scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Proverbs 23장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Proverbs

1:1-7 The Purpose of Proverbs and the Beginning of Wisdom 1:8-19 Do Not Follow the Enticement of Sinners 1:20-33 Wisdom Calls Aloud in the Streets 2:1-22 The Benefits of Seeking Wisdom 3:1-12 Trust in the Lord and Honor Him 3:13-26 Blessed Is the One Who Finds Wisdom 3:27-35 The Right Conduct Toward Your Neighbor 4:1-13 A Father's Instruction in Wisdom 4:14-19 The Path of the Righteous and the Way of the Wicked 4:20-27 Guard Your Heart and Walk in the Right Path 5:1-14 A Warning Against the Adulterous Woman 5:15-23 Rejoice in the Wife of Your Youth 6:1-19 Warnings Against Surety and Laziness 6:20-35 The Deadly Consequences of Adultery 7:1-27 The Foolish Young Man Seduced by the Adulteress 8:1-21 The Call of Wisdom and Its Value 8:22-36 Wisdom Present from the Beginning 9:1-12 Wisdom's Invitation to the Feast 9:13-18 The Invitation of Folly 10:1-32 The Proverbs of Solomon: The Righteous and the Wicked Contrasted 11:1-31 The Security That Integrity and Justice Bring 12:1-28 The Value of Diligence and Truthful Speech 13:1-25 Prosperity for the One Who Heeds Instruction 14:1-35 The Life of the Wise and the Foolish 15:1-33 A Gentle Answer and the Watchful Eyes of the Lord 16:1-33 Man's Plans and the Sovereignty of the Lord 17:1-28 Avoid Strife and Pursue Harmony 18:1-24 The Power of Words and the Wisdom of Friendship 19:1-29 Poverty, Wealth, and a Life of Integrity 20:1-30 Honest Scales and Fair Dealing 21:1-31 The Lord Who Weighs the Heart 22:1-16 A Good Name and the Training of Children 22:17-29 Sayings of the Wise: Pay Attention and Listen 23:1-18 An Exhortation Against Greed and Toward Restraint 23:19-35 Gladden Your Parents and Beware of Wine 24:1-22 A House Built by Wisdom and the Restoration of the Righteous 24:23-34 Fairness in Judgment and the Field of the Sluggard 25:1-28 More Proverbs of Solomon Collected by Hezekiah's Officials 26:1-28 Warnings Against the Fool and the Sluggard 27:1-27 A True Friend and a Warning Against Self-Praise 28:1-28 The Righteous Who Keep the Law and the Fate of the Wicked 29:1-27 The Blessing of a Ruler Who Governs with Justice 30:1-33 The Sayings of Agur 31:1-9 The Instruction King Lemuel Received from His Mother 31:10-31 A Song in Praise of the Virtuous Woman
23:1
待機

Als gij aangezeten zult zijn om met een heerser te eten, zo zult gij scherpelijk letten op dengene, die voor uw aangezicht is.

23:2
待機

En zet een mes aan uw keel, indien gij een gulzig mens zijt;

23:3
待機

Laat u niet gelusten zijner smakelijke spijzen, want het is een leugenachtig brood.

23:4
待機

Vermoei u niet om rijk te worden; sta af van uw vernuft.

23:5
待機

Zult gij uw ogen laten vliegen op hetgeen niets is? Want het zal zich gewisselijk vleugelen maken gelijk een arend, die naar den hemel vliegt.

23:6
待機

Eet het brood niet desgenen, die boos is van oog, en wees niet belust op zijn smakelijke spijzen;

23:7
待機

Want gelijk hij bedacht heeft in zijn ziel, alzo zal hij tot u zeggen: Eet en drink! maar zijn hart is niet met u;

23:8
待機

Uw bete, die gij gegeten hebt, zoudt gij uitspuwen; en gij zoudt uw liefelijke woorden verderven.

23:9
待機

Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand uwer woorden verachten.

23:10
待機

Zet de oude palen niet terug; en kom op de akkers der wezen niet;

23:11
待機

Want hun Verlosser is sterk; Die zal hun twistzaak tegen u twisten.

23:12
待機

Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap.

23:13
待機

Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven.

23:14
待機

Gij zult hem met de roede slaan, en zijn ziel van de hel redden.

23:15
待機

Mijn zoon! zo uw hart wijs is, mijn hart zal blijde zijn, ja, ik.

23:16
待機

En mijn nieren zullen van vreugde opspringen, als uw lippen billijkheden spreken zullen.

23:17
待機

Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt te allen dage in de vreze des HEEREN.

23:18
待機

Want zekerlijk, er is een beloning; en uw verwachting zal niet afgesneden worden.

23:19
待機

Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

23:20
待機

Zijt niet onder de wijnzuipers, noch onder de vleesvreters;

23:21
待機

Want een zuiper en vraat zal arm worden; en de sluimering doet verscheurde klederen dragen.

23:22
待機

Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft; en veracht uw moeder niet, als zij oud geworden is.

23:23
待機

Koop de waarheid, en verkoop ze niet, mitsgaders wijsheid, en tucht, en verstand.

23:24
待機

De vader des rechtvaardigen zal zich zeer verheugen; en die een wijzen zoon gewint, zal zich over hem verblijden.

23:25
待機

Laat uw vader zich verblijden, ook uw moeder; en laat haar zich verheugen, die u gebaard heeft.

23:26
待機

Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.

23:27
待機

Want een hoer is een diepe gracht, en een vreemde vrouw is een enge put.

23:28
待機

Ook loert zij als een rover; en zij vermenigvuldigt de trouwelozen onder de mensen.

23:29
待機

Bij wien is wee? bij wien och arme? bij wien gekijf? bij wien het beklag? bij wien wonden zonder oorzaak? bij wien de roodheid der ogen?

23:30
待機

Bij degenen, die bij den wijn vertoeven; bij degenen, die komen om gemengden drank na te zoeken.

23:31
待機

Zie den wijn niet aan, als hij zich rood vertoont, als hij in den beker zijn verve geeft, als hij recht opgaat;

23:32
待機

In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder.

23:33
待機

Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.

23:34
待機

En gij zult zijn, gelijk een, die in het hart van de zee slaapt; en gelijk een, die in het opperste van den mast slaapt.

23:35
待機

Men heeft mij geslagen, zult gij zeggen, ik ben niet ziek geweest; men heeft mij gebeukt, ik heb het niet gevoeld; wanneer zal ik opwaken? Ik zal hem nog meer zoeken!