scripture.how 성경필사
KO

Copywork

Dutch 1917 민수기 22장

성경필사는 빠르게 끝내는 입력 훈련이 아니라, 한 절씩 말씀의 문장과 흐름을 다시 붙드는 시간입니다. 입력 내용은 이 브라우저에 임시 저장되며, 로그인하면 계정에도 저장됩니다.

KO 한국어
ZH 중국어
JA 일본어
HI 힌디어
BN 벵골어
TA 타밀어
TE 텔루구어
ML 말라얄람어
FA 페르시아어
MY 버마어
NE 네팔어
MR 마라티어
KN 칸나다어
HA 하우사어
YO 요루바어
SW 스와힐리어
IG 이그보어
ID 인도네시아어
TSI
PT 포르투갈어
VI 베트남어
AR 아랍어
AVD
RU 러시아어
UK 우크라이나어
RO 루마니아어
BTF
IT 이탈리아어
FI 핀란드어
TO 통가어
HR 크로아티아어
SR 세르비아어
TR 튀르키예어
HU 헝가리어
PL 폴란드어
SK 슬로바키아어
LA 라틴어
NL 네덜란드어
CS 체코어
FR 프랑스어
ES 스페인어
DE 독일어
ETC 기타 언어

소제목 단위로 진행 · 민수기

1:1-16 The Command to Take a Census in the Wilderness of Sinai 1:17-46 The Number of Fighting Men by Tribe 1:47-54 The Levites Set Apart for the Tabernacle 2:1-16 The Camp Arrangement on the East and South 2:17-34 The Order of March Around the Tent of Meeting 3:1-13 The Sons of Aaron and the Levites Appointed 3:14-39 The Levites Numbered by Clan 3:40-51 The Levites and the Redemption of the Firstborn 4:1-20 The Duties of the Kohathites Carrying the Holy Things 4:21-33 The Duties of the Gershonites and Merarites 4:34-49 The Number of Levites by Clan for Service 5:1-4 Sending the Unclean Outside the Camp 5:5-10 The Law of Restitution for Wrongdoing 5:11-31 The Grain Offering of Jealousy and the Test for Adultery 6:1-21 The Vow and Law of the Nazirite 6:22-27 The Priestly Blessing 7:1-11 The Offerings of the Leaders at the Dedication 7:12-83 The Offerings of the Twelve Tribal Leaders 7:84-89 The Total of the Dedication Offerings and the Voice 8:1-4 Setting Up the Seven Lamps of the Lampstand 8:5-22 The Cleansing and Presentation of the Levites 8:23-26 The Term of Service for the Levites 9:1-14 The Second Passover and the Law for the Unclean 9:15-23 The Cloud and Fire Guiding the March 10:1-10 Making the Silver Trumpets for Signaling 10:11-28 The First March from the Wilderness of Sinai 10:29-36 Asking Hobab to Be a Guide 11:1-3 Judgment by Fire at Taberah 11:4-15 The People Complain Craving Meat 11:16-30 The Spirit Shared with the Seventy Elders 11:31-35 The Quail and the Plague at Kibroth-hattaavah 12:1-9 Miriam and Aaron Oppose Moses 12:10-16 Miriam Struck with Leprosy and Restored 13:1-24 Spies Sent to Explore the Land of Canaan 13:25-33 The Conflicting Report of the Spies 14:1-19 The People Rebel and Moses Intercedes 14:20-38 The Sentence of Forty Years in the Wilderness 14:39-45 A Reckless Advance and Defeat 15:1-16 Grain and Drink Offerings to Accompany Sacrifices 15:17-21 The Offering of the Firstfruits of the Dough 15:22-31 Atonement for Unintentional Sins 15:32-36 The Execution of the Sabbath-Breaker 15:37-41 The Command to Make Tassels with Blue Cords 16:1-22 The Rebellion of Korah and His Company 16:23-35 Judgment as the Earth Splits and Swallows Them 16:36-40 The Censers Hammered into a Covering for the Altar 16:41-50 The Plague upon the Murmuring Congregation 17:1-13 Aaron's Staff That Budded 18:1-7 The Duties and Responsibilities of Priests and Levites 18:8-20 The Portion Belonging to the Priests 18:21-32 The Tithe of the Levites and Their Tithe 19:1-10 Preparing the Ashes of the Red Heifer 19:11-22 Uncleanness from the Dead and the Water of Purification 20:1-13 The Death of Miriam and the Waters of Meribah 20:14-21 Edom Refuses Passage 20:22-29 The Death of Aaron on Mount Hor 21:1-3 The Defeat of the King of Arad 21:4-9 The Bronze Serpent Lifted Up to Save the People 21:10-20 The Journey Toward the Border of Moab 21:21-35 The Conquest of Sihon and Og 22:1-20 Balak Summons Balaam 22:21-35 The Speaking Donkey and the Angel of the LORD 22:36-41 The Meeting of Balak and Balaam 23:1-26 Balaam's First and Second Oracles 23:27-30 Moving to Another Place to Prophesy 24:1-14 The Third Oracle Blessing Israel 24:15-25 The Final Oracle of the Star and the Scepter 25:1-18 The Sin of Baal of Peor and the Zeal of Phinehas 26:1-51 A Second Census on the Plains of Moab 26:52-56 The Principle for Dividing the Inheritance 26:57-65 The Census of the Tribe of Levi 27:1-11 The Inheritance Plea of Zelophehad's Daughters 27:12-23 Joshua Appointed as Successor 28:1-15 The Daily and Sabbath Regular Offerings 28:16-31 The Offerings for Passover and the Feast of Weeks 29:1-11 The Offerings for the Feast of Trumpets and the Day of Atonement 29:12-40 The Offerings for the Seven Days of the Feast of Tabernacles 30:1-16 Regulations on the Binding Force of Vows 31:1-24 The War of Vengeance Against Midian 31:25-54 The Rules for Dividing the Spoils 32:1-27 The Request of the Tribes of Reuben and Gad 32:28-42 The Allotment of Land East of the Jordan 33:1-49 The Record of the Journey from Egypt to Moab 33:50-56 The Command to Drive Out the Inhabitants of Canaan 34:1-15 The Boundaries of the Land of Canaan 34:16-29 The Leaders Who Will Divide the Inheritance 35:1-8 The Towns and Pasturelands of the Levites 35:9-34 The Law Concerning the Cities of Refuge 36:1-13 The Marriage Rules for Women Who Inherit
22:1
대기

