scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Genesis 5장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Genesis

1:1 God Creates the Heavens and the Earth 1:2-5 The First Day: Light Separated from Darkness 1:6-8 The Second Day: The Expanse Made 1:9-13 The Third Day: Land, Sea, and Vegetation 1:14-19 The Fourth Day: The Sun, Moon, and Stars 1:20-23 The Fifth Day: Fish and Birds 1:24-31 The Sixth Day: Animals and Mankind 2:1-3 The Seventh Day: God Rests 2:4-17 Man Placed in the Garden of Eden 2:18-25 The Making of Woman, a Helper 3:1-7 The Serpent's Temptation and the Fall 3:8-19 Judgment Pronounced for Sin 3:20-24 Driven Out of the Garden 4:1-16 Cain Kills Abel 4:17-24 The Descendants of Cain 4:25-26 The Birth of Seth and Enosh 5:1-32 From Adam to Noah 6:1-8 The Wickedness of Mankind 6:9-22 The Command to Build the Ark 7:1-10 Noah Enters the Ark 7:11-24 The Flood Covers the Earth 8:1-14 The Waters Recede 8:15-22 Noah's Sacrifice After the Ark 9:1-17 God's Covenant with Noah 9:18-29 Noah's Failure and His Sons 10:1-32 The Genealogy of Noah's Sons 11:1-9 The Tower of Babel and the Confusion of Languages 11:10-32 From Shem to Terah 12:1-9 God Calls Abram 12:10-20 Abram Goes Down to Egypt 13:1-18 Abram and Lot Separate 14:1-16 Abram Rescues Lot 14:17-24 The Blessing of Melchizedek 15:1-21 God's Covenant with Abram 16:1-16 Hagar and Ishmael 17:1-27 The Covenant of Circumcision and a New Name 18:1-15 The Three Visitors and the Promised Son 18:16-33 Abraham Pleads for Sodom 19:1-29 The Destruction of Sodom and Gomorrah 19:30-38 Lot and His Two Daughters 20:1-18 Abraham and Abimelech 21:1-7 The Birth of Isaac 21:8-21 Hagar and Ishmael Sent Away 21:22-34 The Covenant with Abimelech 22:1-19 Abraham Offers Isaac 22:20-24 The Sons of Nahor 23:1-20 The Death and Burial of Sarah 24:1-27 A Servant Seeks a Bride for Isaac 24:28-67 Rebekah Is Brought Back 25:1-18 Abraham's Final Days and Descendants 25:19-26 The Birth of Esau and Jacob 25:27-34 Esau Sells His Birthright 26:1-11 Isaac Stays in Gerar 26:12-22 Disputes Over the Wells 26:23-35 The Covenant with Abimelech 27:1-29 Jacob Steals the Blessing 27:30-46 Esau's Anger and Jacob's Flight 28:1-22 Jacob's Dream of the Ladder at Bethel 29:1-14 Jacob Meets Rachel 29:15-30 Jacob Gains Two Wives 29:31-35 Jacob's Sons Are Born 30:1-24 More Children Are Born 30:25-43 Jacob's Flocks Increase 31:1-21 Jacob Leaves Laban 31:22-55 The Covenant Between Laban and Jacob 32:1-21 Jacob Prepares to Meet Esau 32:22-32 Jacob Wrestles with God 33:1-20 Jacob and Esau Reconciled 34:1-31 The Defiling of Dinah and Revenge on Shechem 35:1-15 Jacob Returns to Bethel 35:16-29 The Deaths of Rachel and Isaac 36:1-43 The Descendants of Esau and the Chiefs of Edom 37:1-11 Joseph's Dreams and His Brothers' Envy 37:12-36 Joseph Sold into Egypt 38:1-30 Judah and Tamar 39:1-6 Joseph Prospers in Potiphar's House 39:7-23 Joseph Falsely Accused and Imprisoned 40:1-23 Joseph Interprets Dreams in Prison 41:1-36 Joseph Interprets Pharaoh's Dreams 41:37-57 Joseph Becomes Ruler of Egypt 42:1-38 Joseph's Brothers Come to Buy Grain 43:1-34 The Brothers Bring Benjamin Down 44:1-34 The Silver Cup and the Brothers' Test 45:1-28 Joseph Makes Himself Known to His Brothers 46:1-34 Jacob's Family Goes Down to Egypt 47:1-12 Israel Settles in Goshen 47:13-26 Joseph's Policy During the Famine 47:27-31 Jacob's Final Request 48:1-22 Jacob Blesses Ephraim and Manasseh 49:1-28 Jacob Blesses His Sons 49:29-33 The Death and Last Words of Jacob 50:1-14 The Burial of Jacob 50:15-21 Joseph Forgives His Brothers 50:22-26 The Death of Joseph and the Promise
5:1
待機

Dit is het boek van Adams geslacht. Ten dage als God den mens schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods.

5:2
待機

Man en vrouw schiep Hij hen, en zegende ze, en noemde hun naam Mens, ten dage als zij geschapen werden.

5:3
待機

En Adam leefde honderd en dertig jaren, en gewon een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn evenbeeld, en noemde zijn naam Seth.

5:4
待機

En Adams dagen, nadat hij Seth gewonnen had, zijn geweest achthonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

5:5
待機

Zo waren al de dagen van Adam, die hij leefde, negenhonderd jaren, en dertig jaren; en hij stierf.

5:6
待機

En Seth leefde honderd en vijf jaren, en hij gewon Enos.

5:7
待機

En Seth leefde, nadat hij Enos gewonnen had, achthonderd en zeven jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

5:8
待機

Zo waren al de dagen van Seth negenhonderd en twaalf jaren; en hij stierf.

5:9
待機

En Enos leefde negentig jaren, en hij gewon Kenan.

5:10
待機

En Enos leefde, nadat hij Kenan gewonnen had, achthonderd en vijftien jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

5:11
待機

Zo waren al de dagen van Enos negenhonderd en vijf jaren; en hij stierf.

5:12
待機

En Kenan leefde zeventig jaren, en hij gewon Mahalal-el.

5:13
待機

En Kenan leefde, nadat hij Mahalal-el gewonnen had, achthonderd en veertig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

5:14
待機

Zo waren al de dagen van Kenan negenhonderd en tien jaren; en hij stierf.

5:15
待機

En Mahalal-el leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Jered.

5:16
待機

En Mahalal-el leefde, nadat hij Jered gewonnen had, achthonderd en dertig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

5:17
待機

Zo waren al de dagen van Mahalal-el achthonderd vijf en negentig jaren; en hij stierf.

5:18
待機

En Jered leefde honderd twee en zestig jaren, en hij gewon Henoch.

5:19
待機

En Jered leefde, nadat hij Henoch gewonnen had, achthonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

5:20
待機

Zo waren al de dagen van Jered negenhonderd twee en zestig jaren; en hij stierf.

5:21
待機

En Henoch leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Methusalach.

5:22
待機

En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach gewonnen had, driehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

5:23
待機

Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig jaren.

5:24
待機

Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg.

5:25
待機

En Methusalach leefde honderd zeven en tachtig jaren, en hij gewon Lamech.

5:26
待機

En Methusalach leefde, nadat hij Lamech gewonnen had, zevenhonderd twee en tachtig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

5:27
待機

Zo waren al de dagen van Methusalach negenhonderd negen en zestig jaren; en hij stierf.

5:28
待機

En Lamech leefde honderd twee en tachtig jaren, en hij gewon een zoon.

5:29
待機

En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk, en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft!

5:30
待機

En Lamech leefde, nadat hij Noach gewonnen had, vijfhonderd vijf en negentig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

5:31
待機

Zo waren al de dagen van Lamech zevenhonderd zeven en zeventig jaren; en hij stierf.

5:32
待機

En Noach was vijfhonderd jaren oud; en Noach gewon Sem, Cham en Jafeth.