scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 민수기 14장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 민수기

1:1-16 The Command to Take a Census in the Wilderness of Sinai 1:17-46 The Number of Fighting Men by Tribe 1:47-54 The Levites Set Apart for the Tabernacle 2:1-16 The Camp Arrangement on the East and South 2:17-34 The Order of March Around the Tent of Meeting 3:1-13 The Sons of Aaron and the Levites Appointed 3:14-39 The Levites Numbered by Clan 3:40-51 The Levites and the Redemption of the Firstborn 4:1-20 The Duties of the Kohathites Carrying the Holy Things 4:21-33 The Duties of the Gershonites and Merarites 4:34-49 The Number of Levites by Clan for Service 5:1-4 Sending the Unclean Outside the Camp 5:5-10 The Law of Restitution for Wrongdoing 5:11-31 The Grain Offering of Jealousy and the Test for Adultery 6:1-21 The Vow and Law of the Nazirite 6:22-27 The Priestly Blessing 7:1-11 The Offerings of the Leaders at the Dedication 7:12-83 The Offerings of the Twelve Tribal Leaders 7:84-89 The Total of the Dedication Offerings and the Voice 8:1-4 Setting Up the Seven Lamps of the Lampstand 8:5-22 The Cleansing and Presentation of the Levites 8:23-26 The Term of Service for the Levites 9:1-14 The Second Passover and the Law for the Unclean 9:15-23 The Cloud and Fire Guiding the March 10:1-10 Making the Silver Trumpets for Signaling 10:11-28 The First March from the Wilderness of Sinai 10:29-36 Asking Hobab to Be a Guide 11:1-3 Judgment by Fire at Taberah 11:4-15 The People Complain Craving Meat 11:16-30 The Spirit Shared with the Seventy Elders 11:31-35 The Quail and the Plague at Kibroth-hattaavah 12:1-9 Miriam and Aaron Oppose Moses 12:10-16 Miriam Struck with Leprosy and Restored 13:1-24 Spies Sent to Explore the Land of Canaan 13:25-33 The Conflicting Report of the Spies 14:1-19 The People Rebel and Moses Intercedes 14:20-38 The Sentence of Forty Years in the Wilderness 14:39-45 A Reckless Advance and Defeat 15:1-16 Grain and Drink Offerings to Accompany Sacrifices 15:17-21 The Offering of the Firstfruits of the Dough 15:22-31 Atonement for Unintentional Sins 15:32-36 The Execution of the Sabbath-Breaker 15:37-41 The Command to Make Tassels with Blue Cords 16:1-22 The Rebellion of Korah and His Company 16:23-35 Judgment as the Earth Splits and Swallows Them 16:36-40 The Censers Hammered into a Covering for the Altar 16:41-50 The Plague upon the Murmuring Congregation 17:1-13 Aaron's Staff That Budded 18:1-7 The Duties and Responsibilities of Priests and Levites 18:8-20 The Portion Belonging to the Priests 18:21-32 The Tithe of the Levites and Their Tithe 19:1-10 Preparing the Ashes of the Red Heifer 19:11-22 Uncleanness from the Dead and the Water of Purification 20:1-13 The Death of Miriam and the Waters of Meribah 20:14-21 Edom Refuses Passage 20:22-29 The Death of Aaron on Mount Hor 21:1-3 The Defeat of the King of Arad 21:4-9 The Bronze Serpent Lifted Up to Save the People 21:10-20 The Journey Toward the Border of Moab 21:21-35 The Conquest of Sihon and Og 22:1-20 Balak Summons Balaam 22:21-35 The Speaking Donkey and the Angel of the LORD 22:36-41 The Meeting of Balak and Balaam 23:1-26 Balaam's First and Second Oracles 23:27-30 Moving to Another Place to Prophesy 24:1-14 The Third Oracle Blessing Israel 24:15-25 The Final Oracle of the Star and the Scepter 25:1-18 The Sin of Baal of Peor and the Zeal of Phinehas 26:1-51 A Second Census on the Plains of Moab 26:52-56 The Principle for Dividing the Inheritance 26:57-65 The Census of the Tribe of Levi 27:1-11 The Inheritance Plea of Zelophehad's Daughters 27:12-23 Joshua Appointed as Successor 28:1-15 The Daily and Sabbath Regular Offerings 28:16-31 The Offerings for Passover and the Feast of Weeks 29:1-11 The Offerings for the Feast of Trumpets and the Day of Atonement 29:12-40 The Offerings for the Seven Days of the Feast of Tabernacles 30:1-16 Regulations on the Binding Force of Vows 31:1-24 The War of Vengeance Against Midian 31:25-54 The Rules for Dividing the Spoils 32:1-27 The Request of the Tribes of Reuben and Gad 32:28-42 The Allotment of Land East of the Jordan 33:1-49 The Record of the Journey from Egypt to Moab 33:50-56 The Command to Drive Out the Inhabitants of Canaan 34:1-15 The Boundaries of the Land of Canaan 34:16-29 The Leaders Who Will Divide the Inheritance 35:1-8 The Towns and Pasturelands of the Levites 35:9-34 The Law Concerning the Cities of Refuge 36:1-13 The Marriage Rules for Women Who Inherit
14:1
대기

