scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 여호수아 21장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 여호수아

1:1-9 The LORD Commands Joshua 1:10-11 Orders to Prepare to Cross the Jordan 1:12-18 The Promise of Reuben, Gad, and the Half-Tribe of Manasseh 2:1-7 Rahab Hides the Spies 2:8-21 The Oath of Rahab and the Spies 2:22-24 The Spies Return and Report 3:1-6 The People Come to the Jordan River 3:7-13 Instructions for Crossing the Jordan 3:14-17 Crossing the Jordan on Dry Ground 4:1-14 Twelve Memorial Stones Set Up 4:15-18 The Priests Come Up from the Jordan 4:19-24 The Meaning of the Twelve Stones at Gilgal 5:1-9 Circumcision Renewed at Gilgal 5:10-12 The First Passover in Canaan 5:13-15 The Commander of the LORD's Army 6:1-7 The Command to March Around Jericho 6:8-19 Marching Around the City for Seven Days 6:20-25 The Fall of Jericho 6:26-27 The Curse on Jericho and Joshua's Fame 7:1-5 Achan's Sin and the Defeat at Ai 7:6-15 Joshua's Lament and the LORD's Answer 7:16-21 Achan's Sin Is Exposed 7:22-26 Achan Punished in the Valley of Achor 8:1-13 The Ambush Plan to Attack Ai 8:14-29 The Capture of Ai 8:30-35 The Altar on Mount Ebal and the Reading of the Law 9:1-15 The Deception of the Gibeonites 9:16-27 The Gibeonites Made Servants 10:1-11 Five Kings Attack Gibeon 10:12-15 The Sun and Moon Stand Still 10:16-27 The Five Kings Hidden in the Cave at Makkedah 10:28-43 The Conquest of the Southern Cities 11:1-15 The Northern Coalition Defeated at the Waters of Merom 11:16-23 The Whole Land Joshua Conquered 12:1-6 Kings Defeated East of the Jordan 12:7-24 Kings Defeated West of the Jordan 13:1-7 The Land Yet to Be Conquered 13:8-33 The Inheritance of the Tribes East of the Jordan 14:1-5 The Division of the Land of Canaan Begins 14:6-15 Caleb Receives Hebron as His Inheritance 15:1-12 The Boundaries of the Tribe of Judah 15:13-19 The Story of Caleb, Othniel, and Achsah 15:20-63 The List of the Cities of Judah 16:1-4 The Borders of the Descendants of Ephraim and Manasseh 16:5-10 The Inheritance of the Tribe of Ephraim 17:1-13 The Inheritance of the Half-Tribe of Manasseh 17:14-18 The People of Joseph Ask for More Land 18:1-10 The Tent of Meeting Set Up at Shiloh and the Land Surveyed 18:11-28 The Borders and Cities of the Tribe of Benjamin 19:1-9 The Inheritance of the Tribe of Simeon 19:10-16 The Inheritance of the Tribe of Zebulun 19:17-23 The Inheritance of the Tribe of Issachar 19:24-31 The Inheritance of the Tribe of Asher 19:32-39 The Inheritance of the Tribe of Naphtali 19:40-48 The Inheritance of the Tribe of Dan 19:49-51 The Inheritance Given to Joshua 20:1-9 The Cities of Refuge Appointed 21:1-8 Cities Requested for the Levites 21:9-42 The Cities Allotted to the Levites 21:43-45 All the LORD's Promises Fulfilled 22:1-9 The Eastern Tribes Sent Home 22:10-20 The Misunderstanding over the Altar by the Jordan 22:21-34 The Reason for Building the Altar Explained 23:1-16 Joshua's Final Exhortation 24:1-28 The Covenant Renewed at Shechem 24:29-33 The Deaths of Joshua and Eleazar
21:1
대기

Toen naderden de hoofden der vaderen van de Levieten tot Eleazar, den priester, en tot Jozua, den zoon van Nun, en tot de hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels;

21:2
대기

En zij spraken tot hen, te Silo, in het land Kanaan, zeggende: De HEERE heeft geboden door den dienst van Mozes, dat men ons steden te bewonen geven zou, en haar voorsteden voor onze beesten.

21:3
대기

Daarom gaven de kinderen Israels aan de Levieten van hun erfdeel, naar den mond des HEEREN, deze steden en de voorsteden derzelve.

21:4
대기

Toen ging het lot uit voor de huisgezinnen der Kahathieten; en voor de kinderen van Aaron, den priester, uit de Levieten, waren van den stam van Juda, en van den stam van Simeon, en van den stam van Benjamin, door het lot, dertien steden.

