israels verdreven de Gezurieten en de Maachathieten niet; maar Gezur en Maachath woonden in het midden van Israel tot op dezen dag.

13:14
대기

Alleenlijk gaf hij den stam Levi geen erfenis. De vuurofferen Gods, des HEEREN van Israel, zijn zijne erfenis, gelijk als Hij tot hem gesproken had.

13:15
대기

Alzo gaf Mozes aan den stam der kinderen van Ruben, naar hun huisgezinnen,

13:16
대기

Dat hun landpale was van Aroer af, dat aan den oever der beek Arnon is, en de stad, die in het midden der beek is, en al het vlakke land tot Medeba toe;

13:17
대기

Hesbon en al haar steden, die in het vlakke land zijn, Dibon, en Bamoth-Baal, en Beth-Baal-Meon,

13:18
대기

En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,

13:19
대기

En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,

13:20
대기

En Beth-Peor, en Asdoth-Pisga, en Beth-Jesimoth;

13:21
대기

En alle steden des vlakken lands, en het ganse koninkrijk van Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon regeerde, denwelke Mozes geslagen heeft, mitsgaders de vorsten van Midian, Evi, en Rekem, en Zur, en Hur, en Reba, geweldigen van Sihon, inwoners des lands.

13:22
대기

Daartoe hebben de kinderen Israels met het zwaard gedood Bileam, den zoon van Beor, den voorzegger, nevens degenen, die van hen verslagen zijn.

13:23
대기

De landpale nu der kinderen van Ruben was de Jordaan, en derzelver landpale; dat is het erfdeel der kinderen van Ruben, naar hun huisgezinnen, de steden en haar dorpen.

13:24
대기

En aan den stam van Gad, aan de kinderen van Gad, naar hun huisgezinnen, gaf Mozes,

13:25
대기

Dat hun landpale was Jaezer, en al de steden van Gilead, en het halve land der kinderen Ammons, tot Aroer toe, die voor aan Rabba is;

13:26
대기

En van Hesbon af tot Ramath-Mizpa en Betonim; en van Mahanaim tot aan de landpale van Debir;

13:27
대기

En in het dal, Beth-haram, en Beth-nimra, en Sukkoth, en Zefon, wat over was van het koninkrijk van Sihon, den koning te Hesbon, de Jordaan en haar landpale, tot aan het einde der zee van Cinnereth, over de Jordaan, tegen het oosten.

13:28
대기

Dit is het erfdeel der kinderen van Gad, naar hun huisgezinnen: de steden en haar dorpen.

13:29
대기

Verder had Mozes aan den halven stam van Manasse een erfenis gegeven, die aan den halven stam der kinderen van Manasse bleef, naar hun huisgezinnen;

13:30
대기

Zodat hun landpale was van Mahanaim af, het ganse Bazan, het ganse koninkrijk van Og, den koning van Bazan, en al de vlekken van Jair, die in Bazan zijn, zestig steden.

13:31
대기

En het halve Gilead, en Astharoth, en Edrei, steden des koninkrijks van Og in Bazan, waren van de kinderen van Machir, den zoon van Manasse, namelijk de helft der kinderen van Machir, naar hun huisgezinnen.

13:32
대기

Dat is het, wat Mozes ten erve uitgedeeld had in de velden van Moab, op gene zijde der Jordaan van Jericho, tegen het oosten.

13:33
대기

Maar aan den stam van Levi gaf Mozes geen erfdeel; de HEERE, de God Israels, is Zelf hunlieder Erfdeel, gelijk als Hij tot hen gesproken heeft.