scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Genesis 2장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Genesis

1:1 God Creates the Heavens and the Earth 1:2-5 The First Day: Light Separated from Darkness 1:6-8 The Second Day: The Expanse Made 1:9-13 The Third Day: Land, Sea, and Vegetation 1:14-19 The Fourth Day: The Sun, Moon, and Stars 1:20-23 The Fifth Day: Fish and Birds 1:24-31 The Sixth Day: Animals and Mankind 2:1-3 The Seventh Day: God Rests 2:4-17 Man Placed in the Garden of Eden 2:18-25 The Making of Woman, a Helper 3:1-7 The Serpent's Temptation and the Fall 3:8-19 Judgment Pronounced for Sin 3:20-24 Driven Out of the Garden 4:1-16 Cain Kills Abel 4:17-24 The Descendants of Cain 4:25-26 The Birth of Seth and Enosh 5:1-32 From Adam to Noah 6:1-8 The Wickedness of Mankind 6:9-22 The Command to Build the Ark 7:1-10 Noah Enters the Ark 7:11-24 The Flood Covers the Earth 8:1-14 The Waters Recede 8:15-22 Noah's Sacrifice After the Ark 9:1-17 God's Covenant with Noah 9:18-29 Noah's Failure and His Sons 10:1-32 The Genealogy of Noah's Sons 11:1-9 The Tower of Babel and the Confusion of Languages 11:10-32 From Shem to Terah 12:1-9 God Calls Abram 12:10-20 Abram Goes Down to Egypt 13:1-18 Abram and Lot Separate 14:1-16 Abram Rescues Lot 14:17-24 The Blessing of Melchizedek 15:1-21 God's Covenant with Abram 16:1-16 Hagar and Ishmael 17:1-27 The Covenant of Circumcision and a New Name 18:1-15 The Three Visitors and the Promised Son 18:16-33 Abraham Pleads for Sodom 19:1-29 The Destruction of Sodom and Gomorrah 19:30-38 Lot and His Two Daughters 20:1-18 Abraham and Abimelech 21:1-7 The Birth of Isaac 21:8-21 Hagar and Ishmael Sent Away 21:22-34 The Covenant with Abimelech 22:1-19 Abraham Offers Isaac 22:20-24 The Sons of Nahor 23:1-20 The Death and Burial of Sarah 24:1-27 A Servant Seeks a Bride for Isaac 24:28-67 Rebekah Is Brought Back 25:1-18 Abraham's Final Days and Descendants 25:19-26 The Birth of Esau and Jacob 25:27-34 Esau Sells His Birthright 26:1-11 Isaac Stays in Gerar 26:12-22 Disputes Over the Wells 26:23-35 The Covenant with Abimelech 27:1-29 Jacob Steals the Blessing 27:30-46 Esau's Anger and Jacob's Flight 28:1-22 Jacob's Dream of the Ladder at Bethel 29:1-14 Jacob Meets Rachel 29:15-30 Jacob Gains Two Wives 29:31-35 Jacob's Sons Are Born 30:1-24 More Children Are Born 30:25-43 Jacob's Flocks Increase 31:1-21 Jacob Leaves Laban 31:22-55 The Covenant Between Laban and Jacob 32:1-21 Jacob Prepares to Meet Esau 32:22-32 Jacob Wrestles with God 33:1-20 Jacob and Esau Reconciled 34:1-31 The Defiling of Dinah and Revenge on Shechem 35:1-15 Jacob Returns to Bethel 35:16-29 The Deaths of Rachel and Isaac 36:1-43 The Descendants of Esau and the Chiefs of Edom 37:1-11 Joseph's Dreams and His Brothers' Envy 37:12-36 Joseph Sold into Egypt 38:1-30 Judah and Tamar 39:1-6 Joseph Prospers in Potiphar's House 39:7-23 Joseph Falsely Accused and Imprisoned 40:1-23 Joseph Interprets Dreams in Prison 41:1-36 Joseph Interprets Pharaoh's Dreams 41:37-57 Joseph Becomes Ruler of Egypt 42:1-38 Joseph's Brothers Come to Buy Grain 43:1-34 The Brothers Bring Benjamin Down 44:1-34 The Silver Cup and the Brothers' Test 45:1-28 Joseph Makes Himself Known to His Brothers 46:1-34 Jacob's Family Goes Down to Egypt 47:1-12 Israel Settles in Goshen 47:13-26 Joseph's Policy During the Famine 47:27-31 Jacob's Final Request 48:1-22 Jacob Blesses Ephraim and Manasseh 49:1-28 Jacob Blesses His Sons 49:29-33 The Death and Last Words of Jacob 50:1-14 The Burial of Jacob 50:15-21 Joseph Forgives His Brothers 50:22-26 The Death of Joseph and the Promise
2:1
待機

Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir.

2:2
待機

Als nu God op den zevenden dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevenden dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.

2:3
待機

En God heeft den zevenden dag gezegend, en dien geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken.

2:4
待機

Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte.

2:5
待機

En allen struik des velds, eer hij in de aarde was, en al het kruid des velds, eer het uitsproot; want de HEERE God had niet doen regenen op de aarde, en er was geen mens geweest, om den aardbodem te bouwen.

2:6
待機

Maar een damp was opgegaan uit de aarde, en bevochtigde den gansen aardbodem.

2:7
待機

En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel.

2:8
待機

Ook had de HEERE God een hof geplant in Eden, tegen het oosten, en Hij stelde aldaar den mens, dien Hij geformeerd had.

2:9
待機

En de HEERE God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze; en den boom des levens in het midden van den hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads.

2:10
待機

En een rivier was voortgaande uit Eden, om dezen hof te bewateren; en werd van daar verdeeld, en werd tot vier hoofden.

2:11
待機

De naam der eerste rivier is Pison; deze is het, die het ganse land van Havila omloopt, waar het goud is.

2:12
待機

En het goud van dit land is goed; daar is ook bedolah, en de steen sardonix.

2:13
待機

En de naam der tweede rivier is Gihon; deze is het, die het ganse land Cusch omloopt.

2:14
待機

En de naam der derde rivier is Hiddekel; deze is gaande naar het oosten van Assur. En de vierde rivier is Frath.

2:15
待機

Zo nam de HEERE God den mens, en zette hem in den hof van Eden, om dien te bouwen, en dien te bewaren.

2:16
待機

En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten;

2:17
待機

Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.

2:18
待機

Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.

2:19
待機

Want als de HEERE God uit de aarde al het gedierte des velds, en al het gevogelte des hemels gemaakt had, zo bracht Hij die tot Adam, om te zien, hoe hij ze noemen zou; en zo als Adam alle levende ziel noemen zoude, dat zou haar naam zijn.

2:20
待機

Zo had Adam genoemd de namen van al het vee, en van het gevogelte des hemels, en van al het gedierte des velds; maar voor den mens vond hij geen hulpe, die als tegen hem over ware.

2:21
待機

Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot derzelver plaats toe met vlees.

2:22
待機

En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.

2:23
待機

Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is.

2:24
待機

Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot een vlees zijn.

2:25
待機

En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet.