scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Proverbs 30장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Proverbs

1:1-7 The Purpose of Proverbs and the Beginning of Wisdom 1:8-19 Do Not Follow the Enticement of Sinners 1:20-33 Wisdom Calls Aloud in the Streets 2:1-22 The Benefits of Seeking Wisdom 3:1-12 Trust in the Lord and Honor Him 3:13-26 Blessed Is the One Who Finds Wisdom 3:27-35 The Right Conduct Toward Your Neighbor 4:1-13 A Father's Instruction in Wisdom 4:14-19 The Path of the Righteous and the Way of the Wicked 4:20-27 Guard Your Heart and Walk in the Right Path 5:1-14 A Warning Against the Adulterous Woman 5:15-23 Rejoice in the Wife of Your Youth 6:1-19 Warnings Against Surety and Laziness 6:20-35 The Deadly Consequences of Adultery 7:1-27 The Foolish Young Man Seduced by the Adulteress 8:1-21 The Call of Wisdom and Its Value 8:22-36 Wisdom Present from the Beginning 9:1-12 Wisdom's Invitation to the Feast 9:13-18 The Invitation of Folly 10:1-32 The Proverbs of Solomon: The Righteous and the Wicked Contrasted 11:1-31 The Security That Integrity and Justice Bring 12:1-28 The Value of Diligence and Truthful Speech 13:1-25 Prosperity for the One Who Heeds Instruction 14:1-35 The Life of the Wise and the Foolish 15:1-33 A Gentle Answer and the Watchful Eyes of the Lord 16:1-33 Man's Plans and the Sovereignty of the Lord 17:1-28 Avoid Strife and Pursue Harmony 18:1-24 The Power of Words and the Wisdom of Friendship 19:1-29 Poverty, Wealth, and a Life of Integrity 20:1-30 Honest Scales and Fair Dealing 21:1-31 The Lord Who Weighs the Heart 22:1-16 A Good Name and the Training of Children 22:17-29 Sayings of the Wise: Pay Attention and Listen 23:1-18 An Exhortation Against Greed and Toward Restraint 23:19-35 Gladden Your Parents and Beware of Wine 24:1-22 A House Built by Wisdom and the Restoration of the Righteous 24:23-34 Fairness in Judgment and the Field of the Sluggard 25:1-28 More Proverbs of Solomon Collected by Hezekiah's Officials 26:1-28 Warnings Against the Fool and the Sluggard 27:1-27 A True Friend and a Warning Against Self-Praise 28:1-28 The Righteous Who Keep the Law and the Fate of the Wicked 29:1-27 The Blessing of a Ruler Who Governs with Justice 30:1-33 The Sayings of Agur 31:1-9 The Instruction King Lemuel Received from His Mother 31:10-31 A Song in Praise of the Virtuous Woman
30:1
待機

De woorden van Agur, den zoon van Jake; een last. De man spreekt tot Ithiel, tot Ithiel en Uchal.

30:2
待機

Voorwaar, ik ben onvernuftiger dan iemand; en ik heb geen mensenverstand;

30:3
待機

En ik heb geen wijsheid geleerd, noch de wetenschap der heiligen gekend.

30:4
待機

Wie is ten hemel opgeklommen, en nedergedaald? Wie heeft den wind in Zijn vuisten verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft al de einden der aarde gesteld? Hoe is Zijn Naam, en hoe is de Naam Zijns Zoons, zo gij het weet?

30:5
待機

Alle rede Gods is doorlouterd; Hij is een Schild dengenen, die op Hem betrouwen.

30:6
待機

Doe niet tot Zijn woorden, opdat Hij u niet bestraffe, en gij leugenachtig bevonden wordt.

30:7
待機

Twee dingen heb ik van U begeerd, onthoud ze mij niet, eer ik sterve;

30:8
待機

Ijdelheid en leugentaal doe verre van mij; armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels;

30:9
待機

Opdat ik, zat zijnde, U dan niet verloochene, en zegge: Wie is de HEERE? of dat ik, verarmd zijnde, dan niet stele, en den Naam mijns Gods aantaste.

30:10
待機

Achterklap niet van den knecht bij zijn heer, opdat hij u niet vloeke, en gij schuldig wordt.

30:11
待機

Daar is een geslacht, dat zijn vader vervloekt, en zijn moeder niet zegent;

30:12
待機

Een geslacht, dat rein in zijn ogen is, en van zijn drek niet gewassen is;

30:13
待機

Een geslacht, welks ogen hoog zijn, en welks oogleden verheven zijn;

30:14
待機

Een geslacht, welks tanden zwaarden, en welks baktanden messen zijn, om de ellendigen van de aarde en de nooddruftigen van onder de mensen te verteren.

30:15
待機

De bloedzuiger heeft twee dochters: Geef, geef! Deze drie dingen worden niet verzadigd; ja, vier zeggen niet: Het is genoeg!

30:16
待機

Het graf, de gesloten baarmoeder, de aarde, die van water niet verzadigd wordt, en het vuur zegt niet: Het is genoeg!

30:17
待機

Het oog, dat den vader bespot, of de gehoorzaamheid der moeder veracht, dat zullen de raven der beek uitpikken, en des arends jongen zullen het eten.

30:18
待機

Deze drie dingen zijn voor mij te wonderlijk, ja, vier, die ik niet weet:

30:19
待機

De weg eens arends in den hemel; de weg ener slang op een rotssteen; de weg van een schip in het hart der zee; en de weg eens mans bij een maagd.

30:20
待機

Alzo is de weg ener overspelige vrouw; zij eet en wist haar mond, en zegt: Ik heb geen ongerechtigheid gewrocht!

30:21
待機

Om drie dingen ontroert zich de aarde, ja, om vier, die zij niet dragen kan:

30:22
待機

Om een knecht, als hij regeert; en een dwaas, als hij van brood verzadigd is;

30:23
待機

Om een hatelijke vrouw, als zij getrouwd wordt; en een dienstmaagd, als zij erfgenaam is van haar vrouw.

30:24
待機

Deze vier zijn van de kleinste der aarde; doch dezelve zijn wijs, met wijsheid wel voorzien.

30:25
待機

De mieren zijn een onsterk volk; evenwel bereiden zij in de zomer haar spijs.

30:26
待機

De konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen.

30:27
待機

De sprinkhanen hebben geen koning; nochtans gaan zij allen uit, zich verdelende in hopen.

30:28
待機

De spinnekop grijpt met de handen, en is in de paleizen der koningen.

30:29
待機

Deze drie maken een goeden tred; ja, vier zijn er, die een goeden gang maken;

30:30
待機

De oude leeuw geweldig onder de gedierten, die voor niemand zal wederkeren;

30:31
待機

Een windhond van goede lenden, of een bok; en een koning, die niet tegen te staan is.

30:32
待機

Zo gij dwaselijk gehandeld hebt, met u te verheffen, en zo gij kwaad bedacht hebt, de hand op den mond!

30:33
待機

Want de drukking der melk brengt boter voort, en de drukking van den neus brengt bloed voort, en de drukking des toorns brengt twist voort.