scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 민수기 31장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 민수기

1:1-16 The Command to Take a Census in the Wilderness of Sinai 1:17-46 The Number of Fighting Men by Tribe 1:47-54 The Levites Set Apart for the Tabernacle 2:1-16 The Camp Arrangement on the East and South 2:17-34 The Order of March Around the Tent of Meeting 3:1-13 The Sons of Aaron and the Levites Appointed 3:14-39 The Levites Numbered by Clan 3:40-51 The Levites and the Redemption of the Firstborn 4:1-20 The Duties of the Kohathites Carrying the Holy Things 4:21-33 The Duties of the Gershonites and Merarites 4:34-49 The Number of Levites by Clan for Service 5:1-4 Sending the Unclean Outside the Camp 5:5-10 The Law of Restitution for Wrongdoing 5:11-31 The Grain Offering of Jealousy and the Test for Adultery 6:1-21 The Vow and Law of the Nazirite 6:22-27 The Priestly Blessing 7:1-11 The Offerings of the Leaders at the Dedication 7:12-83 The Offerings of the Twelve Tribal Leaders 7:84-89 The Total of the Dedication Offerings and the Voice 8:1-4 Setting Up the Seven Lamps of the Lampstand 8:5-22 The Cleansing and Presentation of the Levites 8:23-26 The Term of Service for the Levites 9:1-14 The Second Passover and the Law for the Unclean 9:15-23 The Cloud and Fire Guiding the March 10:1-10 Making the Silver Trumpets for Signaling 10:11-28 The First March from the Wilderness of Sinai 10:29-36 Asking Hobab to Be a Guide 11:1-3 Judgment by Fire at Taberah 11:4-15 The People Complain Craving Meat 11:16-30 The Spirit Shared with the Seventy Elders 11:31-35 The Quail and the Plague at Kibroth-hattaavah 12:1-9 Miriam and Aaron Oppose Moses 12:10-16 Miriam Struck with Leprosy and Restored 13:1-24 Spies Sent to Explore the Land of Canaan 13:25-33 The Conflicting Report of the Spies 14:1-19 The People Rebel and Moses Intercedes 14:20-38 The Sentence of Forty Years in the Wilderness 14:39-45 A Reckless Advance and Defeat 15:1-16 Grain and Drink Offerings to Accompany Sacrifices 15:17-21 The Offering of the Firstfruits of the Dough 15:22-31 Atonement for Unintentional Sins 15:32-36 The Execution of the Sabbath-Breaker 15:37-41 The Command to Make Tassels with Blue Cords 16:1-22 The Rebellion of Korah and His Company 16:23-35 Judgment as the Earth Splits and Swallows Them 16:36-40 The Censers Hammered into a Covering for the Altar 16:41-50 The Plague upon the Murmuring Congregation 17:1-13 Aaron's Staff That Budded 18:1-7 The Duties and Responsibilities of Priests and Levites 18:8-20 The Portion Belonging to the Priests 18:21-32 The Tithe of the Levites and Their Tithe 19:1-10 Preparing the Ashes of the Red Heifer 19:11-22 Uncleanness from the Dead and the Water of Purification 20:1-13 The Death of Miriam and the Waters of Meribah 20:14-21 Edom Refuses Passage 20:22-29 The Death of Aaron on Mount Hor 21:1-3 The Defeat of the King of Arad 21:4-9 The Bronze Serpent Lifted Up to Save the People 21:10-20 The Journey Toward the Border of Moab 21:21-35 The Conquest of Sihon and Og 22:1-20 Balak Summons Balaam 22:21-35 The Speaking Donkey and the Angel of the LORD 22:36-41 The Meeting of Balak and Balaam 23:1-26 Balaam's First and Second Oracles 23:27-30 Moving to Another Place to Prophesy 24:1-14 The Third Oracle Blessing Israel 24:15-25 The Final Oracle of the Star and the Scepter 25:1-18 The Sin of Baal of Peor and the Zeal of Phinehas 26:1-51 A Second Census on the Plains of Moab 26:52-56 The Principle for Dividing the Inheritance 26:57-65 The Census of the Tribe of Levi 27:1-11 The Inheritance Plea of Zelophehad's Daughters 27:12-23 Joshua Appointed as Successor 28:1-15 The Daily and Sabbath Regular Offerings 28:16-31 The Offerings for Passover and the Feast of Weeks 29:1-11 The Offerings for the Feast of Trumpets and the Day of Atonement 29:12-40 The Offerings for the Seven Days of the Feast of Tabernacles 30:1-16 Regulations on the Binding Force of Vows 31:1-24 The War of Vengeance Against Midian 31:25-54 The Rules for Dividing the Spoils 32:1-27 The Request of the Tribes of Reuben and Gad 32:28-42 The Allotment of Land East of the Jordan 33:1-49 The Record of the Journey from Egypt to Moab 33:50-56 The Command to Drive Out the Inhabitants of Canaan 34:1-15 The Boundaries of the Land of Canaan 34:16-29 The Leaders Who Will Divide the Inheritance 35:1-8 The Towns and Pasturelands of the Levites 35:9-34 The Law Concerning the Cities of Refuge 36:1-13 The Marriage Rules for Women Who Inherit
31:1
대기

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

31:2
대기

Neem de wraak der kinderen Israels van de Midianieten; daarna zult gij verzameld worden tot uw volken.

31:3
대기

Mozes dan sprak tot het volk, zeggende: Dat zich mannen uit u ten strijde toerusten, en dat zij tegen de Midianieten zijn, om de wraak des HEEREN te doen aan de Midianieten.

31:4
대기

Van elken stam onder alle stammen Israels zult gij een duizend ten strijde zenden.

31:5
대기

Alzo werden geleverd uit de duizenden van Israel, duizend van elken stam, twaalf duizend toegerusten ten strijde.

31:6
대기

En Mozes zond hen ten strijde, duizend van elken stam, hen en Pinehas, den zoon van Eleazar, den priester, ten strijde, met de heilige vaten, en de trompetten des geklanks in zijn hand.

31:7
대기

En zij streden tegen de Midianieten, gelijk als de HEERE Mozes geboden had, en zij doodden al wat mannelijk was.

31:8
대기

Daartoe doodden zij boven hun verslagenen, de koningen der Midianieten, Evi, en Rekem, en Zur, en Hur, en Reba, vijf koningen der Midianieten; ook doodden zij met het zwaard Bileam, den zoon van Beor.

31:9
대기

Maar de kinderen Israels namen de vrouwen der Midianieten, en hun kinderkens gevangen; zij roofden ook al hun beesten, en al hun vee, en al hun vermogen.

31:10
대기

Voorts al hun steden met hun woonplaatsen, en al hun burchten verbrandden zij met vuur.

31:11
대기

En zij namen al den roof, en al den buit, van mensen en van beesten.

31:12
대기

Daarna brachten zij de gevangenen, en den buit, en den roof, tot Mozes en tot Eleazar, den priester, en tot de vergadering der kinderen Israels, in het leger, in de vlakke velden van Moab, dewelke zijn aan de Jordaan van Jericho.

31:13
대기

Maar Mozes en Eleazar, de priester, en alle oversten der vergadering, gingen uit hen tegemoet, tot buiten voor het leger.

31:14
대기

En Mozes werd grotelijks vertoornd tegen de bevelhebbers des heirs, de hoofdlieden der duizenden, en de hoofdlieden der honderden, die uit den strijd van dien oorlog kwamen.

31:15
대기

En Mozes zeide tot hen: Hebt gij dan alle vrouwen laten leven?

31:16
대기

Ziet, deze waren, door den raad van Bileam, den kinderen Israels, om oorzake der overtreding tegen den HEERE te geven, in de zaak van Peor; waardoor die plaag werd onder de vergadering des HEEREN.

31:17
대기

Nu dan, doodt al wat mannelijk is onder de kinderkens; en doodt alle vrouw, die door bijligging des mans een man bekend heeft.

31:18
대기

Doch al de kinderen van vrouwelijk geslacht, die de bijligging des mans niet bekend hebben, laat voor ulieden leven.

31:19
대기

En gijlieden, legert u buiten het leger zeven dagen; een ieder, die een mens gedood, en een ieder, die een verslagene zult aangeroerd hebben, zult u op den derden dag en op den zevenden dag ontzondigen, gij en uw gevangenen.

31:20
대기

Ook zult gij alle kleding, en alle gereedschap van vellen, en alle geiten haren werk, en gereedschap van hout, ontzondigen.

31:21
대기

En Eleazar, de priester, zeide tot de krijgslieden, die tot dien strijd getogen waren: Dit is de inzetting der wet, die de HEERE Mozes geboden heeft.

31:22
대기

Alleen het goud en het zilver, en het koper, het ijzer, het tin en het lood;

31:23
대기

Alle ding, dat het vuur lijdt, zult gij door het vuur laten doorgaan, dat het rein worde; evenwel zal het door het water der afzondering ontzondigd worden; maar al wat het vuur niet lijdt, zult gij door het water laten doorgaan.

