scripture.how 聖書写経
JA

Copywork

Dutch 1917 Acts 7장

写経は速く終える入力練習ではなく、一節ずつみ言葉の文と流れを改めて受け止める時間です。入力内容はこのブラウザに一時保存され、ログインするとアカウントにも保存されます。

KO 韓国語
ZH 中国語
JA 日本語
HI ヒンディー語
BN ベンガル語
TA タミル語
TE テルグ語
ML マラヤーラム語
FA ペルシア語
MY ビルマ語
NE ネパール語
MR マラーティー語
KN カンナダ語
HA ハウサ語
YO ヨルバ語
SW スワヒリ語
IG イボ語
ID インドネシア語
TSI
PT ポルトガル語
VI ベトナム語
AR アラビア語
AVD
RU ロシア語
UK ウクライナ語
RO ルーマニア語
BTF
IT イタリア語
FI フィンランド語
TO トンガ語
HR クロアチア語
SR セルビア語
TR トルコ語
HU ハンガリー語
PL ポーランド語
SK スロバキア語
LA ラテン語
NL オランダ語
CS チェコ語
FR フランス語
ES スペイン語
DE ドイツ語
ETC その他の言語

小見出し単位で進める · Acts

1:1-5 Preface to Theophilus 1:6-11 The Ascension of Jesus and the Promise of His Return 1:12-14 The Disciples Devoted to Prayer in the Upper Room 1:15-26 Matthias Chosen to Replace Judas 2:1-13 The Holy Spirit Comes at Pentecost 2:14-36 Peter Addresses the Crowd 2:37-41 Three Thousand Repent and Are Baptized 2:42-47 The Fellowship of the First Believers 3:1-10 Peter Heals the Lame Beggar at the Temple Gate 3:11-26 Peter Preaches in Solomon's Portico 4:1-12 Peter and John Before the Council 4:13-22 The Rulers Forbid Preaching in Jesus' Name 4:23-31 The Believers Pray for Boldness 4:32-37 The Community That Shared All Things 5:1-11 The Deceit and Death of Ananias and Sapphira 5:12-16 Signs and Wonders Through the Apostles 5:17-26 The Apostles Imprisoned and Freed by an Angel 5:27-33 The Apostles Obey God Rather Than Men 5:34-42 Gamaliel's Counsel and the Apostles Beaten 6:1-7 Seven Chosen to Serve 6:8-15 Stephen Seized and Brought Before the Council 7:1-8 Stephen Recounts the Call of Abraham 7:9-19 Joseph and the Ancestors in Egypt 7:20-29 The Birth of Moses and His Flight to Midian 7:30-43 Israel's Rebellion in the Wilderness 7:44-50 The Folly of Trusting in a House Made by Hands 7:51-60 The Stoning of Stephen 8:1-8 The Scattered Believers Spread the Gospel 8:9-25 Simon the Magician Rebuked 8:26-40 Philip and the Ethiopian Eunuch 9:1-9 Saul Meets the Risen Lord on the Road to Damascus 9:10-19 Saul's Sight Restored Through Ananias 9:20-31 Saul Preaches Boldly in Damascus and Jerusalem 9:32-35 Peter Heals Aeneas at Lydda 9:36-43 Peter Raises Tabitha at Joppa 10:1-8 The Vision of Cornelius the Devout Centurion 10:9-23 Peter's Vision of the Sheet 10:24-33 Peter Enters the House of Cornelius 10:34-43 Salvation Comes to the Gentiles 10:44-48 The Holy Spirit Poured Out on the Gentiles 11:1-18 Peter Explains Himself in Jerusalem 11:19-26 First Called Christians at Antioch 11:27-30 Relief Sent to the Brethren in Judea 12:1-5 The Martyrdom of James and the Imprisonment of Peter 12:6-19 An Angel Leads Peter Out of Prison 12:20-25 The Wretched End of the Proud Herod 13:1-3 Barnabas and Saul Sent Off 13:4-12 Paul Rebukes the Magician in Cyprus 13:13-41 Paul Preaches in the Synagogue at Pisidian Antioch 13:42-52 The Two Apostles Turn to the Gentiles 14:1-7 Preaching and Division at Iconium 14:8-20 The Apostles Mistaken for Gods at Lystra 14:21-28 Strengthening the Churches and Returning to Antioch 15:1-5 The Dispute Over Circumcision 15:6-21 The Council at Jerusalem 