scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 여호수아 19장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 여호수아

1:1-9 The LORD Commands Joshua 1:10-11 Orders to Prepare to Cross the Jordan 1:12-18 The Promise of Reuben, Gad, and the Half-Tribe of Manasseh 2:1-7 Rahab Hides the Spies 2:8-21 The Oath of Rahab and the Spies 2:22-24 The Spies Return and Report 3:1-6 The People Come to the Jordan River 3:7-13 Instructions for Crossing the Jordan 3:14-17 Crossing the Jordan on Dry Ground 4:1-14 Twelve Memorial Stones Set Up 4:15-18 The Priests Come Up from the Jordan 4:19-24 The Meaning of the Twelve Stones at Gilgal 5:1-9 Circumcision Renewed at Gilgal 5:10-12 The First Passover in Canaan 5:13-15 The Commander of the LORD's Army 6:1-7 The Command to March Around Jericho 6:8-19 Marching Around the City for Seven Days 6:20-25 The Fall of Jericho 6:26-27 The Curse on Jericho and Joshua's Fame 7:1-5 Achan's Sin and the Defeat at Ai 7:6-15 Joshua's Lament and the LORD's Answer 7:16-21 Achan's Sin Is Exposed 7:22-26 Achan Punished in the Valley of Achor 8:1-13 The Ambush Plan to Attack Ai 8:14-29 The Capture of Ai 8:30-35 The Altar on Mount Ebal and the Reading of the Law 9:1-15 The Deception of the Gibeonites 9:16-27 The Gibeonites Made Servants 10:1-11 Five Kings Attack Gibeon 10:12-15 The Sun and Moon Stand Still 10:16-27 The Five Kings Hidden in the Cave at Makkedah 10:28-43 The Conquest of the Southern Cities 11:1-15 The Northern Coalition Defeated at the Waters of Merom 11:16-23 The Whole Land Joshua Conquered 12:1-6 Kings Defeated East of the Jordan 12:7-24 Kings Defeated West of the Jordan 13:1-7 The Land Yet to Be Conquered 13:8-33 The Inheritance of the Tribes East of the Jordan 14:1-5 The Division of the Land of Canaan Begins 14:6-15 Caleb Receives Hebron as His Inheritance 15:1-12 The Boundaries of the Tribe of Judah 15:13-19 The Story of Caleb, Othniel, and Achsah 15:20-63 The List of the Cities of Judah 16:1-4 The Borders of the Descendants of Ephraim and Manasseh 16:5-10 The Inheritance of the Tribe of Ephraim 17:1-13 The Inheritance of the Half-Tribe of Manasseh 17:14-18 The People of Joseph Ask for More Land 18:1-10 The Tent of Meeting Set Up at Shiloh and the Land Surveyed 18:11-28 The Borders and Cities of the Tribe of Benjamin 19:1-9 The Inheritance of the Tribe of Simeon 19:10-16 The Inheritance of the Tribe of Zebulun 19:17-23 The Inheritance of the Tribe of Issachar 19:24-31 The Inheritance of the Tribe of Asher 19:32-39 The Inheritance of the Tribe of Naphtali 19:40-48 The Inheritance of the Tribe of Dan 19:49-51 The Inheritance Given to Joshua 20:1-9 The Cities of Refuge Appointed 21:1-8 Cities Requested for the Levites 21:9-42 The Cities Allotted to the Levites 21:43-45 All the LORD's Promises Fulfilled 22:1-9 The Eastern Tribes Sent Home 22:10-20 The Misunderstanding over the Altar by the Jordan 22:21-34 The Reason for Building the Altar Explained 23:1-16 Joshua's Final Exhortation 24:1-28 The Covenant Renewed at Shechem 24:29-33 The Deaths of Joshua and Eleazar
19:1
대기

Daarna ging het tweede lot uit voor Simeon, voor den stam der kinderen van Simeon, naar hun huisgezinnen; en hun erfdeel was in het midden van het erfdeel der kinderen van Juda.

19:2
대기

En zij hadden in hun erfdeel: Beer-seba, en Seba, en Molada,

19:3
대기

En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,

19:4
대기

En Eltholad, en Bethul, en Horma,

19:5
대기

En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,

19:6
대기

En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.

19:7
대기

Ain, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;

19:8
대기

En al de dorpen, die rondom deze steden waren, tot Baalath-Beer, dat is Ramath tegen het zuiden. Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Simeon, naar hun huisgezinnen.

19:9
대기

Het erfdeel der kinderen van Simeon is onder het snoer der kinderen van Juda; want het erfdeel der kinderen van Juda was te groot voor hen; daarom erfden de kinderen van Simeon in het midden van hun erfdeel.

19:10
대기

Daarna kwam het derde lot op voor de kinderen van Zebulon, naar hun huisgezinnen; en de landpale van hun erfdeel was tot aan Sarid.

19:11
대기

En hun landpale gaat opwaarts naar het westen en Mar-ala, en reikt tot Dabbaseth, en reikt tot aan de beek, die voor aan Jokneam is.

