scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Acts 26장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Acts

1:1-5 Preface to Theophilus 1:6-11 The Ascension of Jesus and the Promise of His Return 1:12-14 The Disciples Devoted to Prayer in the Upper Room 1:15-26 Matthias Chosen to Replace Judas 2:1-13 The Holy Spirit Comes at Pentecost 2:14-36 Peter Addresses the Crowd 2:37-41 Three Thousand Repent and Are Baptized 2:42-47 The Fellowship of the First Believers 3:1-10 Peter Heals the Lame Beggar at the Temple Gate 3:11-26 Peter Preaches in Solomon's Portico 4:1-12 Peter and John Before the Council 4:13-22 The Rulers Forbid Preaching in Jesus' Name 4:23-31 The Believers Pray for Boldness 4:32-37 The Community That Shared All Things 5:1-11 The Deceit and Death of Ananias and Sapphira 5:12-16 Signs and Wonders Through the Apostles 5:17-26 The Apostles Imprisoned and Freed by an Angel 5:27-33 The Apostles Obey God Rather Than Men 5:34-42 Gamaliel's Counsel and the Apostles Beaten 6:1-7 Seven Chosen to Serve 6:8-15 Stephen Seized and Brought Before the Council 7:1-8 Stephen Recounts the Call of Abraham 7:9-19 Joseph and the Ancestors in Egypt 7:20-29 The Birth of Moses and His Flight to Midian 7:30-43 Israel's Rebellion in the Wilderness 7:44-50 The Folly of Trusting in a House Made by Hands 7:51-60 The Stoning of Stephen 8:1-8 The Scattered Believers Spread the Gospel 8:9-25 Simon the Magician Rebuked 8:26-40 Philip and the Ethiopian Eunuch 9:1-9 Saul Meets the Risen Lord on the Road to Damascus 9:10-19 Saul's Sight Restored Through Ananias 9:20-31 Saul Preaches Boldly in Damascus and Jerusalem 9:32-35 Peter Heals Aeneas at Lydda 9:36-43 Peter Raises Tabitha at Joppa 10:1-8 The Vision of Cornelius the Devout Centurion 10:9-23 Peter's Vision of the Sheet 10:24-33 Peter Enters the House of Cornelius 10:34-43 Salvation Comes to the Gentiles 10:44-48 The Holy Spirit Poured Out on the Gentiles 11:1-18 Peter Explains Himself in Jerusalem 11:19-26 First Called Christians at Antioch 11:27-30 Relief Sent to the Brethren in Judea 12:1-5 The Martyrdom of James and the Imprisonment of Peter 12:6-19 An Angel Leads Peter Out of Prison 12:20-25 The Wretched End of the Proud Herod 13:1-3 Barnabas and Saul Sent Off 13:4-12 Paul Rebukes the Magician in Cyprus 13:13-41 Paul Preaches in the Synagogue at Pisidian Antioch 13:42-52 The Two Apostles Turn to the Gentiles 14:1-7 Preaching and Division at Iconium 14:8-20 The Apostles Mistaken for Gods at Lystra 14:21-28 Strengthening the Churches and Returning to Antioch 15:1-5 The Dispute Over Circumcision 15:6-21 The Council at Jerusalem 15:22-35 The Letter of Decision Sent to the Gentile Churches 15:36-41 Paul and Barnabas Part Ways 16:1-5 Paul Takes Timothy as a Companion 16:6-10 The Vision to Come Over to Macedonia 16:11-15 Lydia Believes at Philippi 16:16-24 Healing the Slave Girl and Imprisonment 16:25-40 The Prison Doors Open and the Jailer Is Saved 17:1-9 Preaching and Uproar at the Thessalonian Synagogue 17:10-15 The Bereans Examine the Scriptures 17:16-34 Paul Preaches at the Areopagus in Athens 18:1-11 Aquila and Priscilla Met at Corinth 18:12-17 Paul Brought Before Gallio 18:18-23 Returning to Antioch and Setting Out Again 18:24-28 Apollos Instructed at Ephesus 19:1-7 The Disciples at Ephesus Receive the Holy Spirit 19:8-12 Continued Teaching in the Hall of Tyrannus 19:13-20 The Exorcists and the Burning of Magic Books 19:21-41 The Riot Stirred Up by Demetrius the Silversmith 20:1-6 Through Macedonia and Greece to Troas 20:7-12 Eutychus Restored to Life at Troas 20:13-16 The Voyage to Miletus 20:17-38 Paul's Farewell to the Ephesian Elders 21:1-16 The Final Voyage to Jerusalem 21:17-26 Paul Meets James and Observes the Rite of Purification 21:27-40 Paul Arrested in the Temple 22:1-21 Paul Testifies to His Conversion Before the Crowd 22:22-29 Spared the Scourge by Roman Citizenship 22:30 Paul Brought Before the Council 23:1-11 The Argument That Divided Pharisees and Sadducees 23:12-22 The Plot to Kill Paul 23:23-35 Paul Sent Under Guard to the Governor at Caesarea 24:1-9 The Accusation Before Felix 24:10-21 Paul's Defense Before Felix 24:22-27 Felix Keeps Paul in Custody 25:1-12 Paul Appeals to Caesar 25:13-27 Festus Lays the Case Before Agrippa 26:1-11 Paul Recounts His Former Life Before Agrippa 26:12-23 Paul Testifies to the Heavenly Commission 26:24-32 Paul's Appeal to the King 27:1-12 The Beginning of the Voyage to Rome 27:13-26 The Ship Caught in the Storm 27:27-38 Salvation Promised to the Crew and Passengers 27:39-44 The Ship Wrecked and All Are Saved 28:1-10 Kindness Shown on the Island of Malta 28:11-16 Paul Arrives at Last in Rome 28:17-29 Paul's Testimony to the Jews in Rome 28:30-31 Boldly Proclaiming the Kingdom of God
26:1
待機