15:22-35 The Letter of Decision Sent to the Gentile Churches 15:36-41 Paul and Barnabas Part Ways 16:1-5 Paul Takes Timothy as a Companion 16:6-10 The Vision to Come Over to Macedonia 16:11-15 Lydia Believes at Philippi 16:16-24 Healing the Slave Girl and Imprisonment 16:25-40 The Prison Doors Open and the Jailer Is Saved 17:1-9 Preaching and Uproar at the Thessalonian Synagogue 17:10-15 The Bereans Examine the Scriptures 17:16-34 Paul Preaches at the Areopagus in Athens 18:1-11 Aquila and Priscilla Met at Corinth 18:12-17 Paul Brought Before Gallio 18:18-23 Returning to Antioch and Setting Out Again 18:24-28 Apollos Instructed at Ephesus 19:1-7 The Disciples at Ephesus Receive the Holy Spirit 19:8-12 Continued Teaching in the Hall of Tyrannus 19:13-20 The Exorcists and the Burning of Magic Books 19:21-41 The Riot Stirred Up by Demetrius the Silversmith 20:1-6 Through Macedonia and Greece to Troas 20:7-12 Eutychus Restored to Life at Troas 20:13-16 The Voyage to Miletus 20:17-38 Paul's Farewell to the Ephesian Elders 21:1-16 The Final Voyage to Jerusalem 21:17-26 Paul Meets James and Observes the Rite of Purification 21:27-40 Paul Arrested in the Temple 22:1-21 Paul Testifies to His Conversion Before the Crowd 22:22-29 Spared the Scourge by Roman Citizenship 22:30 Paul Brought Before the Council 23:1-11 The Argument That Divided Pharisees and Sadducees 23:12-22 The Plot to Kill Paul 23:23-35 Paul Sent Under Guard to the Governor at Caesarea 24:1-9 The Accusation Before Felix 24:10-21 Paul's Defense Before Felix 24:22-27 Felix Keeps Paul in Custody 25:1-12 Paul Appeals to Caesar 25:13-27 Festus Lays the Case Before Agrippa 26:1-11 Paul Recounts His Former Life Before Agrippa 26:12-23 Paul Testifies to the Heavenly Commission 26:24-32 Paul's Appeal to the King 27:1-12 The Beginning of the Voyage to Rome 27:13-26 The Ship Caught in the Storm 27:27-38 Salvation Promised to the Crew and Passengers 27:39-44 The Ship Wrecked and All Are Saved 28:1-10 Kindness Shown on the Island of Malta 28:11-16 Paul Arrives at Last in Rome 28:17-29 Paul's Testimony to the Jews in Rome 28:30-31 Boldly Proclaiming the Kingdom of God
7:1
待機

En de hogepriester zeide: Zijn dan deze dingen alzo?

7:2
待機

En hij zeide: Gij mannen broeders en vaders, hoort toe: de God der heerlijkheid verscheen onzen vader Abraham, nog zijnde in Mesopotamie, eer hij woonde in Charran;

7:3
待機

En zeide tot hem: Ga uit uw land en uit uw maagschap, en kom in een land, dat Ik u wijzen zal.

7:4
待機

Toen ging hij uit het land der Chaldeen, en woonde in Charran. En van daar, nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem over in dit land, daar gij nu in woont.

7:5
待機

En Hij gaf hem geen erfdeel in hetzelve, ook niet een voetstap; en beloofde, dat Hij hem het zelve tot een bezitting geven zou, en zijn zade na hem, als hij nog geen kind had.

7:6
待機

En God sprak alzo, dat zijn zaad vreemdeling zijn zoude in een vreemd land, en dat zij het zouden dienstbaar maken, en kwalijk handelen, vierhonderd jaren.