19:12
대기

En zij wendt zich van Sarid oostwaarts tegen den opgang der zon, tot de landpale van Chisloth-Thabor, en zij komt uit te Dobrath, en gaat opwaarts naar Jafia.

19:13
대기

En vandaar gaat zij oostwaarts door naar den opgang, naar Gath-Hefer, te Eth-Kazin, en zij komt uit te Rimmon-Methoar, hetwelk is Nea.

19:14
대기

En deze landpale keert zich om tegen het noorden naar Hannathon, en haar uitgangen zijn het dal van Jiftah-El.

19:15
대기

En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.

19:16
대기

Dit is het erfdeel der kinderen van Zebulon, naar hun huisgezinnen; deze steden en haar dorpen.

19:17
대기

Het vierde lot ging uit voor Issaschar, voor de kinderen van Issaschar, naar hun huisgezinnen.

19:18
대기

En hun landpale was Jizreela, en Chesulloth, en Sunem,

19:19
대기

En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,

19:20
대기

En Rabbith, en Kisjon, en Ebez,

19:21
대기

En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.

19:22
대기

En deze landpale reikt aan Thabor, en Sahazima, en Beth-Semes; en de uitgangen van hun landpale zijn aan de Jordaan; zestien steden en haar dorpen.

19:23
대기

Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Issaschar, naar hun huisgezinnen, de steden en haar dorpen.

19:24
대기

Toen ging het vijfde lot voor den stam der kinderen van Aser uit, naar hun huisgezinnen.

19:25
대기

En hun landpale was Helkath, en Hali, en Beten, en Achsaf,

19:26
대기

En Allammelech, en Am-ad, en Mis-al; en zij reikt aan Karmel westwaarts, en aan Sichor-Libnath;

19:27
대기

En wendt zich tegen den opgang der zon naar Beth-Dagon, en reikt aan Zebulon, en aan het dal Jiftha-El noordwaarts naar Beth-Emek, en Nehiel, en komt uit tot Kabul ter linkerhand;

19:28
대기

En Ebron, en Rehob, en Hammon, en Kana, tot aan groot Sidon.

19:29
대기

En deze landpale wendt zich naar Rama, en tot aan de vaste stad Tyrus; dan keert deze landpale naar Hosa, en haar uitgangen zijn aan de zee, van het landsnoer strekkende naar Achzib,

19:30
대기

En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.

19:31
대기

Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Aser, naar hun huisgezinnen, deze steden en haar dorpen.

19:32
대기

Het zesde lot ging uit voor de kinderen van Nafthali, voor de kinderen van Nafthali, naar hun huisgezinnen.

19:33
대기

En hun landpale is van Helef, van Allon tot Zaanannim, en Adami-Nekeb, en Jabneel, tot Lakkum; en haar uitgangen zijn aan de Jordaan.

19:34
대기

En deze landpale wendt zich westwaarts naar Asnoth-Thabor, en van daar gaat zij voort naar Hukkok, en zij reikt aan Zebulon tegen het zuiden, en aan Aser reikt zij tegen het westen, en aan Juda aan de Jordaan tegen den opgang der zon.

19:35
대기

De vaste steden nu zijn: Ziddim, Zer en Hammath, Rakkath en Cinnereth,

19:36
대기

En Adama, en Rama, en Hazor,

19:37
대기

En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,

19:38
대기

En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.

19:39
대기

Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Nafthali, naar hun huisgezinnen, de steden en haar dorpen.

19:40
대기

Het zevende lot ging uit voor den stam der kinderen van Dan, naar hun huisgezinnen.

19:41
대기

En de landpale van hun erfdeel was: Zora, en Esthaol, en Ir-Semes,

19:42
대기

En Saalabbin, en Ajalon, en Jithla,

19:43
대기

En Elon, en Timnatha, en Ekron,

19:44
대기

En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,

19:45
대기

En Jehud, en Bene-Berak, en Gath-Rimmon,

19:46
대기

En Me-Jarkon, en Rakkon, met de landpale tegenover Jafo.

19:47
대기

Doch de landpale der kinderen van Dan was hun te klein uitgekomen; daarom togen de kinderen van Dan op, en krijgden tegen Lesem, en namen haar in, en sloegen haar met de scherpte des zwaards, en erfden haar, en woonden daarin; en zij noemden Lesem, Dan, naar den naam van hun vader Dan.

19:48
대기

Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Dan, naar hun huisgezinnen, deze steden en haar dorpen.

19:49
대기

Toen zij nu geeindigd hadden het land erfelijk te delen, naar zijn landpalen, zo gaven de kinderen Israels aan Jozua, den zoon van Nun, een erfdeel in het midden van hen.

19:50
대기

Naar den mond des HEEREN gaven zij hem die stad, welke hij begeerde, Thimnath-Serah, op het gebergte van Efraim; en hij bouwde die stad, en woonde in dezelve.

19:51
대기

Dit zijn de erfdelen, welke Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun, en de hoofden der vaderen van de stammen, door het lot aan de kinderen Israels erfelijk uitdeelden te Silo, voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst. Aldus maakten zij een einde van het uitdelen des lands.