Daarna reisden de kinderen van Israel, en legerden zich in de vlakke velden van Moab, aan deze zijde van de Jordaan van Jericho.

22:2
대기

Toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Israel aan de Amorieten gedaan had;

22:3
대기

Zo vreesde Moab zeer voor het aangezicht dezes volks, want het was veel; en Moab was beangstigd voor het aangezicht van de kinderen Israels.

22:4
대기

Derhalve zeide Moab tot de oudsten der Midianieten: Nu zal deze gemeente oplikken al wat rondom ons is, gelijk de os de groente des velds oplikt. Te dier tijd nu was Balak, de zoon van Zippor, koning der Moabieten.

22:5
대기

Die zond boden aan Bileam, den zoon van Beor, te Pethor, hetwelk aan de rivier is, in het land der kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht des lands bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij.

22:6
대기

En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of het uit het land verdrijven; want ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn.

22:7
대기

Toen gingen de oudsten der Moabieten, en de oudsten der Midianieten, en hadden het loon der waarzeggingen in hun hand; alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak.

22:8
대기

Hij dan zeide tot hen: Vernacht hier dezen nacht, zo zal ik ulieden een antwoord wederbrengen, gelijk als de HEERE tot mij zal gesproken hebben. Toen bleven de vorsten der Moabieten bij Bileam.

22:9
대기

En God kwam tot Bileam en zeide: Wie zijn die mannen, die bij u zijn?

22:10
대기

Toen zeide Bileam tot God: Balak, de zoon van Zippor, de koning der Moabieten, heeft hen tot mij gezonden, zeggende:

22:11
대기

Zie, er is een volk uit Egypte getogen, en het heeft het gezicht des lands bedekt; kom nu, vervloek het mij; misschien zal ik tegen hetzelve kunnen strijden, of het uitdrijven.

22:12
대기

Toen zeide God tot Bileam: Gij zult met hen niet trekken; gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend.

22:13
대기

Toen stond Bileam des morgens op, en zeide tot de vorsten van Balak: Gaat naar uw land; want de HEERE weigert mij toe te laten met ulieden te gaan.

22:14
대기

Zo stonden dan de vorsten der Moabieten op, en kwamen tot Balak, en zij zeiden: Bileam heeft geweigerd met ons te gaan.

22:15
대기

Doch Balak voer nog voort vorsten te zenden, meer en eerlijker, dan die waren;

22:16
대기

Die tot Bileam kwamen, en hem zeiden: Alzo zegt Balak, de zoon van Zippor: Laat u toch niet beletten tot mij te komen!