Toen verhief zich de gehele vergadering, en zij hieven hun stem op, en het volk weende in dienzelven nacht.

14:2
대기

En al de kinderen Israels murmureerden tegen Mozes en tegen Aaron; en de gehele vergadering zeide tot hen: Och, of wij in Egypteland gestorven waren! of, och, of wij in deze woestijn gestorven waren!

14:3
대기

En waarom brengt ons de HEERE naar dat land, dat wij door het zwaard vallen, en onze vrouwen, en onze kinderkens ten roof worden? Zou het ons niet goed zijn naar Egypte weder te keren?

14:4
대기

En zij zeiden de een tot den ander: Laat ons een hoofd opwerpen, en wederkeren naar Egypte!

14:5
대기

Toen vielen Mozes en Aaron op hun aangezichten, voor het aangezicht van de ganse gemeente der vergadering van de kinderen Israels.

14:6
대기

En Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, zijnde van degenen, die dat land verspied hadden, scheurden hun klederen.

14:7
대기

En zij spraken tot de ganse vergadering der kinderen Israels, zeggende: Het land, door hetwelk wij getrokken zijn, om hetzelve te verspieden, is een uitermate goed land.

14:8
대기

Indien de HEERE een welgevallen aan ons heeft, zo zal Hij ons in dat land brengen, en zal ons dat geven; een land, hetwelk van melk en honig is vloeiende.

14:9
대기

Alleen zijt tegen den HEERE niet wederspannig! en vreest gij niet het volk dezes lands; want zij zijn ons brood! hun schaduw is van hen geweken, en de HEERE is met ons; vreest hen niet!

14:10
대기

Toen zeide de ganse vergadering, dat men hen met stenen stenigen zoude. Maar de heerlijkheid des HEEREN verscheen in de tent der samenkomst, voor al de kinderen Israels.

14:11
대기

En de HEERE zeide tot Mozes: Hoe lang zal mij dit volk tergen? En hoe lang zullen zij aan Mij niet geloven, door alle tekenen, die Ik in het midden van hen gedaan heb?

14:12
대기

Ik zal het met pestilentie slaan, en Ik zal het verstoten; en Ik zal u tot een groter en sterker volk maken, dan dit is.

14:13
대기

En Mozes zeide tot den HEERE: Zo zullen het de Egyptenaars horen; want Gij hebt door Uw kracht dit volk uit het midden van hen doen optrekken;

14:14
대기

En zij zullen zeggen tot de inwoners van dit land, die gehoord hebben, dat Gij, HEERE! in het midden van dit volk zijt; dat Gij, HEERE! oog aan oog gezien wordt, dat Uw wolk over hen staat, en Gij in een wolkkolom voor hun aangezicht gaat des daags, en in een vuurkolom des nachts.

14:15
대기

En zoudt Gij dit volk als een enigen man doden, zo zouden de heidenen, die Uw gerucht gehoord hebben, spreken, zeggende:

14:16
대기

Omdat de HEERE dit volk niet kon brengen in dat land, hetwelk Hij hun gezworen had, zo heeft Hij hen geslacht in de woestijn!

14:17
대기

Nu dan, laat toch de kracht des HEEREN groot worden, gelijk als Gij gesproken hebt, zeggende:

14:18
대기

De HEERE is lankmoedig en groot van weldadigheid, vergevende de ongerechtigheid en overtreding, die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, in het derde en in het vierde lid.

14:19
대기

Vergeef toch de ongerechtigheid dezes volks, naar de grootte Uwer goedertierenheid, en gelijk Gij ze aan dit volk, van Egypteland af tot hiertoe, vergeven hebt!

14:20
대기

En de HEERE zeide: Ik heb hun vergeven naar uw woord.

14:21
대기

Doch zekerlijk, zo waarachtig als Ik leef, zo zal de ganse aarde met de heerlijkheid des HEEREN vervuld worden!