21:5
대기

En aan de overgebleven kinderen van Kahath vielen, bij het lot, van de huisgezinnen van den stam van Efraim, en van den stam van Dan, en van den halven stam van Manasse, tien steden.

21:6
대기

En aan de kinderen van Gerson, van de huisgezinnen van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den halven stam van Manasse, in Bazan, bij het lot, dertien steden.

21:7
대기

Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden.

21:8
대기

Alzo gaven de kinderen Israels aan de Levieten deze steden en haar voorsteden, bij het lot, gelijk de HEERE geboden had door den dienst van Mozes.

21:9
대기

Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde;

21:10
대기

Dat zij waren van de kinderen van Aaron, van de huisgezinnen der Kahathieten, uit de kinderen van Levi; want het eerste lot was het hunne.

21:11
대기

Zo gaven zij hun de stad van Arba, den vader van Anok (zij is Hebron), op den berg van Juda, en haar voorsteden rondom haar.

21:12
대기

Maar het veld der stad en haar dorpen, gaven zij aan Kaleb, den zoon van Jefunne, tot zijn bezitting.

21:13
대기

Alzo gaven zij aan de kinderen van den priester Aaron de vrijstad des doodslagers, Hebron en haar voorsteden, en Libna en haar voorsteden;

21:14
대기

En Jatthir en haar voorsteden, en Esthemoa en haar voorsteden;

21:15
대기

En Holon en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden;

21:16
대기

En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.

21:17
대기

En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;

21:18
대기

Anathoth en haar voorsteden, en Almon en haar voorsteden: vier steden.

21:19
대기

Al de steden der kinderen van Aaron, de priesteren, waren dertien steden en haar voorsteden.

21:20
대기

De huisgezinnen nu der kinderen van Kahath, de Levieten, die overgebleven waren van de kinderen van Kahath, die hadden de steden huns lots van den stam van Efraim.

21:21
대기

En zij gaven hun Sichem, een vrijstad des doodslagers, en haar voorsteden, op den berg Efraim, en Gezer en haar voorsteden;

21:22
대기

En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.

21:23
대기

En van den stam van Dan, Elteke en haar voorsteden, Gibbethon en haar voorsteden;

21:24
대기

Ajalon en haar voorsteden, Gath-Rimmon en haar voorsteden: vier steden.

21:25
대기

En van den halven stam van Manasse, Thaanach en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden: twee steden.

21:26
대기

Al de steden voor de huisgezinnen van de overige kinderen van Kahath zijn tien, met haar voorsteden.

21:27
대기

En aan de kinderen van Gerson, van de huisgezinnen der Levieten, van den halven stam van Manasse, de vrijstad des doodslagers, Golan in Bazan, en haar voorsteden, en Beesthera en haar voorsteden: twee steden.

21:28
대기

En van den stam van Issaschar, Kisjon en haar voorsteden, en Dobrath en haar voorsteden;

21:29
대기

Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.

21:30
대기

En van den stam van Aser, Misal en haar voorsteden, Abdon en haar voorsteden;

21:31
대기

En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.

21:32
대기

En van den stam van Nafthali, de vrijstad des doodslagers, Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammoth-Dor en haar voorsteden, en Karthan en haar voorsteden: drie steden.

21:33
대기

Al de steden der Gersonieten, naar hun huisgezinnen, zijn dertien steden en haar voorsteden.

21:34
대기

Aan de huisgezinnen nu van de kinderen van Merari, van de overige Levieten, werd gegeven van den stam van Zebulon, Jokneam en haar voorsteden, Kartha en haar voorsteden;

21:35
대기

Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.

21:36
대기

En van den stam van Ruben, Bezer en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden;

21:37
대기

Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden.

21:38
대기

Van den stam van Gad nu, de vrijstad des doodslagers, Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden;

21:39
대기

Hesbon en haar voorsteden, Jaezer en haar voorsteden: al die steden zijn vier.

21:40
대기

Al die steden waren van de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, die nog overig waren van de huisgezinnen der Levieten; en hun lot was twaalf steden.

21:41
대기

Al de steden der Levieten, in het midden van de erfenis der kinderen Israels, waren acht en veertig steden en haar voorsteden.

21:42
대기

Deze steden waren elk met haar voorsteden rondom haar; alzo was het met al die steden.

21:43
대기

Alzo gaf de HEERE aan Israel het ganse land, dat Hij gezworen had hun vaderen te geven, en zij beerfden het, en woonden daarin.

21:44
대기

En de HEERE gaf hun rust rondom, naar alles, wat Hij hun vaderen gezworen had; en er bestond niet een man van al hun vijanden voor hun aangezicht; al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand.

21:45
대기

Er viel niet een woord van al de goede woorden, die de HEERE gesproken had tot het huis van Israel; het kwam altemaal.