7:7
待機

En het volk, dat zij dienen zullen, zal Ik oordelen, sprak God; en daarna zullen zij uitgaan, en zij zullen Mij dienen in deze plaats.

7:8
待機

En Hij gaf hem het verbond der besnijdenis; en alzo gewon hij Izak, en besneed hem op den achtsten dag; en Izak gewon Jakob, en Jakob de twaalf patriarchen.

7:9
待機

En de patriarchen, nijdig zijnde, verkochten Jozef, om naar Egypte gebracht te worden; en God was met hem,

7:10
待機

En verloste hem uit al zijn verdrukkingen, en gaf hem genade en wijsheid voor Farao, den koning van Egypteland; en hij stelde hem tot een overste over Egypte, en zijn gehele huis.

7:11
待機

En er kwam een hongersnood over het gehele land van Egypte en Kanaan, en grote benauwdheid; en onze vaders vonden geen spijs.

7:12
待機

Maar als Jakob hoorde, dat in Egypte koren was, zond hij onze vaders de eerste maal uit.

7:13
待機

En in de tweede reize werd Jozef zijn broederen bekend; en het geslacht van Jozef werd aan Farao openbaar.

7:14
待機

En Jozef zond heen, en ontbood zijn vader Jakob, en al zijn geslacht, bestaande in vijf en zeventig zielen.

7:15
待機

En Jakob kwam af in Egypte, en stierf, hijzelf en onze vaders.

7:16
待機

En zij werden overgebracht naar Sichem, en gelegd in het graf, hetwelk Abraham gekocht had voor een som gelds, van de zonen van Emmor, den vader van Sichem.

7:17
待機

Maar als nu de tijd der belofte, die God aan Abraham gezworen had, genaakte, wies het volk en vermenigvuldigde in Egypte;

7:18
待機

Totdat een ander koning opstond, die Jozef niet gekend had.

7:19
待機

Deze gebruikte listigheid tegen ons geslacht, en handelde kwalijk met onze vaderen, zodat zij hun jonge kinderen moesten wegwerpen, opdat zij niet zouden voorttelen.

7:20
待機

In welken tijd Mozes werd geboren, en was uitnemend schoon; welke drie maanden opgevoed werd in het huis zijns vaders.

7:21
待機

En als hij weggeworpen was, nam hem de dochter van Farao op, en voedde hem voor zichzelve op tot een zoon.

7:22
待機

En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren; en was machtig in woorden en in werken.

7:23
待機

Als hem nu de tijd van veertig jaren vervuld was, kwam hem in zijn hart, zijn broeders, de kinderen Israels, te bezoeken.

7:24
待機

En ziende een, die onrecht leed, beschermde hij hem, en wreekte dengene, dien overlast geschiedde, en versloeg den Egyptenaar.

7:25
待機

En hij meende, dat zijn broeders zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou; maar zij hebben het niet verstaan.

7:26
待機

En den volgenden dag werd hij van hen gezien, daar zij vochten; en hij drong ze tot vrede, zeggende: Mannen, gij zijt broeders; waarom doet gij elkander ongelijk?

7:27
待機

En die zijn naaste ongelijk deed, verstiet hem, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gesteld?

7:28
待機

Wilt gij mij ook ombrengen, gelijkerwijs gij gisteren den Egyptenaar omgebracht hebt?

7:29
待機

En Mozes vluchtte op dat woord en werd een vreemdeling in het land Madiam, waar hij twee zonen gewon.

7:30
待機

En als veertig jaren vervuld waren, verscheen hem de Engel des Heeren, in de woestijn van den berg Sinai, in een vlammig vuur van het doornenbos.

7:31
待機

Mozes nu, dat ziende, verwonderde zich over het gezicht; en als hij derwaarts ging, om dat te bezien, zo geschiedde een stem des Heeren tot hem,

7:32
待機

Zeggende: Ik ben de God uwer vaderen, de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs. En Mozes werd zeer bevende, en durfde het niet bezien.

7:33
待機

En de Heere zeide tot hem: Ontbind de schoenen van uw voeten; want de plaats in welke gij staat, is heilig land.