14:22
대기

Want al de mannen, die gezien hebben Mijn heerlijkheid, en Mijn tekenen, die Ik in Egypte en in de woestijn gedaan heb, en Mij nu tienmaal verzocht hebben, en Mijner stem niet zijn gehoorzaam geweest;

14:23
대기

Zo zij het land, hetwelk Ik aan hun vaderen gezworen heb, zien zullen. Ja, geen van die Mij getergd hebben, zullen dat zien!

14:24
대기

Doch Mijn knecht Kaleb, omdat een andere geest met hem geweest is, en hij volhard heeft Mij na te volgen, zo zal Ik hem brengen tot het land, in hetwelk hij gekomen was, en zijn zaad zal het erfelijk bezitten.

14:25
대기

De Amalekieten nu en de Kanaanieten wonen in het dal; wendt u morgen, en maakt uw reize naar de woestijn, op den weg naar de Schelfzee.

14:26
대기

Daarna sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:

14:27
대기

Hoe lang zal Ik bij deze boze vergadering zijn, die tegen Mij zijn murmurerende? Ik heb gehoord de murmureringen van de kinderen Israels, waarmede zij tegen Mij zijn murmurerende.

14:28
대기

Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, indien Ik ulieden zo niet doe, gelijk als gij in Mijn oren gesproken hebt!

14:29
대기

Uw dode lichamen zullen in deze woestijn vallen; en al uw getelden, naar uw gehele getal, van twintig jaren oud en daarboven, gij, die tegen Mij gemurmureerd hebt.

14:30
대기

Zo gij in dat land komt, over hetwelk Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik u daarin zou doen wonen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun.

14:31
대기

En uw kinderkens, waarvan gij zeidet: Zij zullen ten roof worden! die zal Ik daarin brengen, en die zullen bekennen dat land, hetwelk gij smadelijk verworpen hebt.

14:32
대기

Maar u aangaande, uw dode lichamen zullen in deze woestijn vallen!

14:33
대기

En uw kinderen zullen gaan weiden in deze woestijn, veertig jaren, en zullen uw hoererijen dragen, totdat uw dode lichamen verteerd zijn in deze woestijn.

14:34
대기

Naar het getal der dagen, in welke gij dat land verspied hebt, veertig dagen, elken dag voor elk jaar, zult gij uw ongerechtigheden dragen, veertig jaren, en gij zult gewaar worden Mijn afbreking.

14:35
대기

Ik, de HEERE, heb gesproken: zo Ik dit aan deze ganse boze vergadering dergenen, die zich tegen Mij verzameld hebben, niet doe, zij zullen in deze woestijn te niet worden, en zullen daar sterven!

14:36
대기

En die mannen, die Mozes gezonden had, om het land te verspieden, en wedergekomen zijnde, de ganse vergadering tegen hem hadden doen murmureren, een kwaad gerucht over dat land voortbrengende;

14:37
대기

Diezelfde mannen, die een kwaad gerucht van dat land voortgebracht hadden, stierven door een plaag, voor het aangezicht des HEEREN.

14:38
대기

Maar Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, bleven levende van de mannen, die heengegaan waren, om het land te verspieden.

14:39
대기

En Mozes sprak deze woorden tot al de kinderen Israels. Toen treurde het volk zeer.

14:40
대기

En zij stonden des morgens vroeg op, en klommen op de hoogte des bergs, zeggende: Ziet, hier zijn wij, en wij zullen optrekken tot de plaats, die de HEERE gezegd heeft; want wij hebben gezondigd!

14:41
대기

Maar Mozes zeide: Waarom overtreedt gij alzo het bevel des HEEREN? Want dat zal geen voorspoed hebben.

14:42
대기

Trekt niet op, want de HEERE zal in het midden van u niet zijn; opdat gij niet geslagen wordt, voor het aangezicht uwer vijanden.

14:43
대기

Want de Amalekieten, en de Kanaanieten zijn daar voor uw aangezicht, en gij zult door het zwaard vallen; want, omdat gij u afgekeerd hebt van den HEERE, zo zal de HEERE met u niet zijn.

14:44
대기

Nochtans poogden zij vermetel, om op de hoogte des bergs te klimmen; maar de ark des verbonds des HEEREN en Mozes scheidden niet uit het midden des legers.

14:45
대기

Toen kwamen af de Amalekieten en de Kanaanieten, die in dat gebergte woonden, en sloegen hen, en versmeten hen, tot Horma toe.