31:24
대기

Gij zult ook uw klederen op den zevenden dag wassen, dat gij rein wordt; en daarna zult gij in het leger komen.

31:25
대기

Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

31:26
대기

Neem op de som van den buit der gevangenen van mensen en van beesten; gij en Eleazar, de priester, en de hoofden van de vaderen der vergadering.

31:27
대기

En deel den buit in twee helften tussen degenen, die den strijd aangegrepen hebben, die tot den strijd uitgegaan zijn, en tussen de ganse vergadering.

31:28
대기

Daarna zult gij een schatting voor den HEERE heffen, van de oorlogsmannen, die tot dezen krijg uitgetogen zijn, van vijfhonderd een ziel, uit de mensen en uit de runderen, en uit de ezelen, en uit de schapen.

31:29
대기

Van hun helft zult gij het nemen, en den priester Eleazar geven tot een heffing des HEEREN.

31:30
대기

Maar van de helft der kinderen Israels zult gij een gevangene van vijftig nemen, uit de mensen, uit de runderen, uit de ezelen, en uit de schapen, uit al de beesten; en gij zult ze aan de Levieten geven, die de wacht van de tabernakel des HEEREN waarnemen.

31:31
대기

En Mozes en Eleazar, de priester, deden, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

31:32
대기

De buit nu, het overschot van den roof, dat het krijgsvolk geroofd had, was zeshonderd vijf en zeventig duizend schapen;

31:33
대기

En twee en zeventig duizend runderen;

31:34
대기

En een en zestig duizend ezelen;

31:35
대기

En der mensen zielen, uit de vrouwen, die geen bijligging des mans bekend hadden, alle zielen waren twee en dertig duizend.

31:36
대기

En de helft, te weten het deel dergenen, die tot dezen krijg uitgetogen waren, was in getal driehonderd zeven en dertig duizend en vijfhonderd schapen.

31:37
대기

En de schatting voor den HEERE van schapen was zeshonderd vijf en zeventig.

31:38
대기

En de runderen waren zes en dertig duizend, en hun schatting voor den HEERE twee en zeventig.

31:39
대기

En de ezelen waren dertig duizend en vijfhonderd, en hun schatting voor den HEERE was een en zestig.

31:40
대기

En der mensen zielen waren zestien duizend, en hun schatting voor den HEERE twee en dertig zielen.

31:41
대기

En Mozes gaf Eleazar, den priester, de schatting van de heffing des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

31:42
대기

En van de helft der kinderen Israels, welke Mozes afgedeeld had, van de mannen, die gestreden hadden;

31:43
대기

(Het halve deel nu der vergadering was, uit de schapen, driehonderd zeven en dertig duizend en vijfhonderd;

31:44
대기

En de runderen waren zes en dertig duizend;

31:45
대기

En de ezelen dertig duizend en vijfhonderd;

31:46
대기

En der mensen zielen zestien duizend;)

31:47
대기

Van die helft der kinderen Israels nam Mozes een gevangene uit vijftig, van mensen en van beesten; en hij gaf ze aan de Levieten, die de wacht van den tabernakel des HEEREN waarnamen, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

31:48
대기

Toen traden tot Mozes de bevelhebbers, die over de duizenden des heirs waren, de hoofdlieden der duizenden, en de hoofdlieden der honderden;

31:49
대기

En zij zeiden tot Mozes: Uw knechten hebben opgenomen de som der krijgslieden, die onder onze hand geweest zijn; en uit ons ontbreekt niet een man.

31:50
대기

Daarom hebben wij een offerande des HEEREN gebracht, een ieder wat hij gekregen heeft, een gouden vat, een keten, of een armring, een vingerring, een oorring, of een afhangenden gordel, om voor onze zielen verzoening te doen voor het aangezicht des HEEREN.

31:51
대기

Zo nam Mozes en Eleazar, de priester, van hen het goud, alle welgewrochte vaten.

31:52
대기

En al het goud der heffing, dat zij den HEERE offerden, was zestien duizend zevenhonderd en vijftig sikkelen, van de hoofdlieden der duizenden, en van de hoofdlieden der honderden.

31:53
대기

Aangaande de krijgslieden, een iegelijk had geroofd voor zichzelven.

31:54
대기

Zo nam Mozes en Eleazar, de priester, dat goud van de hoofdlieden der duizenden en der honderden, en zij brachten het in de tent der samenkomst, ter gedachtenis voor de kinderen Israels, voor het aangezicht des HEEREN.