7:34
待機

Ik heb merkelijk gezien de mishandeling Mijns volks, dat in Egypte is, en Ik heb hun zuchten gehoord en ben nedergekomen, om hen daaruit te verlossen; en nu, kom herwaarts, Ik zal u naar Egypte zenden.

7:35
待機

Dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter gesteld? dezen, zeg ik, heeft God tot een overste en verlosser gezonden, door de hand des Engels, Die hem verschenen was in het doornenbos.

7:36
待機

Deze heeft hen uitgeleid, doende wonderen en tekenen in het land van Egypte, en in de Rode zee, en in de woestijn, veertig jaren.

7:37
待機

Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israels gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen.

7:38
待機

Deze is het, die in de vergadering des volks in de woestijn was met den Engel, Die tot hem sprak op den berg Sinai, en met onze vaderen; welke de levende woorden ontving, om ons die te geven.

7:39
待機

Denwelken onze vaders niet wilden gehoorzaam zijn, maar verwierpen hem, en keerden met hun harten weder naar Egypte;

7:40
待機

Zeggende tot Aaron: Maak ons goden, die voor ons heengaan; want wat dezen Mozes aangaat, die ons uit het land van Egypte geleid heeft, wij weten niet, wat hem geschied is.

7:41
待機

En zij maakten een kalf in die dagen, en brachten offerande tot den afgod, en verheugden zich in de werken hunner handen.

7:42
待機

En God keerde Zich, en gaf hen over, dat zij het heir des hemels dienden, gelijk geschreven is in het boek der profeten: Hebt gij ook slachtofferen en offeranden Mij opgeofferd, veertig jaren in de woestijn, gij huis Israels?

7:43
待機

Ja, gij hebt opgenomen den tabernakel van Moloch, en het gesternte van uw god Remfan, de afbeeldingen, die gij gemaakt hebt, om die te aanbidden; en Ik zal u overvoeren op gene zijde van Babylon.

7:44
待機

De tabernakel der getuigenis was onder onze vaderen in de woestijn, gelijk geordineerd had Hij, Die tot Mozes zeide, dat hij denzelven maken zou naar de afbeelding, die hij gezien had;

7:45
待機

Welken ook onze vaders ontvangen hebbende, met Jozua gebracht hebben in het land, dat de heidenen bezaten, die God verdreven heeft van het aangezicht onzer vaderen, tot de dagen van David toe;

7:46
待機

Dewelke voor God genade gevonden heeft, en begeerd heeft te vinden een woonstede voor den God Jakobs.

7:47
待機

En Salomo bouwde Hem een huis.

7:48
待機

Maar de Allerhoogste woont niet in tempelen met handen gemaakt; gelijk de profeet zegt:

7:49
待機

De hemel is Mij een troon, en de aarde een voetbank Mijner voeten. Hoedanig huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heere, of welke is de plaats Mijner ruste?

7:50
待機

Heeft niet Mijn hand al deze dingen gemaakt?

7:51
待機

Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd den Heiligen Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij.

7:52
待機

Wien van de profeten hebben uw vaders niet vervolgd? En zij hebben gedood degenen, die te voren verkondigd hebben de komst des Rechtvaardigen, van Welken gijlieden nu verraders en moordenaars geworden zijt.

7:53
待機

Gij, die de wet ontvangen hebt door bestellingen der engelen, en hebt ze niet gehouden!

7:54
待機

Als zij nu dit hoorden, berstten hun harten, en zij knersten de tanden tegen hem.

7:55
待機

Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods.

7:56
待機

En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechter hand Gods.

7:57
待機

Maar zij, roepende met grote stemme, stopten hun oren, en vielen eendrachtelijk op hem aan;

7:58
待機

En wierpen hem ter stad uit, en stenigden hem; en de getuigen legden hun klederen af aan de voeten eens jongelings, genaamd Saulus.

7:59
待機

En zij stenigden Stefanus, aanroepende en zeggende: Heere Jezus, ontvang mijn geest.

7:60
待機

En vallende op de knieen, riep hij met grote stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En als hij dat gezegd had, ontsliep hij.