22:17
대기

Want ik zal u zeer hoog vereren, en al wat gij tot mij zeggen zult, dat zal ik doen; zo kom toch, vervloek mij dit volk!

22:18
대기

Toen antwoordde Bileam, en zeide tot de dienaren van Balak: Wanneer Balak mij zijn huis vol zilver en goud gave, zo vermocht ik niet het bevel des HEEREN mijns Gods te overtreden, om te doen klein of groot.

22:19
대기

En nu, blijft gijlieden toch ook hier dezen nacht, opdat ik wete, wat de HEERE tot mij verder spreken zal.

22:20
대기

God nu kwam tot Bileam des nachts, en zeide tot hem: Dewijl die mannen gekomen zijn, om u te roepen, sta op, ga met hen; en nochtans zult gij dat doen, hetwelk Ik tot u spreken zal.

22:21
대기

Toen stond Bileam des morgens op, en zadelde zijn ezelin, en hij trok heen met de vorsten van Moab.

22:22
대기

Doch de toorn van God werd ontstoken, omdat hij heentoog; en de Engel des HEEREN stelde Zich in den weg, hem tot een tegenpartij; hij reed nu op zijn ezelin, en twee zijner jongeren waren bij hem.

22:23
대기

De ezelin nu zag den Engel des HEEREN staande in den weg, met Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom week de ezelin uit den weg, en ging in het veld. Toen sloeg Bileam de ezelin, om dezelve naar den weg te doen wenden.

22:24
대기

Maar de Engel des HEEREN stond in een pad der wijngaarden, zijnde een muur aan deze, en een muur aan gene zijde.

22:25
대기

Toen de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo klemde zij zichzelve aan den wand, en klemde Bileams voet aan den wand; daarom voer hij voort haar te slaan.

22:26
대기

Toen ging de Engel des HEEREN noch verder, en Hij stond in een enge plaats, waar geen weg was om te wijken ter rechter- noch ter linkerhand.

22:27
대기

Als de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo leide zij zich neder onder Bileam; en de toorn van Bileam ontstak, en hij sloeg de ezelin met een stok.

22:28
대기

De HEERE nu opende den mond der ezelin, die tot Bileam zeide: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt?

22:29
대기

Toen zeide Bileam tot de ezelin: Omdat gij mij bespot hebt; och, of ik een zwaard in mijn hand had! want ik zoude u nu doden.

22:30
대기

De ezelin nu zeide tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, op welke gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezen dag? Ben ik ooit gewend geweest u alzo te doen? Hij dan zeide: Neen!

22:31
대기

Toen ontdekte de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij den Engel des HEEREN zag, staande in den weg, en Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom neigde hij het hoofd en boog zich op zijn aangezicht.

22:32
대기

Toen zeide de Engel des HEEREN tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, Ik ben uitgegaan u tot een tegenpartij, dewijl deze weg van Mij afwijkt.

22:33
대기

Maar de ezelin heeft Mij gezien, en zij is nu driemaal voor Mijn aangezicht geweken; indien zij voor Mijn aangezicht niet geweken ware, zekerlijk Ik zoude u nu ook gedood, en haar bij het leven behouden hebben.

22:34
대기

Toen zeide Bileam tot den Engel des HEEREN: Ik heb gezondigd, want ik heb niet geweten, dat Gij mij tegemoet op dezen weg stond; en nu, is het kwaad in Uw ogen, ik zal wederkeren.

22:35
대기

De Engel des HEEREN nu zeide tot Bileam: Ga heen met deze mannen; maar alleenlijk dat woord, wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken. Alzo toog Bileam met de vorsten van Balak.

22:36
대기

Als Balak hoorde, dat Bileam kwam, zo ging hij uit, hem tegemoet, tot de stad der Moabieten, welke aan de landpale van de Arnon ligt, die aan het uiterste der landpale is.

22:37
대기

En Balak zeide tot Bileam: Heb ik niet ernstiglijk tot u gezonden, om u te roepen? Waarom zijt gij niet tot mij gekomen? Kan ik u niet te recht vereren?

22:38
대기

Toen zeide Bileam tot Balak: Zie, ik ben tot u gekomen; zal ik nu enigszins iets kunnen spreken? Het woord, hetwelk God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken.

22:39
대기

En Bileam ging met Balak; en zij kwamen te Kirjath-Huzzoth.

22:40
대기

Toen slachtte Balak runderen en schapen; en hij zond aan Bileam, en aan de vorsten, die bij hem waren.

22:41
대기

En het geschiedde des morgens, dat Balak Bileam nam, en voerde hem op de hoogten van Baal, dat hij van daar zag het uiterste des volks.