En Agrippa zeide tot Paulus: Het is u geoorloofd voor uzelven te spreken. Toen strekte Paulus de hand uit, en verantwoordde zich aldus:

26:2
待機

Ik acht mijzelven gelukkig, o koning Agrippa, dat ik mij heden voor u zal verantwoorden van alles, waarover ik van de Joden beschuldigd word;

26:3
待機

Allermeest, dewijl ik weet, dat gij kennis hebt van alle gewoonten en vragen, die onder de Joden zijn. Daarom bid ik u, dat gij mij lankmoediglijk hoort.

26:4
待機

Mijn leven dan van der jonkheid aan, hetwelk van den beginne onder mijn volk te Jeruzalem geweest is, weten al de Joden;

26:5
待機

Als die van over lang mij te voren gekend hebben (indien zij het wilden getuigen), dat ik, naar de bescheidenste sekte van onzen godsdienst, als een Farizeer geleefd heb.

26:6
待機

En nu sta ik, en word geoordeeld over de hoop der belofte, die van God tot de vaderen geschied is;

26:7
待機

Tot dewelke onze twaalf geslachten, geduriglijk nacht en dag God dienende, verhopen te komen; over welke hoop ik, o koning Agrippa, van de Joden word beschuldigd.

26:8
待機

Wat? wordt het bij ulieden ongelofelijk geoordeeld, dat God de doden opwekt?

26:9
待機

Ik meende waarlijk bij mijzelven, dat ik tegen den Naam van Jezus van Nazareth vele wederpartijdige dingen moest doen.

26:10
待機

Hetwelk ik ook gedaan heb te Jeruzalem, en ik heb velen van de heiligen in de gevangenissen gesloten, de macht van de overpriesters ontvangen hebbende; en als zij omgebracht werden, stemde ik het toe.

26:11
待機

En door al de synagogen heb ik hen dikwijls gestraft, en gedwongen te lasteren; en boven mate tegen hen woedende, heb ik hen vervolgd, ook tot in de buiten landse steden.

26:12
待機

Waarover ook als ik naar Damaskus reisde, met macht en last, welk ik van de overpriesters had,

26:13
待機

Zag ik, o koning, in het midden van den dag, op den weg een licht, boven den glans der zon, van den hemel mij en degenen, die met mij reisden, omschijnende.

26:14
待機

En als wij allen ter aarde nedergevallen waren, hoorde ik een stem, tot mij sprekende, en zeggende in de Hebreeuwse taal: Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? Het is u hard, tegen de prikkels de verzenen te slaan.

26:15
待機

En ik zeide: Wie zijt Gij, Heere? En Hij zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt.

26:16
待機

Maar richt u op, en sta op uw voeten; want hiertoe ben Ik u verschenen, om u te stellen tot een dienaar en getuige der dingen, beide die gij gezien hebt en in welke Ik u nog zal verschijnen;

26:17
待機

Verlossende u van dit volk, en van de heidenen, tot dewelke Ik u nu zende;

26:18
待機

Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.

26:19
待機

Daarom, o koning Agrippa, ben ik dat Hemels gezicht niet ongehoorzaam geweest;

26:20
待機

Maar heb eerst dengenen, die te Damaskus waren, en te Jeruzalem, en in het gehele land van Judea, en den heidenen verkondigd, dat zij zich zouden beteren, en tot God bekeren, werken doende der bekering waardig.

26:21
待機

Om dezer zaken wil hebben mij de Joden in den tempel gegrepen en gepoogd om te brengen.

26:22
待機

Dan, hulp van God verkregen hebbende, sta ik tot op dezen dag, betuigende beiden klein en groot; niets zeggende buiten hetgeen de profeten en Mozes gesproken hebben, dat geschieden zoude;

26:23
待機

Namelijk dat de Christus lijden moest, en dat Hij, de Eerste uit de opstanding der doden zijnde, een licht zou verkondigen dezen volke, en den heidenen.

26:24
待機

En als hij deze dingen tot verantwoording sprak, zeide Festus met grote stem: Gij raast, Paulus, de grote geleerdheid brengt u tot razernij!

26:25
待機

Maar hij zeide: Ik raas niet, machtigste Festus, maar ik spreek woorden van waarheid en van een gezond verstand;

26:26
待機

Want de koning weet van deze dingen, tot welken ik ook vrijmoedigheid gebruikende spreek; want ik geloof niet, dat hem iets van deze dingen verborgen is; want dit is in geen hoek geschied.

26:27
待機

Gelooft gij, o koning Agrippa, de profeten? Ik weet dat gij ze gelooft.

26:28
待機

En Agrippa zeide tot Paulus: Gij beweegt mij bijna een Christen te worden.

26:29
待機

En Paulus zeide: Ik wenste wel van God, dat, en bijna en geheellijk, niet alleen gij, maar ook allen, die mij heden horen, zodanigen wierden, gelijk als ik ben, uitgenomen deze banden.

26:30
待機

En als hij dit gezegd had, stond de koning op, en de stadhouder, en Bernice, en die met hen gezeten waren;

26:31
待機

En aan een zijde gegaan zijnde, spraken zij tot elkander, zeggende: Deze mens doet niets des doods of der banden waardig.

26:32
待機

En Agrippa zeide tot Festus: Deze mens kon losgelaten worden, indien hij zich op den keizer niet had beroepen.